Vrijstelling K-Othrine ter bestrijding van knutten 2026

[Regeling vervalt per 20-06-2026.]
Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 20-02-2026 t/m heden.

Besluit van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 19 januari 2026, nr. IENW/BSK- 2025/332894 houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 46, eerste lid van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor het gebruik van K-Othrine SC7.5 tegen knutten (Vrijstelling K-Othrine ter bestrijding van knutten 2026)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelezen het verzoek van Envu van 17 november 2025 tot verlenging van de vrijstelling van het verbod op het gebruik van de biocide K-Othrine SC7.5 (suspensie concentraat) op transportwagens voor bepaalde landbouwhuisdieren (herkauwers), ten behoeve van het voorkomen van blauwtong of het bestrijden van het blauwtongvirus;

Gelet op artikel 46, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 55 van Verordening (EU) nr. 528/2012;

BESLUIT:

Artikel 1

Ten behoeve van het voorkomen van blauwtong of het bestrijden van het blauwtongvirus in stallen en andere huisvesting waar herkauwers in quarantaine worden gehouden, en op de binnen- of buitenzijde van veevervoermiddelen waarmee deze herkauwers worden vervoerd, wordt:

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van plaatsing in de Staatscourant waarin het wordt bekendgemaakt, werkt terug tot en met 22 december 2025 en vervalt met ingang van 20 juni 2026.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT – OPENBAAR VERVOER EN MILIEU,

namens deze,

de directeur Omgevingsveiligheid en Milieurisico's,

J. Elsinghorst

Bijlage bedoeld in artikel 2

De biocide K-Othrine SC7.5 kan in Nederland gebruikt worden voor het vector-vrij maken van stallen en transportmiddelen ter bestrijding van Culicoides (knutten), ter voorbereiding van het internationaal vervoeren van herkauwers, onder de volgende voorwaarden:

De risico reducerende maatregelen/restricties die gelden voor de toelating van het middel (ter bestrijding van vliegen) die in het SPC zijn vermeld, gelden ook voor de voor vrijstelling aangevraagde toepassingen. Daarnaast worden risicobeperkende maatregelen toegevoegd om onacceptabele risico’s te voorkomen:

  • Dieren mogen tijdens toepassing van het middel niet aanwezig zijn in de stal of het transportmiddel.

  • Behandelde oppervlakken moeten droog zijn en ruimten moeten worden geventileerd, voordat dieren worden gehuisvest of vervoerd.

  • Om onacceptabele risico's voor het milieu te voorkomen, dient het afvalwater dat vrijkomt bij de behandeling van stallen en transportvoertuigen te worden afgevoerd naar de mestopslag. Het is niet toegestaan om afvalwater te lozen op het vuilwaterriool, oppervlaktewater en/of de bodem. Het middel mag dan ook niet worden toegepast in stallen waarvan de stalvloer is voorzien van een aansluiting op de riolering. Ook mag het middel niet worden toegepast op spuitplaatsen voor voertuigen die afwateren op het vuilwaterriool.

  • Restanten biociden moeten worden afgevoerd door een verwerker van chemisch afval.

  • Bij het schoonmaken van de gebruikte apparatuur en gereedschappen moet het afvalwater worden geloosd op de mestopslag.

Voor deltamethrin zijn MRLs vastgesteld volgens Verordening (EU) 2018/832. Residuen van deltamethrin in dierlijke producten, waarbij dieren worden vervoerd in een met K-Othrine SC7.5 behandeld transportmiddel, dienen aan deze MRLs te voldoen.