Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
-
1 De minister kan aan de penvoerder van de regiegroep subsidie verstrekken voor activiteiten
met als doel de stimulering van de ontwikkeling van kennis, kunde of vaardigheden
over sociale veiligheid binnen hoger onderwijsinstellingen of studentenorganisaties
of de uitwisseling hiervan ten behoeve van het faciliteren van de verbetering van
de sociale veiligheid binnen hoger onderwijsinstellingen of studentenorganisaties.
-
3 Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, die worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van organisaties, wordt ingediend
door één deelnemende organisatie die optreedt als penvoerder van het samenwerkingsverband.
Artikel 5. Subsidieplafond
-
2 Indien na afloop van de aanvraagperiode van een kalenderjaar, bedoeld in artikel 8, tweede lid, blijkt dat het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet volledig wordt
verstrekt in dat jaar, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het bedrag, bedoeld
in het tweede lid, onderdeel b, van dat jaar.
Artikel 6. Beoordeling aanvragen
De minister beslist op de subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aan de hand van de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in het beoordelingskader.
Artikel 7. Beoordeling aanvragen en wijze van verdeling beschikbaar budget subsidieaanvraag
organisatie of penvoerder van een samenwerkingsverband
-
2 Indien het beschikbare budget, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, ontoereikend is voor toekenning van alle als voldoende beoordeelde aanvragen, verdeelt
de minister dit budget als volgt over deze aanvragen:
-
a. eerst wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een samenwerkingsverband van organisaties
met de hoogste score;
-
b. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een studentenorganisatie met
de hoogste score;
-
c. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een promovendi-organisatie
met de hoogste score;
-
d. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een werknemersorganisatie
met de hoogste score;
-
e. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvraag van een hoger onderwijsinstelling
met de hoogste score;
-
f. vervolgens wordt subsidie toegekend aan de aanvragen met de hoogste score, ongeacht
het soort organisatie, totdat het resterende budget volledig is besteed.
Artikel 8. Aanvraagperioden
Artikel 9. Bij de subsidieaanvraag in te dienen documenten
-
3 Indien de subsidieaanvrager een studentenorganisatie, promovendi-organisatie of werknemersorganisatie
is, bestaat een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, tevens uit:
-
a. een document waaruit blijkt dat deze rechtspersoon voor ten minste drie jaar financiële
middelen ontvangt van hoger onderwijsinstelling, de minister of een gemeente;
-
b. indien de aanvraag wordt gedaan door een promovendi-organisatie of werknemersorganisatie,
een document waaruit blijkt dat deze rechtspersoon de belangen vertegenwoordigt van
promovendi, onderscheidenlijk werknemers;
-
c. indien de aanvraag wordt gedaan door een studentenorganisatie, een document waaruit
blijkt dat binnen deze rechtspersoon studenten zijn georganiseerd; en
-
d. het nummer waaronder deze organisatie is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel.
Artikel 10. Activiteitenplan en begroting
-
3 Voor het overzicht van de geraamde kosten in de begroting, bedoeld in artikel 3.5 van de kaderregeling, kan voor zover het de personeelskosten betreft worden gekozen uit vier functies
met een vast integraal uurtarief inclusief opslag voor overhead en administratie,
maar exclusief de belasting over de toegevoegde waarde:
-
a. secretarieel of administratief medewerker € 70;
-
b. projectmedewerker € 95;
-
c. projectleider, docent of onderzoeker € 120;
-
d. (associate) practor, lector, of hoogleraar € 141.
Artikel 11. Aanvraagformulier
-
2 Voor de verklaringen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen c en d, de verklaring, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel c, en de samenwerkingsovereenkomst,
bedoeld in artikel 9, vierde lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van de formats
die bekend zijn gemaakt op de website www.dus-i.nl.
Artikel 12. Weigeringsgronden
De subsidieverstrekking kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, voor zover:
-
a. de totale subsidie van een subsidieaanvraag van de regiegroep, een hoger onderwijsinstelling
of een samenwerkingsverband van organisaties minder dan € 10.000 bedraagt;
-
b. de totale subsidie van een subsidieaanvraag van een organisatie die geen hoger onderwijsinstelling
is minder dan € 5.000 bedraagt;
-
c. de totale subsidie van een subsidieaanvraag van een organisatie of een samenwerkingsverband
van organisaties meer dan € 450.000 bedraagt;
-
d. het activiteitenplan op een onderdeel als onvoldoende is beoordeeld op grond van het
beoordelingskader;
-
e. de kosten van een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, reeds uit anderen
hoofde zijn of worden vergoed;
-
f. de kosten van een activiteit niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde resultaten;
-
g. onvoldoende is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van een
activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 14. Verplichtingen subsidie
-
3 Met het oog op de rapportageverplichtingen van de regiegroep, zendt de organisatie
of de penvoerder van een samenwerkingsverband de verantwoording eveneens in geanonimiseerde
vorm aan de penvoerder van de regiegroep en, indien van toepassing, tevens het activiteitenverslag,
het overzicht van de bestedingen of het overzicht van de voortgang van de activiteiten.
-
4 Indien een subsidie voor meer dan twaalf maanden wordt verleend en de subsidiabele
kosten meer dan € 125.000 bedragen, zendt de subsidieontvanger die geen hoger onderwijsinstelling
is, halverwege de subsidieperiode een overzicht van de bestedingen van de subsidie
aan de minister.
Artikel 15. Wijze van verantwoording subsidie niet-hoger onderwijsinstellingen
Indien de subsidie van een subsidieontvanger die geen hoger onderwijsinstelling is:
Artikel 16. Besteding en verantwoording subsidie hoger onderwijsinstellingen
-
1 Indien aan de verplichtingen van de subsidie is voldaan, kan een hoger onderwijsinstelling
al dan niet in de hoedanigheid van penvoerder van een samenwerkingsverband, het niet
aangewende deel van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, besteden aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
Artikel 17. Bevoorschotting en betaling
Artikel 18. Vaststelling van de subsidie
-
4 Voor een subsidie aan een organisatie die geen hoger onderwijsinstelling is en die
ten minste € 25.000 bedraagt, doet de organisatie een aanvraag om vaststelling binnen
22 weken na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. De minister
stelt de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag.
[Red: Wijzigt het Instellingbesluit Regiegroep Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs
en Wetenschap.]
Artikel 20. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2029.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sociale veiligheid in hoger onderwijs
en wetenschap.
Bijlage beoordelingskader behorende bij de Subsidieregeling sociale veiligheid in
hoger onderwijs en wetenschap
Inhoudelijke beoordeling subsidieaanvragen
Beoordelingscriteria
De inhoudelijke beoordeling van een subsidieaanvraag als bedoeld in de Subsidieregeling
sociale veiligheid in hoger onderwijs en wetenschap (hierna: subsidieregeling) en
activiteiten geschiedt aan de hand van de criteria in onderstaande tabel.
| |
(Deel)criterium
|
Score (5-1)
|
Wegingsfactor in percentage1
|
|
1.
|
Ambitie
(ten hoogste 800 woorden)
|
|
Totaal 20
|
|
1.1
|
De aanleiding en noodzaak tot verbetering van de sociale veiligheid in de organisatie(s)
en of voor de beoogde doelgroep(en).2
Toelichting:
De aanleiding waarom deze subsidieaanvraag nodig is om sociale veiligheid te bevorderen
is duidelijk beschreven. De noodzaak van de subsidieaanvraag is duidelijk beschreven
en onderbouwd.
|
|
5
|
|
1.2
|
Emancipatie van gemarginaliseerde groep(en) (zoals vrouwelijke academici, jonge onderzoekers,
promovendi en postdocs), mensen uit de LHBTIQ+ groep, mensen met een migratieachtergrond
en/of met een beperking, mensen die te maken hebben met discriminatie waaronder antisemitisme.
Toelichting:
De wijze waarop de subsidieaanvraag zich richt op de emancipatie van gemarginaliseerde
groep(en) is duidelijk beschreven en onderbouwd.
|
|
5
|
|
1.3
|
De ambitie ten aanzien van sociale veiligheid en haalbaarheid van de ambitie.
Toelichting:
De doelen in het activiteitenplan passen bij de doelen, bedoeld in artikel 3, van
de subsidieregeling, en zijn ambitieus, helder en concreet geformuleerd. Ook zijn
de doelen realistisch en haalbaar.
|
|
10
|
|
|
Sub-totaalscore criterium 1:
|
|
|
| |
|
|
|
|
2.
|
Omschrijving activiteit(en)
(per activiteit ten hoogste 400 woorden)
|
|
Totaal 40
|
|
2.1
|
Per activiteit:
– doel;
– effectieve aanpak;
– planning;
– (indien van toepassing) samenwerking.
Toelichting:
Per activiteit is het doel duidelijk en concreet beschreven. Er is vertrouwen dat
de aanvrager met deze activiteiten haar doel (grotendeels) kan realiseren (haalbaarheid)
en dat het aansluit bij de doelen, bedoeld in artikel 3, van de subsidieregeling.
De planning van de activiteit(en) is realistisch en de uitvoering is uiterlijk voor
31 december 2027 afgerond. In geval van een samenwerkingsverband wordt duidelijk welke
partij welke rol op zich neemt in de activiteit(en).
|
|
30
|
|
2.2
|
De monitoring van de voortgang.
Toelichting:
De beschrijving van hoe de subsidieontvanger:
– de voortgang van de activiteiten gaat bewaken;
– de uitvoering van de activiteiten systematisch evalueert.
|
|
10
|
|
|
Sub-totaalscore criterium 2:
|
|
|
| |
|
|
|
|
3.
|
Impact
(ten hoogste 800 woorden)
|
|
Totaal 10
|
|
3.1
|
Drie pijler(s) van cultuurverandering (omgangscultuur, systeem, structuur) ten aanzien
van sociale veiligheid.
Toelichting:
De beoogde impact van het activiteitenplan op een of meer van de pijler(s) van cultuurverandering
binnen de betrokken organisatie(s) of de beoogde doelgroep(en).
|
|
5
|
|
3.2
|
Het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan van de regiegroep.2
Toelichting:
De beoogde impact van het activiteitenplan op het doel of een realisatiedoelstelling
uit het programmaplan van de regiegroep, is duidelijk geformuleerd en onderbouwd.
|
|
5
|
|
|
Sub-totaalscore criterium 3:
|
|
|
| |
|
|
|
|
4.
|
Verankering
(ten hoogste 800 woorden)
|
|
Totaal 10
|
|
4.1
|
Duurzame verankering en zichtbaarheid van opgedane kennis en inzichten binnen de eigen
organisatie(s).2
Toelichting:
De duurzame verankering van de resultaten van de subsidieaanvraag binnen de eigen
organisatie(s) en de wijze waarop de opgedane kennis en inzichten zichtbaar zijn gemaakt
is duidelijk omschreven. Onderbouwd is waarom voor deze vorm is gekozen.
|
|
5
|
|
4.2
|
Zichtbaarheid van opgedane kennis en inzichten voor andere organisatie(s).
Toelichting:
De wijze waarop kennisdeling gefaciliteerd wordt is duidelijk uiteengezet waardoor
werkwijzen, kennis en inzichten gebruikt kunnen worden door andere organisatie(s)
na afloop van de activiteit(en). Zie ook realisatiedoelstelling 2 van het programmaplan.
|
|
5
|
|
|
Sub-totaalscore criterium 4:
|
|
|
| |
|
|
|
|
5.
|
Begroting per activiteit(en)
|
|
Totaal 20
|
|
5.1
|
Een realistische begroting van de activiteit(en).
Beoordeeld wordt of:
– de kosten in verhouding staan tot de beoogde resultaten (doelmatigheid);
– de begroting sluitend is;
– de tarieven, bedoeld in de artikelen 10, derde lid (interne doorberekening), en
14, zesde lid (externe inhuur), van de subsidieregeling zijn gehanteerd.
Toelichting:
Per activiteit(en) is in de begroting concreet en duidelijk opgenomen welke kosten
door wie worden gemaakt. Uit de begroting moet per activiteit duidelijk blijken welke
kosten daaraan verbonden zijn. Bij inhuur van externen dient de belasting over de
toegevoegde waarde meegenomen te worden.
|
|
20
|
|
|
Sub-totaalscore criterium 5:
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Totaalscore critera 1 t/m 5:
|
|
|
1 Alleen de totale wegingsfactoren per criterium zijn van toepassing op de aanvragen
van de regiegroep. De wegingsfactoren per deelcriterium zijn dus niet van toepassing
op de aanvragen van de regiegroep.
2 De deelcriteria 1.1, 3.2 en 4.1 zijn niet van toepassing op de aanvragen van de regiegroep.
Berekening van de scores
Per criterium kan er maximaal 5 punten worden toegekend. Indien er sprake is van deelcriteria
wordt als score het gemiddelde genomen. De totaalscore is een gewogen gemiddelde van
de criteria, eventueel met twee decimalen.
De scores zijn beschreven in onderstaand tabel.
|
Scorebereik en beschrijving van de scores
|
|
Boven verwachting/excellent, goed uitgewerkt en/of onderbouwd en/of vernieuwend
|
5,0
|
Goed
|
|
Voldoende, plus wat beter uitgewerkt en/of onderbouwd
|
4,0
|
Ruim voldoende
|
|
Voldoet aan de minimale eisen van de subsidieregeling
|
3,0
|
Voldoende
|
|
Voldoet niet helemaal aan de eisen van de subsidieregeling
|
2,0
|
Onvoldoende
|
|
Voldoet niet aan de eisen van de subsidieregeling, grote tekortkomingen
|
1,0
|
Ruim onvoldoende
|
Alle criteria moeten als voldoende worden beoordeeld
In de subsidieregeling is opgenomen dat aanvragers uitsluitend in een aanvraagperiode
aanvragen kunnen indienen (artikel 8). Om de kwaliteit van een aanvraag vast te stellen,
beslist de minister op de subsidieaanvraag aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria.
Voor het aantonen van de kwaliteit van een subsidieaanvraag, moet de subsidieaanvraag
op elk (deel)criterium (1 tot en met 5) ten minste met een voldoende worden beoordeeld.
Dit betekent dat de subsidieaanvragen kwalitatief beoordeeld worden. Voor (deel)criterium
1 tot en met 5 geldt dat een subsidieaanvraag op elk criterium ten minste met 3 punten
(een voldoende) moet worden beoordeeld om voor subsidie in aanmerking te komen. De
bedoeling is dat een ambitie wordt nagestreefd, impact wordt beoogd en verankering
wordt verwezenlijkt en dat dit overeenkomt met het doel of een realisatiedoelstelling
uit het programmaplan.
Beoordelingsproces
Het budget is toereikend
Als het beschikbare budget in een aanvraagperiode toereikend is voor alle als voldoende
beoordeelde subsidieaanvragen wordt subsidie verleend voor die subsidieaanvragen.
Subsidieaanvragen die niet ten minste met een voldoende worden beoordeeld op alle
onderdelen (1 tot en met 5) komen niet voor subsidie in aanmerking.
Het budget voor organisaties en samenwerkingsverbanden is niet toereikend
Als het beschikbare budget in een aanvraagperiode niet toereikend is voor alle als
voldoende beoordeelde subsidieaanvragen, wordt het budget als volgt verdeeld:
Stap 1: De subsidieaanvragen worden gerangschikt op score, van hoog naar laag.
Stap 2: De subsidieaanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden als volgt geselecteerd,
totdat het budget ontoereikend is:
-
a. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een samenwerkingsverband van organisaties;
-
b. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een studentenorganisatie;
-
c. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een promovendi-organisatie;
-
d. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een werknemersorganisatie;
-
e. de hoogst scorende subsidieaanvraag van een hoger onderwijsinstelling;
-
f. de hoogst scorende resterende subsidieaanvragen ongeacht het soort organisatie.
Stap 3: In het geval van meerdere subsidieaanvragen met een gelijke score in een categorie
als bedoeld onder punt a tot en met f, worden die subsidieaanvragen gerangschikt op
volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.
Toelichting beoordelingskader
Doel kwalitatieve beoordeling
Het doel van het beoordelingskader is de kwalitatieve beoordeling van subsidieaanvragen
in goede banen te leiden en zo transparant mogelijk te maken. Het beoordelingskader
en de beoordelingsprocedure gelden zowel ten aanzien van de subsidieaanvragen van
een organisatie of van de penvoerder van een samenwerkingsverband als voor de subsidieaanvragen
van de (penvoerder van de) regiegroep. Waar in het beoordelingskader in criterium
1 tot en met 5 wordt gesproken over ‘subsidieaanvraag’, kan ‘activiteiten’ worden
gelezen, voor zover het de beoordeling van subsidieaanvragen van de regiegroep betreft.
Elk activiteitenplan wordt inhoudelijk beoordeeld op de volgende criteria:
Bij elk (deel)criterium zijn in de tabel beoordelingscriteria geformuleerd met daarbij
horende beoordelingsaspecten. Hiermee is aangegeven aan de hand van welke aspecten
wordt beoordeeld en wat de achterliggende gedachte daarvan is. De onderdelen en beoordelingscriteria
zijn gerelateerd aan het doel of een realisatiedoelstelling uit het programmaplan
van de regiegroep en de definitie van sociale veiligheid zoals gehanteerd in dat programmaplan
(zie ook artikel 10 van de subsidieregeling).
De subsidieaanvraag wordt inhoudelijk beoordeeld op de (deel)criteria ambitie, activiteiten,
impact, verankering en begroting. Bij de beoordeling van deze criteria wordt een score
van 1 tot en met 5 toegekend aan elk onderdeel. De totaalscore betreft het gewogen
gemiddelde van de score op die criteria.
Beoordeling aanvragen
-
1. Aanvragen regiegroep:
De penvoerder van de regiegroep kan subsidie aanvragen voor activiteiten die zij opneemt
in haar activiteitenplan. De activiteiten worden beoordeeld aan de hand van bovenstaande
criteria met uitzondering van de deelcriteria 1.1, 3.2 en 4.1. De aanvraag wordt beoordeeld
door de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), waarna de minister beslist.
-
2. Aanvragen organisaties of penvoerders van samenwerkingsverbanden:
Een organisatie kan een subsidieaanvraag doen voor de uitvoering van activiteiten.
Dit kan een enkele activiteit zijn maar een subsidieaanvraag kan ook bestaan uit meerdere
activiteiten. De subsidieaanvraag waarvoor subsidie wordt aangevraagd door organisaties,
wordt inhoudelijk beoordeeld door de regiegroep, waarna de minister beslist. De regiegroep
bereidt de besluitvorming van de minister voor.