Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet

[Regeling treedt (deels) in werking per 01-01-2027.]
Geraadpleegd op 26-02-2026.
Toekomstige tekst vanaf 01-01-2027.

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 oktober 2025, kenmerk 4240651-1089923-WJZ, houdende nadere regels over de jaarverantwoording op grond van artikel 4.5.2 van de Jeugdwet (Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet) [KetenID WGK27708]

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid;

Gelet op de artikelen 4.3.1, derde lid, 4.5.2, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, van de Jeugdwet, artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg, artikel 2, vierde lid, en artikel 4, van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC, de artikelen 2.5.3, tweede lid, en 2.5.4, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 2.14 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en artikel 6.19, zesde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Artikel 1. Begripsbepalingen

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • boekjaar: kalenderjaar waarop de jaarverantwoording betrekking heeft;

  • dochtermaatschappij: rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • eenmanszaak: natuurlijke persoon die jeugdhulp doet verlenen, anders dan in het kader van een maatschap of vennootschap waarvan hij vennoot is;

  • financiële verantwoording: in artikel 4.5.2, tweede lid, onderdeel a, van de wet voorgeschreven document dat per boekjaar openbaar wordt gemaakt;

  • formeel buitenlandse vennootschap: vennootschap als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen waarop het recht van een der lidstaten van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 niet van toepassing is;

  • groep: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • groepsmaatschappij: rechtspersoon of vennootschap die met een of meer andere rechtspersonen en vennootschappen is verbonden in een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • jaarverantwoording: jaarverantwoording als bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, van de wet;

  • personenvennootschap: maatschap als bedoeld in artikel 1655 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, vennootschap onder firma als bedoeld in artikel 16 van het Wetboek van Koophandel of commanditaire vennootschap als bedoeld in artikel 19 van het Wetboek van Koophandel;

  • verslag van de interne toezichthouder: verslag waarin de interne toezichthouder verantwoording aflegt over zijn handelen en de resultaten die dat handelen heeft opgeleverd;

  • wet: Jeugdwet.

Hoofdstuk 2. Financiële verantwoording

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Artikel 2. Toepasselijke modellen en regels

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 Onverminderd artikel 9 maken de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling, anders dan bedoeld in het derde en vierde lid, als financiële verantwoording een jaarrekening openbaar die is ingericht overeenkomstig bijlage 1 bij deze regeling, met dien verstande dat:

    • a. indien aan artikel 4 is voldaan: de Modellen A en B mogen worden gehanteerd en de vrijstellingen, bedoeld in artikel 5, mogen worden toegepast;

    • b. indien aan artikel 6 is voldaan: de Modellen C en D mogen worden gehanteerd en de vrijstellingen, bedoeld in artikel 7, mogen worden toegepast;

    • c. indien aan artikel 8, eerste en tweede lid, is voldaan: de vrijstelling, bedoeld in artikel 9, derde lid, mag worden toegepast op Model E.

  • 2 Op de jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, zijn de afdelingen 2 tot en met 6 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de volgende artikelen:

    • a. 361, tweede lid;

    • b. 362, zesde en zevende lid;

    • c. 363, eerste lid, tweede zin, en zesde lid;

    • d. 373, vijfde lid;

    • e. 377, vierde lid;

    • f. 379, vierde en vijfde lid;

    • g. 380, derde lid; en

    • h. 389, vierde en vijfde lid.

  • 3 Een jeugdhulpaanbieder maakt als financiële verantwoording een balans en een staat van baten en lasten met toelichting openbaar die is ingericht overeenkomstig bijlage 2 bij deze regeling, indien hij is aan te merken als een personenvennootschap, met uitzondering van een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma waarvan alle vennoten die volledig jegens schuldeisers aansprakelijk zijn voor de schulden, kapitaalvennootschappen naar buitenlands recht zijn.

  • 4 Een jeugdhulpaanbieder die is aan te merken als eenmanszaak, maakt een financiële verantwoording openbaar die is ingericht overeenkomstig bijlage 3.

Artikel 3. Financiële derivaten

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 De toelichting op de financiële verantwoording van een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die financiële derivaten heeft aangetrokken, bevat naast hetgeen overigens voortvloeit uit deze regeling:

    • a. een weergave van het beleid ten aanzien van financiële derivaten en de uitvoering daarvan in het boekjaar; en

    • b. per aangetrokken financieel derivaat een weergave van:

      • 1°. het type derivaat;

      • 2°. de ingangsdatum en de einddatum;

      • 3°. de nominale waarde en de balanswaarde aan het einde van het boekjaar; en

      • 4°. indien van toepassing, het gegeven dat bij een renteswap, de looptijd of de nominale waarde lager of hoger is dan die van de onderliggende lening of de groep van leningen, waaraan het derivaat kan worden toegerekend.

Artikel 4. Vereisten micro

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 Een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die een jaarrekening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, openbaar maakt en die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan minimaal twee van de in het tweede lid omschreven vereisten kan zijn jaarrekening overeenkomstig bijlage 1, Modellen A en B, inrichten en artikel 5 toepassen.

  • 2 De vereisten, bedoeld in het eerste lid, zijn:

    • a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 450.000;

    • b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 900.000;

    • c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 10.

  • 3 Voor de toepassing van het tweede lid worden meegeteld de waarde van de activa, de netto-omzet en het gemiddeld aantal werknemers van groepsmaatschappijen, die in de consolidatie zouden moeten worden betrokken als de jeugdhulpbieder of de gecertificeerde instelling een geconsolideerde jaarrekening zou moeten opstellen. Dit geldt niet, indien de jeugdhulpbieder of de gecertificeerde instelling artikel 9, derde lid, onderdeel b, toepast.

  • 4 Voor het eerste en tweede boekjaar geldt het eerste lid eveneens voor een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die op de balansdatum van het eerste boekjaar aan de desbetreffende vereisten heeft voldaan.

Artikel 5. Vrijstellingen micro

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 In het geval, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, mogen de volgende bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig worden toegepast:

    • a. op de beperkte balans en de toelichting hierop: artikel 395a, derde en vierde lid;

    • b. op de beperkte winst- en verliesrekening en de toelichting hierop: artikel 395a, vijfde lid;

    • c. op de toelichting: artikel 395a, zesde lid.

  • 2 Waardering van activa en passiva tegen marktwaarde is niet toegestaan.

Artikel 6. Vereisten klein

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 Een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die een jaarrekening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, openbaar maakt en die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan minimaal twee van de in het tweede lid omschreven vereisten kan zijn jaarrekening overeenkomstig bijlage 1, Modellen C en D, inrichten en toepassen.

  • 2 De vereisten, bedoeld in het eerste lid, zijn:

    • a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 7.500.000;

    • b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 15.000.000;

    • c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 50,

      waarbij artikel 4, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing is.

Artikel 7. Vrijstellingen klein

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, mogen de volgende bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig worden toegepast:

  • a. op de balans en de toelichting hierop: artikel 396, derde lid, met dien verstande dat de opgave, bedoeld in artikel 373, vijfde lid, eerste volzin, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet van toepassing is;

  • b. op de toelichtingen op de balans en de winst- en verliesrekening: artikel 396, vijfde lid, met dien verstande dat in aanvulling op de tweede volzin van dat artikellid ook de artikelen 380c, 380d en 383b tot en met 383e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zijn.

Artikel 8. Vereisten en vrijstelling middelgroot

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 Een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die een jaarrekening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, opstelt en die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan minimaal twee van de in het tweede lid omschreven vereisten kan voor de jaarrekening de vrijstelling, bedoeld in het derde lid, toepassen op Model E in bijlage 1.

  • 2 De vereisten, bedoeld in het eerste lid, zijn:

    • a. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 25.000.000;

    • b. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 50.000.000;

    • c. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 250,

      waarbij artikel 4, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing is.

  • 3 Op de toelichting op de balans is artikel 397, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9. Geconsolideerde jaarrekening

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 Een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die een jaarrekening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, openbaar moet maken en die alleen of samen met een andere groepsmaatschappij, aan het hoofd staat van zijn groep, maakt als financiële verantwoording naast de eigen jaarrekening, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor deze groep een geconsolideerde jaarrekening openbaar, waarin zijn opgenomen de eigen financiële gegevens met die van zijn dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.

  • 2 Een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die een jaarrekening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, openbaar moet maken en waarop het eerste lid niet van toepassing is, maar die in zijn groep een of meer dochtermaatschappijen heeft of andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft, maakt als financiële verantwoording naast de eigen jaarrekening, bedoeld in artikel 2, eerste lid, een geconsolideerde jaarrekening openbaar, waarin zijn opgenomen de eigen financiële gegevens met die van zijn dochtermaatschappijen in het groepsdeel, andere groepsmaatschappijen in het groepsdeel en andere rechtspersonen in het groepsdeel waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.

  • 3 Consolidatie mag achterwege blijven, indien:

    • a. bij consolidatie wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 6; of

    • b. de financiële gegevens die de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling zou moeten consolideren zijn opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening van een andere rechtspersoon of vennootschap welke jaarrekening voldoet aan het vijfde en zesde lid, dan wel, indien die rechtspersoon of vennootschap geen jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is, aan het vijfde en zesde lid of titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, mits die geconsolideerde jaarrekening openbaar is gemaakt op de in artikel 15 voorgeschreven manier door de jeugdhulpbieder of de gecertificeerde instelling die de consolidatie achterwege laat, tenzij de openbaarmaking door een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling van de desbetreffende groep heeft plaatsgevonden.

  • 4 Indien een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling consolidatie achterwege laat op grond van het derde lid, onderdeel b, vermeldt hij in de toelichting van de eigen jaarrekening de toepassing van het derde lid, onderdeel b, en neemt een verwijzing op naar de geconsolideerde jaarrekening waarin de eigen gegevens zijn opgenomen.

  • 5 Op de geconsolideerde jaarrekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, is afdeling 13 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, uitgezonderd de artikelen 406, 407, tweede en derde lid, 408 en 414, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

  • 6 De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling die een geconsolideerde jaarrekening opstelt, richt deze in overeenkomstig artikel 2, eerste lid, met dien verstande dat:

    • a. de benamingen mogen worden aangepast om het groepskarakter aan te geven;

    • b. in de geconsolideerde balans het aandeel van derden in groepsmaatschappijen afzonderlijk als onderdeel van het groepsvermogen wordt opgenomen;

    • c. indien in een geconsolideerde winst- en verliesrekening het aandeel van derden in het geconsolideerde resultaat na belastingen afzonderlijk wordt gegeven, dit geschiedt na het resultaat na belastingen.

Hoofdstuk 3. Bij de financiële verantwoording te voegen informatie

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Artikel 10. Toe te voegen informatie

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 Een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, voegt aan de financiële verantwoording de volgende informatie toe:

    • a. een controleverklaring die voldoet aan artikel 13, indien de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling niet voldoet aan het bepaalde in artikel 6, eerste lid;

    • b. overige gegevens als omschreven in artikel 392, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij artikel 392, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing is, indien de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling niet voldoet aan het bepaalde in artikel 6, eerste lid;

    • c. een bestuursverslag, indien de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling niet voldoet aan het bepaalde in artikel 6, eerste lid;

    • d. een verslag van de interne toezichthouder, indien de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling op grond van artikel 4.4.1 van de wet moet beschikken over een interne toezichthouder.

    • e. afzonderlijke jaarlijkse verslagen en verklaringen, indien de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 391a, tweede en vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 2 Een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 2, derde lid, voegt aan de financiële verantwoording de volgende informatie toe:

    • a. een controleverklaring die voldoet aan artikel 13artikel 13, indien de jeugdhulpaanbieder niet voldoet aan het bepaalde in artikel 6, eerste lid, waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’;

    • b. een bestuursverslag, indien de jeugdhulpaanbieder niet voldoet aan het bepaalde in artikel 6, eerste lid, waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’;

    • c. een verslag van de interne toezichthouder, indien de jeugdhulpaanbieder op grond van artikel 4.4.1 van de wet moet beschikken over een interne toezichthouder.

  • 3 Een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 2, vierde lid, voegt aan de financiële verantwoording een verslag van de interne toezichthouder toe, indien hij op grond van artikel van artikel 4.4.1 van de wet moet beschikken over een interne toezichthouder.

Artikel 11. Formeel buitenlandse vennootschappen

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

In afwijking van artikel 10 voegt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling die een formeel buitenlandse vennootschap is de volgende informatie toe aan de financiële verantwoording:

  • a. een bestuursverslag;

  • b. een verslag van de interne toezichthouder, indien de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling op grond van artikel 4.4.1 van de wet moet beschikken over een interne toezichthouder; en

  • c. overige gegevens als bedoeld in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die de vennootschap ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen moet deponeren bij het handelsregister.

  • d. afzonderlijke jaarlijkse verslagen en verklaringen, indien de jeugdhulpaanbieder of de gecertifieerde instelling voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 391a, tweede en vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 12. Bestuursverslag

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 Op het bestuursverslag, bedoeld in de artikelen 10 en 11, is artikel 391, uitgezonderd het eerste lid, zinsnede ‘, tenzij (...) besloten’, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing.

  • 2 De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling die ingevolge artikel 9 een geconsolideerde jaarrekening opstelt, mag het bestuursverslag geconsolideerd toevoegen aan de geconsolideerde jaarrekening.

  • 3 De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling die behoort tot een groep waarvoor overeenkomstig het tweede lid het bestuursverslag geconsolideerd is toegevoegd, hoeft niet het bestuursverslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, toe te voegen aan de eigen financiële verantwoording.

  • 4 De aan de financiële verantwoording toe te voegen informatie mag niet onderling in strijd zijn of in strijd zijn met de financiële verantwoording.

Artikel 13. Controleverklaring

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 De controleverklaring, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, bevat de uitslag van het onderzoek omtrent de getrouwheid van de financiële verantwoording, waarbij door de accountant die behoort tot één van de in artikel 4.5.2, derde lid, onderdeel b, van de wet bedoelde categorieën, in ieder geval is onderzocht of:

    • a. de financiële verantwoording het inzicht geeft, bedoeld in artikel 362, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    • b. de financiële verantwoording overeenkomstig deze regeling is opgesteld;

    • c. de in artikel 10, eerste lid, respectievelijk tweede lid, vereiste informatie is toegevoegd aan de financiële verantwoording;

    • d. het bestuursverslag:

      • 1°. voldoet aan artikel 12;

      • 2°. verenigbaar is met de financiële verantwoording;

      • 3°. in het licht van de tijdens het onderzoek van de financiële verantwoording verkregen kennis en begrip omtrent de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat.

  • 2 De controleverklaring omvat ten minste:

    • a. een vermelding op welke financiële verantwoording het onderzoek betrekking heeft en dat de voorschriften van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet hierop van toepassing zijn;

    • b. een beschrijving van de reikwijdte van het onderzoek, waarin ten minste wordt vermeld welke richtlijnen voor de accountantscontrole in acht zijn genomen;

    • c. een oordeel of de financiële verantwoording het inzicht, bedoeld in artikel 362, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, geeft en aan de vereisten bij en krachtens artikel 4.5.2 van de wet voldoet;

    • d. een verwijzing naar bepaalde zaken waarop de accountant in het bijzonder de aandacht vestigt, zonder een verklaring als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, af te geven;

    • e. een vermelding van de gebleken tekortkomingen naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid;

    • f. een oordeel over de verenigbaarheid van het bestuursverslag met de financiële verantwoording, als een bestuursverslag aan de financiële verantwoording moet worden toegevoegd;

    • g. een oordeel of er, in het licht van tijdens het onderzoek van de financiële verantwoording verkregen kennis en begrip omtrent de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling en zijn omgeving, materiële onjuistheden in het bestuursverslag zijn gebleken onder opgave van de aard van die onjuistheden, indien een bestuursverslag aan de financiële verantwoording wordt toegevoegd;

    • h. een verklaring betreffende materiële onzekerheden die verband houden met gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen rijzen of de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling zijn werkzaamheden voort kan zetten;

    • i. een vermelding van de vestigingsplaats van de accountantsorganisatie; en

    • j. een ondertekening en een dagtekening door de accountant.

  • 3 De controleverklaring heeft de vorm van:

    • a. een goedkeurende verklaring;

    • b. een verklaring met beperking;

    • c. een afkeurende verklaring; of

    • d. een verklaring van oordeelonthouding.

Hoofdstuk 4. Andere informatie over de bedrijfsvoering

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Artikel 14. Andere informatie over bedrijfsvoering

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling vermelden de andere informatie betreffende de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, onderdeel c, van de wet, overeenkomstig bijlage 4 bij deze regeling.

  • 2 De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling die ingevolge artikel 9 een geconsolideerde jaarrekening opstellen, mogen de andere informatie betreffende de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, onderdeel c, van de wet overeenkomstig bijlage 4 bij deze regeling geconsolideerd vermelden.

  • 3 De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling die behoort tot een groep waarvoor overeenkomstig het tweede lid andere informatie betreffende de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 4.5.2, tweede lid, onderdeel c, van de wet overeenkomstig bijlage 4 bij deze regeling geconsolideerd is vermeld, hoeft niet te voldoen aan het eerste lid.

Hoofdstuk 5. Openbaarmaking

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Artikel 15. Tijdstip van openbaarmaking

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 Een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling maakt vóór 1 juni van het kalenderjaar volgend op het boekjaar de jaarverantwoording openbaar.

  • 2 De zorgautoriteit kan op aanvraag van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling tot 31 december van het kalenderjaar volgend op het boekjaar uitstel verlenen voor het tijdstip van openbaarmaking op grond van bijzondere omstandigheden.

  • 3 Een aanvraag tot uitstel wordt langs elektronische weg door de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling vóór 1 april van het kalenderjaar volgend op het boekjaar bij de zorgautoriteit ingediend via het door de zorgautoriteit daartoe beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 16. Wijze van openbaarmaking

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 De openbaarmaking geschiedt langs elektronische weg door deponering van de volledig in de Nederlandse taal en euro gestelde jaarverantwoording bij het CIBG via het platform DigiMV.

  • 2 Bij het deponeren van de financiële verantwoording en de daarbij te voegen stukken, mag de handtekening door de accountant, interne toezichthouder, eigenaar, bestuurder of vennoot achterwege blijven, onder vermelding van de voor- en achternaam van diegene waarvan de ondertekening bij deponering achterwege is gelaten.

  • 3 De vastgestelde jaarverantwoording wordt openbaar gemaakt met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële toestand tussen 31 december van het boekjaar en de datum van vaststelling is gebleken.

  • 4 Indien blijkt dat de openbaar gemaakte jaarverantwoording in ernstige mate tekortschiet, dan meldt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling dit onverwijld bij het CIBG via het elektronische platform DigiMV overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling.

Hoofdstuk 6. Gevolgen van rechtshandelingen waardoor jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen ophouden te bestaan

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Artikel 17. Jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die ophoudt

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 Indien een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling in het boekjaar partij was bij een rechtshandeling die ertoe leidde dat één of meer jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen ophielden jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling te zijn, betrekt hij in zijn jaarverantwoording over het boekjaar tevens de gegevens en andere informatie van die één of meer gewezen jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen.

  • 2 Een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling geeft in het geval van waarderingsverschillen van activa en passiva in vergelijking met de laatste financiële verantwoording van de betrokken gewezen jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling, een toelichting op die verschillen in de financiële verantwoording over het boekjaar.

  • 3 Het eerste en tweede lid gelden niet voor gegevens en andere informatie die zijn betrokken in de jaarverantwoording over het boekjaar van een andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die op de in artikel 15 voorgeschreven wijze openbaar is gemaakt.

Hoofdstuk 7. Onderwijsinstelling met jeugdhulpcomponent

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Artikel 18. Jeugd- en onderwijsinstellingen

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

  • 1 In afwijking van deze regeling is de Regeling jaarverslaggeving onderwijs van overeenkomstige toepassing op de jaarverantwoording van een jeugdhulpaanbieder, indien:

    • a. de jeugdhulpaanbieder tevens een bekostigde onderwijsinstelling is; en

    • b. de netto-omzet van de jeugdhulpaanbieder gedurende twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende balansdata, voor een groter aandeel bestaat uit onderwijs dan uit jeugdhulp, waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’.

  • 2 In afwijking van deze regeling is de Regeling jaarverslaggeving onderwijs van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede boekjaar van een jeugdhulpaanbieder waarvan op de balansdatum van het eerste boekjaar een groter aandeel van de netto-omzet bestaat uit onderwijs dan uit jeugdhulp, waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’.

Hoofdstuk 8. Wijzigingsbepalingen

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Artikel 19. Wijziging Regeling Jeugdwet

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

[Red: Wijzigt de Regeling Jeugdwet.]

Artikel 20. Wijziging Regeling openbare jaarverantwoording WMG

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

[Red: Wijzigt de Regeling openbare jaarverantwoording WMG.]

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Artikel 21. Inwerkingtreding

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2027.

Artikel 22. Citeertitel

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J.Z.C.M. Tielen

Bijlage 1. Jaarrekening voor een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Model A Beperkte balans voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a

Activa

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

A Vaste activa

   

Kosten die verband houden met de oprichting en met de uitgifte van aandelen

   

Overige vaste activa

   
     

B Vlottende activa

   

Van aandeelhouders opgevraagde stortingen

   

Overige vlottende activa

   
     

Totaal activa

   

Passiva

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

C Eigen vermogen

   
     

D Voorzieningen

   
     

E Langlopende schulden (nog voor meer dan één jaar)

   
     

F Kortlopende schulden (ten hoogste één jaar)

   
     

Totaal passiva

   

Vermelding dat er geen overlopende activa en passiva met betrekking tot de overige bedrijfskosten zijn opgenomen.

Model B Beperkte winst- en verliesrekening voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a

Beperkte winst- en verliesrekening

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

Netto-omzet1

   
     

Overige bedrijfsopbrengsten2

   
     

Kosten voor grondstoffen en hulpmiddelen

   

Lonen en salarissen3

   

Waardecorrecties

   

Overige bedrijfskosten4

   
     

Som der bedrijfslasten

   
     

Resultaat voor belastingen

   
     

Belastingen5

   
     

Resultaat na belastingen

   

1 Onder de netto-omzet wordt verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen (artikel 2:377, zesde lid, BW).

2 Incidentele opbrengsten, zoals verkoopopbrengsten van onroerend goed.

3 Personeel in loondienst (PIL).

4 Onder deze post vallen ook de ‘overige personeelskosten’.

5 Belastingen op resultaat en overige belastingen, voor zover niet opgenomen onder de eerdergenoemde posten.

Model C Balans voor jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, die Model A niet gebruiken

Activa

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

A Vaste activa

   

I Immateriële vaste activa

   

II Materiële vaste activa

   

III Financiële vaste activa

   
     

B Vlottende activa

   

I Voorraden

   

II Vorderingen en overlopende activa

   

III Effecten

   

IV Liquide middelen

   
     

Totaal activa

   

Passiva

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

C Eigen vermogen

   

I Gestort en opgevraagd kapitaal

   

II Agio

   

III Herwaarderingsreserve

   

IV Wettelijke en statutaire reserves

   

V Bestemmingsreserve

   

VI Bestemmingsfonds

   

VII Overige reserves

   

VIII Onverdeelde winsten1

   
     

D Voorzieningen

   
     

E Langlopende schulden (nog voor meer dan één jaar)

   
     

F Kortlopende schulden (ten hoogste één jaar) en overlopende passiva

   
     

Totaal passiva

   

1 Bovenaan de balans wordt aangegeven of daarin de bestemming van het resultaat is verwerkt. Is de bestemming van het resultaat niet verwerkt, dan moet op de balans het resultaat na belastingen afzonderlijk worden vermeld als laatste post van het eigen vermogen.

TOELICHTING

Model D Winst- en verliesrekening voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, die Model B niet gebruiken

Winst- en verliesrekening

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

     

Netto omzet1

   
     

Wijziging in voorraden gereed product en onderhanden werk ten opzichte van de voorafgaande balansdatum

   

Geactiveerde productie voor het eigen bedrijf

   

Overige bedrijfsopbrengsten2

   
     

Som der bedrijfsopbrengsten

   
     

Kosten van grond- en hulpstoffen

   

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten3

   

Lonen en salarissen4

   

Sociale lasten

   

Pensioenlasten

   

Afschrijvingen op immateriële vaste activa en materiële vaste activa

   

Overige waardevermindering immateriële vaste activa en materiële vaste activa

   

Bijzondere waardevermindering van vlottende activa

   

Overige bedrijfskosten5

   
     

Som der bedrijfslasten

   
     

Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

   

Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

   

Waardeverandering van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

   

Rentelasten en soortgelijke kosten

   
     

Resultaat voor belastingen

   
     

Belastingen6

   

Aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

   
     

Resultaat na belastingen

   

1 Onder de netto-omzet wordt verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen (artikel 2:377, zesde lid, BW).

2 Incidentele opbrengsten, zoals verkoopopbrengsten van onroerend goed.

3 Zogenoemde ‘Personeel niet in loondienst’ (PNIL), waaronder uitzendkrachten, gedetacheerden, zelfstandige zonder personeel (zzp’ers) en onderaannemers.

4 Personeel in loondienst (PIL).

5 Onder deze post vallen ook de ‘overige personeelskosten’.

6 Belastingen op resultaat en overige belastingen, voor zover niet opgenomen onder de eerdergenoemde posten.

TOELICHTING

Model E Balans voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, die de Modellen A en C niet gebruiken

Activa

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

A Vaste activa

   

I Immateriële vaste activa

   

1. kosten van oprichting en uitgifte van aandelen

   

2. kosten van ontwikkeling

   

3. concessies, vergunningen en intellectuele eigendom

   

4. goodwill

   

5. vooruitbetaald op immateriële vaste activa

   
     

II Materiële vaste activa

   

1. bedrijfsgebouwen en -terreinen

   

2. machines en installaties

   

3. andere vaste bedrijfsmiddelen

   

4. vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

   

5. niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar

   
     

III Financiële vaste activa

   

1. deelnemingen in groepsmaatschappijen

   

2. vorderingen op groepsmaatschappijen

   

3. andere deelnemingen

   

4. vorderingen op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

   

5. overige effecten

   

6. overige vorderingen

   
     

B Vlottende activa

   

I Voorraden

   

1. grond- en hulpstoffen

   

2. onderhanden werk

   

3. gereed product en handelsgoederen

   

4. vooruitbetaald op voorraden

   
     

II Vorderingen

   

1. op handelsdebiteuren

   

2. op groepsmaatschappijen

   

3. op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

   

4. overige vorderingen

   

5. van aandeelhouders opgevraagde stortingen

   

6. overlopende activa

   
     

III Effecten

   
     

IV Liquide middelen

   
     

Totaal activa

   

Passiva

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

C Eigen vermogen

   

I Gestort en opgevraagd kapitaal

   

II Agio

   

III Herwaarderingsreserve

   

IV Wettelijke en statutaire reserve

   

1. Wettelijke

   

2. Statutaire

   

V Bestemmingsreserve

   

VI Bestemmingsfonds

   

VII Overige reserves

   

VIII Onverdeelde winst1

   
     

D Voorzieningen

   

1. voor pensioenen

   

2. voor belastingen

   

3. overige

   
     

E Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)

   

1. converteerbare leningen

   

2. andere obligatieleningen en onderhandse leningen

   

3. schulden aan banken

   

4. vooruit ontvangen op bestellingen

   

5. schulden aan leveranciers en handelskredieten

   

6. te betalen wissels en cheques

   

7. schulden aan groepsmaatschappijen

   

8. schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

   

9. belastingen en premies sociale verzekeringen

   

10. schulden ter zake van pensioenen

   

11. overige schulden

   

12. overige passiva

   
     

F Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) en overlopende passiva

   

1. converteerbare leningen

   

2. andere obligaties en onderhandse leningen

   

3. schulden aan banken

   

4. vooruit ontvangen op bestellingen

   

5. schulden aan leveranciers en handelskredieten

   

6. te betalen wissels en cheques

   

7. schulden aan groepsmaatschappijen

   

8. schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

   

9. belastingen en premies sociale verzekeringen

   

10. schulden ter zake van pensioenen

   

11. overige schulden

   

12. overige passiva

   
     

Totaal passiva

   

1 Bovenaan de balans wordt aangegeven of daarin de bestemming van het resultaat is verwerkt. Is de bestemming van het resultaat niet verwerkt, dan moet op de balans het resultaat na belastingen afzonderlijk worden vermeld als laatste post van het eigen vermogen.

TOELICHTING

Model F Winst- en verliesrekening voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 2 die de Modellen B en D niet gebruiken

Winst- en verliesrekening

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige verlening van jeugdhulp of uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering

   
     

Baten Jeugdwet

   

Subsidie jeugdhulpverlening1

   

Baten uit onderaanneming2

   
     

Baten uit Veilig Thuis3

   
     

Baten uit onderwijs

   

Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten4

   
     

Netto omzet5

   
     

Wijziging in voorraden gereed product en onderhanden werk ten opzichte van de voorafgaande balansdatum

   

Geactiveerde productie voor het eigen bedrijf

   

Overige bedrijfsopbrengsten6

   
     

Som der bedrijfsopbrengsten

   
     

Kosten van grond- en hulpstoffen

   

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten7

   

Lonen en salarissen8

   

Sociale lasten

   

Pensioenlasten

   

Afschrijvingen op immateriële vaste activa en materiële vaste activa

   

Overige waardevermindering immateriële vaste activa en materiële vaste activa

   

Bijzondere waardevermindering van vlottende activa

   

Overige bedrijfskosten9

   
     

Som der bedrijfslasten

   
     

Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

   

Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

   

Waardeverandering van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

   

Rentelasten en soortgelijke kosten

   
     

Resultaat voor belastingen

   
     

Belastingen10

   

Aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

   
     

Resultaat na belastingen

   

1 Op grond van een regeling als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies.

2 Uitsluitend invullen indien jeugdzorgwerkzaamheden worden verricht in onderaanneming. Daarvan is sprake als een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling een contractuele relatie met de hoofdaannemer heeft om jeugdzorg te verlenen en geen contractuele verplichtingen heeft met een gemeente.

3 Baten Veilig Thuis zijn de baten dan uit een Veilig Thuis-organisatie als bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

4 Baten uit andere beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten dan het verlenen van jeugdhulp of het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering of Veilig Thuis, zoals commerciële activiteiten of overige opbrengsten uit maatschappelijke ondersteuning (artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).

5 Onder de netto-omzet wordt verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen (artikel 2:377, zesde lid, BW).

6 Incidentele opbrengsten, zoals verkoopopbrengsten van onroerend goed.

7 Zogenoemde ‘Personeel niet in loondienst’ (PNIL), waaronder uitzendkrachten, gedetacheerden, zelfstandige zonder personeel (zzp’ers) en onderaannemers.

8 Personeel in loondienst (PIL).

9 Onder deze post vallen ook de ‘overige personeelskosten’.

10 Belastingen op resultaat en overige belastingen, voor zover niet opgenomen onder de eerdergenoemde posten.

Resultaatbestemming1

Bedrag in euro’s toevoeging

Bedrag in euro’s onttrekking

     

II Agio

   

III Herwaarderingsreserve

   

IV Wettelijke en statutaire reserve

   

1. Wettelijke reserve

   

2. Statutaire reserve

   

V Bestemmingsreserve

   

VI Bestemmingsfonds

   

VII Overige reserves

   

VIII Overdeelde winst

 

Indien de bestemming van het resultaat nog niet vaststaat het voorstel daartoe.

Tekstveld

1 De jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling moet hier opgave doen van de bestemming van de winst of de verwerking van het verlies, of, zolang deze niet vaststaat, het voorstel daartoe (overeenkomstig artikel 2:380c BW).

TOELICHTING

Bijlage 2. Financiële verantwoording voor een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 2, derde lid

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Algemene bepalingen omtrent de financiële verantwoording

De financiële verantwoording geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede voor zover de aard van een financiële verantwoording dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de jeugdhulpaanbieder. De balans en staat van baten en lasten met de toelichting geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen, respectievelijk het resultaat van het boekjaar en zijn samenstelling in actief- en passiefposten op het einde van het boekjaar, respectievelijk de afleiding uit de posten van baten en lasten weer. De baten en lasten van het boekjaar zijn in de staat van baten en lasten opgenomen, onverschillig of zij tot ontvangsten of uitgaven in dat boekjaar hebben geleid.

De onderstaande modellen schrijven voor welke posten minimaal moeten worden opgenomen in een balans en een staat van baten en lasten. Het toevoegen van posten is toegestaan.

Voorschriften omtrent de grondslagen van waardering en van bepaling van het resultaat

Op de grondslagen van waardering en de bepaling van het resultaat, is het bepaalde bij en krachtens de artikelen 384, 385, uitgezonderd het vijfde lid, 386, uitgezonderd het derde lid, 387, 388, 389, uitgezonderd het vierde, vijfde en tiende lid, en 390, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing. Waardering van activa en passiva tegen marktwaarde is voor jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet toegestaan.

Model A Beperkte balans voor jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 2, derde lid, die voldoen aan het bepaalde in artikel 4, waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’

Activa

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

A Vaste activa

   
     

B Vlottende activa

   
     

Totaal activa

   

Passiva

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

C Eigen vermogen

   
     

D Voorzieningen

   
     

E Langlopende schulden (nog voor meer dan één jaar)

   
     

F Kortlopende schulden (ten hoogste één jaar)

   
     

Totaal passiva

   

Vermelding dat er geen overlopende activa en passiva met betrekking tot de overige bedrijfskosten zijn opgenomen.

Model B Beperkte staat van baten en lasten voor jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 2, derde lid die voldoen aan het bepaalde in artikel 4 waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’

Beperkte staat van baten en lasten

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

BEDRIJFSBATEN

   

Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige verlening van jeugdhulp

   

Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten1

   

Overige bedrijfsopbrengsten2

   
     

Som der bedrijfsbaten

   
     

BEDRIJFSLASTEN

   

Kosten voor grondstoffen en hulpmiddelen

   

Lonen en salarissen3

   

Waardecorrecties

   

Overige bedrijfskosten4

   
     

Som der bedrijfslasten

   
     

Bedrijfsresultaat

   

1 Baten uit andere beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten dan het verlenen van jeugdhulp, zoals commerciële activiteiten of overige opbrengsten uit maatschappelijke ondersteuning (artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).

2 Incidentele opbrengsten, zoals verkoopopbrengsten van onroerend goed.

3 Personeel in loondienst (PIL).

4 Onder deze post vallen ook de ‘overige personeelskosten’.

Model C Balans voor jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 2, derde lid die voldoen aan het bepaalde in artikel 6 waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfslasten’ en die Model A niet gebruiken

Activa

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

A. Vaste activa

   

I Immateriële vaste activa

   

II Materiële vaste activa

   

II Financiële vaste activa

   
     

B Vlottende activa

   

I Voorraden

   

II Vorderingen en overlopende activa

   

III Effecten

   

IV Liquide middelen

   
     

Totaal activa

   

Passiva

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

C Eigen vermogen

   
     

D Voorzieningen

   
     

E Langlopende schulden (nog voor meer dan één jaar)

   
     

F Kortlopende schulden (ten hoogste één jaar) en overlopende passiva

   
     

Totaal passiva

   
Model D Staat van baten en lasten voor jeugdhulpaanbieders die voldoen aan het bepaalde in artikel 6 waarbij ‘netto-omzet’ wordt gelezen als ‘som der bedrijfslasten’ en die Model B niet gebruiken

Staat van baten en lasten

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

BEDRIJFSBATEN

   

Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige verlening van jeugdhulp

   

Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten1

   

Overige bedrijfsopbrengsten2

   
     

Som der bedrijfsbaten

   
     

BEDRIJFSLASTEN

   

Kosten van grond- en hulpstoffen

   

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten3

   

Lonen en salarissen4

   

Sociale lasten

   

Pensioenlasten

   

Afschrijvingen op immateriële vaste activa en materiële vaste activa

   

Overige waardevermindering immateriële vaste activa en materiële vaste activa

   

Bijzondere waardevermindering van vlottende activa

   

Overige bedrijfskosten5

   
     

Som der bedrijfslasten

   
     

Bedrijfsresultaat

   
     

FINANCIËLE BATEN EN LASTEN

   

Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

   

Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

   

Waardeverandering van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

   

Rentelasten en soortgelijke kosten

   
     

Resultaat

   

1 Baten uit andere beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten dan het verlenen van jeugdhulp, zoals commerciële activiteiten of overige opbrengsten uit maatschappelijke ondersteuning (artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).

2 Incidentele opbrengsten zoals verkoopopbrengsten van onroerend goed.

3 Zogenoemde ‘Personeel niet in loondienst’ (PNIL), waaronder uitzendkrachten, gedetacheerden, zelfstandige zonder personeel (zzp’ers) en onderaannemers.

4 Personeel in loondienst (PIL).

5 Onder deze post vallen ook de ‘overige personeelskosten’.

TOELICHTING

In de toelichting vermeldt de jeugdhulpaanbieder het volgende:

  • informatie over de toegepaste waarderingsgrondslagen en de af- en bijboekingen op de herwaarderingsreserve;

  • de actuele waarde van financiële instrumenten1;

  • indien de jeugdhulpaanbieder niet voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’ en financiële derivaten heeft aangetrokken, in ieder geval de informatie, genoemd in artikel 3;

  • het totaalbedrag van alle financiële verplichtingen, garanties en onvoorziene gebeurtenissen die niet in de balans zijn opgenomen;

  • leningen, voorschotten en garanties die zijn verleend aan de eigenaar, gezamenlijke vennoten, gezamenlijke maten en de namen van de leden van de interne toezichthouder;

  • het bedrag en de aard van baten- en lastenposten die van uitzonderlijke omvang zijn of in uitzonderlijke mate voorkomen;

  • een toelichting op schulden met een looptijd van meer dan vijf jaar en schulden waarvoor de jeugdhulpaanbieder zakelijke zekerheid heeft gesteld;

  • melding van het gemiddelde aantal bij de jeugdhulpaanbieder werkzame werknemers gedurende het boekjaar.

Model E Balans voor jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 2, derde lid, die Modellen A en C niet gebruiken

Activa

Bedrag in euro’s

boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig

boekjaar 20XX

A. Vaste activa

   

I Immateriële vaste activa

   

II Materiële vaste activa

   

III Financiële vaste activa

   
     

B Vlottende activa en overlopende activa

   

I Voorraden

   

II Vorderingen

   

III Effecten

   

IV Liquide middelen

   
     

Totaal activa

   

Passiva

Bedrag in euro’s

boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig

boekjaar 20XX

C Eigen vermogen

   
     

D Voorzieningen

   
     

E Langlopende schulden (nog meer dan één jaar) en overlopende passiva

   
     

F Kortlopende schulden (ten hoogste één jaar) en overlopende passiva

   
     

Totaal passiva

   
Model F Staat van baten en lasten voor jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 2, derde lid, die Modellen B en D niet gebruiken

Staat van baten en lasten

Bedrag in euro’s boekjaar 20XX

Bedrag in euro’s vorig boekjaar

BEDRIJFSBATEN

   

Baten uit beroeps- of bedrijfsmatige verlening van jeugdhulp

   

Subsidie voor jeugdhulpverlening1

   

Baten uit onderaanneming2

   

Andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten3

   

Overige bedrijfsopbrengsten4

   
     

Som der bedrijfsbaten

   
     

BEDRIJFSLASTEN

   

Kosten van grond- en hulpstoffen

   

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten5

   

Lonen en salarissen6

   

Sociale lasten

   

Pensioenlasten

   

Afschrijvingen op immateriële vaste activa en materiële vaste activa

   

Overige waardevermindering immateriële vaste activa en materiële vaste activa

   

Bijzondere waardevermindering van vlottende activa

   

Overige bedrijfskosten7

   
     

Som der bedrijfslasten

   
     

Bedrijfsresultaat

   
     

FINANCIËLE BATEN EN LASTEN

   

Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

   

Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

   

Waardeverandering van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

   

Rentelasten en soortgelijke kosten

   
     

Resultaat

   

1 Op grond van een regeling als bedoeld in artikel 2 van de Kaderwet VWS-subsidies.

2 Uitsluitend invullen indien jeugdhulpwerkzaamheden worden verricht in onderaanneming. Daarvan is sprake als een jeugdhulpaanbieder een contractuele relatie met de hoofdaannemer heeft om jeugdhulp te verlenen en geen contractuele verplichtingen heeft met een gemeente.

3 Baten uit andere beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten dan het verlenen van jeugdhulp, zoals commerciële activiteiten of overige opbrengsten uit maatschappelijke ondersteuning (artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).

4 Incidentele opbrengsten zoals verkoopopbrengsten van onroerend goed.

5 Zogenoemde ‘Personeel niet in loondienst’ (PNIL), waaronder uitzendkrachten, gedetacheerden, zelfstandige zonder personeel (zzp’ers) en onderaannemers.

6 Personeel in loondienst (PIL).

7 Onder deze post vallen ook de ‘overige personeelskosten’.

TOELICHTING

In de toelichting vermeldt de jeugdhulpaanbieder in ieder geval het volgende:

  • informatie over de toegepaste waarderingsgrondslagen en de af- en bijboekingen op de herwaarderingsreserve;

  • de actuele waarde van financiële instrumenten2;

  • indien de jeugdhulpaanbieder niet voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’ en financiële derivaten heeft aangetrokken, in ieder geval de informatie, genoemd in artikel 3;

  • het totaalbedrag van alle financiële verplichtingen, garanties en onvoorziene gebeurtenissen die niet in de balans zijn opgenomen;

  • leningen, voorschotten en garanties die zijn verleend aan de eigenaar, gezamenlijke vennoten, gezamenlijke maten en de namen van de leden van de interne toezichthouder;

  • het bedrag en de aard van baten- en lastenposten die van uitzonderlijke omvang zijn of in uitzonderlijke mate voorkomen;

  • een toelichting op schulden met een looptijd van meer dan vijf jaar en schulden waarvoor de zorgaanbieder zakelijke zekerheid heeft gesteld;

  • melding van het gemiddelde aantal bij de jeugdhulpaanbieder werkzame werknemers gedurende het boekjaar.

Bijlage 3. Financiële verantwoording over eenmanszaken

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Financiële ratio’s over jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 2

Vanuit de maatschappelijke en politieke wens om de transparantie in de jeugdsector te vergroten, zijn ook micro, kleine, middelgrote en grote eenmanszaken verplicht om zich jaarlijks te verantwoorden door het openbaar maken van een jaarverantwoording. Een financiële ratio is een verhoudingsgetal dat is samengesteld uit financieel-economische gegevens uit de balans en staat van baten en lasten van eenmanszaken. Reden om voor eenmanszaken geen balans en staat van baten en lasten dwingend voor te schrijven is om te voorkomen dat de eigenaar zijn inkomen voor een ieder openbaar moet maken. Voor het berekenen van de financiële ratio’s zijn fiscale waarderingsgrondslagen niet toegestaan.

Om een indruk te krijgen van de financiële gezondheid van uw organisatie in het afgelopen jaar, dient u de hiernavolgende indicatoren in te vullen.

Rentabiliteit1

Ratio

Liquiditeit2

Ratio

Solvabiliteit3

Ratio

Personeelskostenratio4

Ratio

Jeugdhulpopbrengstenratio5

Ratio

Budgetratio6

Ratio

1 Bedrijfsresultaat voor financiële baten en lasten gedeeld door balanstotaal.

2 Current ratio: vlottende activa inclusief liquide middelen gedeeld door totaal kortlopende schulden.

3 Eigen vermogen gedeeld door balanstotaal.

4 Totale personeelskosten gedeeld door bedrijfsopbrengsten.

5 Totale jeugdhulpopbrengsten gedeeld door aantal fte dat beroepsmatig jeugdhulp verleent.

6 Eigen vermogen gedeeld door jeugdhulpopbrengsten.

TOELICHTING

Indien de ratio’s een vertekend beeld geven van de eenmanszaak, dan moet de jeugdhulpaanbieder dit toelichten. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van de verkoop van een bedrijfspand waardoor de bedrijfsopbrengsten over het boekjaar erg hoog zijn en daardoor de personeelskostenratio erg laag is. In andere gevallen mag de jeugdhulpaanbieder indien gewenst een toelichting opnemen op de financiële ratio’s.

Bijlage 4. Andere informatie betreffende de bedrijfsvoering van de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 12

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

In deze bijlage wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten vragenlijsten:

  • 1. de vragenlijst 1 die van toepassing is op micro jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 4, waarbij voor jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 2, derde lid, en vierde lid voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten; en

  • 2. de vragenlijst 2 die van toepassing is op kleine, middelgrote en grote jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen.

In beide vragenlijsten staan vragen over de bedrijfsvoering van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling. De vragen gaan over het boekjaar, tenzij anders staat aangegeven. De antwoorden op deze vragen geven, naast de financiële verantwoording, een indicatie over het functioneren van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling. Deze vragenlijsten zijn een verplicht onderdeel van de jaarverantwoording.

Vragenlijst 1: Openbare vragenlijst voor micro jeugdhulpaanbieders

Vraag 1 – Identificerende gegevens

Voor de routering in DigiMV is het van belang om een jeugdhulpaanbieder te kunnen identificeren. Zo krijgt u ook geen vragen voorgelegd die niet van toepassing zijn. Na toestemming van de jeugdhulpaanbieder worden de identificerende gegevens, voor zover bekend, uit het voorgaande boekjaar of het handelsregister van de Kamer van Koophandel (afgekort KVK) automatisch in onderstaande invultabel geüpload. De jeugdhulpaanbieder controleert deze gegevens en informatie. Wanneer de vooringevulde gegevens en informatie niet correct zijn, moet de jeugdhulpaanbieder de niet-correcte gegevens en informatie in het handelsregister wijzigen. De jeugdhulpaanbieder is verplicht om de gegevens in het handelsregister juist, volledig en actueel te houden.

Invullen door alle micro jeugdhulpaanbieders

Naam van de jeugdhulpaanbieder

Uit handelsregister

Handelsregisternummer (KVK-nummer)

Uit handelsregister

SBI-code(s) van alle hoofd- en nevenvestigingen (activiteit(en))

Uit handelsregister

Rechtsvorm of verband van natuurlijke personen

Uit handelsregister

• Eenmanszaak

• Maatschap

• Vennootschap onder firma (vof)

• Commanditaire vennootschap (cv)

• Stichting

• Vereniging

• Coöperatie

• Onderlinge waarborgmaatschappij

• Naamloze vennootschap (nv)

• Besloten vennootschap (bv)

• Publiekrechtelijke rechtspersoon

• Kerkgenootschap

• Buitenlandse rechtsvorm

Overige organisatorische verbanden

• Formeel buitenlandse vennootschap

• Anders, namelijk (tekstveld)

Maakt de jeugdhulpaanbieder gebruik van vrijstellingen naar omvang van het bedrijf van de jeugdhulpaanbieder?

Uitleg:

Er zijn in omvang vier categorieën van jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling: micro1, klein2, middelgroot3 en groot. De omvang van een jeugdhulpaanbieder is vooral bepalend voor de informatie die moet worden opgenomen in de jaarrekening en voor de bepaling of een bestuursverslag opgesteld moet worden, of er accountantscontrole nodig is (beide eisen gelden alleen voor middelgrote en grote jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen) en of er nog afzonderlijke jaarlijkse verslagen opgesteld moeten worden. Jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen die micro, klein of middelgroot zijn kunnen gebruik maken van diverse vrijstellingen. Ook kunnen micro jeugdhulpaanbieders volstaan met een beperkte vragenlijst in plaats van een uitgebreide vragenlijst.

• Ja, de vrijstellingen voor micro

• Ja, de vrijstellingen voor klein (de jeugdhulpaanbieder maakt de jaarverantwoording openbaar en vult vragenlijst 2 in, in plaats van 1)

• Nee

Een jeugdhulpaanbieder mag kiezen om de vrijstellingen van een grotere omvang dan de omvang van het bedrijf van de jeugdhulpaanbieder toe te passen. Het toepassen van vrijstellingen van een kleinere omvang dan de daadwerkelijke omvang van het bedrijf van de jeugdhulpaanbieder is niet toegestaan.

 

Typering \ (meerdere antwoorden mogelijk)

Jeugdhulpaanbieder (Jeugdwet)

• Ambulante jeugdhulp niet zijnde GGZ of Gehandicaptenzorg

• Gesloten jeugdhulp

• Uitsluitend pgb gefinancierd

• Geestelijke gezondheidszorg

• Gehandicaptenzorg

Gecertificeerde instellingen (uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering)

Beschikte de jeugdhulpaanbieder over één of meerdere cliëntenraden?

Uitleg:

Een cliënt kan via de cliëntenraad meepraten over het beleid van de jeugdhulpaanbieder. De cliëntenraad behartigt de belangen van cliënt en in de breedste zin van het woord.

Ja/Nee

1 Verwezen wordt naar de vereisten als bedoeld in artikel 4 van de wet en de vrijstellingen als bedoeld in artikel 5 van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet.

2 Verwezen wordt naar de vereisten als bedoeld in artikel 6 en de vrijstellingen als bedoeld in artikel 7 van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet.

3 Verwezen wordt naar de vereisten en vrijstellingen als bedoeld in artikel 8 van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet.

Vraag 2 – Aantallen jeugdhulpverleners

Het antwoord op deze vraag geeft, in samenhang met de financiële verantwoording, inzicht in de continuïteit van de jeugdhulpverlening.

Invullen door alle micro jeugdhulpaanbieders

Hoeveel jeugdhulpverleners verleenden jeugdhulp?

Uitleg:

Een jeugdhulpverlener is een natuurlijke persoon die beroepsmatig jeugdhulp verleent.

Het gaat om het aantal personen en niet om aantal fte. Een jeugdhulpverlener die parttime werkt, telt dus als één jeugdhulpverlener. Ook uitbesteding van jeugdhulp wordt meegeteld. Als een jeugdhulpaanbieder bijvoorbeeld werkt met een onderaannemer, wordt het aantal jeugdhulpverleners bij deze onderaannemer meegeteld. Als een jeugdhulpaanbieder meerdere locaties heeft, wordt het aantal jeugdhulpverleners bij die locaties ook meegeteld.

Het totaal aantal jeugdhulpverleners wordt per maand, gedurende het boekjaar (twaalf maanden), bij elkaar opgeteld. Die uitkomst wordt vervolgens gedeeld door twaalf maanden en naar beneden afgerond. Als een jeugdhulpaanbieder een verkort boekjaar heeft dan wordt per maand, gedurende het verkorte boekjaar, bij elkaar opgeteld. Die uitkomst wordt vervolgens gedeeld door het aantal maanden van het verkorte boekjaar en naar beneden afgerond.

Aantal

Vraag 3 – Aantallen cliënten

Om de omvang van een jeugdhulpaanbieder te kunnen bepalen, worden vragen over het aantal cliënten gesteld.

Invullen door alle micro jeugdhulpaanbieders

Aan hoeveel unieke cliënten is jeugdhulp verleend?

Uitleg:

Als aan de cliënt jeugdhulp wordt verleend die wordt gefinancierd vanuit meerdere financieringsbronnen, zoals de Jeugdwet of een subsidie dan geldt dit als één unieke cliënt. Bij het aantal unieke cliënten wordt de uitbesteding van jeugdhulp meegeteld. Als een jeugdhulpaanbieder bijvoorbeeld werkt met een onderaannemer, wordt het aantal cliënten bij deze onderaannemer meegeteld. Als een jeugdhulpaanbieder meerdere locaties heeft, wordt het aantal cliënten van alle locaties bij elkaar opgeteld.

Aantal

Vraag 4 – Bestuursverklaring

De jeugdhulpaanbieder is zelf verantwoordelijk voor het tijdig, juist en volledig openbaar maken dan wel overleggen van de jaarverantwoording. Het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving behoort een onderdeel te zijn van een beheerste bedrijfsvoering. De zorgautoriteit houdt toezicht en handhaaft op de tijdigheid, juistheid en volledigheid van de jaarverantwoording. Bij overtreding van deze verplichting kunnen de zorgautoriteit en Nederlandse Arbeidsinspectie kiezen voor een bestuursrechtelijke sanctionering (aanwijzing, boete, last onder dwangsom of bestuursdwang) of strafrechtelijke afdoening.

Invullen door alle micro jeugdhulpaanbieders

Ik verklaar/Wij1 verklaren dat de jaarverantwoording naar waarheid en volledig is openbaar gemaakt dan wel aan Onze Minister is overlegd, voldoet aan de vereisten van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugd en niet in strijd is met andere beschikbare gegevens en informatie.

eHerkenning

1 Hiermee wordt bedoeld: de bestuurder(s), venno(o)t(en), ma(a)t(en) of eigenaar die volledig bevoegd is/zijn om de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling buiten rechte te vertegenwoordigen.

Let op: Blijkt na deponering van de jaarverantwoording dat die in ernstige mate tekortschiet, dan meldt de jeugdhulpaanbieder dit onmiddellijk bij het CIBG via het elektronisch platform DigiMV.

Vragenlijst 2: Openbare vragenlijst voor kleine, middelgrote en grote jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen

Vraag 1 – Identificerende gegevens

Voor de routering in DigiMV is het van belang om de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kunnen identificeren. Zo krijgt u ook geen vragen voorgelegd die niet van toepassing zijn. Na toestemming van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling worden de identificerende gegevens, voor zover bekend, uit het voorgaande boekjaar of het handelsregister van de Kamer van Koophandel (afgekort KVK) automatisch in onderstaande invultabel geüpload. De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling controleert de openbaar te maken gegevens en informatie. Wanneer de vooringevulde gegevens en informatie niet correct zijn, moet de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling de niet-correcte gegevens of informatie in het handelsregister wijzigen. De jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling is verplicht om de gegevens in het handelsregister juist, volledig en actueel te houden.

Invullen door alle kleine, middelgrote en grote jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen

Naam van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling

Uit handelsregister

Handelsregisternummer (KVK-nummer)

Uit handelsregister (8 cijfers)

SBI-code(s) van alle hoofd- en nevenvestigingen (activiteit(en))

Uit handelsregister

Rechtsvorm of verband van natuurlijke personen

Uit handelsregister

• Eenmanszaak

• Maatschap

• Vennootschap onder firma (vof)

• Commanditaire vennootschap (cv)

• Stichting

• Vereniging

• Coöperatie

• Onderlinge waarborgmaatschappij

• Naamloze vennootschap (nv)

• Besloten vennootschap (bv)

• Publiekrechtelijke rechtspersoon

• Kerkgenootschap

• Buitenlandse rechtsvorm

Overige verbanden

• Formeel buitenlandse vennootschap

• Anders, namelijk (tekstveld)

Maakt de jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling gebruik van vrijstellingen naar omvang van het bedrijf van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling?

Uitleg:

Er zijn in omvang vier categorieën van jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling: micro1, klein2, middelgroot3 en groot. De omvang van een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling is vooral bepalend voor de informatie die moet worden opgenomen in de jaarrekening en voor de bepaling of een bestuursverslag opgesteld moet worden, of er accountantscontrole nodig is (beide eisen gelden alleen voor middelgrote en grote jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling) en of er nog afzonderlijke jaarlijkse verslagen opgesteld moeten worden. Jeugdhulpaanbieders of een gecertificeerde instellingen die micro, klein of middelgroot zijn kunnen gebruik maken van diverse vrijstellingen. Ook kunnen micro jeugdhulpaanbieders volstaan met een beperkte openbare vragenlijst in plaats van een uitgebreide openbare vragenlijst.

• Ja, de vrijstellingen voor klein

• Ja, de vrijstellingen voor middelgroot

• Nee

Een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling mag kiezen om de vrijstellingen van een grotere omvang dan de omvang van het bedrijf van de jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling toe te passen. Het toepassen van vrijstellingen van een kleinere omvang dan de daadwerkelijke omvang van het bedrijf van de jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling is niet toegestaan.

 

Typering Jeugdwet (meerdere antwoorden mogelijk)

Jeugdhulpaanbieder (Jeugdwet)

• Ambulante jeugdhulp niet zijnde GGZ of Gehandicaptenzorg

• Gesloten jeugdhulp

• Uitsluitend pgb gefinancierd

• Geestelijke gezondheidszorg

• Gehandicaptenzorg

Gecertificeerde instellingen (uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering)

Nadere typering jeugd ggz

• Behandeling zonder verblijf

• Behandeling met verblijf

• Kleinschalig wonen

• Begeleid Zelfstandig Wonen/ambulante begeleiding

• Dagactiviteiten

• Verslavingszorg

Nadere typering gehandicaptenzorg

 Somatische aandoening of beperking

 Psychiatrische aandoening

 Lichamelijke handicap

 Verstandelijke beperking

 Zintuigelijke handicap of communicatieve stoornis

1 Verwezen wordt naar de vereisten als bedoeld in 4 van de wet en de vrijstellingen als bedoeld in 5 van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet.

2 Verwezen wordt naar de vereisten als bedoeld in artikel 6 en de vrijstellingen als bedoeld in artikel 7 van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet.

3 Verwezen wordt naar de vereisten en vrijstellingen als bedoeld in artikel 8 van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet.

Vraag 2 – Geconsolideerde of enkelvoudige informatie betreffende de bedrijfsvoering

De jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die een geconsolideerde jaarrekening3 opstelt, mag de informatie in deze vragenlijst geconsolideerd invullen. Als de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling dit doet, kunnen de overige jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen die zijn meegenomen binnen de geconsolideerde jaarrekening worden vrijgesteld tot het beantwoorden van de vragen over hun eigen bedrijfsvoering.

Let op: De jeugdhulpaanbieder die een groepshoofd of een hoofd van een groepsdeel is en de groepsmaatschappijen maken wel afzonderlijk de eigen financiële verantwoording openbaar.

Alleen invullen door kleine, middelgrote en grote jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid en derde lid.

Behoorde de jeugdhulpaanbieder tot een groep?

Uitleg:

Groep

Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden.

Groepshoofd of hoofd van een groepsdeel

Een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die aan het hoofd staat van zijn groep of groepsdeel waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.

Groepsmaatschappijen

Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en of vennootschappen die met elkaar in groepen zijn verbonden.

Nee, de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is geen onderdeel van een groep (alleen invullen door jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid)

Zo nee, ga naar vraag 3.

Ja, de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is het groepshoofd of hoofd van een groepsdeel (alleen invullen door jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid)

Ga naar vraag 2B.

Ja, de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is een groepsmaatschappij (alleen invullen door jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid en derde lid)

Ga naar vraag 2C.

B. Zo ja, de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is het groepshoofd of een hoofd van een groepsdeel

Beantwoordt de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling de vragen over de bedrijfsvoering geconsolideerd als groepshoofd voor de gehele groep van jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling, of als tussenholding voor een deel van de groep?

Ja/Nee

Zo nee, ga naar vraag 3.

Zo ja, welke jeugdhulpaanbieder(s) of gecertificeerde instelling(en) in de groep zijn vrijgesteld van het beantwoorden van de vragen over de bedrijfsvoering?

1. Naam en handelsregisternummer

2. Naam en handelsregisternummer (etc.)

Er wordt geen gebruik gemaakt van deze vrijstelling (Aanvinken)

C. Zo ja, de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is een groepsmaatschappij

Is de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling vrijgesteld van de verplichting tot het beantwoorden van de vragen over zijn eigen bedrijfsvoering?

Uitleg:

Als het groepshoofd of hoofd van een groepsdeel de vragen over de bedrijfsvoering voor de hele groep (geconsolideerd) openbaar heeft gemaakt, kan de jeugdhulpaanbieder als groepsmaatschappij hiervan worden vrijgesteld.

Ja/Nee

Zo nee, ga naar vraag 3.

Zo ja, welke jeugdhulpaanbieder gecertificeerde instelling heeft als groepshoofd of hoofd van een groepsdeel namens deze jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling de vragen over de bedrijfsvoering geconsolideerd openbaar gemaakt?

Naam en handelsregisternummer

Ga naar vraag 4

Vraag 3 – Vragen over de overige bedrijfsvoering van de jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling

a. Vragen over aantallen jeugdhulpverlener c.q. medewerker van de gecertificeerde instelling en wijze van jeugdhulpverlening c.q. uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

De antwoorden op de vragen over het personeel geven, in samenhang met de financiële verantwoording, inzicht in de continuïteit van de jeugdzorgverlening.

Invullen door alle kleine, middelgrote en grote jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen

Hoeveel jeugdhulpverleners c.q. medewerkers van de gecertificeerde instelling verleenden gemiddeld per maand jeugdzorg?

Uitleg:

Onder jeugdhulpverlener verstaan we hier de natuurlijke persoon die beroeps- of bedrijfsmatig jeugdhulp verleent. Een medewerker van de gecertificeerde instelling voert kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering uit.

Het gaat om het aantal personen en niet om aantal fte. Een jeugdhulpverlener c.q. medewerker van de gecertificeerde instelling die parttime werkt, telt dus als één. Ook uitbesteding van jeugdhulp c.q. kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering wordt meegeteld. Als een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling bijvoorbeeld werkt met een onderaannemer, wordt het aantal jeugdhulpverlener c.q. medewerker van de gecertificeerde instelling bij deze onderaannemer meegeteld. Als een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling meerdere locaties heeft, wordt het aantal jeugdhulpverleners c.q. medewerkers van de gecertificeerde instelling bij die locaties ook meegeteld.

Het totaal aantal jeugdhulpverlener c.q. medewerker van de gecertificeerde instelling wordt per maand, gedurende het boekjaar (twaalf maanden), bij elkaar opgeteld. Die uitkomst wordt vervolgens gedeeld door twaalf maanden en naar beneden afgerond. Als een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling een verkort boekjaar heeft dan wordt per maand, gedurende het verkort boekjaar, bij elkaar opgeteld. Die uitkomst wordt vervolgens gedeeld door het aantal maanden van het verkorte boekjaar en naar beneden afgerond.

Aantal

Hoeveel vacatures stonden er op 31 december van het boekjaar open?

Aantal

Wat is het ziekteverzuimpercentage van de natuurlijke personen die beroeps- of bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen in het boekjaar?

%

Is de jeugdhulpverlening c.q. uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering geheel of gedeeltelijk uitbesteed door de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling (d.w.z.: werd deze verricht in onderaanneming, inclusief door zelfstandige zonder personeel (zzp’ers) en leden van een coöperatie)?

Uitleg:

Een hoofdaannemer sluit de contracten of subsidierelatie met de gemeente waarin de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling zich verplicht tot het leveren van jeugdhulp c.q. het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Ook brengt de hoofdaannemer de tarieven in rekening ten aanzien van die contracten of subsidiebeschikking.

De hoofdaannemer besteedt de te leveren jeugdhulp c.q. uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering geheel of gedeeltelijk uit aan de onderaannemer, zelfstandige zonder personeel (zzp’er) of leden van een coöperatie. Deze andere jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling verleent geheel of gedeeltelijk daadwerkelijk de jeugdhulp of voert kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uit, namens de hoofdaannemer.

Bij ‘Gedeeltelijk’ wordt het percentage van de baten uit beroeps- of bedrijfsmatige jeugdzorgverlening gevraagd.

○ Geen

○ Gedeeltelijk, 0–25%

○ Gedeeltelijk, 26…50%

○ Gedeeltelijk, 51–75%

○ Gedeeltelijk, 76–99%

○ Geheel, 100%

Heeft de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling geheel of gedeeltelijk jeugdhulp verleend c.q. kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uitgevoerd als onderaannemer?

Uitleg:

Bij onderaannemers kan worden gedacht aan jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling die geen contractuele verplichtingen hebben tegenover de gemeente. Onderaannemers hebben alleen een contractuele relatie met de hoofdaannemer. Op basis daarvan brengt de onderaannemer alleen tarieven in rekening aan de hoofdaannemer.

Bij ‘Gedeeltelijk’ wordt het percentage van de baten uit beroeps- of bedrijfsmatige jeugdzorgverlening gevraagd.

○ Geen

○ Gedeeltelijk, 0–25%

○ Gedeeltelijk, 26–50%

○ Gedeeltelijk, 51–75%

○ Gedeeltelijk, 76–99%

○ Geheel, 100%

b. Aantal cliënten

Om de omvang van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kunnen bepalen, worden vragen over het aantal cliënten gesteld.

Invullen door alle kleine, middelgrote en grote jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen

Aan hoeveel unieke cliënten is in het boekjaar jeugdzorg verleend?

Uitleg:

Als aan de cliënt jeugdzorg wordt verleend die wordt gefinancierd vanuit meerdere financieringsbronnen, zoals de Jeugdwet of een subsidie dan geldt dit als één unieke cliënt. Bij het aantal unieke cliënten wordt de uitbesteding van jeugdzorg meegeteld. Als een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling bijvoorbeeld werkt met een onderaannemer, wordt het aantal cliënten bij deze onderaannemer of onderaannemers meegeteld. Als een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling meerdere locaties heeft, wordt het aantal cliënten van alle locaties bij elkaar opgeteld.

Aantal

Vraag 4 – Bestuursverklaring

De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling zijn zelf verantwoordelijk voor het voeren van de jaarverantwoording. Het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving behoort een onderdeel te zijn van een beheerste bedrijfsvoering. De zorgautoriteit houdt toezicht en handhaaft op de tijdigheid, juistheid en volledigheid van de jaarverantwoording. Bij overtreding van deze verplichting kunnen de zorgautoriteit en Nederlandse Arbeidsinspectie kiezen voor een bestuursrechtelijke sanctionering (aanwijzing, boete, last onder dwangsom of bestuursdwang) of strafrechtelijke afdoening.4

Invullen door alle kleine, middelgrote en grote jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen

Ik verklaar/Wij1 verklaren dat de jaarverantwoording naar waarheid en volledig is openbaar gemaakt, voldoet aan de vereisten van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugd en niet in strijd is met andere beschikbare gegevens en informatie.

eHerkenning

1 Hiermee wordt bedoeld: de bestuurder(s), venno(o)t(en), ma(a)t(en) of eigenaar die volledig bevoegd is/zijn om de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling buiten rechte te vertegenwoordigen. Of een persoon die gemachtigd is om de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling namens het bestuur te vertegenwoordigen.

Let op: Blijkt na deponering van de jaarverantwoording dat die in ernstige mate tekortschiet, dan meldt de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling dit onmiddellijk bij het CIBG via het elektronisch platform DigiMV.5

Bijlage 5. Melding dat openbare jaarverantwoording in ernstige mate tekortschiet (désaveauverklaring) als bedoeld in artikel 16

[Treedt in werking per 01-01-2027.]

Door middel van onderstaand formulier kan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling dat na deponering is gebleken dat de openbaar gemaakte of aan de Minister overlegde jaarverantwoording in ernstige mate tekortschiet. Het CIBG zal deze mededeling op de website www.jaarverantwoordingzorg.nl plaatsen. De openbaar gemaakte en aan de Minister overlegde jaarverantwoording wordt door het CIBG niet heropend of vervangen, tenzij het een publicatiefout van het CIBG of schending van de Algemene verordening gegevensbescherming betreft.

Invullen indien van toepassing (alleen de van toepassing zijnde situatie invullen)

Boekjaar

Jaartal

Situatie 1:

Ik meld/Wij1 melden onverwijld dat de door de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling openbaar gemaakte of aan de Minister overlegde jaarverantwoording in ernstige mate tekortschiet (anders dan situatie 2).2

Aanvinken

Situatie 2:

Ik meld/Wij melden onverwijld dat de financiële verantwoording of onderdelen van de daarbij te voegen informatie niet openbaar is/zijn gemaakt of aan de Minister zijn overlegd.

Aanvinken

Deponeren van de ontbrekende onderdelen:

1. financiële verantwoording en de toelichting daarop;

2. accountantsverklaring;

3. overige gegevens;

4. bestuursverslag;

5. verslag van de interne toezichthouder.

Naam van de bestuurder(s), de venno(o)t(en), de ma(a)t(en) of de eigenaar van een eenmanszaak die volledig bevoegd is/zijn om de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te vertegenwoordigen

eHerkenning

1 Hiermee wordt bedoeld: de bestuurder(s), venno(o)t(en), ma(a)t(en) of eigenaar die volledig bevoegd is/zijn om de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling buiten rechte te vertegenwoordigen.

2 De jaarverantwoording schiet bijvoorbeeld in ernstige mate tekort bij een onjuiste waardering of resultaatbepaling, een onjuiste rubricering of een onjuiste of onvolledige toelichting of indien de andere informatie betreffende de bedrijfsvoering van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als bedoeld in Bijlage 4 in ernstige mate tekort schiet.

  1. Onder financiële instrumenten worden in dit kader mede verstaan financiële derivaten als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. ^ [1]
  2. Onder financiële instrumenten worden in dit kader mede verstaan financiële derivaten als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. ^ [2]
  3. Een geconsolideerde jaarrekening is de jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van de rechtspersonen en vennootschappen die een groep of groepsdeel vormen en van andere in de consolidatie meegenomen rechtspersonen en vennootschappen, als één geheel worden opgenomen. ^ [3]
  4. Het openbaar maken van een jaarverantwoording die niet voldoet aan de wettelijke voorschriften (hetgeen het geval is bij onjuiste of onvolledige gegevens) is een economisch delict, in de zin van artikel 1, onderdeel 2°, van de Wet op de economische delicten ^ [4]
  5. Dit volgt uit artikel 16 en bijlage 5 van de Regeling openbare jaarverantwoording Jeugdwet. De jaarverantwoording schiet bijvoorbeeld in ernstige mate tekort bij een onjuiste waardering of resultaatbepaling, een onjuiste rubricering of een onjuiste of onvolledige toelichting. ^ [5]