A. Eisen voor registratie als een handschriftdeskundige
[Regeling vervallen per 06-02-2019]
De algemene eisen van het tweede lid van artikel 12 Brdis zijn in onderstaande samengevat met verwijzing naar hun respectieve subartikelen.
Elke algemene eis wordt gevolgd door de meer specifieke eisen voor het deskundigheidsgebied
Handschriftonderzoek. Wanneer geen nadere specificaties zijn aangegeven, zijn de algemene
eisen geformuleerd in het tweede lid van artikel 12 Brdis (cursief weergegeven) op
dit moment voldoende bevonden voor dat element van dit artikel en zijn geen nadere
eisen nodig.
Het tweede lid van artikel 12 Brdis luidt als volgt:
Een deskundige wordt op zijn aanvraag slechts als deskundige in strafzaken in het
register ingeschreven wanneer hij naar het oordeel van het College:
12(2) a.
(...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring binnen het deskundigheidsgebied
waarop de aanvraag betrekking heeft.
Een aanvrager dient:
-
− te werken op het niveau van iemand die een Bachelor diploma heeft behaald;
-
− aantoonbaar een minimum van 40 zaaksrapportages in de afgelopen 4 jaar geschreven
te hebben (bij voorkeur onder collegial review) en dient recente ervaring te hebben met het analyseren van zaken op het moment van
zijn aanvraag voor registratie;
-
− adequate kennis van de standaardliteratuur te hebben en de ontwikkelingen van de wetenschappelijke
literatuur bij te houden, inclusief de meest recente ontwikkelingen (zie voorgestelde
literatuur in Annex A);
-
− adequate kennis van de motorische processen bij het schrijven te hebben, de motorische
vaardigheden die leiden tot het schriftspoor op papier;
-
− een basale kennis van documentonderzoek te hebben;
-
− een basale kennis van beeldbewerkingtechnieken te hebben;
-
− een basale kennis van de concepten van descriptieve en inferentiële statistiek te
hebben.
12(2) b.
(...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring in het desbetreffende rechtsgebied
en voldoende bekend is met de positie en de rol van de deskundige daarin.
De generieke eisen zijn de volgende:
Een aanvrager heeft voldoende kennis van het Nederlandse strafrecht:
-
− context van het strafrecht
Trias Politica, onderscheid privaat-, bestuurs- en strafrecht.
-
− het strafproces
-
o actoren in de strafrechtsketen; (taken/bevoegdheden/verantwoordelijkheden);
-
o procesfasen;
-
o gerechtelijk vooronderzoek, dwangmiddelen;
-
o verloop van de strafzitting en besluitvorming van de rechter;
-
o positie van de deskundige in de rechtsgang.
-
− materiële strafrecht
Sancties en strafuitsluitingsgronden (zeer globaal).
-
− positionering deskundige als professional
Beroepscodes en verwante regelgeving in relatie tot de Gedragscode gerechtelijk deskundigen.
12(2) c.
(...) in staat is de opdrachtgever inzicht te bieden in de vraag of en zo ja, in
hoeverre de vraagstelling van de opdrachtgever voldoende helder en onderzoekbaar is
om deze vanuit zijn specifieke deskundigheid te kunnen beantwoorden.
12(2) d.
(...) in staat is op basis van de vraagstelling volgens de daarvoor geldende maatstaven
een onderzoeksplan op te stellen en uit te voeren.
12(2) e.
(...) in staat is onderzoeksmaterialen en -gegevens in een forensische context volgens
de daarvoor geldende maatstaven te verzamelen, vast te leggen, te interpreteren en
te beoordelen.
12(2) f.
(...) in staat is om de geldende onderzoeksmethoden in een forensische context volgens
de daarvoor geldende maatstaven toe te passen.
Een handschriftonderzoeker dient toegang te hebben tot:
-
o een stereomicroscoop;
-
o een ESDA1
12(2) g.
(...) in staat is zowel schriftelijk als mondeling over de opdracht en elk ander
relevant aspect van zijn deskundigheid gemotiveerd, controleerbaar en in voor de opdrachtgever
begrijpelijke bewoordingen te rapporteren.
-
− Naast de vereiste administratieve gegevens (naam van de opdrachtgever, datum van de
opdracht, datum van het rapport, referentie opdrachtgever, eigen referentie, nummer
en type van bijlagen etc.) dient het rapport van een forensisch handschriftonderzoek
de volgende onderdelen te bevatten:
-
o een beschrijving van de ontvangen materialen, met informatie over de datum en wijze
van aanlevering, of originelen dan wel kopieën zijn ontvangen. Andere condities van
het materiaal die relevant kunnen zijn voor het onderzoek dienen ook te worden vermeld
(bijvoorbeeld niet-gerapporteerde schade aan de documenten en of de documenten zichtbaar
behandeld zijn met chemicaliën voor vingerafdrukkenonderzoek);
-
o een specificatie van het betwiste en het referentiemateriaal;
-
o elke relevante achtergrondinformatie die de interpretatie van de onderzoeksresultaten
zou kunnen beïnvloeden;
-
o vragen gesteld door de opdrachtgever, zo nodig met de ‘vertaling’ daarvan door de
onderzoeker, bij voorkeur in hypothesen;
-
o de gebruikte onderzoeksmethode(n);
-
o de beoordeling van het betwiste materiaal;
-
o de beoordeling van het referentiemateriaal;
-
o de resultaten van het onderzoek;
-
o de interpretatie van de resultaten van het onderzoek;
-
o de conclusies (met gebruikte schaal).
12(2) h.
(...) in staat is een opdracht te voltooien binnen de daarvoor gestelde of afgesproken
termijn.
12(2) i.
(...) in staat is zijn werkzaamheden als deskundige onafhankelijk, onpartijdig, zorgvuldig,
vakbekwaam en integer te verrichten.