Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES

[Intrekking regeling zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.]
Wijziging(en) zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.
Geraadpleegd op 25-01-2026. Gebruikte datum 'geldig op' 01-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2014, nr. HO&S/695142, houdende onder meer het vaststellen van de normbedragen in de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten alsmede de Wet studiefinanciering BES voor het jaar 2015 (Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES, voor het jaar 2015)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 2. Indexcijfer cao-lonen en consumentenprijsindex

  • 1 Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000 en artikel 5, derde lid, van het BTOS wordt onder indexcijfer van de cao-lonen verstaan: de reeks ‘CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 6,33 procent.

  • 2 Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000, en artikel 5, derde lid, van het BTOS, wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de reeks ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 3,35 procent.

  • 3 Voor de toepassing van artikel 8.1, tweede lid van de WSF BES wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de index in de reeks ‘consumentenprijsindex Caribisch Nederland’ met de grootste procentuele stijging. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 2,56 procent.

Artikel 3. Rentepercentage WSF 2000 en WSF BES

Hoofdstuk 2. Normen WSF 2000 en BSF 2000

Artikel 5. Vrije voet veronderstelde ouderlijke bijdrage beroepsonderwijs

Met ingang van 1 januari 2026 worden de bedragen, genoemd in artikel 3.9, tweede lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 23.152,70 onderscheidenlijk € 29.333,26.

Artikel 5a. Vrije voet veronderstelde ouderlijke bijdrage hoger onderwijs

Artikel 6. Vordering wegens eigen inkomsten mbo-student

[Vervallen per 01-01-2024]

[Vervallen zonder datum inwerkingtreding aanwezig. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Artikel 7. Normbedragen studiefinanciering

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in de overzichten 1, 2 en 3 van artikel 3.18 van de WSF 2000, als volgt:

Overzicht 1. Normbedragen voor de kosten van levensonderhoud

A. Beroepsonderwijs

 

Normbedrag thuiswonend

€ 657,49

Normbedrag uitwonend

€ 928,58

B. Hoger onderwijs

 

Normbedrag thuiswonend

€ 936,46

Normbedrag uitwonend

€ 1.130,77

Overzicht 2. Financieringsbronnen

A. Beroepsonderwijs

 

Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin)

• Thuiswonend

€ 107,26

• uitwonend

€ 350,03

Basislening

• thuis- en uitwonend

€ 233,65

Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage1

• thuiswonend

€ 316,58

• uitwonend

€ 344,90

B. Hoger onderwijs

Basisbeurs

 

• Thuiswonend

€ 130,21

• Uitwonend

€ 324,52

Basislening

€ 315,17

Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage

€ 491,08

1 Voor mbo-studenten die lesgeld verschuldigd zijn, wordt de maximale aanvullende beurs/lening ingevolge artikel 3.2, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 vanaf 1 januari 2026 verhoogd met € 121,50 en per 1 augustus 2026 met € 125,92 per maand.

Overzicht 3. Aanvullende financieringsbron
 

Hoger onderwijs

Beroepsonderwijs

Toeslag eenoudergezin

€ 327,15

€ 327,15

Artikel 7a. Bedragen OV-boete

Artikel 8. Maximale hoogte lening

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in de artikelen 4.7, derde lid, 4.18, tweede lid, en 5.2, vierde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 1.213,95.

Artikel 8a. Normbedrag kwijtschelding studieschuld

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 6.2a, tweede lid, van de WSF 2000, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, vastgesteld op € 1.628,53.

Artikel 8b. Normbedragen cohortgarantie

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, genoemd in artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000, als volgt:

 

thuiswonende

uitwonende

a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van artikel 3.18

€ 859,63

€ 1.130,77

b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18

€ 136,07

€ 378,82

c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18

€ 334,37

€ 362,76

d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18

€ 389,19

€ 389,19

Artikel 8c. Bedrag tegemoetkoming voor de eerste vier cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.15, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 2.167,34.

Artikel 8d. Bedrag tegemoetkoming voor cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs

Met ingang van 1 januari 2026 wordt het bedrag, genoemd in artikel 12.30, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 35,31.

Hoofdstuk 3. Normen WTOS

Artikel 9. Grensbedragen draagkracht en toetsingsinkomen

Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS, vastgesteld op € 45.686,11.

Artikel 10. Normbedragen basistoelage

Met ingang van 1 januari 2026 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in artikel 4.3 van de WTOS, als volgt vastgesteld:

  • a. € 147,65 voor een thuiswonende leerling;

  • b. € 344,26 voor een uitwonende leerling.

Artikel 11. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 4.6 WTOS

Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 4.6 van de WTOS, als volgt:

Overzicht bedragen tegemoetkoming schoolkosten per maand 2026–2027

a. onderbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs

€ 104,11

b. bovenbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs

€ 113,98

c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo

€ 142,53

d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo

€ 152,47

e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs

€ 69,15

f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo)

€ 152,47

Artikel 12. Normbedrag tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 5.4

Met ingang van schooljaar 2026–2027 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 5.4 van de WTOS, vastgesteld op € 959,01.

Artikel 13. Normbedragen tegemoetkoming schoolkosten ex artikel 5.10 WTOS

Met ingang van schooljaar 2026–2027 luiden de bedragen van de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van artikel 5.10 van de WTOS, als volgt:

Overzicht 1. Onderwijs gedurende gehele schooljaar of geen onderwijs meer vanaf 1 januari

Aantal minuten per week

Schoolkosten

540 of meer

€ 410,34

540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540

€ 205,17+ € 205,17 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

270 tot 540

€ 276,45

270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270

€ 138,23 + € 138,23 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

minder dan 270

Nihil

Overzicht 2. Geen onderwijs meer volgen na 30 september en voor 1 januari

Aantal minuten per week

Schoolkosten

540 of meer

€ 205,17

540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540

€ 102,59 + € 102,59 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

270 tot 540

€ 138,23

270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270

€ 69,12 + € 69,12 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd

Minder dan 270

Nihil

Hoofdstuk 4. Normen WSF BES

Artikel 15. Normbedragen studiefinanciering en opstarttoelage BES

Met ingang van 1 januari 2026 luiden de bedragen, bedoeld in artikel 2.2 van de WSF BES, als volgt:

Bedragen studiefinanciering BES:

I. Onderwijstype

II. Plaats opleiding

III. Prestatiebeurs of gift per maand

IV. Lening tijdens prestatiebeurs per maand

V. Lening na prestatiebeurs per maand

Beroepsonderwijs

Eigen openbaar lichaam

USD 94,61

USD 189,22

USD 283,83

 

Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten

USD 307,45

USD 614,90

USD 922,35

 

Overig deel Caribische regio

USD 472,97

USD 945,94

USD 1.418,91

 

Verenigde Staten van Amerika en Canada

USD 648,81

USD 1.297,62

USD 1.946,43

Hoger onderwijs

Eigen openbaar lichaam

USD 177,36

USD 354,72

USD 532,08

 

Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten

USD 354,71

USD 709,42

USD 1.064,13

 

Overig deel Caribische regio

USD 472,97

USD 945,94

USD 1.418,91

 

Verenigde Staten van Amerika en Canada

USD 648,81

USD 1.297,62

USD 1.946,43

Bedragen opstarttoelage BES:

I. Onderwijstype

II. Plaats opleiding

III. Prestatiebeurs

IV. Lening

Beroepsonderwijs opleiding niveau 3 of 4 en hoger onderwijs

Europees deel van Nederland

USD 3.264,99

USD 6.529,98

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker