Controlevoorschriften AKW

Geraadpleegd op 19-06-2024.
Geldend van 24-11-2023 t/m heden

Besluit van de Sociale verzekeringsbank van 13 november 2023 houdende controlevoorschriften als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Algemene kinderbijslagwet (Controlevoorschriften AKW)

De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank,

Gelet op artikel 16, eerste lid, van de Algemene kinderbijslagwet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de AKW: de Algemene Kinderbijslagwet;

  • b. SVB: de Sociale verzekeringsbank;

  • c. kinderbijslag: kinderbijslag in de zin van Hoofdstuk III van de AKW;

  • d. een kind: een eigen kind, een aangehuwd kind of een pleegkind als bedoeld in artikel 7, eerste lid, waarvoor kinderbijslag is aangevraagd of dat van invloed is op de hoogte van de kinderbijslag, en ten opzichte waarvan men niet van de verplichting tot het opgeven van wijzigingen is ontslagen;

  • e. de partner: de persoon met wie de aanvrager een huishouden vormt.

Artikel 2

  • 1 Dit besluit is van toepassing op:

    • a. de persoon die kinderbijslag ontvangt of hiervoor in aanmerking wenst te komen;

    • b. de partner van degene die kinderbijslag ontvangt of hiervoor in aanmerking wenst te komen, mits de partner zelf recht heeft op kinderbijslag, ongeacht of de partner zelf een aanvraag om kinderbijslag heeft ingediend;

    • c. de persoon aan wie op grond van artikel 21 AKW kinderbijslag wordt betaald.

  • 2 Dit besluit is ook van toepassing als de in het eerste lid bedoelde personen of het kind waarvoor kinderbijslag is aangevraagd, buiten Nederland wonen.

Hoofdstuk 2. Algemene verplichtingen

Artikel 3

  • 1 De in artikel 2, eerste lid bedoelde persoon stelt de SVB onverwijld in kennis van een wijziging in het adres van de kinderbijslaggerechtigde.

  • 2 De kennisgeving bedoeld in het eerste lid kan bij een verhuizing in Nederland achterwege blijven, indien de wijziging in het adres aan de gemeente is gemeld binnen de in de Wet basisregistratie personen gestelde termijn.

Artikel 4

Op verzoek van de SVB verstrekt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon binnen de door de SVB gestelde termijn en met gebruikmaking van de door de SVB ter beschikking gestelde formulieren informatie welke van belang kan zijn voor het recht op of de hoogte van de kinderbijslag, het geldend maken van het recht op kinderbijslag of de uitbetaling van de kinderbijslag en legt terzake op verzoek van de SVB binnen de door de SVB gestelde termijn bewijsstukken over.

Artikel 5

  • 1 Op verzoek van de SVB geeft de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon op een door de SVB vastgesteld tijdstip aan de SVB boeken, documenten en andere informatiedragers ter inzage en stelt hij deze voor het maken van een kopie ter beschikking stellen.

  • 2 Op verzoek van de SVB verstrekt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon aan de SVB terstond een geldig identificatiebewijs, zoals bedoeld in de Wet op de Identificatieplicht, ter inzage, en stelt hij deze voor het maken van een kopie ter beschikking.

Artikel 6

De in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon verschijnt, na een oproep van de SVB, op een door de SVB te bepalen kantoor en verstrekt de gevraagde gegevens.

Hoofdstuk 3. Bijzondere verplichtingen

Artikel 8

Als het kind uitwonend wordt of is, stelt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon de SVB op haar verzoek en binnen een door haar te stellen termijn in kennis van het adres van het kind. Op verzoek van de SVB legt deze persoon aan de SVB bewijsstukken over van het uitwonend kind zijn van dit kind en de reden hiervan.

Artikel 9

Als het kind uitwonend is in verband met het volgen van onderwijs, zorgt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon ervoor dat, op verzoek van de SVB, een schoolverklaring door de onderwijsinstelling wordt ingevuld en ondertekend. Daarna doet deze persoon de verklaring binnen de door de SVB gestelde termijn aan de SVB toekomen.

Artikel 10

Als een kind uitwonend is, stuurt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon binnen een door de SVB gestelde termijn een onderhoudsverklaring, naar waarheid en volledig ingevuld, ondertekend en gedateerd, aan de SVB. Op verzoek van de SVB doet deze persoon binnen de door de SVB gestelde termijn betaalbewijzen van de bijdrage in het onderhoud van het kind aan de SVB toekomen.

Artikel 11

Als een kind uitwonend is in verband met ziekte of gebreken, legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon op verzoek van de SVB binnen een door de SVB te stellen termijn een plaatsingsbewijs van de instelling waar het kind is opgenomen of, indien het kind bij een derde verblijft, een medische verklaring over.

Artikel 12

Als het kind onderwijs volgt in het buitenland, zorgt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon ervoor dat, op verzoek van de SVB, een schoolverklaring door de onderwijsinstelling wordt ingevuld en ondertekend. Daarna doet deze persoon de verklaring binnen de door de SVB gestelde termijn aan de SVB toekomen.

Dit reglement wordt in de Staatscourant geplaatst.

Amstelveen, 13 november 2023

De voorzitter van de Raad van bestuur,

S.T. Sibma

Naar boven