Wijzigingswet Boek 7 Burgerlijk Wetboek, enz. (modernisering van het systeem van servicekosten)

Geraadpleegd op 26-02-2026.
Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.

Wet van 23 april 2025, houdende wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten in verband met de modernisering van het systeem van servicekosten

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is meer duidelijkheid te verschaffen over hetgeen onder servicekosten wordt verstaan teneinde misstanden omtrent het in rekening brengen van servicekosten te voorkomen en enkele verbeteringen aan te brengen in de werkwijze van de huurcommissie;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.]

Artikel II

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.]

Artikel III

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt de Wet op het overleg huurders verhuurder.]

Artikel IV

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt de Wet goed verhuurderschap.]

Artikel V

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de huurcommissie aanhangige verzoeken worden met toepassing van het vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende recht behandeld door de huurcommissie.

  • 2 Op een verzoek aan de huurcommissie als bedoeld in artikel 7:260 van het Burgerlijk Wetboek dat betrekking heeft op kosten voor de nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten waarvoor de verhuurder voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de huurder een overzicht van de kosten voor de nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten heeft verstrekt binnen de gestelde termijn van zes maanden als bedoeld in artikel 7:259, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, is het vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende recht van toepassing.

Artikel VI

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek.]

Artikel VII

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 23 april 2025

Willem-Alexander

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

M.C.G. Keijzer

Uitgegeven de dertiende juni 2025

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel