Beleidsregels beheerskosten Wlz en overige zorgkosten 2026

[Regeling vervalt per 01-01-2029.]
Geraadpleegd op 25-02-2026. Gebruikte datum 'geldig op' 20-01-2026.
Geldend van 20-01-2026 t/m heden.

Besluit van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 9 december 2025, kenmerk 2025014275, tot vaststelling van de Beleidsregels beheerskosten Wlz en overige zorgkosten 2026

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

Deze Beleidsregels verstaan onder:

Hoofdstuk II. Beheerskosten

§ 1. Algemeen beheerskosten

Artikel 2.1. Vaststelling van het beheerskostenbudget

Het Zorginstituut stelt een voorlopig, nader en definitief beheerskostenbudget voor jaar t vast met inachtneming van de Aanwijzingen voor jaar t.

Artikel 2.2. Afronding van het beheerskostenbudget

Het Zorginstituut rondt het voorlopige, het nadere en het definitieve beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger afrondt naar boven en overige bedragen naar beneden.

Artikel 2.3. Bepaling van de verzekerdenaantallen Wlz

Het Zorginstituut bepaalt het aantal ingeschreven Wlz-verzekerden voor jaar t op het peilmoment 30 juni van het jaar t–1 op basis van de tweede kwartaalstaat Wlz van de Wlz-uitvoerder voor het jaar t–1.

§ 2. Voorlopige vaststelling van het beheerskostenbudget jaar t

Artikel 2.4. Voorlopige vaststelling van het beheerskostenbudget

Het Zorginstituut stelt in januari van jaar t het beheerskostenbudget voor jaar t voorlopig vast voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders.

Artikel 2.5. Voorlopige berekening van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren

  • 1 Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz als volgt:

    • a. een bedrag van 28,702 miljoen euro wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per Wlz-uitvoerder met een zorgkantoorfunctie;

    • b. een bedrag van 3,479 miljoen euro voor maatwerk persoonsgebonden budget (pgb) wordt verdeeld op basis van de opgave van ZN;

    • c. het na toepassing van de onderdelen a en b resterende budget voor de zorgkantoren wordt verdeeld op basis van het aandeel van de Wlz-uitvoerder met zorgkantoorfunctie in de som van de contracteerruimte en het pgb subsidieplafond per oktober van jaar t–1.

  • 2 Indien het Zorginstituut geen opgave van ZN ontvangt voor de verdeling van het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde bedrag, verdeelt het Zorginstituut dit bedrag op basis van het aandeel van de Wlz-uitvoerder met zorgkantoorfunctie in de som van de contracteerruimte en het pgb subsidieplafond per oktober van jaar t–1.

Artikel 2.6. Voorlopige berekening van het beheerskostenbudget voor de Wlz-uitvoerders

  • 1 Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv als volgt:

    • a. een bedrag van 2,998 miljoen euro op basis van een gelijk bedrag per Wlz-uitvoerder;

    • b. een bedrag van 3,604 miljoen euro op basis van het aantal bij hen ingeschreven Wlz-verzekerden;

    • c. een bedrag van 1,857 miljoen euro voor ondersteuningsteams voor regionale samenwerking op basis van de opgave van ZN;

    • d. een bedrag van 0,998 miljoen euro voor de aansluiting van zorgkantoren op de iWlz-registers op basis van de opgave van ZN;

    • e. een bedrag van 0,616 miljoen euro voor beheerskosten voor onafhankelijke cliëntondersteuning op basis van de opgave van ZN;

    • f. een bedrag van 2,695 miljoen euro voor de ontwikkeling van het netwerkmodel iWlz op basis van de opgave van ZN;

    • g. een bedrag van 0,218 miljoen euro voor de Projectleiding creëren langdurig klinisch wonen en verblijf op basis van de opgave van ZN;

    • h. een bedrag van 1,780 miljoen euro voor crisisinterventieteams op basis van de opgave van ZN;

    • i. een bedrag van 0,326 miljoen euro voor beheerskosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van de opgave van ZN;

    • j. een correctiebedrag dat is opgenomen in onderstaande tabel;

    • k. het na toepassing van de onderdelen a tot en met j resterende budget voor de Wlz-uitvoerders op basis van het aantal bij hen ingeschreven Wlz-verzekerden.

  • 2 Indien het Zorginstituut geen opgave van ZN ontvangt voor de verdeling van een of meer van de in eerste lid, onderdeel c tot en met i, genoemde bedragen, verdeelt het Zorginstituut een of meer van deze bedragen op basis van het aantal bij de Wlz-uitvoerder ingeschreven Wlz-verzekerden.

    Tabel correctiebedragen voor 2026

    Wlz-uitvoerder

    Correctiebedrag in euro’s

    A.S.R. Wlz-uitvoerder B.V.

    –1.802

    Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.

    0

    Stichting Zorgkantoor Menzis

    –476.286

    ONVZ Langdurige Zorg B.V.

    –694

    Zorgkantoor DSW B.V.

    0

    Salland Zorgkantoor B.V.

    –61.439

    Stichting Wlz-uitvoerder Zorg en Zekerheid

    692.126

    VGZ Zorgkantoor B.V.

    –137.507

    CZ Zorgkantoor B.V.

    –14.398

    Totaal

    0

Artikel 2.7. Voorlopig vastgesteld bedrag bij uitbesteding van overige taken aan een zorgkantoor

  • 2 Het Zorginstituut rondt het bedrag per Wlz-verzekerde af op 9 decimalen.

§ 3. Nadere vaststelling van het beheerskostenbudget jaar t

Artikel 2.8. Nadere vaststelling van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders

  • 1 Uiterlijk op de eerste werkdag van februari van jaar t+1 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar t voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders nader vast op basis van de bedragen in de meest recente Aanwijzing voor jaar t.

  • 2 Het Zorginstituut berekent de nadere vaststelling van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren overeenkomstig de verdeelmethode in artikel 2.5.

  • 3 Het Zorginstituut berekent de nadere vaststelling van het beheerskostenbudget voor de Wlz-uitvoerders overeenkomstig de verdeelmethode in artikel 2.6.

Artikel 2.9. Nader vastgesteld bedrag bij uitbesteding van overige taken aan een zorgkantoor

Het Zorginstituut stelt het bedrag voor de uitbesteding van de overige taken van een Wlz-uitvoerder aan een zorgkantoor, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, nader vast met de bedragen uit artikel 2.8 en overeenkomstig de methode in artikel 2.7.

§ 4. Definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget jaar t

Artikel 2.10. Definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders

  • 1 Uiterlijk in december van jaar t+2 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar t voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders definitief vast op basis van de bedragen in de meest recente Aanwijzing voor jaar t.

  • 2 Het Zorginstituut berekent de definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren overeenkomstig de verdeelmethode in artikel 2.5.

  • 3 Het Zorginstituut berekent het beheerskostenbudget voor de Wlz-uitvoerders overeenkomstig de verdeelmethode in artikel 2.6.

  • 4 Het Zorginstituut betrekt bij de definitieve vaststelling eventuele correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit voor het beheerskostenbudget van de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders.

Artikel 2.11. Definitief vastgesteld bedrag bij uitbesteding van overige taken aan een zorgkantoor

Het Zorginstituut stelt het bedrag voor de uitbesteding van de overige taken van een Wlz-uitvoerder aan een zorgkantoor, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, definitief vast met de bedragen uit artikel 2.10 en overeenkomstig de methode in artikel 2.7.

Hoofdstuk III. Overschrijding reserve uitvoering wlz

Artikel 3.1. Overschrijding reserve uitvoering Wlz

Het Zorginstituut stelt uiterlijk in december van jaar t+1 de overschrijding van de reserve uitvoering Wlz voor Wlz-uitvoerders vast op basis van het nader vastgesteld beheerskostenbudget en het financieel verslag over jaar t van de betreffende Wlz-uitvoerder.

Hoofdstuk IV. Overige zorgkosten

Artikel 4.1. Definitieve vaststelling vergoeding kosten van zorg die niet door CAK worden uitbetaald

  • 1 Op grond van artikel 4.2, van het Besluit Wfsv vergoedt het Zorginstituut uit het Flz jaarlijks aan de Wlz-uitvoerders de kosten van de zorg die niet door het CAK aan de zorgaanbieders worden uitbetaald.

  • 2 Het Zorginstituut stelt uiterlijk op de eerste werkdag in april van het jaar t+2 de vergoeding voor jaar t definitief vast.

  • 3 Het Zorginstituut bepaalt de hoogte van de vergoeding op het verschil tussen de rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en baten, zoals blijkt uit de opgave over jaar t in het financieel verslag over jaar t van de betreffende Wlz-uitvoerder.

  • 4 Het Zorginstituut betrekt bij de definitieve vaststelling eventuele correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit voor de kosten van zorg die niet door CAK worden uitbetaald over jaar t.

Hoofdstuk V. Betalingen

§ 1. Algemene bepaling voor het rentepercentage

Artikel 5.1. Bepaling rentepercentage

  • 1 Voor het rentepercentage gaat het Zorginstituut uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling gaat het Zorginstituut uit van de rente over de daaraan voorafgaande kalendermaand.

  • 2 De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend. Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld.

  • 3 Indien het in het eerste lid bedoelde Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) niet meer kan worden toegepast, zal het Zorginstituut een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief hanteren.

§ 2. Betalingen voor het beheerskostenbudget jaar t

Artikel 5.2. Betaling voorlopig vastgesteld beheerskostenbudget

  • 1 Het Zorginstituut betaalt het voorlopig vastgesteld beheerskostenbudget voor jaar t, bedoeld in artikel 2.4, uit aan de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders.

  • 2 Het Zorginstituut stelt de maandelijks te betalen termijnen voor het voorlopig vastgesteld beheerkostenbudget vast met het percentage in het betalingsschema in het vierde lid.

  • 3 Het Zorginstituut betaalt de maandelijkse termijnen op de eerste werkdag van de maand uit.

  • 4 Het betalingsschema luidt als volgt:

    Betalingsschema

    Betaalmoment

    Betalingen aan Wlz-uitvoerders en zorgkantoren

    februari van jaar t

    20,0%

    maart van jaar t

    8,0%

    april van jaar t

    8,0%

    mei van jaar t

    8,0%

    juni van jaar t

    8,0%

    juli van jaar t

    8,0%

    augustus van jaar t

    8,0%

    september van jaar t

    8,0%

    oktober van jaar t

    8,0%

    november van jaar t

    8,0%

    december van jaar t

    8,0%

Artikel 5.3. Aanpassing beheerskostenbudget

  • 1 Bij de nadere vaststelling van het beheerskostenbudget voor jaar t, op grond van artikel 2.8, verrekent het Zorginstituut het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en het nader vastgesteld beheerskostenbudget.

  • 2 Bij de definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget voor jaar t, op grond van artikel 2.10, verrekent het Zorginstituut het verschil tussen het nader vastgesteld beheerskostenbudget en het definitief vastgesteld beheerskostenbudget.

  • 3 Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste en tweede lid resulteert in een positief saldo voor een zorgkantoor of Wlz-uitvoerder, betaalt het Zorginstituut dat saldo in één keer uit aan het betreffende zorgkantoor of de betreffende Wlz-uitvoerder.

  • 4 Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste en tweede lid resulteert in een negatief saldo voor een zorgkantoor of Wlz-uitvoerder, vordert het Zorginstituut dat saldo in één keer van het betreffende zorgkantoor of de betreffende Wlz-uitvoerder.

Artikel 5.4. Renteberekening bij aanpassing beheerskostenbudget

  • 1 Het Zorginstituut en het zorgkantoor of de Wlz-uitvoerder zijn over en weer rente verschuldigd over de verschillen, bedoeld in artikel 5.3.

  • 2 Het Zorginstituut berekent de rente, bedoeld in het eerste lid, bij de nadere vaststelling en de definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget en verrekent de rente met afrekeningen die uit deze vaststellingen voortvloeien.

  • 3 Bij de verrekening van verschillen, bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, berekent het Zorginstituut rente over het verschil voor de periode van 1 juli van het jaar t tot de datum waarop de nadere vaststelling van het beheerskostenbudget wordt verrekend.

  • 4 Bij de verrekening van verschillen, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, berekent het Zorginstituut rente over het verschil over de periode van 1 juli van het jaar t tot de datum waarop de definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget wordt verrekend.

§ 3. Betalingen voor de overschrijding reserve uitvoering Wlz

Artikel 5.5. Percentage rente

Het Zorginstituut stelt het percentage rente dat de Wlz-uitvoerder over de reserve geacht wordt te maken vast conform het rentepercentage in artikel 5.1.

Artikel 5.6. Vordering bij overschrijding reserve uitvoering Wlz

Het Zorginstituut vordert de overschrijding van de reserve uitvoering Wlz, bedoeld in artikel 3.1, in één keer van de betreffende Wlz-uitvoerder.

§ 4. Betalingen voor de vergoeding kosten van zorg die niet door CAK worden uitbetaald

Artikel 5.7. Afrekening definitief vastgestelde vergoeding voor de kosten van zorg die niet door CAK worden uitbetaald

  • 1 Indien de definitieve vaststelling, bedoeld in artikel 4.1, resulteert in een positief saldo voor een Wlz-uitvoerder, betaalt het Zorginstituut dat saldo in één keer uit aan de betreffende Wlz-uitvoerder.

  • 2 Indien de definitieve vaststelling, bedoeld in artikel 4.1, resulteert in een negatief saldo voor een Wlz-uitvoerder, vordert het Zorginstituut dat saldo in één keer van de betreffende Wlz-uitvoerder.

Artikel 5.8. Rente en renteberekening bij vergoeding voor de kosten van zorg die niet door CAK worden uitbetaald

  • 1 Het Zorginstituut en de Wlz-uitvoerder zijn over en weer rente verschuldigd over het saldo, bedoeld in artikel 4.1.

  • 2 Het Zorginstituut verwerkt de rente, bedoeld in het eerste lid, bij de definitieve vaststelling en verrekent de rente zo mogelijk met de betaling die uit deze vaststelling voortvloeit.

  • 3 Het Zorginstituut berekent rente over het saldo, bedoeld in artikel 4.1, voor de periode van 1 juli van het jaar t tot de datum waarop de definitieve vaststelling wordt verrekend.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 6.1. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 6.2. Vervallen beleidsregels

De beleidsregels vervallen met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat de beleidsregels van toepassing blijven op de verdeling van de besteedbare middelen voor de beheerskosten Wlz voor het jaar 2026, de bepaling van de overschrijding van de reserve uitvoering Wlz voor het jaar 2026 en de vaststelling van de vergoeding kosten van overige zorgkosten voor het jaar 2026.

Artikel 6.3. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels beheerskosten Wlz en overige zorgkosten 2026.

Deze beleidsregels worden met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Voorzitter Raad van Bestuur

M.J. Janssen