Bijlage 1. bij artikel 2.4, derde lid: standaardelementen per aansluitcapaciteit en straatwerk
Algemeen
Deze bijlage betreft een nadere omschrijving van de drie wettelijke elementen van
de aansluiting (artikel 2.4, derde lid) per type aansluiting zoals gedefinieerd in de tabel in bijlage 2: de knip, de verbinding en de beveiliging. Voorts wordt in deze bijlage nader geregeld
welke kosten voor het straatwerk in de aansluittarieven voor de verschillende typen
standaardaansluitingen kunnen worden verwerkt. Deze bijlage heeft niet tot doel alle
onderdelen van de aansluiting in detail te benoemen maar wel om duidelijk aan te geven
waar de aansluiting begint en eindigt. Op basis hiervan kan de systeembeheerder bepalen
welke materialen en werkzaamheden behoren tot de aansluiting en welke kosten gedekt
worden door het aansluittarief (zowel de eenmalige bijdrage als de periodieke vergoeding
voor onderhoud).
1.1. Gewenste aansluitcapaciteit tot en met 1x6A geschakeld
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 1x6A is op de laagspanningskabel
(figuur 1a), hulpader (figuur 1b) of o.v.kabel (figuur 1c) die deel uitmaken van het
systeem van de systeembeheerder. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking
wordt gemaakt op de laagspanningskabel, hulpader of o.v.kabel. De verbinding bestaat
uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging
bevindt zich in een aansluitkast die in het object is gemonteerd. De aansluitkast
wordt nog toegerekend tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De lengte van
de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de
afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde
laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.
Figuur 1. LS geschakeld aansluitingen (1x6A)
1.2. Gewenste aansluitcapaciteit 3x25A tot en met 60 kVA
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 60 kVA is op de laagspanningskabel.
De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel.
De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan
de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van
de aangeslotene. De aansluitkast en het meterbord worden nog gerekend tot de aansluitdienst
van de systeembeheerder. Ook het elektrisch aansluiten van de meetinrichting behoort
tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De aangeslotene kan in de categorie
tot 3x25A bij sommige systeembeheerders kiezen tussen bijvoorbeeld 3x25A, 1x35A of
1x25A. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het
aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt
tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van
de systeembeheerder.
Figuur 2. LS-aansluiting (3x25A – 60 kVA)
1.3. Gewenste aansluitcapaciteit 60 kVA tot en met 0,3 MVA (figuur 3)
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 60 kVA tot en met 0,3 MVA is
op het dichtstbijzijnde algemene LS-voedingspunt in het systeem van de systeembeheerder
(MS/LS-transformatorstation). De knip ligt in het transformatorstation en begint vanaf
de strook op het laagspanningsrek. De verbinding bestaat uit een laagspanningskabel
die loopt vanaf het transformatorstation tot aan de beveiliging binnen de onroerende
zaak van de aangeslotene. Het overdrachtspunt (beveiliging en scheiding) bevindt zich
in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. Het meterbord wordt nog toegerekend
aan de beveiliging op de onroerende zaak van de aangeslotene. De meettransformatoren
dienen vergoed te worden middels het gereguleerde aansluittarief. Ook het elektrisch
aansluiten van de meetinrichting behoort tot de aansluitdienst van de systeembeheerder.
De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief
is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot
het dichtstbijzijnde MS/LS-transformatorstation, dat deel uitmaakt van het systeem
van de systeembeheerder.
Figuur 3. LS-aansluiting af LS-rek transformator (60 – 300 kVA)
1.4. Gewenste aansluitcapaciteit 0,3 MVA tot en met 3 MVA met zuivere MS-aansluiting
De standaard aansluitmethode voor aansluitingen vanaf 0,3 MVA tot en met 3 MVA is
inlussen in het middenspanningsnet. De knip bestaat dus uit de twee verbindingsmoffen
die worden gebruikt om het systeem te verbreken en de aangeslotene in te lussen. De
beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie met twee scheiders en een vermogensschakelaar
en een MS-meetveld (inclusief meettransformatoren). De verbinding bestaat uit twee
middenspanningskabels in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in
een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de
verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand
gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde
middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder (figuur 4).
Figuur 4. Zuivere MS-aansluiting (0,3 – 3 MVA)
1.5. Gewenste aansluitcapaciteit 0,3 MVA tot en met 3 MVA met meting op LS
-
1.5.1 Deze aansluiting wordt gerealiseerd door een transformatiestap aan te bieden en te
meten op laagspanning. Deze meting wordt teruggerekend naar een meting op middenspanningsniveau.
Het transporttarief dat voor deze aangeslotene geldt, wordt door de keuze van de aangeslotene
voor deze variant niet beïnvloed. Tot 630 kVA wordt vaak een compactstation gebruikt
waarin transformator, schakelinstallatie en laagspanningsrek in een kleine behuizing
bijeen zijn geplaatst. Deze oplossing (figuur 5) is voor de aangeslotene voordeliger
dan het aanvragen van een zuivere middenspanningsaansluiting met een middenspanningsmeting
en een vermogensschakelaar (figuur 4).
-
1.5.2 Systeembeheerders geven bij het uitbrengen van een offerte aan de aangeslotene aan
dat de aangeslotene zelf zorg dient te dragen voor een transformator en bijbehorende
behuizing (het compact station). De systeembeheerder stemt het aanleggen van de aansluiting
af met de leverancier en/of installateur van de transformator en het compact station.
De kosten van de transformator, de behuizing ten behoeve van deze transformator en
alle andere onderdelen aan de installatiezijde van de beveiliging (b.v. het laagspanningsrek)
dienen niet in het gereguleerde aansluittarief te worden opgenomen. Bij het indienen
van voorstellen voor aansluittarieven dient de systeembeheerder duidelijk aan te geven
dat de aangeslotene de transformator ook van een derde kan betrekken en dient de systeembeheerder
expliciet rekening te houden met de plaatsing van een transformator door een derde
partij.
-
1.5.3 Bij het aanbieden van zo’n middenspanningsaansluiting (figuur 5) is het gereguleerde
aansluittarief opgebouwd uit de volgende elementen:
De knip bestaat uit de twee verbindingsmoffen die worden gebruikt om het systeem te
verbreken en de aangeslotene in te lussen. De beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie
met twee kabelscheiders en transformatorveld (KTK-installatie). Ook de meettransformatoren
die aan de laagspanningskant van de aansluiting worden aangebracht behoren tot het
gereguleerde aansluittarief. De verbinding bestaat uit twee middenspanningskabels
in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in een compactstation of
een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de
verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand
gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde
middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.
Figuur 5. MS-aansluiting met meting op LS (0,3 – 1 MVA)
1.6. Gewenste aansluitcapaciteit 3 MVA – 10 MVA
Systeembeheerders hebben de mogelijkheid boven 3 MVA op basis van voorcalculatorische
projectkosten (maatwerk) aansluitkosten te bepalen. Voor de categorie aansluitingen
tussen de 3 MVA en 10 MVA wordt dit alleen op verzoek van de aangeslotene gedaan.
Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, eerste lid, toegepast. Indien de aangeslotene geen verzoek doet geldt de standaard aansluitmethode.
De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 3 MVA tot en met 10 MVA is op
een middenspanningsrail van een HS/MS-, TS/MS-, MS/MS-transformatorstation met een
technische capaciteit groter dan 13 MVA of op de MS stamvoeding. De knip bestaat in
deze categorie uit twee of meer afgaande velden van een middenspannings- of tussenspanningsrail.
De verbinding bestaat uit een N-1 veilige voeding bestaande uit twee of meer kabels
in een tracé. De beveiliging bestaat uit minimaal twee vermogensschakelaars, een scheider
en een meetveld aangeboden in één inkoopstation binnen de onroerende zaak van de aangeslotene.
De lengte van de verbinding, die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief
is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot
de dichtstbijzijnde MS rail in een HS/MS-, TS/MS- of MS/MS-transformatorstation met
een technische capaciteit groter dan 13 MVA of de MS stamvoeding, dat deel uitmaakt
van het systeem van de systeembeheerder.
Figuur 6. MS-aansluiting op MS rail (3 – 10 MVA)
1.7. Gewenste aansluitcapaciteit > 10 MVA
Boven 10 MVA bepalen systeembeheerders het aansluittarief op basis van de voorcalculatorische
projectkosten. Voor de bepaling van het aansluittarief wordt als uitgangspunt voor
de offerte genomen het dichtstbijzijnde punt in het systeem van de systeembeheerder
waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De systeembeheerder dient mee te werken
aan onderzoek dat door de aangeslotene of in opdracht van de aangeslotene wordt uitgevoerd
ter controle van de plaats in het systeem waar voldoende capaciteit beschikbaar is.
De aansluittarieven dienen non-discriminatoir en transparant te worden berekend en
vooraf bekend gemaakt te worden. De systeembeheerder dient de standaardelementen van
de aansluiting de knip, de verbinding en de beveiliging nader in te vullen in componenten.
Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, tweede lid, toegepast.
1.8. Straatwerk
Onder straatwerk worden de werkzaamheden verstaan die de systeembeheerder aan de bestrating
moet verrichten om een aansluiting te maken. De systeembeheerder onderhandelt met
gemeenten en anderen over de kosten van het terugleggen van de definitieve bestrating
zowel voor de bestrating ten behoeve van aansluitingen als ten behoeve van werkzaamheden
aan het systeem van de systeembeheerder. De definitieve straatwerkkosten op de openbare
weg en onroerende zaken van derden die ten behoeve van de aansluiting worden doorkruist,
dienen gedekt te worden door middel van het standaardtarief. Daarbij dient de systeembeheerder
in het standaard aansluittarief een gemiddelde op te nemen van de straatwerkkosten.
Binnen de onroerende zaak van de aangeslotene valt alleen het openen en dichtvleien
van open verharding onder het standaardtarief. Derhalve dient in de aansluittarieven
een standaardopslag te worden opgenomen voor straatwerk, die bestaat uit:
-
– het opnemen, het dichtvleien en definitief terugleggen van alle soorten bestrating
op de openbare weg en onroerende zaken van derden die doorkruist worden;
-
– het opnemen en het dichtvleien van open verharding op de onroerende zaak van de aangeslotene.