Tussen het lokale gezag en het gezag in het stelsel beveiligen van personen, is het
aandragen en opnemen geregeld van personen die aan de criteria voor opname in het
stelsel voldoen. Dit gaat via een – verruimde – aanwijzing van personen in het stelsel
door de NCTV, ook wel het zogenaamde triageproces.
Door de aanwijzing van een persoon is de NCTV van rechtswege het gezag over de politie
en de KMar voor zover die deze taak in assistentieverlening aan de politie uitvoert.
Uitgangspunt in hSet triageproces is dat het merendeel van de door het OM aangedragen
casuïstiek direct wordt opgenomen in het stelsel beveiligen van personen (‘directe
opname’). Dat is in de gevallen dat de casus naar het oordeel van de HOvJ voldoet
aan de criteria die zijn vastgesteld in het toetsingskader. De overige door het OM
aangedragen casuïstiek die (nog) niet (volledig) voldoet aan de criteria voor directe
opname, kan worden besproken aan de triagetafel (‘indirecte lijn’). Beide processen
tezamen vormen het triageproces.
Anders dan bij de personen die al aangewezen zijn door de plaatsing op de limitatieve
lijst, geldt voor de gevallen waarin door de HOvJ een persoon wordt aangedragen voor
opname in het stelsel, dat de betrokken HOvJ het gezag is en blijft totdat de persoon
wordt aangewezen en daarmee wordt opgenomen in het stelsel. De HOvJ is derhalve ook
gedurende het triageproces het verantwoordelijke gezag en bepaalt de (spoed)maatregelen
die door de politie of de KMar getroffen dienen te worden.
Triageproces – directe opname en triagetafel
Het triageproces omvat het proces vanaf het aandragen van casuïstiek door het OM en
eindigt bij de beoordeling van een casus door de NCTV.
De beoordeling of een casus stelselwaardig is, wordt toegelicht op een intakeformulier
– getekend door de HOvJ – dat wordt verstuurd naar de NCTV. Op het intakeformulier
staat aangegeven of een casus wordt voorgedragen voor directe opname of ter bespreking
aan de triagetafel.
Directe opname
De HOvJ toetst de casus aan de criteria uit het toetsingskader. Alleen als de casus
voldoet aan de criteria ‘ernstige dreiging op het leven gericht’ in combinatie met
één van de vier dreigingsfenomenen’ kan de casus worden aangedragen voor directe opname.
Triagetafel
Indien een casus niet voldoet aan de criteria (ernstige dreiging in combinatie met
één van de dreigingsfenomenen) maar de dreiging toch aanleiding geeft voor eventuele
opname in het stelsel, kan de casus op basis van professioneel inzicht van politie
en/of KMar en het OM worden aangedragen ter bespreking aan de triagetafel.
Het uitgangspunt van de triagetafel is om te bepalen onder welk gezag maatregelen
genomen dienen te worden. Het uiteindelijke oordeel over het opnemen van een casus
in het stelsel – door aanwijzing van een persoon- kan enkel door de NCTV worden gegeven.
Agendering van casuïstiek in het triageproces, en dus ook aan de triagetafel, geschiedt
uitsluitend door de partij die het gezag heeft. Het OM voert het secretariaat van
het triageproces en zit de triagetafel voor.
Proces na directe opname of opname na bespreking aan de triagetafel
De NCTV formaliseert de aanwijzing van een te beveiligen persoon tot opname in het
stelsel, door in het oordeelsformulier aan te geven dat de NCTV akkoord is met de
opname van de te beveiligen persoon in het stelsel beveiligen van personen. Het oordeel
aangaande opname in het stelsel zal ordentelijk worden vastgelegd en beargumenteerd
met afwegingen, waaronder op basis van welke informatie het besluit is genomen. Met
het versturen van het oordeelsformulier wordt het OM geïnformeerd over het oordeel
en daarmee de aanwijzing van de NCTV. De HOvJ zal na ontvangst van het oordeelsformulier
het overdrachtsdossier verzenden aan de NCTV.
Na deze aanwijzing is de NCTV het bevoegd gezag. In het triageproces is de werkafspraak
gemaakt dat de NCTV in de praktijk pas na het ontvangen van het volledige overdrachtsdossier
over de informatie beschikt om, waar nodig, aanvullende maatregelen te nemen.
Indien een door de HOvJ aangedragen casus in de directe of indirecte lijn niet door
de NCTV wordt opgenomen en de HOvJ desondanks van oordeel blijft dat de casus thuishoort
bij de NCTV, geldt de volgende (operationele) escalatie: de landelijk Coördinerend
HOvJ zoekt afstemming met de directeur van de NCTV. De laatste escalatietrede is de
portefeuille houdend procureur-generaal in afstemming met de NCTV.
Toetsingskader voor triage
Het triageproces start met het oordeel van de HOvJ dat een casus stelselwaardig is.
Die beoordeling wordt gedaan aan de hand van de criteria die zijn vastgelegd in het
toetsingskader voor triage.
Dat toetsingskader bevat drie kernelementen:
Ad a) Ernstige dreiging
Een persoon komt in aanmerking voor directe opname in het stelsel indien er sprake
is van een ernstige dreiging gericht op zijn fysieke integriteit. Ernstige dreiging
is geoperationaliseerd als er naar het oordeel van de HOvJ sprake is van:
-
• het (mede)plegen van geweldsdelicten met een strafmaximum van 6 jaar of meer;
-
• het plegen van het misdrijf tegen het leven gericht als bedoeld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij tevens sprake is van antecedenten met betrekking tot ernstige vormen van
geweldpleging, deelname aan een gewelddadige groepering of de aanwezigheid van een
psychische stoornis bij de dreigende actor.
In alle gevallen dient de ernstige dreiging vallend binnen één van bovengenoemde twee
artikelen direct of indirect tegen het leven gericht te zijn. Dit betekent dat voor
directe voordracht de dreiger of de dreigende actor bekend moet zijn om vast te kunnen
stellen of de dreiging valt onder artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht en of
er tevens sprake is van de genoemde factoren. Bij de operationalisering van de ernst
van de dreiging worden de criteria toegepast die in het lokaal domein bewaken en beveiligen
worden gehanteerd om de ernst van de dreiging vast te stellen.
Ad b) Dreiging afkomstig uit één van de dreigingsfenomenen
De dreiging moet afkomstig zijn uit één van de vier vastgestelde dreigingsfenomenen.
Deze worden voor de toepassing in het triageproces als volgt gedefinieerd:
-
1.
Georganiseerde ondermijnende criminaliteit
Bij georganiseerde, ondermijnende criminaliteit gaat het om misdrijven die worden
gepleegd in georganiseerd verband, waarbij financieel of materieel gewin het hoofddoel
is. Deze misdrijven gaan vaak gepaard met intimidatie, bedreiging en/of geweld. De
ondermijnende werking van deze vorm van criminaliteit ligt in de verwevenheid van
de onder- en bovenwereld, met als effect dat het functioneren van de democratische
rechtsorde en het vertrouwen daarin wordt aangetast.
De dreigende actor in dit fenomeen is een crimineel samenwerkingsverband (CSV), en/of
een individu dat aangestuurd wordt en/of onderdeel uitmaakt van een CSV. Om te bepalen
of een dreigende actor tot een CSV behoort, kunnen (indien aanwezig) uitspraken van
eerdere rechtelijke procedures worden gebruikt, waarin bijvoorbeeld de mate van geweldsbereidheid
van het CSV of de impact op de rechtsorde is vastgesteld. Indien deze niet voorhanden
zijn zal op basis van bij de (opsporings)diensten en/of OM beschikbare informatie
aannemelijk worden gemaakt dat de dreigende actor een concrete dreiging vormt.
-
2.
Terrorisme en extremisme
Terrorisme is het uit ideologische motieven (voorbereiden van het) plegen van op mensenlevens
gericht geweld, of het veroorzaken van maatschappij-ontwrichtende schade, met als
doel (een deel van) de bevolking ernstige vrees aan te jagen, maatschappelijke veranderingen
te bewerkstelligen en/of politieke besluitvorming te beïnvloeden.
Extremisme is het uit ideologische motieven bereid zijn om niet-gewelddadige en/of
gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen.
De dreigende actor betreft een terroristische of extremistische groepering, en/of
individuen die door deze groeperingen worden geïnspireerd dan wel aangestuurd.
-
3.
Statelijke dreiging
Onder statelijke dreiging valt elke activiteit die erop is gericht al dan niet met
geweld het leven van een individueel persoon of groep personen te beïnvloeden en/of
verstoren, en die (buiten de eigen landsgrenzen) wordt ondernomen door een buitenlandse
overheid of proxy namens een buitenlandse overheid. Statelijke dreiging gaat over
activiteiten van of namens buitenlandse overheden, gericht op personen of organisaties
die zij als dreiging of tegenstander zien. Deze activiteiten variëren (niet uitsluitend)
van spionage, omkoping, intimidatie, bedreiging, mishandeling, ontvoering tot moord.
De dreigende actor betreft een statelijke actor. Hieronder kunnen buitenlandse overheden
of overheidsorganisaties vallen, waaronder ook buitenlandse inlichtingendiensten,
en hun proxy’s. Proxy’s kunnen bestaan uit bedrijven, groeperingen of individuen die
door een buitenlandse overheid worden ingezet om haar doelen te bereiken.
-
4.
Gefixeerde eenling
Een gefixeerde eenling is een individu dat een buitensporige fixatie heeft op een
persoon of onderwerp, vermoedelijk psychische problemen heeft, en vanuit een persoonlijk
motief dusdanig problematisch gedrag vertoont in de vorm van communicaties en/of toenaderingen
richting een persoon of personen, dat dit kan uitmonden in een gewelddadige daad,
in voorkomend geval met als gevolg maatschappelijke ontwrichting of (zeer grote) onrust.
Ad c) Professioneel inzicht
Als een casus niet voldoet aan de bovengenoemde afgebakende criteria voor directe
opname in het stelsel beveiligen van personen (ernstige dreiging in combinatie met
één van de dreigingsfenomenen), maar de dreiging toch aanleiding geeft voor eventuele
opname in het stelsel, kan de casus worden aangedragen ter bespreking aan de triagetafel.
Dit is alleen mogelijk wanneer op basis van het professioneel inzicht van de politie
en/of de KMar én na beoordeling van de beschikbare informatie door de HOvJ, er voldoende
reden is om de casus ter bespreking voor te leggen.
Deze flexibiliteit is belangrijk om in te kunnen spelen op dreigingssituaties die
niet altijd binnen de strikt afgebakende criteria voor directe opname in het stelsel
(ernstige dreiging in combinatie met één van de vier dreigingsfenomenen) passen. Zelfs
als een casus niet direct of evident onder ernstige dreiging valt en/of niet afkomstig
is van een van de fenomenen, kan deze op basis van professioneel inzicht van de politie,
de KMar en/of het OM toch worden aangedragen voor de triagetafel, indien de beschikbare
informatie hiertoe aanleiding geeft.
Toepassing van het toetsingskader
Het toetsingskader wordt in het triageproces toegepast met de invulling van het zogenaamde
intakeformulier. Dit formulier operationaliseert de vastgestelde criteria door middel
van specifieke vragen over de context van de dreiging en de kenmerken van de bedreigde
persoon in relatie tot de dreiging, die voor de beslissing over de opname in het stelsel
op het moment van invullen beschikbaar is.