Regeling tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden

[Regeling vervalt per 14-07-2024.]
Geraadpleegd op 22-04-2024.
Geldend van 14-07-2022 t/m 31-07-2022

Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 7 juli 2022, nr. PO/33290696, houdende regels voor de inrichting van tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij scholen in het primair en voortgezet onderwijs (Regeling tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden)

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

Gelet op de artikelen 180b, 180c, 180d, 180e, 180f en 215a van het Wet op het primair onderwijs, de artikelen 118tb, 118tc, 118te, 118tf en 118tg van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 9.5, 9.6, 9.8, 9.9, 9.10 en 14.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • afstandsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 180e van de Wet op het primair onderwijs, artikel 118tf van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 9.9 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • doorstroomperspectief: perspectief, bedoeld in artikel 180f van de Wet op het primair onderwijs, artikel 118tg van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 9.10 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • inrichtingsplan: inrichtingsplan, bedoeld in artikel 180b, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 118tb, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 9.5, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • inspectie: Inspectie van het onderwijs;

  • instellingscode: code bestaande uit twee cijfers en twee hoofdletters waarmee de school uniek is te identificeren in de Registratie Instellingen en Opleidingen;

  • leerling: een leerplichtige jongere die staat ingeschreven op een school;

  • leerplichtige ontheemde jongere: jongere als bedoeld in artikel 180a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 118ta van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 9.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • melding: melding, bedoeld in artikel 180b, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 118tb, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 9.5, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • Minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

  • nieuwkomersvoorziening: locatie, vestiging of groep binnen een vestiging van een school als bedoeld in artikel 180a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 118ta van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 9.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, waar onderwijs plaatsvindt dat specifiek gericht is op vreemdelingen, als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die korter dan twee jaar in Nederland wonen;

  • samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • school: basisschool als bedoeld in hoofdstuk 2 van deze regeling en een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze regeling;

  • tijdelijke onderwijsvoorziening: tijdelijke onderwijsvoorziening als bedoeld in artikel 180a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 118ta van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 9.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

  • vestigingsnummer: nummer dat bestaat uit de instellingscode, aangevuld met de twee cijfers die de vestiging aanduiden.

Artikel 1.2. Melding en inrichtingsplan tijdelijke onderwijsvoorziening

  • 1 De melding bevat de volgende gegevens:

    • a. de naam en het bestuursnummer van het bevoegd gezag;

    • b. de naam en de instellingscode van de school en het vestigingsnummer waarvan de tijdelijke onderwijsvoorziening een uitbreiding is;

    • c. het adres waar de tijdelijke onderwijsvoorziening gevestigd is;

    • d. de startdatum of voorziene startdatum van de tijdelijke onderwijsvoorziening;

    • e. het aantal leerlingen in de tijdelijke onderwijsvoorziening of het aantal leerlingen dat naar verwachting de tijdelijke onderwijsvoorziening zal bezoeken en het aantal groepen of klassen;

    • f. indien van toepassing: de specifieke opvanglocatie waaraan de tijdelijke onderwijsvoorziening is verbonden;

    • g. een verklaring dat met de gemeente is overlegd over het inrichten van de tijdelijke onderwijsvoorziening en, indien er noodzaak bestaat voor nieuwe huisvesting, dat de gemeente instemt met de huisvesting voor de tijdelijke onderwijsvoorziening;

    • h. een verklaring dat met het bevoegd gezag van andere scholen in de gemeente of regio is overlegd over het inrichten van de tijdelijke onderwijsvoorziening;

    • i. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de tijdelijke onderwijsvoorziening.

  • 2 Het bevoegd gezag informeert het samenwerkingsverband dat verantwoordelijk is voor het gebied waarin de tijdelijke onderwijsvoorziening is gevestigd over de start van de tijdelijke onderwijsvoorziening.

  • 3 De inspectie voert binnen drie maanden na de start van de tijdelijke onderwijsvoorziening een gesprek met het bevoegd gezag, waarbij de inspectie de tijdelijke onderwijsvoorziening bezoekt. De inspectie beslist voorts op welke wijze toezicht op de tijdelijke onderwijsvoorziening wordt uitgeoefend.

  • 4 Het bevoegd gezag meldt de inrichting van een tijdelijke onderwijsvoorziening binnen twee maanden na inwerkingtreding van deze regeling danwel onverwijld na de inrichting hiervan bij de Minister.

Artikel 1.3. Onderwijsprogramma

  • 1 Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het onderwijs dat wordt gegeven op de tijdelijke onderwijsvoorziening en stelt een onderwijsprogramma vast overeenkomstig de artikelen 180c Wet op het primair onderwijs, 118tc Wet op het voortgezet onderwijs, 9.6 Wet voortgezet onderwijs 2020 en de nadere regels gesteld in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel.

  • 2 Het bevoegd gezag besteedt de onderwijstijd:

    • a. voor zover redelijkerwijs mogelijk voor een derde deel aan de Nederlandse taal;

    • b. voor ten minste een derde deel aan inhoudelijk vakonderwijs, waaronder in elk geval wordt verstaan:

      • voor het primair onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, rekenen en wiskunde, en zintuigelijke en lichamelijke oefening;

      • voor het voortgezet onderwijs: actief burgerschap en sociale cohesie, wiskunde en lichamelijke opvoeding;

    • c. voor ten hoogste een derde deel aan andere onderwijsgerichte activiteiten, waaronder wordt verstaan activiteiten die het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevorderen.

Artikel 1.4. Afstandsonderwijs

  • 1 Het bevoegd gezag kan afstandsonderwijs verzorgen dat gegeven wordt door of onder toezicht van onderwijspersoneel in Nederland.

  • 2 Het bevoegd gezag verzorgt uitsluitend afstandsonderwijs indien geen bevoegde leraren beschikbaar zijn om onderwijs op locatie te verzorgen en indien het afstandsonderwijs past in het onderwijsprogramma van de tijdelijke onderwijsvoorziening.

  • 3 Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor de planning, verzorging, inhoud en kwaliteit van het afstandsonderwijs.

  • 4 In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag ook tijdelijk of gedeeltelijk afstandsonderwijs verzorgen dat vanuit Oekraïne wordt aangeboden.

  • 5 Afstandsonderwijs vindt uitsluitend plaats onder toezicht van bekwaam personeel.

Artikel 1.5. Onderwijspersoneel

Het bevoegd gezag verstrekt op verzoek aan de inspectie de documenten die het op grond van artikel 180d van de Wet op het primair onderwijs, artikel 118te van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 9.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 bijhoudt van het onderwijspersoneel van een tijdelijke onderwijsvoorziening.

Artikel 1.6. Schoolgids en schoolplan

  • 2 Het bevoegd gezag stelt het inrichtingsplan beschikbaar aan de ouders van leerlingen van een tijdelijke onderwijsvoorziening.

Artikel 1.7. Doorstroomperspectief

  • 1 Het bevoegd gezag stelt voor elke leerling in een tijdelijke onderwijsvoorziening zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling een doorstroomperspectief vast.

  • 2 Het doorstroomperspectief bevat in elk geval een plan op welke wijze een leerling zo snel mogelijk, doch binnen twee jaren na inschrijving in een tijdelijke onderwijsvoorziening, zal doorstromen naar een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor voortgezet onderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, niet zijnde een tijdelijke onderwijsvoorziening of nieuwkomersvoorziening.

  • 3 Indien voor een leerling een extra onderwijsondersteuning nodig is, betrekt het bevoegd gezag die behoefte bij het vaststellen van het doorstroomperspectief.

  • 4 Het doorstroomperspectief wordt ten minste één keer per jaar geëvalueerd in overleg met de ouders en de leerling en waar nodig bijgesteld.

Artikel 1.8. Plaatsing leerlingen

  • 1 Indien een leerplichtige ontheemde jongere wordt aangemeld bij een school als bedoeld in deze regeling met daaraan verbonden een tijdelijke onderwijsvoorziening, besluit het bevoegd gezag van deze school over de plaatsing in een tijdelijke onderwijsvoorziening.

  • 2 De plaatsing van leerlingen in een tijdelijke onderwijsvoorziening, wordt niet afhankelijk gesteld van de voldoening van een geldelijke bijdrage.

Hoofdstuk 2. Nadere bepalingen voor het primair onderwijs

Artikel 2.1. Bereik van dit hoofdstuk

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 2.2. Toepassing Wet op het primair onderwijs

  • 1 De artikelen van de wet zijn onverkort van toepassing op een tijdelijke onderwijsvoorziening voor zover daarvan in deze regeling niet is afgeweken.

  • 3 In afwijking van artikel 158 van de wet is voor deelname aan de in artikel 158 genoemde activiteiten geen instemming nodig van de ouders van de leerling.

Artikel 2.3. Tijdelijke erkenning Oekraïense leraren

Met inachtneming van artikel 3, derde lid, van de wet kan de Minister voor ten hoogste twee schooljaren een erkenning van beroepskwalificaties verlenen om les te geven in het primair onderwijs in een tijdelijke onderwijsvoorziening, indien de aanvrager de Nederlandse taal nog niet machtig is, doch wel beschikt over een buiten Nederland verkregen bewijsstuk om les te mogen geven in het primair onderwijs.

Hoofdstuk 3. Nadere bepalingen voor het voortgezet onderwijs tot 1 augustus 2022

Artikel 3.1. Bereik van dit hoofdstuk

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 3.3. Inhoud onderwijs en onderwijsdagen

  • 2 Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens over de invulling en spreiding van de uren in een tijdelijke onderwijsvoorziening.

Artikel 3.4. Toelaatbaarheid leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs

De artikelen 10e, vierde lid, en 10g, vierde lid, van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op leerlingen in een tijdelijke onderwijsvoorziening.

Artikel 3.5. Tijdelijke nevenvestiging

Artikel 19 van de Regeling voorzieningenplanning vo 2020 is van overeenkomstige toepassing op een tijdelijke nevenvestiging voor een tijdelijke onderwijsvoorziening, met uitzondering van de termijn van artikel 19, eerste lid, eerste volzin.

Hoofdstuk 4. Nadere bepalingen voor het voortgezet onderwijs vanaf 1 augustus 2022

[Treedt in werking op 01-08-2022]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1. Hardheidsclausule

De Minister kan bij of krachtens deze regeling vastgestelde voorschriften buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover onverkorte toepassing zal leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 5.2. Beleidsinformatie

Met inachtneming van de artikelen 5, tweede lid, en 15, eerste lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers verstrekt het bevoegd gezag op verzoek informatie aan de Minister over het aantal en de doorstroom van ingeschreven leerlingen in een tijdelijke onderwijsvoorziening.

Artikel 5.3. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt, met uitzondering van hoofdstuk 4, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Hoofdstuk 4 van deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2022.

  • 3 Hoofdstuk 3 van deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2022.

Artikel 5.4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

A.D. Wiersma

Naar boven