-
a. ingeval de erflater of schenker een onderneming drijft die eerder werd gedreven door
een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid:
indien de periode waarin de onderneming voor rekening van de erflater, onderscheidenlijk
de schenker, wordt gedreven en de periode waarin de erflater, onderscheidenlijk de
schenker, aandeelhouder was van bedoelde naamloze of besloten vennootschap tezamen
ten minste een aaneengesloten periode als bedoeld in artikel 35d van de wet vormt;
-
b. ingeval de erflater of schenker aanmerkelijkbelanghouder is en het aanmerkelijk belang
betrekking heeft op een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid die een onderneming drijft die eerder voor rekening van de erflater,
onderscheidenlijk de schenker, werd gedreven: indien de periode van het zijn van aanmerkelijkbelanghouder
en de periode waarin de onderneming voor rekening van de erflater, onderscheidenlijk
de schenker, werd gedreven tezamen ten minste een aaneengesloten periode als bedoeld
in artikel 35d van de wet vormt;
-
c. ingeval de erflater of schenker medegerechtigde is als bedoeld in artikel 35d, eerste lid, onderdeel b, van de wet en die medegerechtigdheid betrekking heeft op een onderneming die direct voorafgaand
aan het tijdstip waarop de erflater, onderscheidenlijk de schenker, medegerechtigde
werd voor rekening van de erflater, onderscheidenlijk de schenker, werd gedreven:
indien de periode waarin de onderneming voor rekening van de erflater, onderscheidenlijk
de schenker, werd gedreven ten minste een aaneengesloten periode als bedoeld in artikel
35d van de wet zoals dat artikel luidde op het moment van het worden van medegerechtigde
vormde, waarbij die periode wordt berekend als ware het moment van overlijden, onderscheidenlijk
schenken, het moment waarop de erflater, onderscheidenlijk de schenker, medegerechtigde
werd;
-
d. ingeval de erflater of schenker direct of indirect een aanmerkelijk belang houdt in
een lichaam dat in het kader van een aandelenfusie aandelen of winstbewijzen heeft
verkregen, dat in het kader van een bedrijfsfusie bezittingen en schulden heeft verkregen
of dat in het kader van een juridische fusie of juridische splitsing vermogen onder
algemene titel heeft verkregen: indien de periode waarin de erflater, onderscheidenlijk
de schenker, na die fusie of splitsing dat aanmerkelijk belang houdt en de periode
waarin de erflater, onderscheidenlijk de schenker, voor die fusie of splitsing direct
of indirect een aanmerkelijk belang hield in het lichaam waarin het verkrijgende lichaam
in het kader van die aandelenfusie aandelen of winstbewijzen heeft verkregen, waarvan
in het kader van die bedrijfsfusie bezittingen en schulden zijn verkregen, onderscheidenlijk
waarvan in het kader van die juridische fusie of juridische splitsing vermogen onder
algemene titel is verkregen, tezamen ten minste een aaneengesloten periode als bedoeld
in artikel 35d van de wet vormt, mits genoemde aanmerkelijk belangen via dezelfde soort vermogensbestanddelen
werden gehouden;
-
e. ingeval de erflater of schenker indirect een aanmerkelijk belang houdt in een lichaam
dat eerder is gekocht van de erflater, onderscheidenlijk de schenker, of van een lichaam
waarin de erflater, onderscheidenlijk de schenker, direct of indirect een aanmerkelijk
belang hield: indien de periode waarin de erflater, onderscheidenlijk de schenker,
het indirecte aanmerkelijk belang in het gekochte lichaam houdt en de periode waarin
de erflater, onderscheidenlijk de schenker, voor de koop direct of indirect een aanmerkelijk
belang in dat lichaam hield tezamen ten minste een aaneengesloten periode als bedoeld
in artikel 35d van de wet vormt;
-
f. ingeval de erflater of schenker gedurende de periode, bedoeld in artikel 35d van de wet, aanmerkelijkbelanghouder is van aandelen of winstbewijzen en het lichaam waarop
die vermogensbestanddelen betrekking hebben in die periode dezelfde soort vermogensbestanddelen
aan de erflater, onderscheidenlijk de schenker, uitgaf: ten aanzien van de uitgegeven
vermogensbestanddelen;
-
g. ingeval de erflater of schenker aanmerkelijkbelanghouder is van preferente aandelen
als bedoeld in artikel 35c, vierde lid, van de wet: indien de erflater, onderscheidenlijk de schenker, direct voorafgaand aan de omzetting,
bedoeld in dat lid, de omgezette gewone aandelen ten minste hield gedurende de aaneengesloten
periode, bedoeld in artikel 35d van de wet, waarbij die periode berekend wordt als ware het moment van overlijden, onderscheidenlijk
van schenken, het moment van die omzetting;
-
h. ingeval de erflater of schenker resultaat uit een werkzaamheid geniet met betrekking
tot een onroerende zaak en de onroerende zaak eerder deel uitmaakte van een voor rekening
van de erflater, onderscheidenlijk de schenker, gedreven onderneming: indien de periode
van het genieten van resultaat uit die werkzaamheid en de periode van ondernemerschap
tezamen ten minste een aaneengesloten periode als bedoeld in artikel 35d van de wet vormt;
-
i. ingeval de erflater of schenker als gevolg van een overgang krachtens huwelijksvermogensrecht
of een verdeling van de huwelijksgemeenschap binnen twee jaar na de ontbinding van
die huwelijksgemeenschap een belang heeft verkregen via vermogensbestanddelen ten
aanzien waarvan de erflater, onderscheidenlijk de schenker, aanmerkelijkbelanghouder
is of via een onroerende zaak ten aanzien waarvan de erflater, onderscheidenlijk de
schenker, resultaat uit een werkzaamheid geniet: indien de periode dat de erflater,
onderscheidenlijk de schenker, na die overgang, onderscheidenlijk die verdeling, ten
aanzien van dat ondernemingsvermogen aanmerkelijkbelanghouder is of resultaat uit
een werkzaamheid geniet en de periode waarin de echtgenoot, onderscheidenlijk de voormalige
echtgenoot, van de erflater, onderscheidenlijk de schenker, ten aanzien van dat ondernemingsvermogen
aanmerkelijkbelanghouder was, onderscheidenlijk resultaat uit een werkzaamheid genoot,
tezamen ten minste een aaneengesloten periode als bedoeld in artikel 35d van de wet vormt;
-
j. ingeval ondernemingsvermogen door toepassing van artikel 12 van de wet geacht wordt krachtens erfrecht door overlijden van de erflater te zijn verkregen:
indien de erflater op het moment van schenking voldoet aan de voor de erflater geldende
periode, bedoeld in artikel 35d van de wet.