Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India inzake de bevordering
en bescherming van investeringen
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Republiek India (beide hierna aangeduid als Verdragsluitende Partij),
Geleid door de wens de van oudsher bestaande vriendschapsbanden tussen hun landen
te versterken en de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren,
met name wat investeringen door de investeerders van de ene Verdragsluitende Partij
op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij betreft,
In het besef dat wederzijdse bescherming van dergelijke investeringen uit hoofde van
een verdrag de bovengenoemde doelstelling zal dienen en bevorderlijk zal zijn voor
het stimuleren van het particulier initiatief om zaken te doen en de welvaart in beide
Staten zal vergroten,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Voor de toepassing van dit Verdrag:
-
a. wordt onder „investeringen” verstaan: alle soorten vermogensbestanddelen, geïnvesteerd
in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving van de Verdragsluitende Partij
op het grondgebied waarvan de investering is gedaan en dit begrip omvat in het bijzonder,
doch niet uitsluitend:
-
i. roerende en onroerende zaken alsmede andere vermogensrechten, zoals recht van hypotheek,
(ver)huur, pandrecht of retentierecht;
-
ii. rechten ontleend aan aandelen, obligaties en andere soorten belangen in ondernemingen;
-
iii. recht op geld of op iedere prestatie die waarde heeft;
-
iv. rechten betreffende de intellectuele eigendom, technische werkwijzen, goodwill en
know-how in overeenstemming met de desbetreffende wetgeving van de onderscheiden partijen;
-
v. rechten verleend krachtens het recht of bij overeenkomst, zoals concessies aan bedrijven
tot het opsporen en winnen van olie, aardgas en andere delfstoffen;
-
b. wordt onder „onderdanen” verstaan:
-
c. wordt onder „ondernemingen” verstaan:
-
i. wat India betreft: vennootschappen, firma's en samenwerkingsverbanden, opgericht of
gevormd overeenkomstig het in enig deel van India geldende recht;
-
ii. wat Nederland betreft: naar Nederlands recht opgerichte rechtspersonen;
-
d. wordt onder „investeerders” verstaan: onderdanen of ondernemingen van een Verdragsluitende
Partij;
-
e. wordt onder „grondgebied” verstaan:
-
i. wat India betreft: het grondgebied van de Republiek India, met inbegrip van haar territoriale
wateren en het luchtruim daarboven en andere zeegebieden, waaronder de exclusieve
economische zone en het continentale plat waarover de Republiek India soevereiniteit,
soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent in overeenstemming met haar van kracht
zijnde wetgeving, het VN-verdrag inzake het recht van de zee van 1982 en het volkenrecht;
-
ii. wat Nederland betreft: de term grondgebied omvat mede de zeegebieden grenzend aan
de kust van de Staat, voor zover de Staat overeenkomstig het internationale recht
soevereine rechten of rechtsmacht in deze gebieden uitoefent.
Artikel 2. Werkingssfeer van het Verdrag
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Dit Verdrag is van toepassing op iedere investering door investeerders van elk van
beide Verdragsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende
Partij, met inbegrip van een indirecte investering via een andere onderneming, waar
ook gevestigd, waarvan de eigendom volledig bij bedoelde investeerders berust, ongeacht
of de investering vóór of na de inwerkingtreding van dit Verdrag is gedaan.
Artikel 3. Investeringsbevordering
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Elke Verdragsluitende Partij steunt en bevordert gunstige voorwaarden voor investeerders
van de andere Verdragsluitende Partij om investeringen op haar grondgebied te doen
in overeenstemming met haar wetgeving en beleid. De toelating van een dergelijke investering
is onderworpen aan de wetgeving en het beleid van de Verdragsluitende Partij op het
grondgebied waarvan de investering wordt gedaan.
Artikel 4. Nationale behandeling en behandeling van meestbegunstigde natie
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
-
2 Elke Verdragsluitende Partij kent aan deze investeringen, met inbegrip van de werking,
het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vervreemding daarvan door
bedoelde investeerders, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke
wordt toegekend aan investeringen van haar eigen investeerders dan wel aan investeringen
van investeerders van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de
betrokken investeerder.
-
3 De bepalingen van het eerste en tweede lid met betrekking tot de toekenning van de
behandeling van meestbegunstigde natie zijn niet van toepassing op voorrechten die
één van beide Verdragsluitende Partijen toekent aan investeerders van derde Staten
vanwege haar lidmaatschap van, of associatie met, een douane-unie of economische unie,
een gemeenschappelijke markt of een vrijhandelszone.
-
4 De bepalingen van het eerste en tweede lid met betrekking tot de toekenning van de
nationale behandeling en de behandeling van meestbegunstigde natie zijn evenmin van
toepassing ten aanzien van een internationale overeenkomst of regeling die volledig
of hoofdzakelijk betrekking heeft op belasting, noch ten aanzien van nationale wetgeving
of uit deze wetgeving voortvloeiende regelingen die volledig of hoofdzakelijk betrekking
hebben op belasting.
-
5 Elke Verdragsluitende Partij komt iedere verplichting na die zij is aangegaan met
betrekking tot investeringen van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij,
met dien verstande dat de geschillenbeslechting krachtens artikel 9 van dit Verdrag slechts van toepassing is indien een gewoon rechtsmiddel in dat land
ontbreekt.
Artikel 5. Onteigening
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
-
1 Investeringen van investeerders van elk van beide Verdragsluitende Partijen worden
op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij niet genationaliseerd, onteigend
of onderworpen aan maatregelen die een soortgelijk gevolg hebben, hierna te noemen
„onteigening", behalve in het algemeen belang en in overeenstemming met het recht,
op non-discriminatoire basis en tegen schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling
komt overeen met de werkelijke waarde van de desbetreffende investeringen, omvat de
rente tegen een normale marktkoers tot de datum van betaling, kan daadwerkelijk zonder
onnodige vertraging te gelde worden gemaakt, en is vrij inwisselbaar en kan vrij worden
overgemaakt.
-
2 De desbetreffende investeerder heeft het recht zijn zaak, de waardebepaling van zijn
investering en de betaling van de schadeloosstelling te doen toetsen, overeenkomstig
het recht van de Verdragsluitende Partij die tot onteigening overgaat, door een rechterlijke
of andere bevoegde en onafhankelijke instantie in die Verdragsluitende Partij, zulks
met inachtneming van de in het eerste lid genoemde beginselen.
De Verdragsluitende Partij die tot onteigening overgaat, stelt alles in het werk om
te waarborgen dat de toetsing spoedig plaatsvindt.
Artikel 6. Schadeloosstelling voor verliezen
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Aan investeerders van de ene Verdragsluitende Partij van wie de investeringen op het
grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij verliezen lijden wegens oorlog of
een ander gewapend conflict, een nationale noodtoestand of burgerlijke ongeregeldheden,
wordt door de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij wat schadeloosstelling, restitutie,
schadevergoeding of andere vormen van schikking betreft, geen minder gunstige behandeling
toegekend dan die welke die Verdragsluitende Partij toekent aan haar eigen investeerders
of investeerders van een derde Staat. Eventuele betalingen uit hoofde van dit artikel
zijn vrij inwisselbaar en kunnen vrij worden overgemaakt.
Artikel 7. Repatriëring van de investering en opbrengsten
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Artikel 8. Subrogatie
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Indien de investeringen van een investeerder van de ene Verdragsluitende Partij zijn
verzekerd of anderszins zijn gewaarborgd met betrekking tot niet-commerciële risico's
krachtens een bij wet, voorschrift of overheidscontract ingesteld stelsel, wordt de
subrogatie van de verzekeraar of herverzekeraar of de door de ene Verdragsluitende
Partij aangewezen instantie in de rechten van de bedoelde investeerder ingevolge de
voorwaarden van deze verzekering of waarborg door de andere Verdragsluitende Partij
erkend. De gesubrogeerde rechten of vorderingen mogen de oorspronkelijke rechten of
vorderingen van bedoelde investeerder niet overtreffen.
Artikel 9. Investeringsgeschillen
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
-
1 Een geschil tussen een investeerder van de ene Verdragsluitende Partij en de andere
Verdragsluitende Partij in verband met een investering op het grondgebied van de andere
Verdragsluitende Partij wordt, voor zover mogelijk, in der minne geschikt door middel
van onderhandelingen tussen de partijen bij het geschil. De partij die voornemens
is een dergelijk geschil door middel van onderhandelingen op te lossen, doet de andere
partij kennisgeving van haar voornemen.
-
2 Indien het geschil niet op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde wijze kan
worden opgelost binnen drie maanden na de datum van de kennisgeving ter zake, kan
het geschil worden voorgelegd ter conciliatie in overeenstemming met het conciliatiereglement
van 1980 van de Commissie inzake Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Naties
(UNCITRAL), indien beide partijen bij het geschil daarmee instemmen.
-
3 Indien één van beide partijen bij het geschil niet met conciliatie instemt binnen
een maand na de voorlegging ter conciliatie, of indien het geschil wordt voorgelegd
ter conciliatie, maar de conciliatieprocedure op een andere wijze wordt beëindigd
dan met de ondertekening van een schikkingsovereenkomst, of indien het geschil niet
voor internationale conciliatie wordt voorgelegd, kan het geschil als volgt worden
onderworpen aan arbitrage:
-
a. indien de Verdragsluitende Partij van de investeerder en de andere Verdragsluitende
Partij beide partij zijn bij het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen
tussen Staten en onderdanen van andere Staten van 1965 en beide partijen bij het geschil
er schriftelijk mee instemmen het geschil voor te leggen aan het Internationale Centrum
voor Beslechting van Investeringsgeschillen (ICSID), kan een dergelijk geschil aan
het Centrum worden voorgelegd; of
-
b. indien beide partijen bij het geschil daarmee instemmen, overeenkomstig de regels
betreffende de Aanvullende Voorziening voor de toepassing van conciliatie-, arbitrage-
en onderzoeksprocedures; of
-
c. indien de in letter a en b hierboven beschreven handelwijze niet wordt gevolgd, wordt
het geschil door één van de partijen bij het geschil voorgelegd aan een scheidsgerecht
ad hoc in overeenstemming met het arbitragereglement van 1976 van de Commissie inzake
Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL), indien de investeerder daarmee instemt.
-
4 Ten aanzien van een arbitrageprocedure uit hoofde van het derde lid, letter c, van
dit artikel, is het volgende van toepassing:
-
i. Het scheidsgerecht bestaat uit drie scheidsmannen. Elk partij kiest een scheidsman.
De scheidsmannen worden benoemd binnen twee maanden na de datum waarop één van de
partijen bij het geschil de andere partij in kennis stelt van haar voornemen het geschil
aan arbitrage te onderwerpen. De twee scheidsmannen benoemen binnen twee maanden daarna
in onderlinge overeenstemming een derde scheidsman, de voorzitter, die onderdaan van
een derde Staat is.
-
ii. Indien de noodzakelijke benoemingen niet binnen de in het vierde lid, onder i genoemde
termijn zijn verricht, kan één van beide partijen, indien er geen andere afspraken
zijn, de president van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoemingen
te verrichten.
-
iii. De scheidsrechterlijke uitspraak wordt gedaan in overeenstemming met de bepalingen
van dit Verdrag.
-
iv. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen.
-
v. De beslissing van het scheidsgerecht is onherroepelijk en bindend en de partijen schikken
zich in de uitspraak en houden zich daaraan.
-
vi. Het scheidsgerecht vermeldt waarop zijn beslissing is gegrond en omkleedt deze met
redenen op verzoek van één van beide partijen.
-
vii. Elke betrokken partij draagt de kosten van haar eigen scheidsman en haar vertegenwoordiging
in de arbitrageprocedure. De kosten van de voorzitter ter vervulling van zijn scheidsrechterlijke
taak en de overige kosten van het scheidsgerecht worden in gelijke delen door de betrokken
partijen gedragen. Het scheidsgerecht kan evenwel in zijn beslissing bepalen dat door
één van de twee partijen een groter gedeelte van de kosten wordt gedragen; deze uitspraak
is bindend voor beide partijen.
Artikel 10. Geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
-
3 Het scheidsgerecht bestaat uit drie scheidsmannen. Binnen twee maanden na de ontvangst
van het verzoek om arbitrage benoemt elke Verdragsluitende Partij een scheidsman en
binnen twee maanden daarna benoemen de twee scheidsmannen een derde scheidsman, die
als voorzitter van het scheidsgerecht fungeert.
-
4 Indien de noodzakelijke benoemingen niet binnen de in het derde lid van dit artikel
genoemde termijnen zijn verricht, kan één van beide Verdragsluitende Partijen, indien
er geen andere afspraken zijn, de president van het Internationale Gerechtshof verzoeken
de benoemingen te verrichten. Indien de president onderdaan is van één van beide Verdragsluitende
Partijen of indien hij anderszins belet is om bedoelde functie te vervullen, wordt
de vice-president verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de vice-president
onderdaan is van één van beide Verdragsluitende Partijen of indien ook hij belet is
om bedoelde functie te vervullen, wordt het lid van het Internationale Gerechtshof
dat na hem het hoogst in anciënniteit is en dat geen onderdaan is van één van beide
Verdragsluitende Partijen verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
-
5 Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing
is onherroepelijk en bindend voor beide Verdragsluitende Partijen. Elke Verdragsluitende
Partij draagt de kosten van haar eigen lid van het scheidsgerecht en van haar vertegenwoordiging
in de arbitrageprocedure, alsmede de helft van de kosten van de voorzitter en de overige
kosten. Het scheidsgerecht kan evenwel in zijn beslissing bepalen dat door één van
de twee Verdragsluitende Partijen een groter gedeelte van de kosten wordt gedragen.
Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedure en de toe te passen rechtsregels vast.
Artikel 11. Toepasselijke wetgeving
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Alle investeringen worden, met inachtneming van dit Verdrag, beheerst door de wetgeving
die van kracht is op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop die investeringen
worden gedaan.
Artikel 12. Verboden en beperkingen
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
De bepalingen van dit Verdrag beperken geenszins het recht van elk van beide Verdragsluitende
Partijen om verboden of beperkingen toe te passen of maatregelen te nemen in overeenstemming
met haar te goeder trouw toegepaste wetgeving, zulks op non-discriminatoire basis
en voor zover nodig ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen of ter
voorkoming van ziekten en plagen bij dieren of planten.
Artikel 13. Toepassing van andere regels
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Indien naast dit Verdrag de wettelijke bepalingen van één van beide Verdragsluitende
Partijen of verplichtingen krachtens internationaal recht die thans tussen de Verdragsluitende
Partijen bestaan of op een later tijdstip onderling worden aangegaan, algemene of
bijzondere regels bevatten op grond waarvan investeringen door investeerders van de
andere Verdragsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger
is dan in dit Verdrag is voorzien, hebben die regels, in zoverre zij gunstiger zijn,
voorrang boven dit Verdrag.
Artikel 14. Toepassingsgebied
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het deel
van het Rijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij anders geregeld op
grond van artikel 16, tweede lid, van dit Verdrag.
Artikel 15. Inwerkingtreding
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt na de
datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat
aan de grondwettelijk vereiste procedures is voldaan.
Artikel 16. Werkingsduur en beëindiging
[Regeling vervallen per 01-12-2016]
-
1 Dit Verdrag blijft van kracht voor een tijdvak van tien jaar. Tenzij ten minste zes
maanden vóór de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur door één van beide
Verdragsluitende Partijen mededeling van beëindiging is gedaan, wordt dit Verdrag
telkens stilzwijgend verlengd voor een tijdvak van tien jaar, waarbij elke Verdragsluitende
Partij zich het recht voorbehoudt dit Verdrag te beëindigen met inachtneming van een
opzegtermijn van ten minste zes maanden vóór de datum van het verstrijken van de lopende
termijn van geldigheid. Ten aanzien van investeringen die zijn gedaan vóór de datum
van beëindiging van dit Verdrag, blijven de voorgaande artikelen van kracht gedurende
een tijdvak van vijftien jaar vanaf die datum.