Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo

Geraadpleegd op 07-04-2026. Gebruikte datum 'geldig op' 01-01-2023.
Geldend van 01-01-2023 t/m 07-02-2023.

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 30 augustus 2021, nr. VO/29097500, houdende regels voor de bekostiging van vo-scholen en samenwerkingsverbanden VO in Europees en scholen in Caribisch Nederland (Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo)

§ 1. Bekostiging vo-scholen Europees Nederland

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2022

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 2 De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2022 vastgesteld op:

    • a. € 8.033,26 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;

    • b. € 9.450,90 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2023, 4830, datum inwerkingtreding 08-02-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

Artikel 2. Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2023

1 De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op:

  • a. € 234.633,43 voor de hoofdvestiging;

  • b. € 117.316,71 voor een nevenvestiging.

2 De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op:

  • a. € 8.022,35 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;

  • b. € 9.438,07 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.

Stcrt. 2023, 16485, datum inwerkingtreding 15-06-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

De bedragen zoals die waren vastgesteld voor het kalenderjaar 2022 blijven van toepassing op het kalenderjaar 2022.

1 In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘€ 234.633,43’ vervangen door ‘€ 248.155,03’.

2 In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 117.316,71’ vervangen door ‘€ 124.077,51’.

3 In het tweede lid, onderdeel a, wordt ‘€ 8.022,35’ vervangen door ‘€ 8.550,59’.

4 In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘€ 9.438,07’ vervangen door ‘€ 10.059,53’.

Artikel 3. Aanvullende bekostiging lwoo en pro en regionale ondersteuning kalenderjaar 2022

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2023, 16485, datum inwerkingtreding 15-06-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

De bedragen zoals die waren vastgesteld voor het kalenderjaar 2022 blijven van toepassing op het kalenderjaar 2022.

Artikel 3. Aanvullende bekostiging lwoo en pro en regionale ondersteuning kalenderjaar 2023

1 De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.5, eerste en tweede lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op € 5.275,67 per leerling voor personeelskosten en € 210,90 per leerling voor exploitatiekosten.

2 De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.13, eerste, derde en vierde lid, van de wet, alsmede het op de bekostiging van het samenwerkingsverband in mindering te brengen bedrag, bedoeld in artikel 5.13, zesde en zevende lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op € 5.486,57 per leerling.

3 De aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in artikel 5.13, eerste en vijfde lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op € 115,63 per leerling.

Artikel 4. Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2023

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 2 De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. € 8.022,35 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;

    • b. € 9.438,07 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2023, 4830, datum inwerkingtreding 08-02-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

Artikel 4. Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2024

1 De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden per 1 januari 2024 vastgesteld op:

  • a. € 234.633,43 voor de hoofdvestiging;

  • b. € 117.316,71 voor een nevenvestiging.

2 De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2024 vastgesteld op:

  • a. € 8.022,35 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;

  • b. € 9.438,07 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.

Stcrt. 2023, 16485, datum inwerkingtreding 15-06-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

De bedragen zoals die waren vastgesteld voor het kalenderjaar 2022 blijven van toepassing op het kalenderjaar 2022.

1 Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

In onderdeel a wordt ‘€ 234.633,43’ vervangen door ‘€ 248.155,03’.

In onderdeel b, wordt ‘€ 117.316,71’ vervangen door ‘€ 124.077,51’.

2 Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

In onderdeel a wordt ‘€ 8.022,35’ vervangen door ‘€ 8.550,59’.

In onderdeel b wordt ‘€ 9.438,07’ vervangen door ‘€ 10.059,53’.

Artikel 5. Aanvullende bekostiging lwoo en pro en regionale ondersteuning kalenderjaar 2023

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.5, eerste en tweede lid, wordt per 1 januari 2023 vastgesteld op € 4.988,21 per leerling voor personeelskosten en € 199,41 per leerling voor exploitatiekosten.

  • 2 De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.13, eerste, derde en vierde lid, van de wet, alsmede het op de bekostiging van het samenwerkingsverband in mindering te brengen bedrag, bedoeld in artikel 5.13, zesde en zevende lid, van de wet, wordt per 1 januari 2023 vastgesteld op € 5.187,62 per leerling.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2023, 16485, datum inwerkingtreding 15-06-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

De bedragen zoals die waren vastgesteld voor het kalenderjaar 2022 blijven van toepassing op het kalenderjaar 2022.

Artikel 5. Aanvullende bekostiging lwoo en pro en regionale ondersteuning kalenderjaar 2024

1 De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.5, eerste en tweede lid, wordt voor het kalenderjaar 2024 vastgesteld op € 5.486,57 per leerling.

2 De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.13, eerste, derde en vierde lid, van de wet, alsmede het op de bekostiging van het samenwerkingsverband in mindering te brengen bedrag, bedoeld in artikel 5.13, zesde en zevende lid, van de wet, wordt per 1 januari 2024 vastgesteld op € 5.486,57 per leerling.

3 De aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in artikel 5.13, eerste en vijfde lid, van de wet, wordt per 1 januari 2024 vastgesteld op € 115,63 per leerling.

Artikel 6. Betaalritme bekostiging vo-scholen Europees Nederland

De minister stelt de bekostiging, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5, in december voorafgaande aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste termijn wordt betaald in januari van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

§ 2. Bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland

Artikel 7. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 8. Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2022

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Het bedrag per school, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2022 vastgesteld op:

    • a. USD 222.331,68 bij een leerlingen- en studentenaantal van 600 of minder;

    • b. USD 444.663,35 bij een leerlingen- en studentenaantal van 601 tot en met 1.200;

    • c. USD 666.995,03 bij een leerlingen- en studentenaantal van 1.201 en meer.

  • 2 De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2022 vastgesteld op:

    • a. een bedrag van USD 7.562,80:

      • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

      • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen;

    • b. een bedrag van USD 8.897,64:

      • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

      • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen.

  • 6 Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2022 vastgesteld op:

    • a. USD 0 bij een leerlingenaantal van 301 of meer;

    • b. USD 163.933,88 bij een leerlingenaantal van 201 tot en met 300;

    • c. USD 382.512,38 bij een leerlingenaantal van 151 tot en met 200;

    • d. USD 601.090,89 bij een leerlingenaantal van 101 tot en met 150;

    • e. USD 819.669,40 bij een leerlingenaantal van 51 tot en met 100;

    • f. USD 1.038.247,91 bij een leerlingenaantal van 50 of minder.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2023, 4830, datum inwerkingtreding 08-02-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

Artikel 8. Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2023

1 Het bedrag per school, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op:

  • a. USD 222.029,71 bij een leerlingen- en studentenaantal van 600 of minder;

  • b. USD 444.059,43 bij een leerlingen- en studentenaantal van 601 tot en met 1.200;

  • c. USD 666.089,14 bij een leerlingen- en studentenaantal van 1.201 en meer.

2 De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op:

  • a. een bedrag van USD 7.552,53:

    • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

    • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen;

  • b. een bedrag van USD 8.885,55:

    • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

    • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen.

3 De bedragen per student, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op:

  • a. USD 8.885,55 voor studenten in de beroepsopleidende leerweg; en

  • b. USD 5.331,33 voor studenten in de beroepsbegeleidende leerweg.

4 De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op 40 procent.

5 De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op 36 procent.

6 Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2023 vastgesteld op:

  • a. USD 0 bij een leerlingenaantal van 301 of meer;

  • b. USD 163.711,23 bij een leerlingenaantal van 201 tot en met 300;

  • c. USD 381.992,87 bij een leerlingenaantal van 151 tot en met 200;

  • d. USD 600.274,52 bij een leerlingenaantal van 101 tot en met 150;

  • e. USD 818.556,16 bij een leerlingenaantal van 51 tot en met 100;

  • f. USD 1.036.837,81 bij een leerlingenaantal van 50 of minder.

Stcrt. 2023, 16485, datum inwerkingtreding 15-06-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

De bedragen zoals die waren vastgesteld voor het kalenderjaar 2022 blijven van toepassing op het kalenderjaar 2022.

1 Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

  • a In onderdeel a wordt ‘USD 222.029,71’ vervangen door ‘USD 235.793,60’.

  • b In onderdeel b wordt ‘USD 444.059,43’ vervangen door ‘USD 471.587,20’.

  • c In onderdeel c wordt ‘USD 666.089,14’ vervangen door ‘USD 707.380,80’.

2 Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

  • a In onderdeel a wordt ‘USD 7.552,53’ vervangen door ‘USD 8.020,72’.

  • b In onderdeel b wordt ‘USD 8.885,55’ vervangen door ‘USD 9.436,38’.

3 Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

  • a In onderdeel a wordt ‘USD 8.885,55’ vervangen door ‘USD 9.436,38’.

  • b In onderdeel b wordt ‘USD 5.331,33’ vervangen door ‘USD 5.661,83’.

4 Het zesde lid wordt als volgt gewijzigd:

  • a In onderdeel b wordt ‘USD 163.711,23’ vervangen door ‘USD 173.859,89’.

  • b In onderdeel c wordt ‘USD 381.992,87’ vervangen door ‘USD 405.673,07’.

  • c In onderdeel d wordt ‘USD 600.274,52’ vervangen door ‘USD 637.486,26’.

  • d In onderdeel e wordt ‘USD 818.556,16’ vervangen door ‘USD 869.299,44’.

  • e In onderdeel f wordt ‘USD 1.036.837,81’ vervangen door ‘USD 1.101.112,63’.

Artikel 9. Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2023

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Het bedrag per school, bedoeld in 11.56, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. USD 222.029,71 bij een leerlingen- en studentenaantal van 600 of minder;

    • b. USD 444.059,43 bij een leerlingen- en studentenaantal van 601 tot en met 1.200;

    • c. USD 666.089,14 bij een leerlingen- en studentenaantal van 1.201 en meer.

  • 2 De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. een bedrag van USD 7.552,53:

      • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

      • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen;

    • b. een bedrag van USD 8.885,55:

      • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

      • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen.

  • 6 Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt per 1 januari 2023 vastgesteld op:

    • a. USD 0 bij een leerlingenaantal van 301 of meer;

    • b. USD 163.711,23 bij een leerlingenaantal van 201 tot en met 300;

    • c. USD 381.992,87 bij een leerlingenaantal van 151 tot en met 200;

    • d. USD 600.274,52 bij een leerlingenaantal van 101 tot en met 150;

    • e. USD 818.556,16 bij een leerlingenaantal van 51 tot en met 100;

    • f. USD 1.036.837,81 bij een leerlingenaantal van 50 of minder.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2023, 4830, datum inwerkingtreding 08-02-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

Artikel 9. Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2024

1 Het bedrag per school, bedoeld in 11.56, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt per 1 januari 2024 vastgesteld op:

  • a. USD 222.029,71 bij een leerlingen- en studentenaantal van 600 of minder;

  • b. USD 444.059,43 bij een leerlingen- en studentenaantal van 601 tot en met 1.200;

  • c. USD 666.089,14 bij een leerlingen- en studentenaantal van 1.201 en meer.

2 De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2024 vastgesteld op:

  • a. een bedrag van USD 7.552,53:

    • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

    • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen;

  • b. een bedrag van USD 8.885,55:

    • 1°. wat betreft een school op Bonaire: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

    • 2°. wat betreft een school als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES: voor leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen.

3 De bedragen per student, bedoeld in artikel 2.2.1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden per 1 januari 2024 vastgesteld op:

  • a. USD 8.885,55 voor studenten in de beroepsopleidende leerweg; en

  • b. USD 5.331,33 voor studenten in de beroepsbegeleidende leerweg.

4 De minister stelt de procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, per 1 januari 2024 vast op 40 procent.

5 De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt per 1 januari 2024 vastgesteld op 36 procent.

6 Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt per 1 januari 2024 vastgesteld op:

  • a. USD 0 bij een leerlingenaantal van 301 of meer;

  • b. USD 163.711,23 bij een leerlingenaantal van 201 tot en met 300;

  • c. USD 381.992,87 bij een leerlingenaantal van 151 tot en met 200;

  • d. USD 600.274,52 bij een leerlingenaantal van 101 tot en met 150;

  • e. USD 818.556,16 bij een leerlingenaantal van 51 tot en met 100;

  • f. USD 1.036.837,81 bij een leerlingenaantal van 50 of minder.

Stcrt. 2023, 16485, datum inwerkingtreding 15-06-2023, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2023.

De bedragen zoals die waren vastgesteld voor het kalenderjaar 2022 blijven van toepassing op het kalenderjaar 2022.

1 Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

  • a In onderdeel a wordt ‘USD 222.029,71’ vervangen door ‘USD 237.209,29’.

  • b In onderdeel b wordt ‘USD 444.059,43’ vervangen door ‘USD 474.418,58’.

  • c In onderdeel c wordt ‘USD 666.089,14’ vervangen door ‘USD 711.627,87’.

2 Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

  • a In onderdeel a wordt ‘USD 7.552,53’ vervangen door ‘USD 8.068,88’.

  • b In onderdeel b wordt ‘USD 8.885,55’ vervangen door ‘USD 9.493,03’.

3 Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

  • a In onderdeel a wordt ‘USD 8.885,55’ vervangen door ‘USD 9.493,03’.

  • b In onderdeel b wordt ‘USD 5.331,33’ vervangen door ‘USD 5.695,82’.

4 Het zesde lid wordt als volgt gewijzigd:

  • a In onderdeel b, wordt ‘USD 163.711,23’ vervangen door ‘USD 174.903,73’.

  • b In onderdeel c wordt ‘USD 381.992,87’ vervangen door ‘USD 408.108,70’.

  • c In onderdeel d wordt ‘USD 600.274,52’ vervangen door ‘USD 641.313,69’.

  • d In onderdeel e wordt ‘USD 818.556,16’ vervangen door ‘USD 874.518,66’.

  • e In onderdeel f wordt ‘USD 1.036.837,81’ vervangen door ‘USD 1.107.723,65’

Artikel 10. Betaalritme bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland

De minister stelt de bekostiging, bedoeld in de artikelen 8 en 9, in december voorafgaande aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De bekostiging wordt betaald vanaf januari van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft conform de percentages in tabel 1.

Tabel 1. Betaalritme bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland

januari

9,72%

juli

7,62%

februari

9,25%

augustus

6,69%

maart

8,58%

september

6,69%

april

8,58%

oktober

6,69%

mei

12,28%

november

6,69%

juni

10,52%

december

6,69%

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 11. Verhouding personeel en exploitatie bij kabinetsbijdrage voor loon- en prijsontwikkeling

Bij de verwerking van de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsontwikkeling in de bedragen die in deze regeling zijn opgenomen, wordt een verhouding gehanteerd van 85 procent voor loonontwikkeling en 15 procent voor prijsontwikkeling.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 november 2021.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob