2.1 Transport
2.1.1a Entry- en exitpunten
-
1. [Vervalt]
-
2. De transmissiesysteembeheerder informeert de systeemgebruikers op geschikte wijze
over de actuele lijst van haar entry- en exitpunten, ingedeeld naar relevante marktsegmenten
en publiceert de actuele lijst op haar website.
-
3. De transmissiesysteembeheerder stelt entry- en exitpunten vast op grond van objectieve,
transparante en niet-discriminerende voorwaarden en met inachtneming van de belangen
van systeemgebruikers.
-
4. Onder het vaststellen van entry- en exitpunten in dit artikel, wordt mede begrepen
het laten vervallen van entry- en exitpunten.
-
5. Indien het entry- of exitpunt vervalt vanwege het wegvallen van fysieke gasstromen
of er een entry- of exitpunt ontstaat vanwege nieuwe fysieke gasstromen, is de procedure
als in het zesde tot en met het viertiende lid van dit artikel bepaald niet van toepassing.
-
6. Een voornemen tot wijziging van de vaststelling van interconnectiepunt(en) dat leidt
tot het laten vervallen van alle interconnectiepunten tussen twee entry-exitsystemen
(marktintegratie), zal tenminste achttien maanden voor de geplande invoeringsdatum
bekend worden gemaakt door de transmissiesysteembeheerder in samenwerking met de andere
transmissiesysteembeheerder(s). Deze bekendmaking vindt plaats door publicatie van
het voornemen op de website van de transmissiesysteembeheerder en door toezending
van het voornemen aan de ACM.
-
7. Het voornemen, bedoeld in het zesde lid, bevat tenminste:
-
a. een analyse van de kosten en baten van het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten;
-
b. een analyse van de financiële gevolgen van het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten
voor de systeemgebruikers van de betrokken entry-exitsystemen. De transmissiesysteembeheerder
maakt de financiële gevolgen inzichtelijk aan de hand van een naar jaar gespecificeerde
berekening voor een periode van tenminste vijf jaren;
-
c. informatie over de technische en operationele voorzieningen die ten behoeve van het
laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten moeten worden getroffen en de
afspraken die daarover zijn gemaakt met de andere transmissiesysteembeheerder(s).
-
8. De transmissiesysteembeheerder stelt systeemgebruikers in de gelegenheid om binnen
zes weken na publicatie van het voornemen een schriftelijke reactie te geven op het
voornemen. De transmissiesysteembeheerder zendt een afschrift van de ontvangen reacties
op het voornemen aan de ACM.
-
9. De transmissiesysteembeheerder geeft niet eerder uitvoering aan het voornemen dan
nadat:
-
a. de ACM heeft beoordeeld of het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten
plaatsvindt overeenkomstig de in het derde lid genoemde criteria;
-
b. de ACM en de betrokken buitenlandse nationale regulerende instantie(s) hebben vastgesteld
welke technische en operationele maatregelen getroffen dienen te worden door de betrokken
transmissiesysteembeheerders;
-
c. de ACM en de betrokken buitenlandse nationale regulerende instantie(s), hebben vastgesteld
of en, zo ja, welke vergoedingsmaatregel vanwege het kostenveroorzakingsprincipe dient
te worden getroffen ter vergoeding van het transport van gas tussen de betrokken transmissiesysteembeheerders.
De vergoedingsmaatregel beperkt de nadelige effecten op de inkomsten van de betrokken
transmissiesysteembeheerders en voorkomt ongeoorloofde kruissubsidiëring tussen systeemgebruikers.
Verder draagt de vergoedingsmaatregel bij aan kostenreflectieve tarieven.
-
10. Het in het negende lid, onderdelen a, b en c genoemde zal binnen een termijn van twaalf
maanden worden uitgevoerd of sneller indien dat mogelijk is. De overschrijding van
deze termijn laat de verplichting van de transmissiesysteembeheerder om niet eerder
uitvoering te geven aan het voornemen dan nadat het in het negende lid, onderdelen a,
b en c is doorlopen, onverlet. De ACM zal de uitkomsten van de in het negende lid,
onderdelen a tot en met c bedoelde onderzoeken, op geschikte wijze bekendmaken.
-
11. Indien de transmissiesysteembeheerder het voornemen heeft om, anders dan vanwege marktintegratie,
een entry- of exitpunt vast te stellen, dan geldt de hiernavolgende procedure:
-
a. De transmissiesysteembeheerder meldt dit voornemen aan de ACM uiterlijk twee maanden
voordat zij uitvoering wil geven aan dit voornemen.
-
b. De ACM beoordeelt dit voornemen op een materieel effect voor de systeemgebruikers
en deelt de uitkomst van deze beoordeling met de systeemgebruikers.
-
c. Indien er sprake is van een materieel effect zal de transmissiesysteembeheerder in
overleg treden met de systeemgebruikers.
-
d. Indien er sprake is van een materieel effect zal de ACM binnen een termijn van drie
maanden of sneller indien dat mogelijk is:
-
1°. beoordelen of het vaststellen van het entry- of exitpunt plaatsvindt overeenkomstig
de in het derde lid genoemde criteria;
-
2°. vaststellen of en, zo ja, welke compenserende maatregel vanwege het kostenveroorzakingsprincipe
dient te worden getroffen teneinde ongeoorloofde kruissubsidiëring tussen systeemgebruikers
te voorkomen. De compenserende maatregel draagt bij aan kostenreflectieve tarieven.
-
12. De transmissiesysteembeheerder geeft niet eerder uitvoering aan haar voornemen, bedoeld
in het dertiende lid, dan dat de procedure in het dertiende lid, onderdelen a tot
en met d is doorlopen.
2.1.2 Entry- en exitcapaciteit
Omschrijving
Gecontracteerde entrycapaciteit geeft het recht om op een entrypunt een hoeveelheid
gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden. Gecontracteerde exitcapaciteit
geeft het recht om op een exitpunt een hoeveelheid gas per uur aan het transmissiesysteem
te onttrekken.
Contractering en toewijzing
Entry- en exitcapaciteit wordt onderscheiden in verschillende capaciteitsproducten.
De capaciteitsproducten verschillen wat betreft de aanvangsdatum en aanvangstijd,
de duur waarvoor entry- of exitcapaciteit wordt gecontracteerd en de prijs die op
het capaciteitsproduct van toepassing is.
Op interconnectiepunten biedt de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig artikel 9
van NC-CAM standaard jaarcapaciteitsproducten, standaard kwartaalcapaciteitsproducten,
standaard maandcapaciteitsproducten, standaard dagcapaciteitsproducten en standaard
within-day-capaciteitsproducten aan. Deze standaard capaciteitsproducten worden gecontracteerd
en aan erkende balanceringsverantwoordelijken toegewezen door middel van een veiling
als bepaald in NC-CAM.
Op binnenlandse entry- en exitpunten worden jaarcapaciteitsproducten, kwartaalcapaciteitsproducten,
maandcapaciteitsproducten, dagcapaciteitsproducten en within-day-capaciteitsproducten
onderscheiden. Jaar-, kwartaal-, maand-, dag- en within-day-capaciteitsproducten hebben
op binnenlandse entry- en exitpunten dezelfde aanvangsdatum, aanvangstijd en duur
als de standaard capaciteitsproducten zoals beschreven in artikel 9 van NC-CAM, met
uitzondering van jaarcapaciteitsproducten die elke gasmaand kunnen aanvangen. Op binnenlandse
entry- en exitpunten, niet zijnde exitpunten die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem
en een distributiesysteem, worden deze capaciteitsproducten gecontracteerd en aan
balanceringsverantwoordelijken of aangeslotenen met exitcapaciteit toegewezen volgens
het first come first served principe. Op binnenlandse exitpunten die de verbinding
vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem wordt de exitcapaciteit
gecontracteerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1.2b tot en met 2.1.2e.
Indien een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotenen met exitcapaciteit op binnenlandse
entry- en exitpunten op dezelfde dag op een entry- of exitpunt entry- of exitcapaciteit
contracteert in een willekeurige combinatie van kwartaal-, maand- en dagcapaciteitsproducten,
zal de transmissiesysteembeheerder op verzoek van de balanceringsverantwoordelijken
of aangeslotenen met exitcapaciteit per schijf van gelijke hoeveelheid gecontracteerde
entry- of exitcapaciteit het volgende doen:
-
a. Indien de te betalen prijs voor de combinatie van gecontracteerde kwartaal-, maand-
en dagcapaciteitsproducten hoger is dan de prijs van een jaarcapaciteitsproduct, dan
wordt voor die schijf het jaarcapaciteitsproduct gecontracteerd, mits de daartoe benodigde
capaciteit op het betreffende entry- of exitpunt beschikbaar is;
-
b. Indien de te betalen prijs voor de combinatie van gecontracteerde maand- en dagcapaciteitsproducten
binnen één gaskwartaal hoger is dan de prijs voor het betreffende kwartaalcapaciteitsproduct,
dan wordt het betreffende kwartaalcapaciteitsproduct gecontracteerd, mits de daartoe
benodigde capaciteit op het betreffende entry- of exitpunt beschikbaar is; of
-
c. Indien de te betalen prijs voor de combinatie van gecontracteerde dagcapaciteitsproducten
binnen één maand hoger is dan de te betalen prijs voor het maandcapaciteitsproduct,
dan wordt het betreffende maandcapaciteitsproduct gecontracteerd, mits de daartoe
benodigde capaciteit op het betreffende entry- of exitpunt beschikbaar is.
Afschakelbare entry- en exitcapaciteit
Entry- en exitcapaciteit kunnen door de transmissiesysteembeheerder in de vorm van
afschakelbare transportcapaciteit worden aangeboden. Gecontracteerde afschakelbare
entrycapaciteit geeft het voorwaardelijke recht om op een entrypunt een hoeveelheid
gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden. Gecontracteerde afschakelbare
exitcapaciteit geeft het voorwaardelijke recht om op een exitpunt een hoeveelheid
gas per uur aan het transmissiesysteem te onttrekken. De transmissiesysteembeheerder
biedt afschakelbare entrycapaciteit of exitcapaciteit slechts aan indien vaste entrycapaciteit
of vaste exitcapaciteit niet meer beschikbaar is. Van afschakelbare entry- of exitcapaciteit
kan uitsluitend gebruik worden gemaakt indien de systeemgebruikers van het transmissiesysteem
die op het betreffende entrypunt of exitpunt beschikken over vaste entry- of exitcapaciteit
dan wel eerder gecontracteerde afschakelbare entry- of exitcapaciteit, niet (volledig)
van hun entrycapaciteit respectievelijk exitcapaciteit gebruik maken. Indien niet
aan deze voorwaarde wordt voldaan, kan de systeemgebruiker op het desbetreffende entry-
of exitpunt (deels) worden afgeschakeld. Het afschakelen zal worden uitgevoerd in
de volgorde van de volgens artikel 5.1.6 vastgelegde tijdstempels, en bij gelijke tijdstempels naar rato van de nominaties.
Overige voorwaarden
Op binnenlandse entry- en exitpunten zal de transmissiesysteembeheerder onverwijld,
met inachtneming van artikel 2.1.12, naar mate er bestaande vaste entrycapaciteit
of bestaande vaste exitcapaciteit beschikbaar komt, de gecontracteerde afschakelbare
entrycapaciteit opwaarderen naar vaste entrycapaciteit respectievelijk vaste exitcapaciteit.
Het opwaarderen zal worden uitgevoerd in de volgorde van de volgens artikel 5.1.6 vastgelegde tijdstempels.
2.1.2a
De transmissiesysteembeheerder houdt exitcapaciteit aan ten behoeve van exitpunten
die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een direct aangeslotene. De transmissiesysteembeheerder
houdt uitsluitend exitcapaciteit aan die gecontracteerd is voor de duur van een jaar
een kwartaal of een maand. De exitcapaciteit voor een direct aangeslotene wordt aangehouden
tot uiterlijk één maand voor het aflopen van de al gecontracteerde exitcapaciteit
op het betreffende exitpunt.
2.1.2b
De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor alle exitpunten die de verbinding vormen
tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem gezamenlijk de planparameters
en publiceert deze voorafgaand aan elk kalenderjaar op zijn website. De planparameters
omvatten de plancapaciteit, de plancapaciteit profielverbruikers, de standaardcapaciteit
profielverbruikers, de plancapaciteit telemetrieverbruikers en de exitcapaciteit benodigd
voor pieklevering, als bedoeld en onder omstandigheden zoals omschreven in artikel 3.30, lid 1 van het Energiebesluit. De transmissiesysteembeheerder publiceert de wijze waarop de planparameters worden
bepaald op haar website. Bij de bepaling als bedoeld in de vorige twee volzinnen geldt
dat de som van de plancapaciteit profielverbruikers en de plancapaciteit telemetrieverbruikers
gelijk is aan de plancapaciteit. De standaardcapaciteit profielverbruikers plus de
plancapaciteit telemetrieverbruikers wordt geheel gecontracteerd door de gezamenlijke
balanceringsverantwoordelijken met erkenning LB. De standaardcapaciteit profielverbruikers
en plancapaciteit telemetrieverbruikers worden in de vorm van vaste exitcapaciteit
gecontracteerd. De transmissiesysteembeheerder verdeelt de standaardcapaciteit profielverbruikers,
plus de plancapaciteit telemetrieverbruikers over de balanceringsverantwoordelijken
n met erkenning LB op basis van gegevens uit de aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerders
volgens de methodiek van artikel 2.1.2d respectievelijk artikel 2.1.2e.
2.1.2c
-
1. De distributiesysteembeheerders doen aan de transmissiesysteembeheerder maandelijks
uiterlijk op de zesde werkdag volgende op de eerste kalenderdag van de maand opgave
van de volgende gegevens voor de aansluitingen direct aangesloten op het distributiesysteem,
geldend per eerste kalenderdag van die maand, per exitpunt per balanceringsverantwoordelijke
per leverancier:
-
a. Voor profielverbruikers:
-
b. Voor telemetrieverbruikers:
-
c. Voor de systeemverliezen:
-
2. Uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de
gegevens betrekking hebben verstrekken de distributiesysteembeheerders de genoemde
gegevens nogmaals aan de transmissiesysteembeheerder, waarbij zij correcties verwerken
die zijn aangebracht naar aanleiding van opmerkingen die zijn ingediend door balanceringsverantwoordelijken
n en leveranciers bij de distributiesysteembeheerders.
-
3. De distributiesysteembeheerders zenden op dezelfde dagen de genoemde gegevens tevens
naar de desbetreffende balanceringsverantwoordelijken. Balanceringsverantwoordelijken
zijn gehouden de conform dit artikel door de distributiesysteembeheerder in de eerste
maand verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele
vermeende fouten zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vijf werkdagen vóór de verstrekking
van nieuwe gegevens in de vierde maand conform dit artikel, te melden bij de distributiesysteembeheerder.
-
4. De transmissiesysteembeheerder gebruikt de nogmaals verstrekte gegevens voor een herziening
van de verdeling de standaardcapaciteit profielafnemers plus de plancapaciteit telemetrieverbruikers
over de balanceringsverantwoordelijken.
-
5. De distributiesysteembeheerder draagt er zorg voor dat informatie, die aan de transmissiesysteembeheerder,
balanceringsverantwoordelijken en leveranciers wordt verschaft, consistent is.
2.1.2d
De transmissiesysteembeheerder bepaalt de in een maand door elke balanceringsverantwoordelijken
met erkenning LB gecontracteerde hoeveelheid exitcapaciteit ten behoeve van profielverbruikers
en voor de systeemverliezen. Dit gebeurt op basis van de volgens artikel 2.1.2b en
2.1.2c vastgestelde respectievelijk verstrekte gegevens dan wel informatie uit de
aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerder als volgt:
Waarbij de maandelijkse fractie voor het profielverbruik wordt bepaald met:
FG1A,maand = Max(UurfractiesG1A,maand)
FG2A,maand = Max(UurfractiesG2A,maand)
FG2C,maand = Max(UurfractiesG2C,maand)
waarin:
|
OVBV,systeemgebied,profiel
|
De OV-exitcapaciteit voor profielverbruikers van een bepaalde balanceringsverantwoordelijke
voor een bepaald systeemgebied
|
|
SJVCat, BV, systeemgebied
|
De som van de standaardjaarverbruiken voor alle profielverbruikers met een bepaalde
afnamecategorie voor een bepaalde balanceringsverantwoordelijke voor een bepaald systeemgebied.
|
|
Cat
|
Aansluitcategorie
|
|
JVGMN, BV, systeemgebied
|
De som van de uurlijkse volumes systeemverliezen
|
|
SCprofiel,land
|
De standaardcapaciteit profielverbruikers
|
|
PCprofiel,land
|
De plancapaciteit profielverbruikers
|
|
PCpiek
|
De piekcapaciteit, zijnde dat deel van de plancapaciteit profielverbruikers dat is
bedoeld voor de pieklevering aan eindafnemers van gas met een kleine aansluiting volgens
artikel 3.30 van het Energiebesluit
|
|
FGx,maand
|
De maximale uurfractie voor de profielenmethodiek conform bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas voor afnamecategorie x bij de referentietemperatuur behorend bij de onderhavige maand
|
|
MCprofiel,land
|
De modelcapaciteit voor alle profielverbruikers in Nederland, bepaald met de bovenstaande
formule (d.w.z. door het product van het standaardjaarverbruik per categorie en maximale
uurfractie te sommeren over alle balanceringsverantwoordelijken en alle systeemgebieden).
|
|
FFprofiel
|
De fitfactor profielverbruikers
|
De berekening wordt uitgevoerd volgens het volgende stappenplan:
|
Stap
|
Door
|
Frequentie
|
Bepaling grootheid
|
Actie
|
|
1a
|
TSB
|
jaar
|
PC
PCtelemetrie
PCprofiel
|
Bepaal de plancapaciteit, plancapaciteit profielverbruikers en de plancapaciteit telemetrieverbruikers.
|
|
1b
|
TSB
|
jaar
|
SCprofiel
|
Bepaal de standaardcapaciteit profielverbruikers door de piekcapaciteit voor kleinverbruikers
af te trekken van de plancapaciteit profielverbruikers.
|
|
2a
|
DSB
|
maand
|
Aantal profielverbruikerss,
som SJV
|
Bepaal het aantal profielverbruikers per profielcategorie en de som van de standaardjaarverbruiken
per profielcategorie.
|
|
2b
|
DSB
|
maand
|
Jaarverbruik GMN
|
|
|
2c
|
DSB
|
maand
|
|
Stuur de resultaten van stappen 2a en 2b naar de TSB.
|
|
3a
|
TSB
|
maand
|
MCprofiel, land
|
Bepaal de modelcapaciteit
|
|
3b
|
TSB
|
maand
|
FFprofiel
|
Bepaal de fitfactor voor profielverbruikers (FFprofiel) door de standaardcapaciteit profielverbruikers (SCprofiel) te delen door de modelcapaciteit.
|
|
4
|
TSB
|
maand
|
OVBV,systeemgebid, profiel
|
Bepaal per balanceringsverantwoordelijke per systeemgebied de gecontracteerde capaciteit
voor profielverbruikers door per maand de maximale profielfractie (volgens bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas) bij de voor die maand geldende referentietemperatuur te vermenigvuldigen met de
som van het standaardjaarverbruik per balanceringsverantwoordelijke en met de fitfactor
voor profielverbruikers.
|
2.1.2e
De transmissiesysteembeheerder bepaalt de in een maand door elke balanceringsverantwoordelijke
met erkenning LB ten behoeve van telemetrieverbruikers gecontracteerde hoeveelheid
exitcapaciteit, op basis van de volgens artikel 2.1.2b en 2.1.2c vastgestelde respectievelijk
verstrekte gegevens dan wel informatie uit de aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerders
als volgt:
OVBV,systeemgebied,telemetrie = FFtelemetrie · pftelemetrie · GCBV,systeemgebied
Met:
waarin:
|
OVBV,systeemgebied,telemetrie
|
De OV-exitcapaciteit voor telemetrieverbruikers van een bepaalde balanceringsverantwoordelijke voor een bepaald systeemgebied
|
|
pftelemetrie
|
De profielfactor telemetrieverbruik.
|
|
GCBV,systeemgebied
|
De som van de maxverbruiken van alle telemetrieverbruikers waarvoor een balanceringsverantwoordelijke in een bepaald systeemgebied de balanceringsverantwoordelijkheid uitoefent.
|
|
GCx(BV, systeemgebied)
|
Maxverbruik voor telemetrieverbruiker x waarvoor een balanceringsverantwoordelijke de balanceringverantwoordelijkheid uitoefent in een bepaald systeemgebied
|
|
GCland
|
De som van de maxverbruiken van alle telemetrieverbruikers in het land = som van GCPV,
systeemgebied van alle balanceringsverantwoordelijken en voor alle systeemgebieden
|
|
PCtelemetrie
|
De plancapaciteit telemetrieverbruiker
|
|
FFtelemetrie
|
Fitfactor telemetrieverbruiker
|
De berekening wordt uitgevoerd volgens het volgende stappenplan:
|
Stap
|
Door
|
Frequentie
|
Bepaling grootheid
|
Actie
|
|
1
|
TSB
|
jaar
|
PC
PCtelemetrie
PCprofiel
|
Bepaal de plancapaciteit, plancapaciteit profielverbruikers en de plancapaciteit telemetrieverbruikers
(dit is dezelfde actie als stap 1a in artikel 2.1.2d)
|
|
2a
|
DSB
|
maand
|
GCBV,systeemgebied
|
Bepaal per systeemgebied de som van de maxverbruiken van alle telemetrieverbruikers
per balanceringsverantwoordelijke
|
|
2b
|
DSB
|
maand
|
|
Stuur de resultaten van stap 2a naar de TSB
|
|
3
|
TSB
|
maand
|
GCland
|
Bepaal de som over alle DSB-exitpunten van GCBV,systeemgebied
|
|
4
|
TSB
|
maand
|
FFtelemetrie
|
Bepaal de fitfactor telemetrieverbruikers door PCtelemetrie te delen door GCland
|
|
5
|
TSB
|
maand
|
|
Publiceer FFtelemetrie op de website
|
|
6
|
TSB
|
maand
|
|
Bepaal per balanceringsverantwoordelijke per systeemgebied de gecontracteerde capaciteit
telemetrieverbruikers
maand door de som van GCBV,systeemgebied en het FFtelemetrie te vermenigvuldigen met de profielfactor telemetrieverbruikers telemetrie pftelemetrie
|
2.1.2f
De transmissiesysteembeheerder publiceert de te hanteren fitfactor profielverbruikers,
de fitfactor telemetrieverbruikers, de referentietemperaturen, de profielfracties
voor profielverbruikers en de profielfactoren telemetrieverbruik op zijn website.
2.1.2g
Voor profielverbruikers achter een niet OV-exitpunt reserveert de transmissiesysteembeheerder
voldoende exitcapaciteit.
2.1.2h Wheelingcapaciteit
Omschrijving wheeling
Op entry- en exitpunten die op dezelfde locatie liggen, biedt de transmissiesysteembeheerder,
naast de entry- en exitcapaciteit beschreven in artikel 2.1.2, ook wheelingcapaciteit
aan. Gecontracteerde wheelingcapaciteit geeft het recht om op een entrypunt een hoeveelheid
gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden en op een op dezelfde locatie gelegen
exitpunt weer aan het transmissiesysteem te onttrekken tegen een gereduceerd entry-
en exittarief. De hoeveelheid in een uur in te voeden gas dient gelijk te zijn aan
de hoeveelheid te onttrekken gas in hetzelfde uur. De gecontracteerde wheelingcapaciteit
wordt door de transmissiesysteembeheerder geregistreerd in een separaat portfolio.
Contractering en toewijzing
Wheelingcapaciteit wordt gecontracteerd en aan balanceringsverantwoordelijken toegewezen
volgens het first come first served principe. Wheelingcapaciteit kan vanaf 1 januari
2014 niet worden gecontracteerd tussen een binnenlands entry- of exitpunt en een interconnectiepunt.
Wheelingcapaciteit die is gecontracteerd voor 1 januari 2014 zal worden gerespecteerd.
De transmissiesysteembeheerder biedt wheelingcapaciteit slechts aan indien de aangeboden
wheelingcapaciteit niet van invloed is op de aangeboden entry- en exitcapaciteit als
bedoeld in artikel 2.1.2. Wheelingcapaciteit wordt onderscheiden jaar-, kwartaal en
maandcapaciteitsproducten. De combinatie van entry- en exitpunten waarvoor wheelingcapaciteit
wordt aangeboden wordt door de transmissiesysteembeheerder op zijn website gepubliceerd.
2.1.7 Diversion
2.1.7.1
-
1. Diversion betreft het recht van een balanceringsverantwoordelijken om gecontracteerde
entrycapaciteit of exitcapaciteit te verplaatsen naar een ander op dezelfde locatie
gelegen entrypunt respectievelijk exitpunt onder de voorwaarde dat er geen extra beslag
op transportcapaciteit wordt gelegd.
-
2. In het geval van diversion tussen twee virtuele interconnectiepunten ligt minimaal
een van de interconnectiepunten die geïntegreerd zijn tot een van beide virtuele interconnectiepunten
op dezelfde locatie als een van de interconnectiepunten die geïntegreerd zijn tot
het andere virtuele interconnectiepunt.
-
3. In het geval van diversion tussen een virtueel interconnectiepunt en een binnenlands
entry- of exitpunt ligt minimaal één van de interconnectiepunten die geïntegreerd
zijn tot het virtuele interconnectiepunt op dezelfde locatie als het betreffende binnenlandse
entry- of exitpunt.
2.1.7.2
-
1. Diversion wordt aangevraagd via een formulier dat de transmissiesysteembeheerder op
zijn website publiceert.
-
2. De transmissiesysteembeheerder weigert de aanvraag indien de aangevraagde diversion
extra beslag op transportcapaciteit legt.
-
3. De transmissiesysteembeheerder publiceert op zijn website voor welke combinatie van
entry- en exitpunten diversion wordt aangeboden.
2.1.7.3
-
1. Alvorens een balanceringsverantwoordelijke diversion kan uitvoeren naar een interconnectiepunt
moet de balanceringsverantwoordelijke de capaciteit op dat interconnectiepunt contracteren
via het reguliere veilingproces beschreven in artikel 2.1.2.
-
2. De betalingsverplichting op het entry- of exitpunt waar capaciteit naar toe wordt
verplaatst, volgt rechtstreeks uit lid 1.
-
3. Indien de betalingsverplichting op het entry- of exitpunt waar capaciteit naar toe
wordt verplaatst, lager is dan de betalingsverplichting op het oorspronkelijke entry-
of exitpunt, dan blijft de oorspronkelijke betalingsverplichting in stand.
-
4. Diversion, bedoeld in het eerste lid, kan voor een jaar-, kwartaal- of maandcapaciteitsproduct
worden gecontracteerd.
2.1.7.4
-
1. Diversion op de overige entry- of exitpunten wordt gecontracteerd en aan balanceringsverantwoordelijken
toegewezen volgens het first come first served principe.
-
2. De betalingsverplichting op het entry- of exitpunt waar capaciteit naar toe wordt
verplaatst, wordt afgeleid van het oorspronkelijke capaciteitsproduct en het tarief
van dat product op het entry- of exitpunt waar capaciteit naar toe wordt verplaatst
en de periode waarover wordt verplaatst.
-
3. Indien de betalingsverplichting op het entry- of exitpunt waar capaciteit naartoe
verplaatst wordt lager is dan de betalingsverplichting op het oorspronkelijke entry-
of exitpunt, dan blijft de oorspronkelijke betalingsverplichting in stand.
-
4. Diversion, bedoeld in het eerste lid, kan voor een jaar-, kwartaal-, maand of dag
capaciteitsproduct worden gecontracteerd.
2.1.7.5
De status van de door middel van diversion verplaatste entry- of exitcapaciteit zal
niet worden aangetast tenzij deze verplaatsing de status van de entry- of exitcapaciteit
van een andere balanceringsverantwoordelijken zou aantasten
2.1.8 Verlegging
Omschrijving
Verlegging geeft het recht om exitcapaciteit van een binnenlands exitpunt voor een
bepaalde periode te verplaatsen naar een ander binnenlands exitpunt.
Contractering en toewijzing
Een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit kan een verzoek
voor verlegging indienen bij de transmissiesysteembeheerder. De transmissiesysteem
beoordeelt het verzoek voor verlegging. De transmissiesysteembeheerder honoreert het
verzoek voor verlegging indien het verzoek voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
-
a. De verlegging is gerelateerd aan onderhoud of incidenten aan de zijde van de aangeslotene
die leiden tot merkbare beperking van technisch operationele en tijdelijke aard in
de mogelijkheid om gas te onttrekken op het exitpunt waar de balanceringsverantwoordelijke
of aangeslotene met exitcapaciteit exitcapaciteit heeft gecontracteerd;
-
b. De verlegging heeft betrekking op een aaneengesloten periode die niet langer is dan
de vooraf bepaalde duur van de merkbare beperking bedoeld in onderdeel a;
-
c. De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit kan de gecontracteerde
exitcapaciteit op het exitpunt waar de merkbare beperking, als bedoeld in onderdeel a,
zich voordoet, geheel of gedeeltelijk benutten op een ander exitpunt binnen het portfolio
van de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit;
-
d. De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit heeft in het kalenderjaar
waarop het verzoek tot verlegging betrekking heeft minder dan tweemaal gebruik gemaakt
van verlegging op een specifiek exitpunt;
-
e. De te verleggen gecontracteerde exitcapaciteit is beschikbaar op het exitpunt waar
de gecontracteerde exitcapaciteit naar toe moet worden verlegd; en
-
f. De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit heeft het verzoek
voor verlegging zo spoedig mogelijk nadat zij op de hoogte was van de (aanstaande)
merkbare beperking ingediend.
Overige voorwaarden
De status van de door middel van verlegging verplaatste exitcapaciteit zal niet worden
aangetast tenzij deze verplaatsing de status van de exitcapaciteit van een andere
balanceringsverantwoordelijke zou aantasten.
2.1.9 Aanpassen gecontracteerde transportcapaciteit bij opstarten of uitbreiden gasinstallaties.
2.1.9.1
Bij het opstarten of het uitbreiden van met een aansluiting op het transmissiesysteem
kan een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit de transmissiesysteembeheerder
verzoeken om initieel een geschatte hoeveelheid transportcapaciteit te contracteren
voor een periode van ten hoogste vier opeenvolgende gasmaanden en de gecontracteerde
transportcapaciteit na afloop van deze periode bij te stellen naar het maximum van
de gebruikte capaciteit per maand.
2.1.9.2
De aanpassing of uitbreiding als bedoeld in artikel 2.1.9.1 wordt vastgelegd in een
aparte overeenkomst tussen enerzijds de transmissiesysteembeheerder en anderzijds
de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit, met daarin
opgenomen de geschatte transportcapaciteit. De geschatte transportcapaciteit dient
een redelijke beoordeling te zijn van de benodigde transportcapaciteit en dient binnen
een gasmaand constant te zijn. De geschatte transportcapaciteit vormt de basis voor
de (voorlopige) berekening van het in rekening te brengen bedrag bij de balanceringsverantwoordelijke
of de aangeslotene met transportcapaciteit.
2.1.9.3
De balanceringsverantwoordelijke of de aangeslotene met transportcapaciteit mag de
geschatte transportcapaciteit overschrijden. Als hiervoor vooraf toestemming van de
transmissiesysteembeheerder benodigd is, zal dit opgenomen worden in de overeenkomst.
2.1.9.4
Het overdragen van transportcapaciteit of het gebruik van transportcapaciteit conform
2.1.10 met betrekking tot de geschatte transportcapaciteit als bedoeld in artikel 2.1.9.2,
is alleen mogelijk voor de gehele geschatte transportcapaciteit en voor de gehele
periode waarvoor de transportcapaciteit wordt geschat.
2.1.9.5
Na afloop van de periode van ten hoogste vier maanden waarvoor de transportcapaciteit
is geschat, bepaalt de transmissiesysteembeheerder voor elke gasmaand van de periode
een waarde voor de transportcapaciteit in de betreffende gasmaand. Deze waarde is
gelijk aan het maximum van de gebruikte transportcapaciteit in die maand, zoals gemeten
op basis van de Meetcode gas LNB. De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit sluit een
herziene overeenkomst met de transmissiesysteembeheerder waarmee deze transportcapaciteit
wordt gecontracteerd en afgerekend op grond van het bepaalde in artikel 3.6 tot en met 3.10 van de Tarievencode gas TSB en DSB. Indien geen toestemming vooraf is vereist voor het overschrijden van de geschatte
transportcapaciteit is de waarde van de transportcapaciteit in de herziene overeenkomst
gelijk aan de gebruikte transportcapaciteit. Indien wel vooraf toestemming is vereist
voor het overschrijden van de geschatte transportcapaciteit is de waarde van de transportcapaciteit
in de herziene overeenkomst gelijk aan de gebruikte transportcapaciteit voor zover
de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit vooraf toestemming
heeft gevraagd en ontvangen van de transmissiesysteembeheerder om de geschatte transportcapaciteit
te overschrijden.
2.1.9.6
Indien er sprake is van overschrijding van de geschatte transportcapaciteit waarvoor
de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit toestemming
heeft gevraagd, maar niet heeft gekregen, of waarvoor voorafgaande toestemming vereist
was maar welke niet is gevraagd, wordt deze overschrijding aangemerkt als een overschrijding
bedoeld in artikel 3.10 van de Tarievencode gas TSB en DSB, en als zodanig afgerekend na afloop van de periode van ten hoogste vier maanden
waarvoor de transportcapaciteit wordt geschat. Dit geldt eveneens indien toestemming
is verleend voor overschrijding, maar de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene
met transportcapaciteit meer transportcapaciteit gebruikt dan waarvoor toestemming
was verkregen.
2.1.10 Overdracht van transportcapaciteit of het gebruiksrecht
Algemeen
2.1.10.1
Een balanceringsverantwoordelijke of een aangeslotene met exitcapaciteit heeft het
recht gecontracteerde transportcapaciteit of het gebruik van transportcapaciteit (verder:
gebruiksrecht) over te dragen aan een andere balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene
met exitcapaciteit. Het overdragen van transportcapaciteit of het gebruiksrecht is
mogelijk tussen een aangeslotene met exitcapaciteit en een balanceringsverantwoordelijke
voor zover het de exitcapaciteit op het exitpunt van de aangeslotene met exitcapaciteit
betreft of tussen balanceringsverantwoordelijken onderling. Het overdragen van transportcapaciteit
of het gebruiksrecht heeft betrekking op gecontracteerde transportcapaciteit of het
gebruiksrecht voor één of meer gasdagen of voor één of meer gasmaanden in de toekomst
gelegen.
2.1.10.2
Beide partijen dienen gezamenlijk bij de transmissiesysteembeheerder een verzoek in
tot het overdragen van transportcapaciteit of het gebruiksrecht. Met de overdracht
wordt het portfolio van de partij die het gebruiksrecht krijgt overgedragen uitgebreid.
In verband met artikel B1.10, lid 1, toetst de transmissiesysteembeheerder of de actuele kredietruimte van deze partij
nog toereikend is alvorens medewerking te verlenen aan de overdracht. Wordt een verzoek
ingediend door middel van het elektronisch boekingsplatform, dan zal de transmissiesysteembeheerder
de bevestiging van de medewerking nog dezelfde dag verzenden; een verzoek ingediend
door middel van het standaardformulier zal binnen 4 werkdagen worden bevestigd. De
overgedragen transportcapaciteit of het overgedragen gebruiksrecht kunnen op zijn
vroegst door de overnemende partij worden gebruikt op de gasdag nadat de transmissiesysteembeheerder
de bevestiging heeft verzonden. De overnemende partij draagt op het betreffende entry-
of exitpunt balanceringsverantwoordelijkheid.
Transportcapaciteit
2.1.10.3
De overgedragen capaciteit wordt als een nieuw contract geregistreerd waarbij het
type capaciteitproduct, zoals bedoeld in artikel 2.1.2, wordt overgenomen uit het
oorspronkelijke contract.
2.1.10.4
De transmissiesysteembeheerder zal de balanceringsverantwoordelijke of de aangeslotene
met exitcapaciteit ter bevestiging van de medewerking een e-mail sturen met een link
naar de nieuwe overeenkomsten. Indien geen gebruik is gemaakt van het elektronisch
boekingsplatform, wordt de overdracht bevestigd per brief of e-mail met daarbij de
nieuwe overeenkomsten.
Het gebruiksrecht
2.1.10.5
Door alleen het gebruiksrecht over te dragen verkrijgt de overnemende balanceringsverantwoordelijke
het recht om de transportcapaciteit op het betreffende entry- of exitpunt te gebruiken.
Het tarief voor het transport wordt ongewijzigd bij de partij die het gebruiksrecht
heeft overgedragen in rekening gebracht.
2.1.10.6
Wordt de overeenkomst betreffende transport (tussentijds) beëindigd en is het gebruiksrecht
geheel of gedeeltelijk overgedragen, dan eindigt tevens dit gebruiksrecht. De transmissiesysteembeheerder
zal in dat geval de partij die het gebruiksrecht overgedragen heeft gekregen van de
partij die de transportcapaciteit rechtstreeks bij de transmissiesysteembeheerder
heeft gecontracteerd de mogelijkheid bieden de transportcapaciteit behorende bij het
gebruiksrecht te contracteren. Na melding door de transmissiesysteembeheerder dient
de betreffende partij binnen drie werkdagen te besluiten of hij van deze mogelijkheid
gebruik wenst te maken.
2.1.10.7
Diversion zoals beschreven in 2.1.7 kan niet worden gecontracteerd met betrekking
tot het gebruiksrecht dat een balanceringsverantwoordelijke overgedragen heeft gekregen.
2.1.10.8
De transmissiesysteembeheerder zal medewerking aan het overdragen van het gebruiksrecht
bevestigen door middel van een e-mail.
2.1.10.9
Kosten verband houdende met het gebruiksrecht worden door de transmissiesysteembeheerder
in rekening gebracht bij de balanceringsverantwoordelijke die het gebruiksrecht overgedragen
heeft gekregen. Kosten die verband houden met het gebruiksrecht zijn kosten in verband
met overschrijdingen van de gecontracteerde capaciteit, kosten voortkomend uit de
balancering en kosten gerelateerd aan het verrekenen van correcties op allocaties.
2.1.11 [vervallen]
2.1.12
De transmissiesysteembeheerder waardeert gecontracteerde afschakelbare transportcapaciteit
zoals beschreven in artikel 2.1.2 en 2.1.2h op naar vaste gecontracteerde transportcapaciteit
tenzij de balanceringsverantwoordelijke binnen uiterlijk vijf werkdagen na het sluiten
van de betreffende overeenkomst bij de transmissiesysteembeheerder aangeeft dat hij
voor deze overeenkomst niet in aanmerking wenst te komen voor het opwaarderen van
de gecontracteerde afschakelbare transportcapaciteit.
2.1.13
Voor exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een verbruiker op het transmissiesysteem
zal de transmissiesysteembeheerder de verzoeken tot het contracteren van exitcapaciteit
van twee of meer partijen, die samen de totaal beschikbare exitcapaciteit op het betreffende
exitpunt overschrijden, onder de volgende voorwaarden accepteren:
-
– de verbruiker heeft schriftelijk verklaard dat de maximale afname op het betreffende
exitpunt nimmer de totaal beschikbare exitcapaciteit zal overschrijden; en
-
– ieder van de verzoeken van een van de partijen is kleiner dan of gelijk aan de totaal
beschikbare exitcapaciteit.
2.1.14 Teruggeven van gecontracteerde entry- en exitcapaciteit
De transmissiesysteembeheerder zal in overeenstemming met artikel 2.2.4 van Bijlage 1
bij de Verordening (EU) 2024/1789 het teruggeven van gecontracteerde vaste entry- en exitcapaciteit op interconnectiepunten
faciliteren.
De entry- en exitcapaciteit kan worden teruggegeven voor een periode van een jaar
(beginnende op 1 oktober), een kwartaal of een maand. De aangeboden entry- en exitcapaciteit
dient gedurende de gehele teruggaveperiode constant te zijn.
Gedurende de periode tussen het teruggeven van de entry- en exitcapaciteit en het
sluiten van de bijbehorende veiling kan de balanceringsverantwoordelijke de betreffende
entry- en exitcapaciteit niet op andere wijze verhandelen.
Ingeval meerdere balanceringsverantwoordelijken entry- en exitcapaciteit teruggeven,
maar niet alle teruggegeven entry- en exitcapaciteit volledig kan worden geheralloceerd,
zal herallocatie over deze balanceringsverantwoordelijken plaatsvinden op volgorde
van diens tijdstip van aanvraag voor teruggave van de entry- en exitcapaciteit.
Indien en voorzover teruggegeven (backhaul) entry- en exitcapaciteit door de transmissiesysteembeheerder
opnieuw wordt verkocht, wordt de teruggeven (backhaul) entry- en exitcapaciteit niet
in rekening gebracht.
2.1.15 Terugkoop
De transmissiesysteembeheerder zal in overeenstemming met artikel 2.2.2 van Bijlage 1
bij de Verordening (EU) 2024/1789 zo nodig het recht op het gebruik van entry- of exitcapaciteit terugkopen.
2.1.15.1
In Bijlage 2 wordt vastgelegd op welke wijze de transmissiesysteembeheerder de omvang van de technische
vaste entry- en exitcapaciteit en de overboekcapaciteit bepaalt.
2.1.15.2
Wanneer, ten gevolge van nominaties boven de technische capaciteit, de systeemintegriteit
van het transmissiesysteem gevaar loopt, zal de transmissiesysteembeheerder op interconnectiepunten
een terugkoopveiling starten om het voorziene knelpunt te voorkomen. De terugkoopveiling
houdt in dat balanceringsverantwoordelijken voor de betreffende uren het gebruik van
hun transportrechten aanpassen.
2.1.15.3
Vanuit het boekingsplatform wordt 3 uur voor het uur (T) waarin het knelpunt optreedt
een notificatie verzonden aan balanceringsverantwoordelijken. In deze notificatie
wordt aangegeven:
-
– op welk(e) entry- en/of exitpunt(en) de terugkoopveiling betrekking heeft;
-
– voor welke uurhoeveelheid en flowrichting terugkoop plaatsvindt;
-
– de aaneengesloten uren waarvoor terugkoop plaatsvindt.
2.1.15.4
De balanceringsverantwoordelijke die wenst deel te nemen aan de terugkoopveiling dient
zijn bieding(en) te plaatsen tussen T-2¾ en T-2¼. De balanceringsverantwoordelijke
dient een bieding te doen zodanig dat:
-
– bij gecontracteerde entry- of exitcapaciteit in de flowrichting van de terugkoop de
nominatie wordt verhoogd (tot maximaal de gecontracteerde entry- of exitcapaciteit);
-
– bij gecontracteerde entry- of exitcapaciteit tegen de flowrichting van de terugkoop
in de nominatie wordt verlaagd.
2.1.15.5
De veiling start op T-2¼ uur en vindt plaats conform het veilingalgoritme ‘uniform
price auction’ als gedefinieerd in NC-CAM, echter met de volgende afwijkingen:
-
– de terugkoopveiling kan op elk willekeurig uur van de gasdag starten;
-
– de periode waarvoor de veiling plaatsvindt, kent geen standaard duur;
-
– de terugkoopveiling kent geen gereguleerd tarief en heeft een bodemprijs van nul;
-
– de balanceringsverantwoordelijke geeft in de bieding(en) een minimumprijs aan die
hij wenst te ontvangen.
2.1.15.6
Direct na de terugkoopveiling ontvangen balanceringsverantwoordelijken die een succesvolle
bieding hebben geplaatst hiervan bericht en zijn deze balanceringsverantwoordelijken
verplicht de in het bericht genoemde hoeveelheid voor de betreffende uren te hernomineren
vóór uur T-2, oftewel de balanceringsverantwoordelijke dient de nominatie op T-2 ten
opzichte van de nominatie geldend op T-3 aan te passen conform de hoeveelheid in het
bericht met het veilingresultaat.
2.1.15.7
Alvorens de terugkoopveiling te starten zal de transmissiesysteembeheerder verifiëren
of het voorziene knelpunt op andere wijze is op te lossen. Daartoe zal de transmissiesysteembeheerder
onderzoeken of het voorziene knelpunt door het nemen van operationele maatregelen
kan worden opgelost en zal de transmissiesysteembeheerder zo nodig met de aangrenzende
transmissiesysteembeheerders overleggen of het voorziene knelpunt onderling is op
te lossen.
2.1.15.8
De transmissiesysteembeheerder zal jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt
alle noodzakelijke informatie verstrekken om de werking van de overboekings- en terugkoopregeling
te kunnen beoordelen.