U bent nu hier: Wettenbank
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Geraadpleegd op 19-01-2026. Gebruikte datum 'geldig op' 08-10-2025. Geldend van 08-10-2025 t/m heden.
Mandaatbesluit VRO 2025
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
gelet op artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
In overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Besluit vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit VRO:
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Ministerie: het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO);
b. Minister: de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
c. bewindspersoon: de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ontwikkeling;
d. Staat: de Staat der Nederlanden;
e. Secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie;
f. Plaatsvervangend secretaris-generaal: plaatsvervangend secretaris-generaal bij het Ministerie van BZK;
g. een directeur-generaal: directeur-generaal bij het Ministerie van BZK;
h. directeur: de leidinggevende werkzaam binnen een in het Organisatiebesluit BZK genoemd dienstonderdeel die rechtstreeks ressorteert onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of een (programma) directeur-generaal;
i. mandaat: de bevoegdheid om namens de bewindspersoon besluiten te nemen en stukken af te doen en te ondertekenen;
j. volmacht: volmacht als bedoeld in artikel 3:60, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, om namens de Staat der Nederlanden rechtshandelingen te verrichten;
k. werkterrein: de taken van de betreffende functionaris en zijn dienstonderdeel overeenkomstig het Organisatiebesluit VRO en het daaraan gelieerde Organisatiebesluit BZK en de daarop berustende bepalingen, uitsluitend voor zover deze taken behoren tot de beleidsmatige en beleidsuitvoerende portefeuille van de minister.
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:
a. volmacht om namens een bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
b. machtiging om namens een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot:
a. het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift;
b. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat persoonlijk door een bewindspersoon of de secretaris-generaal is genomen;
c. het beslissen op een beroepschrift;
d. het instellen van een agentschap bij het ministerie;
e. het oprichten van een rechtspersoon;
f. het geven van aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift;
g. het toepassen van aanwijzing 3 van de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren;
h. het vaststellen van de organisatie van het ministerie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;
i. het instellen van een adviescommissie waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van het ministerie en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de bewindspersoon, en het benoemen en ontslaan van de (plaatsvervangend) voorzitter en (plaatsvervangend) leden van die commissie;
j. het verlenen van goedkeuring aan, het schorsen of het vernietigen van, dan wel het onthouden van goedkeuring aan besluiten van een ander bestuursorgaan;
k. het definitief buiten invordering stellen dan wel kwijtschelden van vorderingen op derden vanaf door de Minister van Financiën vastgestelde grensbedragen;
l. een stuk dat bij de ontvanger de indruk kan wekken dat de ondertekenaar persoonlijk een beslissing neemt die door een bewindspersoon behoort te worden genomen;
m. werkzaamheden die niet tot het beleidsmatige en beleidsuitvoerende werkterrein van het Ministerie behoren, met inbegrip van alle personele aangelegenheden.
1 Mandaat wordt evenmin verleend met betrekking tot stukken bestemd voor:
a. de Koning;
b. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk) en daaruit gevormde onderraden en commissies;
c. de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van uit de Kamers gevormde commissies;
d. een Minister of een Staatssecretaris;
e. de Raad van State (van het Koninkrijk);
f. de Algemene Rekenkamer;
g. buitenlandse autoriteiten, in rang gelijk aan of hoger dan een bewindspersoon.
2 De beperking in het verlenen van mandaat voor de gevallen genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing indien het een stuk betreft van louter informatieve of administratieve aard, dan wel het een aangelegenheid betreft van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), behoren tot het werkterrein van de secretaris-generaal.
Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:
a. het functioneel leiding geven aan de directeuren-generaal Volkshuisvesting en Bouwen, Ruimtelijke Ordening en Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (voor zover het het Rijksvastgoedbedrijf betreft), de dienst Huurcommissie en de dienst Toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw;
b. het nader vaststellen van de inrichting van het Ministerie;
c. aangelegenheden die op grond van bovendepartementale regelgeving of afspraken op centraal departementaal niveau dienen te worden afgehandeld;
d. het beslissen op bezwaarschriften;
e. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover dat niet aan een directeur-generaal of directeur is gemandateerd;
f. de verantwoordelijkheid voor het beheer van de archiefbescheiden bij het Ministerie op grond van de geldende wet- en regelgeving;
g. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon (namens het bestuursorgaan of de Staat) in gerechtelijke procedures waarbij het Ministerie is betrokken;
h. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot de aangelegenheden, bedoeld in dit artikel.
Het mandaat van de secretaris-generaal is niet van toepassing op:
a. de bevoegdheden die zijn toebedeeld aan het bestuur en de voorzitter van de Huurcommissie;
b. de bevoegdheden die zijn toebedeeld aan het bestuur en de voorzitter van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw.
1 De secretaris-generaal is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan op het werkterrein werkzame functionarissen respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan.
2 De secretaris-generaal kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris.
3 De secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van deze paragraaf, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen aan een op het werkterrein werkzame functionaris voor een bepaald geval.
De secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 3.4, derde lid, beschreven situatie, na advies van de directeur FEZ, de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving van BZK en de directeur P&O van het Ministerie van BZK.
Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal worden diens taken uitgeoefend door de directeur-generaal Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Ruimtelijke Ordening, worden de taken van de secretaris-generaal uitgeoefend door de directeur-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van deze directeuren-generaal, wordt de secretaris-generaal vervangen door de directeur van de directie Woningbouwbeleid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal van BZK wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen en dienstonderdelen, een en ander voor zover het de minister aangaat.
Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:
a. het nemen van besluiten op aangelegenheden die de rol van continuïteitsverantwoordelijke betreffen zoals bedoeld in het Mandaatbesluit eigenaarsrol pSG BZK voor zover deze de minister aangaan;
b. het vertegenwoordigen van de bewindspersoon (namens het bestuursorgaan of de Staat) in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
c. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot aangelegenheden op het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal;
d. het beheer van de archiefbescheiden van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
e. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of het diensthoofd zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
f. het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning en vertegenwoordiging van het Ministerie;
g. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal betreft.
1 Het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ter beschikking is gesteld op basis van een door de secretaris-generaal en de directeur FEZ goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor de plaatsvervangend secretaris-generaal verantwoordelijk is, met een maximumbedrag per (meerjarige) verplichting als vermeld in bijlage 1 van dit besluit.
2 De plaatsvervangend secretaris-generaal is bevoegd om in afwijking van het eerste lid financiële verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen, voor zover aan hem daartoe uitdrukkelijk en schriftelijk mandaat is verleend door een bewindspersoon of de secretaris-generaal, met instemming van de directeur FEZ.
3 De plaatsvervangend secretaris-generaal legt over het door hem gevoerde financiële beheer verantwoording af aan de secretaris-generaal.
1 De plaatsvervangend secretaris-generaal is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van deze functionarissen, respectievelijk tot het beperken of intrekken daarvan.
2 De plaatsvervangend secretaris-generaal kan bij toepassing van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het eerste lid, afwijken van hetgeen in artikel 7.5 van dit besluit is bepaald over het mandaat van de directeur, met uitzondering van het bepaalde in artikel 7.6 van dit besluit.
3 De plaatsvervangend secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval.
4 De plaatsvervangend secretaris-generaal kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris.
5 Het verlenen van ondermandaat door de plaatsvervangend secretaris-generaal, niet zijnde een diensthoofd dat leiding geeft aan een dienst of agentschap, voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is enkel mogelijk aan in bijlage 1 van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen met inachtneming van het aldaar genoemde maximumgrensbedrag per (meerjarige) verplichting.
1 De plaatsvervangend secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 4.4, vierde lid, beschreven situatie, in overeenstemming met de secretaris-generaal en na advies van de directeur P&O van het Ministerie van BZK en de directeur FEZ.
2 De voorgeschreven overeenstemming uit het eerste lid is niet van toepassing op het verlenen van financieel ondermandaat door de plaatsvervangend secretaris-generaal aan de in bijlage 1 van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen voor zover dit een bedrag van € 50.000 niet te boven gaat.
Aan de directeuren-generaal Volkshuisvesting en Bouwen, Ruimtelijke Ordening, Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (voor zover het het Rijkvastgoedbedrijf aangaat) en de onder de directeur-generaal ressorterende functionarissen en dienstonderdelen wordt mandaat verleend ten aanzien van beleidsmatige en beleidsuitvoerende aangelegenheden die behoren tot het werkterrein.
Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de directeur-generaal in ieder geval betrekking op:
a. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat of de minister in gerechtelijke procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken;
b. het vaststellen van beleidsregels en circulaires met betrekking tot aangelegenheden op het werkterrein van het directeur-generaal;
c. het beheer van de archiefbescheiden van de onder het directeur-generaal ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
d. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal of het directeur-generaal zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
e. het inschakelen van de Landsadvocaat voor ondersteuning of vertegenwoordiging van het Ministerie;
f. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de directeur-generaal betreft en voor zover deze niet zijn gemandateerd aan de directeur.
1 Het mandaat van de directeur-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (voor zover het het Rijksvastgoedbedrijf aangaat) omvat tevens:
a. het verlenen van volmacht aan medewerkers van notariskantoren voor het passeren van notariële akten ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het eigen werkterrein en voor zover het gaat om het zakenrechtelijk bevestigen van reeds aangegane verplichtingen;
b. het verlenen van volmacht aan medewerkers van rechtbanken voor het beneficiair aanvaarden of verwerpen van nalatenschappen welke door de Staat worden verkregen;
c. de uitvoering van de rijksbrede inkoopcategorie Energie.
1 Het mandaat van het directeur-generaal met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan het directeur-generaal ter beschikking is gesteld op basis van een door de secretaris-generaal en de directeur FEZ goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor het directeur-generaal verantwoordelijk is, met een maximumbedrag per (meerjarige) verplichting als vermeld in bijlage 1 van dit besluit.
2 De directeur-generaal is bevoegd om in afwijking van het eerste lid financiële verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen, voor zover aan hem daartoe uitdrukkelijk en schriftelijk mandaat is verleend door de bewindspersoon of de secretaris-generaal, met instemming van de directeur FEZ.
3 De directeur-generaal legt over het door hem gevoerde financiële beheer verantwoording af aan de secretaris-generaal.
1 De directeur-generaal is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van deze functionarissen, respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan.
2 De directeur-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in het eerste lid, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval.
3 De directeur-generaal kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris.
4 Het verlenen van ondermandaat door de directeur-generaal, niet zijnde een directeur-generaal dat leiding geeft aan een agentschap, voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is enkel mogelijk aan in bijlage 1 van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen met inachtneming van het aldaar genoemde maximumgrensbedrag per (meerjarige) verplichting.
5 De directeur-generaal kan voor de in artikel 5.3 onder a en b genoemde bevoegdheid uitsluitend ondermandaat verlenen aan directeuren, afdelingshoofden en sectiehoofden van het Rijksvastgoedbedrijf.
1 Met uitzondering van het bepaalde in artikel 5.5, tweede lid, verleent de directeur-generaal ondermandaat bij schriftelijk besluit in overeenstemming met de secretaris-generaal en na advies van de directeur P&O van het Ministerie van BZK en de directeur FEZ
2 De voorgeschreven overeenstemming uit het eerste lid is niet van toepassing op het verlenen van financieel ondermandaat door het directeur-generaal aan de in bijlage 1 van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen voor zover dit een bedrag van € 50.000 niet te boven gaat.
Aan de directeuren ressorterend onder de directoraten-generaal Volkshuisvesting en Bouwen, Ruimtelijke Ordening en Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (voor zover het het Rijksvastgoedbedrijf aangaat), de directeur FEZ en de onder BZK ressorterende directeuren P&O, CIO&I, Communicatie, Bestuursadvisering, KIEM en CZW wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de directeur en de onder de directeur ressorterende functionarissen en dienstonderdelen, uitsluitend voor zover het de taken betreft die tot het inhoudelijk werkterrein van het Ministerie behoren.
1 Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de directeur in ieder geval betrekking op:
a. het vertegenwoordigen van een bewindspersoon namens de Staat der Nederlanden of de minister in gerechtelijke procedures waarbij het organisatieonderdeel is betrokken;
b. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten inzake aangelegenheden die behoren tot zijn werkterrein met uitzondering van die besluiten die door een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal of de directeur zijn genomen, voor zover in wet- en regelgeving niet anders is bepaald;
c. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van departementale regelgeving met betrekking tot de uitvoering van de Wet open overheid voor zover het aangelegenheden op het werkterrein van de directeur betreft.
Het mandaat van de directeur FEZ omvat tevens:
a. de uitvoering van artikel 4.1 van de Comptabiliteitswet 2016;
b. het geven van instructies aan de onderdelen die verantwoordelijk zijn voor de financiële bedrijfsvoering en control;
c. het inhoudelijk aansturen van onderdelen die zijn betrokken bij het bewaken van en adviseren over de uitvoering van de bedrijfsvoering in brede zin.
1 Het mandaat van de directeur met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan de directeur ter beschikking is gesteld op basis van een door het directeur-generaal en de FEZ-controller goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor de directeur verantwoordelijk is met een maximum bedrag per (meerjarige) verplichting als vermeld in bijlage 1 van dit besluit.
2 De directeur is bevoegd om in afwijking van het eerste lid financiële verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen, voor zover aan hem daartoe uitdrukkelijk en schriftelijk mandaat is verleend door een bewindspersoon, de secretaris-generaal of het directeur-generaal, met instemming van de FEZ-Controller en binnen het vastgestelde budget dat aan het directeur-generaal ter beschikking is gesteld.
3 De directeur legt over het door hem gevoerde financiële beheer verantwoording af aan zijn leidinggevende.
4 De directeur van een agentschap is verantwoordelijk voor een kostendekkende exploitatie binnen de afspraken die hij met beleidsverantwoordelijken en de continuïteitsverantwoordelijke heeft gemaakt. Voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven geldt voor de directeur een maximum bedrag per (meerjarige) verplichting als vermeld in bijlage 1 van dit besluit.
1. De directeur is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van deze functionarissen, respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan.
2. De directeur die leiding geeft aan een agentschap is tevens bevoegd tot het verlenen van ondermandaat voor het uitoefenen van integraal management met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied.
3. De directeur kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende functionaris ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van de functionaris.
4. De directeur is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval.
5. Het verlenen van ondermandaat door de directeur, niet zijnde een directeur die leiding geeft aan een agentschap, voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is enkel mogelijk aan in bijlage 1 van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen met inachtneming van het aldaar genoemde maximumgrensbedrag per (meerjarige) verplichting.
1 De directeur verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 6.5, vierde lid, beschreven situatie, in overeenstemming met de directeur-generaal en na advies van de directeur P&O van het Ministerie van BZK en de directeur FEZ.
2 De voorgeschreven overeenstemming uit het eerste lid is niet van toepassing op het verlenen van financieel ondermandaat door de directeur aan de in bijlage 1 van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen voor zover dit een bedrag van € 50.000 niet te boven gaat.
De uitoefening van een mandaat geschiedt met inachtneming van:
a. algemene en bijzondere aanwijzingen van de mandaatgever ten aanzien van de uitoefening van het mandaat;
b. departementale richtlijnen met betrekking tot paraaf en medeparaaf en het voorleggen en afdoen van stukken;
c. de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en overige departementale richtlijnen, in het bijzonder de Comptabiliteitswet 2016, het Organisatiebesluit VRO 2025, het Organisatiebesluit BZK 2025, (de richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen en de besturingsafspraken tussen de secretaris-generaal VRO en secretaris-generaal BZK.
1 Ondertekening van besluiten en stukken op grond van mandaat vindt plaats op de volgende wijze:
namens deze,
(handtekening)
(naam)
(aanduiding functie gemandateerde)
2 Bij ondertekening van besluiten en stukken op grond van volmacht of machtiging wordt de aanduiding van de bewindspersoon voorafgegaan door: Namens de Staat der Nederlanden.
3 Bij ondertekening van besluiten en stukken door een plaatsvervanger wordt de handtekening voorafgegaan door: b/a.
In gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist de bewindspersoon, de secretaris-generaal of de directeur-generaal over de doorverlening van zijn mandaat.
1 De directeur P&O van BZK is belast met het beheer van dit besluit.
2 De secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de directeuren, ieder voor zover het hen aangaat, zijn verantwoordelijk voor een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de directeur P&O van BZK van de gegevens die een goed beheer van dit besluit onderscheidenlijk het mandaatregister mogelijk maken.
3 Het beheer en de aanlevering van gegevens geschieden met inachtneming van de desbetreffende (richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen.
4 De directeur P&O van BZK rapporteert aan de bewindspersoon en de secretaris-generaal over het beheer van dit besluit.
Wijziging van dit besluit geschiedt op initiatief van de directeur P&O van BZK na advies van de directeur FEZ en de directeur CZW van BZK.
1 Besluiten of handelingen die op grond van het Tijdelijk besluit mandaat, volmacht en machtiging Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zijn genomen of verricht in de periode tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit en waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit niet is voorzien, worden aangemerkt als te zijn genomen of verricht namens de bewindspersoon.
2 Vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit van kracht zijnde mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen, waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit niet is voorzien, blijven van kracht totdat op grond van dit besluit is voorzien in mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging dan wel is voorzien in intrekking daarvan.
Het Tijdelijk besluit mandaat, volmacht en machtiging Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wordt ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2025.
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit VRO 2025.
Slotformulier en ondertekening
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
M.C.G. Keijzer
Maximumbedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven, als bedoeld in de artikelen 4.3, eerste lid, 5.4 eerste lid en 6.4, eerste lid van het Mandaatbesluit VRO 2025.
Bedragen zijn per (meerjarige) verplichting, in euro’s en inclusief BTW.
Deze bijlage is niet van toepassing op het Rijksvastgoedbedrijf; de directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf heeft ongelimiteerd mandaat.
Kerndepartement
Plaatsvervangend secretaris-generaal, directeur-generaal
tot € 10.000.000
Directeur
tot € 2.000.000
Middenmanager, programmamanager, afdelingshoofd en bureauhoofd
tot € 50.000
Managementondersteuner, (directie)secretaresse, directiesecretaris
tot € 2.000
Dienst van de Huurcommissie
tot € 5.000.000
Plaatsvervangend directeur
tot € 500.000
Strategisch manager
tot € 150.000
Teammanager
tot € 5.000
Overige functionarissen
Voor een permanente link naar de door u bekeken versie, inwerkinggetreden op , kopieer één van de onderstaande links of verfijn de link in de Linktool.
Met behulp van de Linktool van LiDO is het mogelijk om een bredere link of een meer gedetailleerde link te maken.
Ga naar de Linktool
Op linkeddata.overheid.nl zijn onderstaande relaties bekend.
Er is geen andere versie beschikbaar waarmee u de huidige geselecteerde versie, inwerkinggetreden op , kan vergelijken.
Selecteer een andere versie van de regeling waarmee u de huidige versie , inwerkinggetreden op , wilt vergelijken.
Vergelijken van "Mandaatbesluit VRO 2025", inwerkinggetreden op , met versie die inwerking is getreden op .
Doordat er een grote regeling is gekozen kan de vergelijking enkele minuten duren.
U kunt kiezen voor het toevoegen van de wetstechnische informatie aan de tekst.
U kunt kiezen in welk formaat de tekst geëxporteerd wordt.
U kunt de tekst inclusief afbeeldingen exporteren. De afbeeldingen worden dan met de tekst in een .zip-bestand geleverd
Via deze link kunt u meer informatie krijgen over de Europese richtlijn of verordening waarnaar in de tekst van de regeling verwezen wordt, inclusief de tekst daarvan. U wordt hiervoor doorgeleid naar EUR-LEX, de online databank van de Europese Unie waarin de Europese wetgeving is opgenomen.