Voordat een handhavingsverzoek in onderzoek wordt genomen door de IGJ, wordt getoetst
of sprake is van een van de volgende omstandigheden. Indien een of meer van de volgende
omstandigheden zich voordoet, wordt aan het handhavingsverzoek een lage prioritering
toegekend en wordt het handhavingsverzoek afgewezen:
-
a) in de situatie waarop het handhavingsverzoek zich richt ziet de IGJ vooralsnog geen
(grote) risico’s en/of een ernstige bedreiging voor de veiligheid van cliënten/patiënten
of de zorg;
-
b) de IGJ ziet geen mogelijkheid tot doeltreffend optreden.
Dat sprake is van bovenstaande situatie(s) laat onverlet dat de situatie waarop een
laag geprioriteerd en afgewezen handhavingsverzoek zich richt op een later moment
alsnog in een (risico gestuurd) onderzoek door de IGJ kan worden betrokken.
Hieronder worden deze criteria nader toegelicht:
A.
Gelet op de taak van de IGJ en de beperkte onderzoekscapaciteit zet de IGJ haar capaciteit
in, daar waar de risico’s het grootst zijn. Dit betekent dat de IGJ niet tot het doen
van onderzoek hoeft over te gaan indien het gaat om zaken die weliswaar niet helemaal
correct zijn, maar die van relatief geringe betekenis zijn voor de algemene veiligheid
van de zorg en jeugdhulp. Het moet dus gaan om een situatie waarin sprake is van (grote)
risico’s en/of een ernstige bedreiging voor de veiligheid van cliënten/patiënten of
de zorg. Met (grote) risico’s en/of een ernstige bedreiging voor patiënten/cliënten
kan gedacht worden aan een ernstige mate van afwijking van de geldende wet- en regelgeving
en professionele standaarden of structurele misstanden/fouten. Bij de vraag of sprake
is van grote risico’s en/of een ernstige bedreiging kan de IGJ meewegen hoeveel personen
(mogelijk) worden geraakt door de situatie, om welke personen het gaat en in welke
mate zij geraakt kunnen worden. Of aan dit criterium is voldaan wordt beoordeeld aan
de hand van de informatie die de indiener van het verzoek aanlevert en indien van
toepassing op basis van de informatie die reeds bij de inspectie bekend is.
B.
Met doeltreffend optreden wordt bedoeld dat de IGJ een inschatting maakt of zij voor
de (mogelijke) normschendingen waarop het handhavingsverzoek betrekking heeft een
geschikte en passende handhavingsmaatregel kan inzetten waarmee binnen een afzienbare
termijn een gewenste situatie kan worden bereikt. Ook kan de IGJ in het kader van
de vraag of handhaving doeltreffend is rekening houden met andere handhaving en/of
toezichtsactiviteiten die al zijn ingezet in het kader van de wetgeving of sector
waarop het handhavingsverzoek ziet. Of dat er voor de aanvrager van het verzoek andere
(juridische) wegen open staan die meer geëigend zijn voor de situatie waar het verzoek
op ziet. In die gevallen is het doelmatiger dat verzoeker eerst deze weg bewandelt,
aangezien het onderzoeken van dergelijke individuele kwesties in beginsel niet past
bij de taak van de IGJ.