Beleidsregel prioriteringsbeleid handhavingsverzoeken IGJ

Geraadpleegd op 04-03-2026.
Geldend van 28-02-2026 t/m heden.

Beleidsregel prioriteringsbeleid handhavingsverzoeken IGJ

1. Inleiding

Iedereen moet in Nederland op goede en veilige zorg en jeugdhulp kunnen vertrouwen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt in dat kader toezicht op de naleving van een groot aantal wetten.

De IGJ heeft slechts een beperkte capaciteit om dit toezicht uit te oefenen. Daarom strekt het toezicht van de IGJ zich vooral uit tot het bewaken van de belangen van goede en veilige gezondheidszorg en jeugdhulp voor zover die belangen uitstijgen boven het belang van een individuele betrokkene.1 Dat maakt dat de IGJ niet verplicht is om naar elke mogelijke normschending onderzoek te doen en handhavend op te treden.2

De IGJ ontvangt meer verzoeken om handhaving dan zij gelet op haar onderzoekscapaciteit in onderzoek kan nemen. Om doelmatig te kunnen handhaven wordt onderscheid gemaakt in de wijze waarop de IGJ uitvoering geeft aan haar handhavingstaak. De IGJ maakt keuzes en zet haar capaciteit in op de plekken waar de risico’s voor de volksgezondheid het grootst zijn. Dit doet de IGJ op basis van dit prioriteringsbeleid. Met dit beleid maakt de IGJ inzichtelijk waarom het ene handhavingsverzoek wel en het andere handhavingsverzoek niet wordt onderzocht.

Dit prioriteringsbeleid is niet van toepassing op handhavingsverzoeken die uitsluitend betrekking hebben op wetgeving over geneesmiddelen en medische technologie, alsmede andere wet- en regelgeving die een implementatie van het Unierecht vormt.

2. Verzoek om handhaving of melding

Onder een verzoek om handhaving verstaat de IGJ een aanvraag tot handhavend optreden tegen overtreding van een wettelijke norm en daartoe een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als de IGJ een verzoek om handhaving ontvangt, gaat zij allereerst na of het verzoek inderdaad moet worden aangemerkt als een aanvraag tot handhavend optreden in de zin van de Awb. Zo zal zij onder meer beoordelen of het verzoek afkomstig is van een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb, gericht is aan de bevoegde instantie en voldoende concreet is. Als dat het geval is, dan zal de IGJ beoordelen of zij het handhavingsverzoek in onderzoek neemt. Deze beoordeling vindt plaats op basis van de prioriteringscriteria zoals hieronder wordt toegelicht. Als uit deze beoordeling volgt dat het handhavingsverzoek een lage prioriteit heeft en om die reden niet voor onderzoek in aanmerking komt, zal de IGJ in voorkomende gevallen een afweging moeten maken of zij het handhavingsverzoek ondanks de lage prioriteit toch moet onderzoeken, waarbij de belangen van de indiener van het verzoek worden betrokken.3

Naast een handhavingsverzoek, kan ook een melding worden gedaan bij de IGJ. Onder melding wordt verstaan een schriftelijk of elektronisch bericht over de niet-naleving van wet- en regelgeving waarop de IGJ toezicht houdt, niet zijnde een handhavingsverzoek. Een melding kan de IGJ ambtshalve in onderzoek nemen indien zij daartoe aanleiding ziet. Die beoordeling vindt niet plaats aan de hand van dit prioriteringsbeleid.

3. Afbakening

Het prioriteringsbeleid van de IGJ gaat alleen over de vraag of de IGJ een handhavingsverzoek in onderzoek neemt. Het gaat niet over de vraag op welke wijze de IGJ handhavend zal optreden als het onderzoek uitwijst dat er sprake is van een overtreding. Het prioriteringsbeleid moet dan ook worden onderscheiden van het beleid dat de IGJ hanteert bij de keuze van een passende interventie (het interventiebeleid).

4. Prioriteringscriteria

Voordat een handhavingsverzoek in onderzoek wordt genomen door de IGJ, wordt getoetst of sprake is van een van de volgende omstandigheden. Indien een of meer van de volgende omstandigheden zich voordoet, wordt aan het handhavingsverzoek een lage prioritering toegekend en wordt het handhavingsverzoek afgewezen:

  • a) in de situatie waarop het handhavingsverzoek zich richt ziet de IGJ vooralsnog geen (grote) risico’s en/of een ernstige bedreiging voor de veiligheid van cliënten/patiënten of de zorg;

  • b) de IGJ ziet geen mogelijkheid tot doeltreffend optreden.

Dat sprake is van bovenstaande situatie(s) laat onverlet dat de situatie waarop een laag geprioriteerd en afgewezen handhavingsverzoek zich richt op een later moment alsnog in een (risico gestuurd) onderzoek door de IGJ kan worden betrokken.

Hieronder worden deze criteria nader toegelicht:

A.

Gelet op de taak van de IGJ en de beperkte onderzoekscapaciteit zet de IGJ haar capaciteit in, daar waar de risico’s het grootst zijn. Dit betekent dat de IGJ niet tot het doen van onderzoek hoeft over te gaan indien het gaat om zaken die weliswaar niet helemaal correct zijn, maar die van relatief geringe betekenis zijn voor de algemene veiligheid van de zorg en jeugdhulp. Het moet dus gaan om een situatie waarin sprake is van (grote) risico’s en/of een ernstige bedreiging voor de veiligheid van cliënten/patiënten of de zorg. Met (grote) risico’s en/of een ernstige bedreiging voor patiënten/cliënten kan gedacht worden aan een ernstige mate van afwijking van de geldende wet- en regelgeving en professionele standaarden of structurele misstanden/fouten. Bij de vraag of sprake is van grote risico’s en/of een ernstige bedreiging kan de IGJ meewegen hoeveel personen (mogelijk) worden geraakt door de situatie, om welke personen het gaat en in welke mate zij geraakt kunnen worden. Of aan dit criterium is voldaan wordt beoordeeld aan de hand van de informatie die de indiener van het verzoek aanlevert en indien van toepassing op basis van de informatie die reeds bij de inspectie bekend is.

B.

Met doeltreffend optreden wordt bedoeld dat de IGJ een inschatting maakt of zij voor de (mogelijke) normschendingen waarop het handhavingsverzoek betrekking heeft een geschikte en passende handhavingsmaatregel kan inzetten waarmee binnen een afzienbare termijn een gewenste situatie kan worden bereikt. Ook kan de IGJ in het kader van de vraag of handhaving doeltreffend is rekening houden met andere handhaving en/of toezichtsactiviteiten die al zijn ingezet in het kader van de wetgeving of sector waarop het handhavingsverzoek ziet. Of dat er voor de aanvrager van het verzoek andere (juridische) wegen open staan die meer geëigend zijn voor de situatie waar het verzoek op ziet. In die gevallen is het doelmatiger dat verzoeker eerst deze weg bewandelt, aangezien het onderzoeken van dergelijke individuele kwesties in beginsel niet past bij de taak van de IGJ.

Utrecht, 19 februari 2026

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd,

M. Vogelzang

inspecteur-generaal

  1. Kamerstukken II 2009/10, 32 402, nr. 3, p. 153–155 (MvT) ^ [1]
  2. Vergelijk artikel 24 lid 6 Wkkgz en artikel 9.2 lid 5 Jeugdwet ^ [2]
  3. Vergelijk ABRvS 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1982, r.o. 2.4.1. en ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1961, deze afweging is noodzakelijk bij handhavingsverzoeken waarin de beginselplicht tot handhaving aan de orde is. ^ [3]