Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl

[Regeling vervalt per 01-01-2029.]
Geraadpleegd op 22-05-2024.
Geldend van 21-03-2024 t/m heden

Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 12 maart 2024, nr. 1502027, houdende regels voor subsidieverstrekking ter ondersteuning van het invoeren van het praktijkgerichte vak in de gemengde leerweg en theoretische leerweg van het vmbo (Subsidieregeling praktijkgericht vak gl en tl)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking praktijkgericht vak

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 3. Doel en reikwijdte subsidie

  • 1 Op aanvraag van het bevoegd gezag van een school of vavo-instelling kan de minister voor de schooljaren 2024–2025 tot en met 2027–2028 subsidie verstrekken voor het aanbieden van een praktijkgericht vak in de gemengde leerweg of de theoretische leerweg van het vmbo.

  • 2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt onderscheiden in subsidie ten behoeve van:

    • a. pilotscholen; en

    • b. overige scholen en vavo-instellingen.

  • 3 Subsidie aan een pilotschool wordt verstrekt voor het aanbieden van een praktijkgericht vak in de theoretische leerweg.

Artikel 4. Subsidieaanvraag

  • 1 Een subsidieaanvraag kan worden ingediend:

    • a. van 25 maart 2024 tot en met 22 april 2024 voor de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026;

      en

    • b. van 15 januari 2026 tot en met 17 februari 2026 voor de schooljaren 2026–2027 en 2027–2028.

  • 2 Te laat ingediende aanvragen worden afgewezen.

  • 3 Het bevoegd gezag van een pilotschool kan voor een vestiging slechts subsidie aanvragen voor de schooljaren volgend op het schooljaar waarin de pilot is afgerond.

  • 4 Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl.

Artikel 5. Beslistermijn

De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 4.

§ 2. Subsidie pilotscholen

Artikel 8. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De subsidie wordt verstrekt voor

    • a. het continueren en, voor zover relevant, het doorontwikkelen van een praktijkgericht vak van de schoolvestiging die het betreft, als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de theoretische leerweg;

    • b. het vrij roosteren van leraren voor deelname aan de activiteiten en vervangen van die leraren; en

    • c. het aansluiten bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd in het tweede lid, voor het doorontwikkelen van het praktijkgerichte vak in de vestiging.

  • 2 Onder de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, valt in ieder geval het onderhouden en zo nodig intensiveren van een in het kader van die pilot:

    • a. opgebouwd netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio; en

    • b. opgebouwde samenwerking met het mbo;

  • 3 De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a. de inzet van een extra docent of onderwijsondersteuner voor het praktijkgerichte vak, onder meer bij het ondersteunen van docenten in de klas;

    • b. het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van opdrachten en het opbouwen en onderhouden van contacten met vervolgonderwijs en bedrijfsleven;

    • c. het aanschaffen van lesmateriaal voor de leerlingen om opdrachten uit te voeren; en

    • d. het reizen door leerlingen van en naar een locatie van een regionaal bedrijf of instelling.

Artikel 9. Subsidiebedrag en aanvraag

  • 1 De subsidie bedraagt € 50.000 per vestiging. Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

  • 3 Een bevoegd gezag mag ten hoogste één aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indienen per vestiging.

Artikel 10. Subsidieplafond

  • 1 Voor de subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is voor de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026 in totaal een bedrag beschikbaar van € 7.450.000,-.

  • 2 In het geval dat door subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf niet alle daarvoor beschikbare middelen worden uitgeput, kan het resterende bedrag geheel of gedeeltelijk worden toegevoegd aan het subsidieplafond, bedoeld in artikel 16, eerste lid.

Artikel 11. Subsidieverplichtingen

  • 1 De onderwijsinstelling ontwikkelt het praktijkgerichte vak gedurende twee jaar en biedt het twee jaar aan aan de doelgroep van de licentie waarvoor zij een aanvraag heeft gedaan.

  • 2 Het bevoegd gezag dat de subsidie, bedoeld in artikel 8, ontvangt, zendt:

Artikel 12. Besteding en verantwoording

  • 1 Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 11, is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

§ 3. Subsidie overige scholen

Artikel 14. Te subsidiëren activiteiten overige scholen

  • 1 Subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a. het opstarten met en doorontwikkelen van het praktijkgerichte vak als onderdeel van het curriculum voor leerlingen in het derde en het vierde leerjaar van de gemengde leerweg of de theoretische leerweg;

    • b. het opbouwen en onderhouden van een netwerk met het bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen in de regio;

    • c. het opzetten of intensiveren van een samenwerking met het mbo ten behoeve van het opbouwen en onderwijzen van het praktijkgerichte vak;

    • d. de vervanging voor het vrij roosteren van onderwijspersoneel, opdat zij scholing kunnen volgen en ontwikkelactiviteiten kunnen uitvoeren in het kader van het praktijkgerichte vak; en

    • e. het aansluiten bij bestaande netwerken dan wel vormen van een netwerk, genoemd het tweede lid, voor het doorontwikkelen van het examenprogramma praktijkgerichte vak en de invoering van dit vak in de vestiging.

  • 2 De subsidie wordt daarnaast verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a. de inzet van een extra docent of onderwijsondersteuner voor het praktijkgerichte vak, onder meer bij het ondersteunen van docenten in de klas;

    • b. het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van opdrachten en het opbouwen en onderhouden van contacten met vervolgonderwijs en bedrijfsleven;

    • c. het aanschaffen van lesmateriaal voor de leerlingen om opdrachten uit te voeren; en

    • d. het reizen door leerlingen van en naar een locatie van een bedrijf of instelling.

Artikel 15. Subsidiebedrag en aanvraag

  • 1 De subsidie bedraagt € 25.000 per aanvraag voor een vestiging voor het aanbieden van het praktijkgerichte vak in de gemengde leerweg en € 75.000 per aanvraag per vestiging voor het aanbieden van het praktijkgerichte vak in de theoretische leerweg. Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

  • 3 Een bevoegd gezag mag ten hoogste één aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indienen per vestiging.

Artikel 16. Subsidieplafond en wijze van verdeling van de beschikbare middelen

  • 1 Voor de subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is voor de schooljaren 2024–2025 en 2025–2026 in totaal een bedrag beschikbaar van € 13.550.000,–.

  • 2 In het geval dat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, ontoereikend is om alle aanvragen voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, toe te wijzen, worden de binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt.

  • 3 De subsidiebedragen voor de schooljaren 2026–2027 en 2027–2028 worden op een later moment bekend gemaakt.

Artikel 17. Subsidieverplichtingen

  • 1 De onderwijsinstelling ontwikkelt het praktijkgerichte vak gedurende twee jaren biedt het minimaal één jaar aan aan de doelgroep van de licentie waarvoor zij een aanvraag heeft gedaan.

Artikel 18. Besteding en verantwoording

  • 1 Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 3 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 19. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling in bijzondere gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 20. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

M.L.J. Paul

Naar boven