4.2. Toelichting op het formulier gemeenten
[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]
• toepassing vervangende leerplicht op grond van artikel 3a en 3b
Artikel 3a en 3b kunnen alleen worden toegepast voor leerlingen in speciaal onderwijs,
voortgezet speciaal onderwijs, de eerste fase van het voortgezet onderwijs en de beroepsopleidende
leerweg.
Artikel 3a kan worden toegepast bij jongeren vanaf de leeftijd van 14 jaar en artikel
3b bij jongeren in het laatste jaar van hun leerplicht.
Bij toepassing van artikel 3a blijft de leerling ingeschreven in een school voor speciaal
onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal voortgezet onderwijs of voortgezet
onderwijs, maar gaat een onderwijsprogramma volgen waarin algemene vorming en praktijkervaring
worden gecombineerd (duaal programma). Bij toepassing van artikel 3b wordt de leerling
ingeschreven in een instelling voor secundair beroepsonderwijs.
• toepassing vrijstelling op grond van artikel 5, onder a
Bij deze vorm van vrijstelling dient als onderwijssoort het laatst genoten onderwijs
ingevuld te worden. Indien nog geen onderwijs werd genoten bij het indienen van de
aanvraag dan dient als onderwijssoort ”geen onderwijs” ingevuld te worden.
Kennisgevingen van een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5, onder a (lichamelijke
of psychische ongeschiktheid) moeten ieder jaar opnieuw gedaan worden tenzij voor
de eerste maal definitief vrijstelling is gegeven.
Ook bij een vervolg kennisgeving moet als onderwijssoort worden ingevuld de onderwijssoort
zoals die gold bij het verlenen van de eerste vrijstelling.
• Gewijzigde specificatie inzake toepassing vrijstelling op grond van artikel 5, onder
b
Bij vrijstelling ex artikel 5, onder b, dient op het formulier ”het laatst genoten
onderwijs” te worden ingevuld. Indien vrijstelling op grond van artikel 5, onder b,
wordt gegeven voordat het kind in enig schooltype voor leerplichtig onderwijs is ingeschreven
dan dient dit vermeld te worden onder de onderwijssoort ”geen onderwijs”.
• toepassing vrijstelling op grond van artikel 15
Leerlingen voor wie artikel 15 is toegepast worden vermeld naar de onderwijssoort
die zij volgden op hetmoment dat de ontheffing werd aangevraagd.
Toelichting:
Strikt genomen kunnen volgens de Leerplichtwet leerlingen die ingeschreven staan in
volledig dagonderwijs geen vrijstelling krijgen op grond van artikel 15 omdat ze niet
partieel leerplichtig zijn. Een dergelijke jongere zou alleen voor deze vrijstelling
in aanmerking komen als hij eerst wordt uitgeschreven uit de school waar hij tot dan
toe onderwijs volgt. Teneinde toch inzicht te krijgen in de herkomst van deze leerlingen
wordt gevraagd om het onderwijs aan te geven dat de leerling volgde op het moment
dat de vrijstelling werd aangevraagd en niet de situatie op het moment waarop de vrijstelling
werd verleend.
• onderscheid absoluut en relatief ongeoorloofd schoolverzuim
Van absoluut schoolverzuim is sprake, indien een volledig of partieel leerplichtige
jongere niet is ingeschreven bij een onderwijsinstelling zonder dat daarvoor op grond
van de Leerplichtwet 1969 toestemming is verleend.
Van ongeoorloofd relatief schoolverzuim is sprake, indien een volledig of partieel
leerplichtige jongere is ingeschreven bij een onderwijsinstelling doch geen onderwijs
volgt zonder dat daarvoor op grond van de Leerplichtwet 1969 toestemming is verleend.
Wellicht ten overvloede merk ik op dat een leerplichtige die onderwijs volgt in een
andere gemeente, dan waar hij/zij woont, ten aanzien van de toepassing van de Leerplichtwet
ressorteert onder de leerplichtambtenaar van de gemeente waar hij/zij in het bevolkingsregister
is ingeschreven.
• uitsplitsing absoluut verzuim per schoolsoort
Bij de categorie onderwijssoort dient ingevuld te worden het laatst genoten onderwijs.