Besluit vergoeding leden en plaatsvervangende leden van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Geldend van 01-01-2020 t/m 07-05-2020

Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 29 juli 2016, nr. DGAN-PAV/16103970, houdende vaststelling van de vergoeding voor de leden en plaatsvervangende leden van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Besluit vergoeding leden en plaatsvervangende leden van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden)

De Staatssecretaris van Economische Zaken;

Handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op de artikelen 14, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en 5, zevende lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;

Besluit:

Artikel 1

Aan de voorzitter van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld overeenkomstig het maximum van schaal 18 als overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn en de arbeidsduurfactor op 0,5.

Artikel 2

Aan de andere leden van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld overeenkomstig het maximum van schaal 18 als overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn en de arbeidsduurfactor op 0,2.

Artikel 3

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Aan de plaatsvervangende leden van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld overeenkomstig het maximum van schaal 18 als overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn en de arbeidsduurfactor op 0,1.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2020, 25284, datum inwerkingtreding 08-05-2020, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2020.

Aan de plaatsvervangende leden van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelenen biociden, wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordtvastgesteld overeenkomstig het maximum van schaal 18 als overeengekomen in de laatstelijkafgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens eenarbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn en de arbeidsduurfactor op 0,2.

Artikel 4

Het Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 juni 2008, TRCJZ/2008/1453, houdende vaststelling vergoeding voor de leden en plaatsvervangende leden van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt ingetrokken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergoeding leden en plaatsvervangende leden van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

’s-Gravenhage, 29 juli 2016

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,
namens deze:

J.P. Hoogeveen

directeur-generaal van Agro en Natuur

Terug naar begin van de pagina