Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie [...] Zaken 2006 (Migratie en Ontwikkeling 2019–2022)

[Regeling vervalt per 01-01-2023.]
Geldend van 28-02-2019 t/m heden

Besluit van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 20 september 2018, nr. Min-BuZa.2018.1624-18, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Migratie en Ontwikkeling 2019–2022)

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 6, 7 en 10 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 2.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de minister op het terrein van migratie en ontwikkeling gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

  • 1 Voor subsidieverlening in het kader van Migratie en Ontwikkeling 2019–2022 voor activiteiten bedoeld in artikel 2.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2022 een subsidieplafond van € 41 miljoen, dat als volgt over de afzonderlijke activiteiten wordt verdeeld:

    • a) voor activiteiten gericht op bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio: € 35 miljoen;

    • b) voor activiteiten gericht op migratiesamenwerking: € 6 miljoen.

Artikel 3

  • 1 Aanvragen voor een subsidie in het kader van Migratie en Ontwikkeling 2019–2022 worden ingediend aan de hand van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op dat aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1

  • 2 Aanvragen voor een subsidie in het kader van Migratie en Ontwikkeling 2019–2022 worden ingediend in één van de volgende openstellingen:

    • a. subsidieaanvragen voor activiteiten gericht op bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio: in de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 16 november 2018 23:59.59 uur CET;

    • b. subsidieaanvragen voor activiteiten gericht op migratiesamenwerking: in de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 7 december 2018 23:59.59 uur CET.

Artikel 4

De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2023 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst. De appendices bij de bijlage worden via internet bekend gemaakt.2

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

namens deze,

de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking,

R.M. Buijs

Subsidiebeleidskader Migratie en Ontwikkeling 2019–2022

1. Inleiding

Dit subsidiebeleidskader heeft betrekking op de subsidieverstrekking in het kader van Migratie & Ontwikkeling 2019 – 2022 (hierna: M&O 2019 – 2022). In dit subsidiebeleidskader zijn de beleidsregels opgenomen voor de beoordeling van aanvragen voor een subsidie voor activiteiten gericht op de verbetering en bevordering van de bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio, inclusief de omstandigheden in de gastgemeenschappen3, en/of de versterking van samenwerking op migratieterrein met prioritaire herkomst- en transitlanden. Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dienen aanvragen een bijdrage te leveren aan uitvoering van het kabinetsbeleid inzake Migratie & Ontwikkeling, zoals uiteengezet in de integrale migratieagenda4, in het bijzonder aan (onderdelen van) de pijlers 1 (voorkomen van irreguliere migratie), 2 (versterken bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio) en 4 (minder illegaliteit, meer terugkeer). De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd moeten tevens passen binnen de Beleidsnota van mei 2018 ‘nvesteren in Perspectief’ (vooral paragraaf 2.4).5

In dit subsidiebeleidskader worden in hoofdstuk 2 de financiële middelen en de looptijd van activiteiten geschetst. Hoofdstuk 3 bevat een toelichting op de selectiecriteria en het selectieproces, waarna hoofdstuk 4 is gewijd aan de formele vereisten aan de aanvraag en de verdere procedure. In hoofdstuk 5 worden de verschillende drempelcriteria en inhoudelijke beoordelingscriteria uiteengezet die bij de beoordeling van aanvragen in het kader van Migratie & Ontwikkeling 2019–2022 van toepassing zijn.

2. Financiële middelen, verdeling daarvan en tijdpad activiteiten

2.1. Beschikbare middelen

Voor subsidieverlening in het kader van M&O 2019–2022 wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten activiteiten: activiteiten gericht op bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio en activiteiten gericht op migratiesamenwerking. Voor subsidieverlening is in totaal maximaal € 41 miljoen beschikbaar. Dit subsidieplafond is verdeeld over de volgende sub-plafonds voor de beide soorten activiteiten:

  • a) € 35 miljoen voor activiteiten gericht op bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio;

  • b) € 6 miljoen voor activiteiten gericht op migratiesamenwerking.

Indien een tweede openstelling volgt, worden de daarvoor geldende sub-plafonds nader bekend gemaakt in een daartoe strekkend besluit in de Staatscourant, waarbij ook de periode waarbinnen de aanvragen in deze openstellingen moeten worden ingediend bekend zal worden gemaakt. Mochten de ervaringen opgedaan in de hierboven genoemde openstellingen daartoe aanleiding geven, dan kunnen de beleidsregels opgenomen in dit subsidiebeleidskader, m.n. de maatstaven betreffende (sub)thema’s en landen, voor subsidieverlening in volgende openstellingen worden aangepast. In voorkomend geval zal eveneens een daartoe strekkend besluit in de Staatscourant bekend worden gemaakt.

2.2 Verdeling beschikbare middelen

De beoordeling van de aanvragen en de toekenning en verdeling van de beschikbare middelen vindt plaats via een tender: van alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven van deze beleidsregels, wordt de kwaliteit beoordeeld volgens dezelfde criteria. De aanvragen worden gerangschikt op basis van de uitkomsten van deze beoordeling. De aanvragen die het beste voldoen aan de criteria komen als eerste voor subsidie in aanmerking. De verdeling van de beschikbare middelen vindt derhalve plaats op grond van de kwaliteit van de ingediende aanvragen zoals beoordeeld aan de hand van de in deze beleidsregels opgenomen maatstaven, waarbij de minister rekening houdt met een redelijke spreiding van middelen over de bestemmingslanden6 en de (sub)thema’s genoemd in paragraaf 5.2, criterium D.7. Tevens geldt dat om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie, de kwaliteit van de aanvraag ten minste voldoende moet zijn.

2.3. Looptijd van de activiteiten

De looptijd van een activiteit kan variëren van 24 maanden tot 48 maanden, moet binnen het tijdvak van 01 januari 2019 tot en met 30 juni 2023 vallen, met dien verstande dat activiteiten niet later dan op 01 januari 2020 mogen beginnen.

3. Hoofdlijnen van selectiecriteria en -proces

3.1. Voor wie zijn subsidies in het kader van bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio en migratiesamenwerking bedoeld?

Subsidies in het kader van bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio en migratiesamenwerking zijn bedoeld voor activiteiten van non-gouvernementele organisaties, bedrijven en/of kennisinstellingen, wat betreft de laatst genoemde voor zover zij niet kwalificeren als non-gouvernementele organisatie zoals bedoeld in par. 5.1 Criterium D.1.

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van M&O 2019–2022 dienen aanvragende organisaties voldoende relevante ervaring te hebben met het uitvoeren van activiteiten vergelijkbaar met de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd in de doelgebieden als waar de voorgestelde activiteiten worden uitgevoerd (track record). Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria opgenomen in par 5.4.

Organisaties kunnen zelfstandig een subsidieaanvraag indienen of deel uitmaken van een alliantie zoals bedoeld in par. 5.1, criterium D.3. In geval van een alliantie wordt de aanvraag namens de alliantie aangevraagd door een penvoerder. De penvoerder is, indien de aanvraag wordt gehonoreerd, verantwoordelijk voor de uitvoering van de activiteiten van de alliantie en voor de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen.

Aanvragers kunnen voor de uitvoering van (onderdelen van) de activiteiten gebruik maken van en samenwerken met andere organisaties zonder winstoogmerk, van lokale overheidsorganisaties of van bedrijven (met winstoogmerk). Een dergelijke samenwerking betreft geen samenwerking in het kader van een samenwerkingsverband (alliantie) zoals hiervoor bedoeld, maar samenwerking met bijvoorbeeld een lokale organisatie die enkele onderdelen van de activiteiten lokaal uitvoert.

3.2. Termijnen van indiening

Voor het indienen van subsidieaanvragen in het kader van M&O 2019–2022 gelden de volgende indieningstermijnen:

  • voor activiteiten gericht op bescherming en opvang in de regio: vanaf de datum van inwerkingtreding van het subsidiebeleidskader M&O 2019–2022 tot en met 16 november 2018 23:59.59 uur CET;

  • voor activiteiten in het kader van migratiesamenwerking: vanaf de datum van inwerkingtreding van het subsidiebeleidskader M&O 2019–2022 tot en met 7 december 2018 23:59.59 uur CET.

3.3. Selectieproces

Op de subsidieverstrekking in het kader van M&O 2019–2022 zijn de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 onverkort van toepassing. Daarnaast gelden bij de beoordeling van de subsidieaanvragen en de verdeling van de beschikbare middelen de in dit subsidiebeleidskader neergelegde beleidsregels.

Aanvragen voor een subsidie in het kader van M&O 2019–2022 worden beoordeeld in twee fasen:

  • 1. Drempeltoets, kwaliteit track record en kwaliteit conceptnotitie;

  • 2. Organisatorische capaciteit en kwaliteit volledig voorstel.

Fase 1:

Bescherming en opvang in de regio: deadline voor indienen aanvraag 16 november 2018 – besluitvorming uiterlijk 18 januari 2019

Migratie samenwerking: deadline voor indienen aanvraag 7 december 2018 – besluitvorming uiterlijk 18 januari 2019

In fase 1 worden aanvragen ten eerste beoordeeld aan de hand van drempelcriteria opgenomen in par. 5.1 en par. 5.2. Aanvragen die niet aan alle drempelcriteria voldoen worden afgewezen en niet verder beoordeeld.

Vervolgens wordt de kwaliteit van de conceptnotitie en van het track-record van de aanvragers wier aanvraag de drempeltoets heeft gehaald, beoordeeld. De criteria voor de beoordeling van de kwaliteit van de conceptnotitie zijn opgenomen in par. 5.3, die voor de kwaliteit van het track record in par. 5.4. Aan de hand van de uitkomsten van deze beoordeling en de beschikbare middelen, en rekening houdend met een evenwichtige spreiding van activiteiten over (sub)thema’s en landen, wordt een selectie gemaakt van aanvragen waarvan de aanvragende organisaties in fase 2 worden uitgenodigd om een volledig voorstel in te dienen. Om hiervoor in aanmerking te kunnen komen dient de kwaliteit van zowel de conceptnotitie als van het track record ten minste voldoende te zijn (in voldoende mate te voldoen aan de zojuist genoemde criteria).

Niet-geselecteerde aanvragen worden afgewezen en niet verder beoordeeld. Aanvragers ontvangen hierover uiterlijk 18 januari 2019 bericht. Aanvragers wier aanvraag is geselecteerd voor fase 2 ontvangen uiterlijk op dezelfde datum bericht dat zij een volledig voorstel mogen indienen.

Fase 2:

Deadline voor indienen volledig voorstel (full proposal): 15 februari 2019 – besluitvorming uiterlijk 15 maart 2019

In fase 2 worden de geselecteerde aanvragers uitgenodigd om een volledig voorstel in te dienen. Bij de uitnodiging zal het Ministerie een aanvullend aanvraagsjabloon opsturen, welke verplicht gebruikt dient te worden door de aanvrager bij het indienen van zijn volledige voorstel. In de uitnodiging om een volledig voorstel in te dienen wordt een maximum indicatief subsidiebedrag vermeld. Dit richtbedrag is gebaseerd op het aantal geselecteerde aanvragers, de aangevraagde subsidiebedragen, de kwaliteit van het trackrecord en de conceptnotitie, de beschikbare middelen en de evenwichtige spreiding van de beschikbare middelen over de bestemmingslanden en de (sub)thema’s.

De volledige voorstellen voor zowel bescherming en opvang in de regio als voor migratie samenwerking dienen uiterlijk 15 februari 2019 23:59 CET door het Ministerie te zijn ontvangen. Aanvragen waarvan de volledige voorstellen te laat worden ontvangen worden afgewezen en niet verder beoordeeld.

Voordat de kwaliteit van de tijdig ontvangen volledige voorstellen wordt beoordeeld, wordt op grond van artikel 4, eerste lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken eerst beoordeeld of de aanvrager/penvoerder in staat is tot een adequaat financieel beheer en door ervaringsdeskundigheid met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een doelgerichte en doelmatige uitvoering van de activiteiten kan waarborgen. Indien de aanvrager/penvoerder aantoont in het bezit te zijn van een positief beoordeelde Checklist on Organisational Capacity Assessement (COCA) van ten hoogste vier jaar oud (peildatum 1 juli 2018), of een PARTOS ISO 9001 certificaat, of een geldend Framework Partnership Agreement (FPA) met DG ECHO van de EU, wordt hij geacht aan dit criterium te voldoen. In andere gevallen vindt de beoordeling plaats aan de hand van het door de aanvrager/penvoerder bij het volledige voorstel in te dienen COCA format (dat tezamen met het sjabloon voor het volledige voorstel bij de uitnodiging om een volledig voorstel in te dienen zal worden meegestuurd).

Aanvragen die worden ingediend door een organisatie die niet voldoet aan artikel 4, eerste lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken worden afgewezen en niet verder beoordeeld.

Vervolgens wordt de kwaliteit beoordeeld van de tijdig ontvangen volledige voorstellen van de aanvragers/penvoerders die voldoen aan artikel 4, eerste lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit gebeurt aan de hand van de criteria opgenomen in par. 5.3. Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van M&O 2019–2022 dient de kwaliteit van het volledige voorstel ten minste voldoende te zijn, dus in voldoende mate te voldoen aan de criteria m.b.t. de kwaliteit van het volledige voorstel. Indien het opgestelde volledige voorstel er aanleiding toe geeft, kan het uiteindelijke verleende subsidiebedrag lager uitvallen dan het indicatieve richtbedrag (naar boven bijstellen is niet mogelijk).

De uiteindelijke verdeling van de beschikbare middelen vindt plaats aan de hand van de rangschikking van de aanvragen op basis van de uitkomsten van de beoordeling op grond van de criteria opgenomen in par. 5.3. De aanvragen die het beste voldoen aan de criteria komen als eerste voor subsidie in aanmerking. De minister besluit tot subsidieverlening in overeenstemming met deze rangorde, binnen het raam van artikel 8, derde lid, onder d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Als de beschikbare middelen niet toereikend zijn om alle aanvragen die als voldoende zijn beoordeeld volledig te honoreren, betekent dit dat bij de verdeling van de middelen de aanvragen die conform genoemde rangschikking het beste voldoen aan de criteria, als eerste worden gehonoreerd, totdat de beschikbare middelen zijn uitgeput. Daarbij wordt rekening gehouden met een evenwichtige spreiding van de beschikbare middelen over de bestemmingslanden en de (sub)thema’s.

Uiterlijk 15 maart 2019 wordt uitsluitsel gegeven over de aanvragen waarvoor tijdig een volledig voorstel is ingediend.

3.4. Vereisten na subsidieverlening

Om voor subsidieverlening in aanmerking te komen dient de organisatie conform de IATI standaard te rapporteren. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de BZ publicatierichtlijnen getiteld ‘How to use the IATI standard?’.7 Voor organisaties die nog niet conform IATI standaard kunnen rapporteren geldt dat zij in de gelegenheid zullen worden gesteld dit alsnog mogelijk te maken binnen een nader via een verplichting in de subsidieverleningsbeschikking vast te stellen termijn.

4. Formele vereisten aanvraag

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van M&O 2019–2022 dient een aanvraag te voldoen aan de onderstaande formele eisen, met inachtneming van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 4.1 Een aanvraag moet betrekking hebben op een set van activiteiten waarvoor één subsidie wordt gevraagd. Indien een aanvrager voor meerdere sets van activiteiten subsidies wil aanvragen, geldt dat elke aanvraag separaat moet worden ingediend. Indien eenzelfde aanvrager voor meerdere subsidies gezamenlijk één aanvraag indient, zal deze worden geretourneerd en zal de aanvrager de subsidies opnieuw in aparte aanvragen, separaat, moeten aanvragen. Daarbij geldt als moment van ontvangst per aanvraag het moment waarop de aanvraag separaat en volledig wordt ontvangen.

  • 4.2 Aanvragen worden ingediend via het daartoe vastgestelde aanvraagformulier. Dit formulier wordt geplaatst op op www.government.nl/topics/grant-programmes. Aanvragen mogen niet langer zijn dan het maximum aantal pagina’s aangegeven in het formulier. Langere aanvragen worden niet in behandeling genomen.

  • 4.3 Een track record en een conceptnotitie dienen als verplichte bijlagen aan het aanvraagformulier te worden toegevoegd. Het trackrecord en de conceptnotitie dienen te worden opgesteld aan de hand van de daarvoor beschikbaar gestelde formats (annex 1 en 2 bij het aanvraagformulier).

  • 4.4 De conceptnotitie beslaat maximaal 2.500 woorden. Aanvragen met een langere conceptnotitie worden niet in behandeling genomen. Additionele, niet-gevraagde bijlagen bij de conceptnotitie worden buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van de aanvraag.

  • 4.5 Het in de conceptnotitie aangevraagde subsidiebedrag moet in euro’s worden vermeld.

  • 4.6 In de conceptnotitie specificeert de aanvrager het aangevraagde subsidiebedrag uitgesplitst naar outcome en naar jaar. Indien een deel van de met de uitvoering van de activiteiten gemoeide kosten uit andere middelen dan de gevraagde subsidie wordt gedekt, wordt aangetoond hoe wordt gewaarborgd dat deze beschikbaar zijn. Overheadkosten zullen worden beoordeeld op grond van het definitieve voorstel, op grond van daadwerkelijk te maken kosten, die afhankelijk kunnen zijn van de aard en omvang van het voorgestelde programma. Subsidie wordt slechts verstrekt voor de noodzakelijke kosten van de voorgenomen activiteiten in het licht van de beoogde doelstellingen en resultaten voor zover redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat deze uit eigen middelen of anderszins bekostigd worden.

  • 4.7 Het verdient de voorkeur aanvragen in te dienen per e-mail. Aanvragen per e-mail dienen in pdf-formaat te worden ingediend. Aanvragen per e-mail worden ingediend door deze te sturen naar het e-mailadres: DSH-BU@minbuza.nl o.v.v. Aanvraag subsidie M&O 2019–2022 en de naam van de aanvrager.

  • 4.8 Zie voor het moment waarop aanvragen uiterlijk moeten worden ingediend par. 3.2. Als moment van indiening geldt het tijdstip waarop de e-mail door het systeem voor gegevensverwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen. Houd er rekening mee dat bestanden groter dan 10MB niet kunnen worden ontvangen. E-mails groter dan 10MB dienen in kleinere e-mails te worden verdeeld. Hierbij geldt dat het moment waarop de gehele aanvraag, inclusief de laatste e-mail, is ontvangen geldt als tijdstip waarop de aanvraag is ingediend.

    Daarbij dienen de e-mails genummerd te worden in de onderwerp regel, waarbij duidelijk is hoeveel e-mails de aanvraag in totaal behelst.

    Eventuele technische problemen bij verzending komen voor rekening en risico van aanvrager.

  • 4.9 Aanvragen per post kunnen worden gestuurd naar:

    Ministerie van Buitenlandse Zaken

    t.a.v. Directie Stabiliteit en Humanitaire hulp, Afdeling Beleidsuitvoering

    ovv Aanvraag i.h.k.v. M&O 2019–2022

    Postbus 20061

    2500 EB ’s-Gravenhage

    Als u de aanvraag persoonlijk of per koerier wilt aanleveren, dan kunt u de aanvraag (laten) afgeven bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Rijnstraat 8, te ’s-Gravenhage.

    Als moment van indiening geldt het moment waarop de aanvraag op het Ministerie van Buitenlandse Zaken volledig is ontvangen.

    Indien de aanvraag niet aangetekend wordt verzonden, berust het risico dat de aanvraag niet of te laat wordt ontvangen door het Ministerie bij de aanvrager. Indien de aanvraag per post wordt ingediend (anders dan met de aanduiding ‘port betaald’) wordt de aanvraag nog als tijdig ingediend beschouwd, als de aanvraag voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, waarbij het datumstempel van de post doorslaggevend is, en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Bij gebruikmaking van een enveloppe met de aanduiding ‘port betaald’ is de datum van ontvangst bepalend bij het vaststellen of de aanvraag tijdig, d.w.z. uiterlijk op de bovenvermelde tijdstippen is ingediend. Houdt hierbij rekening met de omstandigheid dat de datum van ontvangst wordt vastgesteld aan de hand van het tijdstip van inschrijving en dat ’s avonds en op zaterdag en zondag geen post wordt ingeschreven.

  • 4.10 Aanvragen dienen compleet en zonder voorbehoud te worden ingediend en rechtsgeldig te zijn ondertekend door de daartoe namens de aanvragende organisatie bevoegde persoon met vermelding van naam en functie.

  • 4.11 Het is niet mogelijk om een voorlopige aanvraag in te dienen. Dit geldt zowel voor het indienen van de aanvraag als voor het aanvullen van de aanvraag met een volledig voorstel.

  • 4.12 De aanvraag dient te worden opgesteld in de Engelse taal. Teksten die zijn opgesteld in een andere taal dan het Engels dienen voorzien te zijn van een vertaling in het Nederlands of Engels. Additionele informatieve/ illustratieve documenten, CD-roms, USB-sticks of dvd’s van een organisatie worden niet betrokken bij de beoordeling van een aanvraag.

  • 4.13 In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de minister vragen om een aanvulling. Als datum en tijd van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum en tijd waarop de aanvulling is ontvangen. Daarnaast geldt in het algemeen dat het niet compleet indienen van aanvragen of onvoldoende onderbouwen van antwoorden mogelijk leidt tot afwijzing van een subsidieaanvraag op basis van drempel- of inhoudelijke criteria.

  • 4.14 Ook op artikel 9 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt in het bijzonder gewezen. Een aanvraag die betrekking heeft op activiteiten die reeds zijn gestart op het moment waarop de subsidie wordt aangevraagd, wordt afgewezen.

  • 4.15 Vragen naar aanleiding van dit document of andere zaken kunt u uitsluitend per e-mail aan bovenstaand adres richten.

5. Selectiecriteria

5.1. Drempelcriteria ten aanzien van de aanvrager (D.1 t/m D.5)

Criterium D.1 – Soort organisatie

De aanvrager (of in geval van een samenwerkingsverband: de penvoerder en elk van de mede-indieners) is een non-gouvernementele organisatie, een bedrijf of een kennisinstelling die niet kwalificeert als non-gouvernementele organisatie. Zowel penvoerder als mede-indieners beschikken over rechtspersoonlijkheid. Onder non-gouvernementele organisatie wordt verstaan: een niet op winst gerichte en niet door een overheidsinstantie opgerichte organisatie, die beschikt over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht, waarbij voor de toepassing van deze beleidsregels geldt dat aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisaties niet zijn uitgesloten.

Criterium D.2 – Aanwezigheid ter plekke

De aanvrager (of in geval van een samenwerkingsverband: de penvoerder en/of één van de mede-indieners) beschikt over een kantoor en medewerkers (lokaal en/of internationaal) in het land waar de activiteiten worden uitgevoerd. Dit criterium geldt niet voor aanvragen gericht op migratiesamenwerking en alle aanvragen gericht op activiteiten in Irak, voor zover het betreft de activiteiten in Irak.

Criterium D.3 – Alliantie

In geval een aanvraag wordt ingediend namens een alliantie wordt een door alle betrokken organisaties (penvoerder en mede-indieners) getekende samenwerkingsovereenkomst bij de aanvraag gevoegd, waarin in ieder geval afspraken zijn neergelegd over:

  • a. De wijze waarop elk van de partners bijdraagt aan de werkzaamheden van het samenwerkingsverband.

  • b. De wijze waarop de besluitvorming in het samenwerkingsverband plaatsvindt.

  • c. De wijze waarop de kosten en de risico’s worden gedeeld over de partners.

  • d. De wijze waarop de naleving van de aan een subsidie verbonden verplichtingen jegens de minister is gewaarborgd, inclusief de zorg voor de gezamenlijke geaggregeerde rapportages.

Criterium D.4 – (Gezamenlijke) Ervaring van de (deelnemende) organisatie(s)

In geval van aanvragen gericht op bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio heeft de aanvrager/alliantie in de periode 2013–2018 ten minste twee jaar ervaring met het uitvoeren van activiteiten op het (sub)thematische gebied waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, in het bestemmingsland, waaraan een totaalbudget van minimaal EUR 2.000.000 uitgegeven is.

In geval van aanvragen gericht op migratiesamenwerking heeft de aanvrager/alliantie in de periode 2013–2018 ten minste twee jaar ervaring met het uitvoeren van activiteiten op het (sub)thematische gebied waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, waaraan een totaalbudget van minimaal EUR 500.000 uitgegeven is.

Criterium D.5 – Ongewenste omgangsvormen

De penvoerder toont aan dat hij en zijn partners een integriteitsbeleid hebben vastgesteld en procedures hebben ingevoerd om aan dat beleid toepassing te kunnen geven, teneinde ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag, daaronder begrepen seksuele misdragingen, jegens medewerkers en derden bij de uitvoering van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft door de penvoerder, de mede-indieners en de door hen ingeschakelde partijen, zo veel mogelijk te voorkomen, in voorkomend geval te onderzoeken, met passende maatregelen zo spoedig mogelijk te doen beëindigen en om de gevolgen daarvan te mitigeren. De procedures zijn zodanig ingericht dat een tijdige melding van incidenten aan de minister is gewaarborgd.

5.2. Drempelcriteria ten aanzien van de activiteit (D.6 t/m D.12)

Criterium D.6 – Landencriterium

De aanvraag is gericht op activiteiten die worden uitgevoerd in één of meer van de onderstaande landen. Activiteiten die worden uitgevoerd in landen die niet in onderstaande lijst zijn opgenomen komen niet voor subsidie in het kader van M&O 2019–2022 in aanmerking.

  • a) Bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio:

    • Egypte

    • Ethiopië

    • Jordanië

    • Kenia

    • Libanon

    • Oeganda

    • Turkije

    • Irak

    • Soedan

  • b) Migratiesamenwerking:

    • Afghanistan

    • Algerije

    • Egypte

    • Ethiopië

    • Irak

    • Mali

    • Marokko

    • Niger

    • Nigeria

    • Soedan

    • Tunesië

Criterium D.7 – Thematische focus

  • a. De aanvraag is gericht op ofwel bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio, ofwel migratiesamenwerking, en past binnen het beleid terzake zoals omschreven in de integrale migratieagenda van het kabinet8 en in de Beleidsnota van mei 2018 ‘Investeren in Perspectief’ (paragraaf 2.4).9 Aanvragen die zich richten op aanpak – in herkomstlanden – van de grondoorzaken van irreguliere migratie en/of op hulp voor verlichting van de humanitaire noden van vluchtelingen komen niet voor subsidieverlening in het kader van M&O 2019–2022 in aanmerking.

  • b. Aanvragen gericht op bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio richten zich op ten minste één van de onderstaande drie thema’s en daarbinnen op één of meerdere van de daarbij genoemde (sub)thema’s:

    • I. Verbeterde bescherming en versterkte rechtspositie van vluchtelingen.

      • a. Bevorderen van een rechtspositie die min of meer gelijk is aan die van de lokale bevolking, inclusief toegang tot lokale dienstverlening en tot de arbeidsmarkt.

      • b. Voorkomen en bestrijden van (seksueel) geweld, mishandeling, uitbuiting, overlevingsprostitutie, kinderarbeid en kindhuwelijken, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen zoals kinderen, vrouwen en mensen met een beperking.

      • c. Verbeteren van bescherming, opvang en zorg voor kwetsbare groepen en slachtoffers van geweld en uitbuiting, door het aanbieden van psychosociale zorg; aanbieden van speciale opvang en faciliteiten voor kwetsbare groepen (bijv. slachtoffers van ernstige mishandeling; mensen met een beperking; alleenstaande minderjarige vluchtelingen); en verbeteren van de veiligheid (bijv. ‘community policing’).

    • II. Onderwijs en geïntegreerde dienstverlening voor vluchtelingen en gastgemeenschappen.

      • a. Uitbreiden en verbeteren van onderwijs en andere lokale dienstverlening (bijv. onderwijs) en basisinfrastructuur (bijv. waterleidingen).

      • b. Samenwerking met en capaciteitsopbouw voor lokale autoriteiten en (publieke of private) instellingen om hen in staat te stellen vluchtelingen te integreren in hun ontwikkelingsplannen en dienstverlening, waaronder onderwijs en bescherming.

    • III. Bevorderen van economische ontwikkeling en kansen op werk10, waarvan vluchtelingen aantoonbaar profiteren.

      • a. Ondersteunen van ontwikkeling van veelbelovende economische sectoren, waardoor er meer mogelijkheden ontstaan voor inkomens genererende activiteiten die bijdragen aan een grotere zelfredzaamheid van vluchtelingen en kwetsbare gastgemeenschappen.

      • b. Stimuleren van bedrijvigheid t.b.v. zelfredzaamheid, o.m. door het verzorgen van training/coaching aan vluchtelingen en kwetsbare gastgemeenschappen die een bedrijf willen starten dan wel hun bedrijf willen uitbreiden.

      • c. Aanbieden van beroepsonderwijs of vakopleidingen/trainingen van goede kwaliteit om de kloof tussen aanbod en vraag op de arbeidsmarkt te overbruggen. Het (beroeps)onderwijs en de vakopleidingen/trainingen dienen aantoonbaar aan te sluiten op kansen op lokale, regionale of internationale markten, die ook toegankelijk zijn voor vluchtelingen.

      • d. Faciliteren van een goede aansluiting tussen aanbod en vraag op de arbeidsmarkt door rekruteringdiensten op te zetten of door het bevorderen van arbeidsbemiddeling, en coaching en trainingen aan te bieden voor vluchtelingen en kwetsbare gastgemeenschappen die ver af staan van de arbeidsmarkt.

  • c. Voor aanvragen gericht op bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio gelden de in de volgende tabel opgenomen aanvullende thematische drempelcriteria:

    Land

    De activiteiten zijn gericht op één of meer van de volgende (sub)thema’s:

    De activiteiten betreffen:

    Jordanië

    I c

    II b

    III a/b/c/d

    * Economische participatie van vrouwen, jongeren en mensen in kwetsbare positie.

    * Financiële inclusie voor vluchtelingen.

    * Innovatie in ondernemerschap, exclusief gericht op MKB sector.

    Libanon

    I a/b/c

    II a

    III c

     

    Turkije

    III d

     

    Irak

    I b/c

    II a

    III a/c

    Activiteiten richten zich op IDP’s en / of vluchtelingen

    Egypte

    I a/b/c

    Bevorderen bescherming, inspraak en sociale cohesie, in nauwe samenwerking met lokale autoriteiten en met aandacht voor psychosociale zorg.

    Oeganda

    I b/c

    II a

    * Bevorderen bescherming, inspraak en sociale cohesie, in nauwe samenwerking met lokale autoriteiten en met aandacht voor psychosociale zorg.

    * Capaciteitsopbouw van lokale autoriteiten.

    Kenia

    III c/d

    Verrichten van online freelance werkzaamheden

    Ethiopië

    I c

    II a

    III b

    Vergroten van de samenwerking met investeerders om meer kwetsbare mensen toegang tot werk te geven.

    Soedan

    III a/c/d

    Vergroten van de samenwerking met investeerders om meer kwetsbare mensen toegang tot werk te geven, vergroten van capaciteit (agro-) ondernemers.

  • d. Aanvragen gericht op migratiesamenwerking richten zich op ten minste één van de onderstaande drie thema’s:

    • I. Voorlichtingscampagnes met objectieve informatie over risico’s samenhangend met irreguliere migratie tijdens de reis en na aankomst in de regio of het land van bestemming en over legale alternatieven in het land van herkomst dan wel andere landen, gericht op potentiële irreguliere migranten in herkomstlanden.

      Aanvragen dienen de meest recente inzichten over de effectiviteit van dit soort campagnes in acht te nemen (o.m. zoals beschreven in het WODC onderzoek Raising awareness, changing behavior? (link) en Call for Proposals document AMIF–2017-AG-INFO). Onderzoek en opbouw van kennis mag deel uitmaken van de activiteiten.

    • II. Opzetten van voorlichtingscampagnes in samenwerking met leden van diaspora in Europa, en/of met uit Europa teruggekeerde (irreguliere) migranten, met als doel een realistisch en geloofwaardig beeld te geven aan potentiële irreguliere migranten in herkomstlanden van de situatie van de irreguliere migrant tijdens de reis en na aankomst in de regio of het land van bestemming.

    • III. In landen van herkomst voorkomen en bestrijden van mensenhandel van (irreguliere) migranten en ondersteunen van slachtoffers van mensenhandel, in de vorm van juridische bijstand, opvang en/of psychosociale zorg.

Criterium D.8 – Omvang van de subsidie

De gevraagde subsidie bedraagt:

  • Gemiddeld ten minste € 500.000 en ten hoogste € 2.000.000 per jaar in geval van aanvragen voor activiteiten gericht op bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio;

  • Gemiddeld ten minste € 500.000 en ten hoogste € 1.000.000 per jaar in geval van aanvragen voor activiteiten gericht op migratiesamenwerking.

Criterium D.9 – Looptijd van de activiteiten

De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd hebben een minimale looptijd van 24 maanden en een maximale looptijd van 48 maanden.

Criterium D.10 – Start- en einddatum van de activiteiten

De activiteiten starten niet eerder dan 01 januari 2019 en niet later dan 01 januari 2020, en worden afgerond uiterlijk op 30 juni 2023.

Criterium D.11- Niet-subsidiabele activiteiten

De activiteiten betreffen geen:

  • Initiatieven die proselitisme (mede) beogen;

  • (Financiering van) commerciële dienstverlening, investeringen of commerciële activiteiten;

  • Activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks een subsidie of bijdrage ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt ontvangen;

  • Activiteiten van organisaties die reeds ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een instellingssubsidie ontvangen waarvan de werkingsduur zich uitstrekt tot in het subsidietijdvak waarop de tender waarvoor een aanvraag wordt ingediend betrekking heeft.

Criterium D.12

[Red: Door vernummering vervallen.]

5.3. Criteria ten aanzien van de inhoudelijke kwaliteit (I.1 t/m I.5)

De beoordeling van de kwaliteit van de aanvragen vindt plaats op grond van de onderstaande inhoudelijke beoordelingscriteria:

Criterium I.1 – Beleidsmatige relevantie

  • I.1.a De mate waarin de activiteiten passen binnen de kaders van het Nederlandse beleid, zoals beschreven in de Migratiebrief van 29 maart 2018 (Kamerstuk 19 637, nr. 2375) en de BHOS Nota (Investeren in Perspectief, mei 2018).

  • I.1.b De mate waarin de activiteiten bijdragen aan de door de aanvrager gekozen (sub)thema’s bedoeld in drempelcriterium D.7.

Criterium I.2 – Themaspecifieke beleidsmatige relevantie:

I.2.a Bescherming en opvang van vluchtelingen in de regio

Conceptnotitie:

  • a) De mate waarin de activiteiten aanvullen op en aansluiten bij bestaande activiteiten en de mate waarin coördinatie en complementariteit is gezocht met relevante actoren (andere donoren, internationale organisaties, lokale autoriteiten, lokale NGO’s, private sector etc.).

  • b) De mate waarin de activiteiten prioritair zijn bij de lokale overheid en andere lokale belanghebbenden.

  • c) De mate waarin de activiteiten aansluiten bij ontwikkelingsplannen van lokale overheden en bij evt. internationale crisis respons plannen voor het land en/of de regio.

  • d) De mate waarin er wordt gewerkt met andere actoren (bv. lokale overheid, private sector) en de activiteiten bijdragen aan capaciteitsopbouw van lokale structuren.

  • e) De mate waarin de activiteiten gericht aandacht besteden aan bevordering van gendergelijkheid.

  • f) De wijze waarop en de mate waarin de resultaten ten goede komen aan zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen.

  • g) De mate waarin de activiteiten gericht aandacht besteden aan jongeren.

Volledig voorstel (full proposal):

  • h) De mate waarin de activiteiten aansluiten bij de VN Vluchtelingencompact en VN Migratiecompact (2018) en aan focuslanden ondersteuning bieden voor de toepassing/opvolging van deze Compacts.

  • i) De mate waarin de activiteiten vernieuwende initiatieven omvatten die reële kans bieden op latere opschaling met behulp van bijvoorbeeld EU-fondsen of andere middelen.

  • j) De aard en omvang van de beoogde effecten in relatie met de omvang van de doelgroep.

  • k) De kwaliteit van de genderanalyse.

  • l) De mate waarin de activiteiten blijk geven van conflictsensitiviteit.

  • m) De mate waarin sprake is van adequaat risicomanagement, bestaande uit een adequate risicoanalyse en een adequaat systeem voor monitoring en bijsturing, en indien van toepassing de mate waarin de benodigde middelen zijn gewaarborgd die complementair aan de gevraagde subsidie nodig zijn voor de uitvoering van de activiteiten.

  • n) De mate waarin de activiteiten zijn gebaseerd op vooraf vergaarde informatie over en onderzoek van de doelgroep en toegesneden zijn op de relevante specifieke kenmerken van deze doelgroep.

I.2.b Migratiesamenwerking

Conceptnotitie:

  • a) De mate waarin de activiteiten aanvullen op en aansluiten bij bestaande activiteiten en de mate waarin coördinatie en complementariteit is gezocht met relevante actoren (andere donoren, internationale organisaties, lokale autoriteiten, lokale NGO’s, private sector etc.).

  • b) De mate waarin de activiteiten gericht aandacht besteden aan bevordering van gendergelijkheid.

  • c) Met betrekking tot de thema’s I en II onder criterium D.7 sub d: de mate waarin de activiteiten naast bewustwording ook gedragsverandering van potentiële irreguliere migranten beogen, bijvoorbeeld met toepassing van beproefde methoden en inzichten uit andere beleidsterreinen of wetenschappelijke disciplines.

Volledig voorstel (full proposal):

  • d) De mate waarin de activiteiten aansluiten bij de VN Vluchtelingencompact en VN Migratiecompact (2018) en aan focuslanden ondersteuning bieden voor de toepassing/opvolging van deze Compacts.

  • e) De mate waarin de activiteiten vernieuwende initiatieven omvatten die reële kans bieden op latere opschaling met behulp van bijvoorbeeld EU-fondsen of andere middelen.

  • f) De aard en omvang van de beoogde effecten in relatie met de omvang van de doelgroep.

  • g) De kwaliteit van de genderanalyse.

  • h) De mate waarin de activiteiten blijk geven van conflictsensitiviteit.

  • i) De mate waarin sprake is van adequaat risicomanagement, bestaande uit een adequate risicoanalyse en een adequaat systeem voor monitoring en bijsturing, en indien van toepassing de mate waarin de benodigde middelen zijn gewaarborgd die complementair aan de gevraagde subsidie nodig zijn voor de uitvoering van de activiteiten.

  • j) De mate waarin de activiteiten zijn gebaseerd op vooraf vergaarde informatie over en onderzoek van de doelgroep en toegesneden zijn op de relevante specifieke kenmerken van deze doelgroep.

Criterium I.3 – Duurzaamheid

Volledig voorstel (full proposal):

De mate waarin de activiteiten duurzaam zijn binnen de context van Migratie en Ontwikkeling: zij hebben een langdurig effect voor de uiteindelijke doelgroep en/of dragen bij aan duurzame institutionele versterking en capaciteitsopbouw van (semi-) overheidsinstelling(en) en andere lokale structuren.

Criterium I.4 – Gehanteerde PM&E-systematiek

De mate waarin de gehanteerde Planning, Monitoring & Evaluatie systematiek toereikend is voor het bewaken van de voortgang en de bijsturing t.a.v. middelen, activiteiten, outputs, outcomes en onderliggende aannames.

Tijdens de beoordeling wordt hierbij specifiek gekeken naar:

Conceptnotitie:

  • Beoogde ‘outcomes’:

    • methodologische consistentie;

    • succescriteria;

  • Beoogde ‘outputs’:

    • methodologische consistentie;

    • succescriteria;

  • Aannames: Verificatie of de aannames tussen outputs en outcomes in voldoende mate realistisch zijn;

  • In hoeverre de beschreven outcomes en outputs gekoppeld worden aan, of een toegevoegde waarde vormen op het resultatenraamwerk van Migratie & Ontwikkeling (zie bijlage i).

Volledig voorstel (full proposal):

  • Beoogde outcomes:

    • indicatoren

    • streefwaarden en baselines

  • Beoogde outputs:

    • indicatoren

    • streefwaarden en baselines

Criterium I.5 – Begroting en proportionaliteit

Conceptnotitie:

De mate waarin de aanvraag een helder en realistisch verband legt tussen de benodigde middelen en de uit te voeren activiteiten en de te realiseren outputs en outcomes.

5.4. Track record van de aanvrager/alliantieleden (T.1 t/m T.4)

Van de aanvrager, dan wel, in geval van een alliantie, de penvoerder en de mede-indieners gezamenlijk, wordt verwacht dat zij voldoende relevante ervaring hebben in de bestemmingslanden en met het uitvoeren van activiteiten gericht op opvang in de regio en migratiesamenwerking ter plekke. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de onderstaande criteria:

Criterium T.1 – Aantal jaren ervaring binnen het bestemmingsland

Het aantal jaren gedurende de periode 2013–2018 dat de aanvrager/alliantieleden actief zijn geweest binnen het bestemmingsland.

T.2 - Ervaring in het bestemmingsland op de (sub)thema’s waarvoor de subsidie wordt aangevraagd

De totale omvang van de activiteiten in EUR die door de aanvrager/alliantieleden worden of zijn uitgevoerd in het bestemmingsland op het (sub)thema binnen opvang in de regio of migratiesamenwerking waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, gedurende de periode 2013–2018.

Criterium T.3 – Samenwerking met lokale actoren

11

Het percentage van de middelen bedoeld in de criteria T.2 en T.3 dat gedurende de periode 2013–2018 is besteed via lokale actoren. Hierbij geldt dat landenkantoren die aangesloten zijn bij een internationaal opererende koepelorganisatie maar eigen rechtspersoonlijkheid hebben niet gezien worden als ‘lokale’ actoren.

Criterium T.4

[Red: Door vernummering vervallen.]

  1. Het aanvraagformulier is geplaatst op www.government.nl/topics/grant-programmes.

    ^ [1]
  2. op www.government.nl/topics/grant-programmes.

    ^ [2]
  3. Wanneer wordt gesproken over ‘gastgemeenschappen’, dan wordt verwezen naar kwetsbare en hulpbehoevende lokale inwoners.

    ^ [3]
  4. Kamerstukken II 2017/18, 19 637, nr. 2375.

    ^ [4]
  5. Kamerstukken II 2017/18, 34 952, nr. 1.

    ^ [5]
  6. Met bestemmingsland wordt bedoeld: land waar de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt gevraagd word(t/en) uitgevoerd.

    ^ [6]
  7. www.government.nl/documents/publications/2015/12/01/open-data-and-development-cooperation

    ^ [7]
  8. Kamerstukken II 2017/18, 19 637, nr. 2375.

    ^ [8]
  9. Kamerstukken II 2017/18, 34 952, nr. 1.

    ^ [9]
  10. Met werk wordt het hele scala aan inkomensgenererende activiteiten bedoeld (dienstverband, eigen bedrijf enz.).

    ^ [10]
  11. Dit criterium is niet van toepassing indien de aanvraag wordt ingediend door een lokale organisatie als (zelfstandige) aanvrager.

    ^ [11]
Terug naar begin van de pagina