[Red: Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
[Red: Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
[Red: Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
[Red: Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
[Red: Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
[Red: Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
[Red: Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
[Red: Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
[Red: Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
[Red: Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
[Red: Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
[Red: Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
[Red: Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
[Red: Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
[Red: Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
[Red: Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
[Red: Wijzigt de Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen.]
-
2 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid rapporteert jaarlijks over het
gebruik van de drempelvrijstelling voor regelingen voor vervroegde uittreding. Bij
overschrijding van een signaalwaarde van 15.000 nieuwe deelnemers op jaarbasis aan
een regeling voor vervroegde uittreding treedt het kabinet in overleg met sociale
partners over de oorzaken hiervan, de gerichtheid van regelingen voor vervroegde uittreding
en het bijsturen hierop.
-
3 Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid draagt zorg voor een driejaarlijks
ijkmoment, te beginnen in 2028, waarbij aan de hand van de rapportages, bedoeld in
het eerste lid, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën wordt beoordeeld
of de drempelvrijstelling in dezelfde vorm kan blijven bestaan of dat er bijsturing,
afbouw of beëindiging moet plaatsvinden.
Onze Minister zendt drie jaar na de inwerkingtreding van de in artikel IV, onderdelen B en C, opgenomen pseudo-eindheffing een verslag aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
over de doeltreffendheid en de effecten hiervan.
[Red: Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.]
[Red: Wijzigt de Successiewet 1956.]
[Red: Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.]
Artikel 16b van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 vindt
bij het begin van het kalenderjaar 2026 geen toepassing op de bedragen, genoemd in
de tabel die is opgenomen in artikel 9, eerste lid, van die wet en op het bedrag,
genoemd in de laatste zin van dat lid.
[Red: Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.]
-
1 In de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 worden in artikel
9, eerste lid, de bedragen, genoemd in de vierde kolom van de tabel, bij het begin
van het kalenderjaar 2027 bij ministeriële regeling verhoogd met 1,48 procent. Het
bedrag in het eerste lid, laatste zin, wordt eveneens verhoogd met 1,48 procent.
-
2 Bij ministeriële regeling worden, na toepassing van het eerste lid, de bedragen, genoemd
in artikel 9, eerste lid, derde kolom van de tabel, dienovereenkomstig aangepast.
[Red: Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.]
-
1 In de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 worden in artikel
9, eerste lid, de bedragen, genoemd in de vierde kolom van de tabel, bij het begin
van het kalenderjaar 2028 bij ministeriële regeling verhoogd met 1,40 procent. Het
bedrag in het eerste lid, laatste zin, wordt eveneens verhoogd met 1,40 procent.
-
2 Bij ministeriële regeling worden, na toepassing van het eerste lid, de bedragen, genoemd
in artikel 9, eerste lid, derde kolom van de tabel, dienovereenkomstig aangepast.
[Red: Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.]
[Red: Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.]
[Red: Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.]
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
Artikel 90 van de Wet belastingen op milieugrondslag vindt bij het begin van het kalenderjaar
2026 geen toepassing op het tarief voor een broeikasgasinstallatie of lachgasinstallatie,
genoemd in artikel 71p, eerste lid, onderdeel a, van die wet.
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
[Red: Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.]
[Red: Wijzigt de Wet milieubeheer.]
[Red: Wijzigt de Provinciewet.]
[Red: Wijzigt de Provinciewet.]
[Red: Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.]
[Red: Wijzigt de Wet op de accijns.]
[Red: Wijzigt de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.]
[Red: Wijzigt de Wet inkomstenbelasting BES.]
Artikel XXXVa
[Wijziging per 01-03-2026.]
[Red: Wijzigt de Wet vrachtwagenheffing.]
[Red: Wijzigt het Belastingplan 2023.]
[Red: Wijzigt het Belastingplan 2024.]
[Red: Wijzigt het Belastingplan 2025.]
[Red: Wijzigt de Wet van 20 december 2017 tot wijziging van de Wet inkomstenbelasting
2001 tot het geleidelijk uitfaseren van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
(Stb. 2017, 523).]
[Red: Wijzigt de Wet behoud verlaagd btw-tarief op cultuur, media en sport.]
[Red: Wijzigt de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024.]
[Red: Wijzigt de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025.]
Artikel X, onderdeel A vindt geen toepassing op verkrijgingen op grond van huwelijkse voorwaarden die zijn
aangegaan voor 16 september 2025, 16:00 uur, alsmede op verkrijgingen op grond van
een notarieel samenlevingscontract dat is afgesloten voor 16 september 2025, 16:00
uur. De eerste zin is niet langer van toepassing zodra die huwelijkse voorwaarden,
onderscheidenlijk dat notariële samenlevingscontract, op of na dat tijdstip worden,
onderscheidenlijk wordt, gewijzigd met betrekking tot het aandeel in de huwelijksgoederengemeenschap
of de te verrekenen som.
De artikelen 5.26, vierde lid, en 5.31, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting
2001 blijven buiten toepassing voor zover het werkelijke rendement van bezittingen
en schulden, bedoeld in artikel 5.25, eerste lid, van die wet, wordt bepaald over
bezittingen of schulden die direct voorafgaand aan 25 augustus 2025, 16.00 uur tot
de bezittingen, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van die wet, onderscheidenlijk
de schulden, bedoeld in artikel 5.3, derde lid, van die wet, behoorden.
-
1 Bij de toepassing van de artikelen 10.1, eerste lid, 10.3, tweede lid, en 10bis.12
van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 20a, tweede lid, en 22d van de
Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 2026 worden de betreffende
bedragen niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor, maar met 1,027782.
-
2 Bij de toepassing van artikel 10.1, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001
en artikel 20b, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van
het kalenderjaar 2026 wordt het betreffende bedrag niet vermenigvuldigd met de uitkomst
van de daarin opgenomen formule, maar, in afwijking van het eerste lid, met 1,02083650.
-
3 Het eerste lid is niet van toepassing op de bedragen, genoemd in de artikelen 4.17a,
achtste lid, onderdeel c, 5.5, 9.4, eerste lid, onderdeel c, en 9.4a, eerste lid,
onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De bedragen, bedoeld in de artikelen en onderdelen, genoemd in artikel XXXV, onderdeel
c, van het Belastingplan 2024, waarop artikel 10.1, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting
2001 van overeenkomstige toepassing is bij het begin van het kalenderjaar 2026, worden
daarbij niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor, maar met 1,027782.
Artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vindt met betrekking tot artikel 5.13
van die wet geen toepassing bij het begin van het kalenderjaar 2027.
Na toepassing van de artikelen I, onderdeel A, en III, onderdeel B, artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 20a, tweede lid,
en 20b, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar
2026 worden de bedragen in kolom III van de tabellen in de artikelen 2.10, eerste
lid, en 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en in de artikelen 20a,
eerste lid, en 20b, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij ministeriële
regeling gewijzigd in de bedragen die na toepassing van die bepalingen voortvloeien
uit de bij het begin van het kalenderjaar 2026 in de kolommen I en II van die tabellen
vermelde bedragen en de in kolom IV van die tabel vermelde percentages.
Artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is bij het begin van het kalenderjaar
2026 van overeenkomstige toepassing op het in de artikelen 23, derde en vierde lid,
van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
vermelde bedrag, onderscheidenlijk laatstvermelde bedrag.
Artikel 27a van de Wet op de accijns vindt bij het begin van het kalenderjaar 2026
geen toepassing op de bedragen, genoemd in artikel 27, eerste lid, onderdeel a, tweede
bedrag, onderdeel b, tweede bedrag, en onderdeel d, van die wet.
Ingeval de samenloop van wetten die in 2025 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd
en wijzigingen aanbrengen in een of meer belastingwetten, niet of niet juist is geregeld,
of indien als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van
artikelen, artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten,
kunnen die wetten op dit punt bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2026.