Bijdrageregeling zorg AWBZ

[Regeling vervallen per 01-01-2015.]
Geldend van 01-01-2008 t/m 14-06-2008

Bijdrageregeling zorg AWBZ

Artikel 1

[Vervallen per 01-01-2015]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Bijdragebesluit:

het Bijdragebesluit zorg;

b. relevante inkomen:

het inkomen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van het Bijdragebesluit, doch zonder de vermindering wegens verschuldigde of ingehouden belasting, rekening houdend met toepassing van artikel 7 van het Bijdragebesluit, met dien verstande dat indien artikel 8, derde lid, van het Bijdragebesluit van toepassing is, uitgegaan wordt van het inkomen in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de verzekerde zijn aanspraak op zorg tot gelding brengt.

Artikel 2

[Vervallen per 01-01-2015]

Ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2 van het Bijdragebesluit, worden in verband met zak- en kleedgeld en, indien van toepassing, een jonggehandicaptenkorting onderscheidenlijk een ouderenkorting in mindering gebracht:

  • a. voor de ongehuwde verzekerde die in het peiljaar een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten heeft genoten: € 3.864;

  • b. voor de gehuwde verzekerden, indien een van hen of beiden in het peiljaar een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten heeft of hebben genoten, tezamen: € 6.296;

  • c. voor de ongehuwde verzekerde die op 1 januari in het peiljaar 65 jaar of ouder was: € 3.550;

  • d. voor de gehuwde verzekerden, indien beiden of een van beiden in het peiljaar 65 jaar of ouder waren of was en geen van beiden in het peiljaar een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten heeft genoten, tezamen: € 5.388;

  • e. voor de ongehuwde verzekerde op wie onderdeel a, noch onderdeel c van toepassing is: € 3.219;

  • f. voor de gehuwde verzekerden op wie onderdeel b, noch onderdeel d van toepassing is, tezamen: € 5.006.

Artikel 3

[Vervallen per 01-01-2015]

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, van het Bijdragebesluit, worden in verband met de premie voor de zorgverzekering in mindering gebracht:

    • a. voor de verzekerde die op 1 januari van het peiljaar jonger was dan 65 jaar: 6,10% van zijn relevante inkomen, vermeerderd met € 1.015, met dien verstande dat maximaal € 2.966 in mindering wordt gebracht;

    • b. voor de ongehuwde verzekerde die op 1 januari van het peiljaar 65 jaar of ouder was: 4,40% van zijn relevante inkomen, vermeerderd met € 1.266, met dien verstande dat maximaal € 2.587 en minimaal € 1.793 in mindering wordt gebracht;

    • c. voor de gehuwde verzekerde die op 1 januari van het peiljaar 65 jaar of ouder was: 4,40% van relevante inkomen, vermeerderd met € 1.188, met dien verstande dat maximaal € 2.509 en minimaal € 1.550 in mindering wordt gebracht;

  • 2 Indien de verzekerde op 1 januari van het peiljaar aanspraak had op een zorgtoeslag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Wet op de zorgtoeslag wordt op de aftrek, bedoeld in het eerste lid, in mindering gebracht:

    • a. voor de verzekerde die op 1 januari van het peiljaar ongehuwd was: een bedrag van € 403, met dien verstande dat als zijn inkomen € 17.490 of meer bedraagt dit bedrag wordt vermeerderd met 5% van het verschil tussen zijn inkomen en € 17.490;

    • b. voor de verzekerden die op 1 januari van het peiljaar gehuwd waren: een bedrag van € 1.156 met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen € 17.490 of meer bedraagt dit bedrag wordt vermeerderd met 5% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 17.490.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2008, 112, datum inwerkingtreding 15-06-2008, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2008.

1 Ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, van het Bijdragebesluit, worden in verband met de premie voor de zorgverzekering in mindering gebracht:

  • a. voor de verzekerde die op 1 januari van het peiljaar jonger was dan 65 jaar: 6,10% van zijn relevante inkomen, vermeerderd met € 1.015, met dien verstande dat maximaal € 2.966 in mindering wordt gebracht;

  • b. voor de ongehuwde verzekerde die op 1 januari van het peiljaar 65 jaar of ouder was: 4,40% van zijn relevante inkomen, vermeerderd met € 1.266, met dien verstande dat maximaal € 2.587 en minimaal € 1.793 in mindering wordt gebracht;

  • c. voor de gehuwde verzekerde die op 1 januari van het peiljaar 65 jaar of ouder was: 4,40% van relevante inkomen, vermeerderd met € 1.188, met dien verstande dat maximaal € 2.509 en minimaal € 1.550 in mindering wordt gebracht;

2 Indien de verzekerde op 1 januari van het peiljaar aanspraak had op een zorgtoeslag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Wet op de zorgtoeslag wordt op de aftrek, bedoeld in het eerste lid, in mindering gebracht:

  • a. voor de verzekerde die op 1 januari van het peiljaar ongehuwd was: een bedrag van € 403, met dien verstande dat als zijn inkomen € 17.490 of meer bedraagt dit bedrag wordt verminderd met 5% van het verschil tussen zijn inkomen en € 17.490;

  • b. voor de verzekerden die op 1 januari van het peiljaar gehuwd waren: een bedrag van € 1.156 met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen € 17.490 of meer bedraagt dit bedrag wordt verminderd met 5% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 17.490.

Stcrt. 2008, 134, datum inwerkingtreding 17-07-2008, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-01-2008.

1 Ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, van het Bijdragebesluit, worden in verband met de premie voor de zorgverzekering in mindering gebracht:

  • a. voor de verzekerde die op 1 januari van het peiljaar jonger was dan 65 jaar: 6,10% van zijn relevante inkomen, vermeerderd met € 1.015, met dien verstande dat maximaal € 2.966 in mindering wordt gebracht;

  • b. voor de ongehuwde verzekerde die op 1 januari van het peiljaar 65 jaar of ouder was: 4,40% van zijn relevante inkomen, vermeerderd met € 1.266, met dien verstande dat maximaal € 2.587 en minimaal € 1.793 in mindering wordt gebracht;

  • c. voor de gehuwde verzekerde die op 1 januari van het peiljaar 65 jaar of ouder was: 4,40% van relevante inkomen, vermeerderd met € 1.188, met dien verstande dat maximaal € 2.509 en minimaal € 1.550 in mindering wordt gebracht;

2 Indien de verzekerde op 1 januari van het peiljaar aanspraak had op een zorgtoeslag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Wet op de zorgtoeslag wordt op de aftrek, bedoeld in het eerste lid, in mindering gebracht:

  • a. voor de verzekerde die op 1 januari van het peiljaar ongehuwd was: een bedrag van € 403, met dien verstande dat als zijn inkomen € 17.490 of meer bedraagt dit bedrag wordt verminderd met 5% van het verschil tussen zijn inkomen en € 17.490;

  • b. voor de verzekerden die op 1 januari van het peiljaar gehuwd waren: een bedrag van € 1.156 met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen € 17.490 of meer bedraagt dit bedrag wordt verminderd met 5% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 17.490.

Artikel 6

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor verzekerden die in het peiljaar 65 jaar of ouder waren, worden de volgende extra vrijlatingen in mindering gebracht:

    • a. indien het bijdrageplichtig inkomen per jaar van de ongehuwde verzekerde, na toepassing van de artikelen 6, eerste lid, en 7 van het Bijdragebesluit, minder bedraagt dan € 7.351 doch meer dan € 6.970, het verschil tussen dat bijdrageplichtig inkomen en het laatstgenoemde bedrag;

    • b. indien het bijdrageplichtig inkomen per jaar van de ongehuwde verzekerde, na toepassing van de artikelen 6, eerste lid, en 7 van het Bijdragebesluit, meer bedraagt dan € 7.351, 12,5% van het verschil tussen dat bijdrageplichtig inkomen en dat bedrag, vermeerderd met een bedrag van € 381;

    • c. indien het bijdrageplichtig inkomen per jaar van de gehuwde verzekerden tezamen, na toepassing van de artikelen 6, eerste lid, en 7 van het Bijdragebesluit, minder bedraagt dan € 9.483 doch meer dan € 9.102, het verschil tussen dat bijdrageplichtig inkomen en het laatstgenoemde bedrag;

    • d. indien het bijdrageplichtig inkomen per jaar van de gehuwde verzekerden tezamen, na toepassing van de artikelen 6, eerste lid, en 7 van het Bijdragebesluit, meer bedraagt dan € 9.483, 12,5% van het verschil tussen dat bijdrageplichtig inkomen en dat bedrag, vermeerderd met een bedrag van € 381;

    • e. de onderdelen c en d zijn ook van toepassing indien een van beide gehuwde verzekerden de leeftijd van 65 jaar in de in de aanhef bedoelde periode nog niet heeft bereikt.

  • 2 Voor de overige verzekerden wordt in mindering gebracht:

    • a. indien het bijdrageplichtig inkomen per jaar van de ongehuwde verzekerde, na toepassing van de artikelen 6, eerste lid, en 7 van het Bijdragebesluit, minder bedraagt dan € 6.656 doch meer dan € 6.275, het verschil tussen dat bijdrageplichtig inkomen en het laatstgenoemde bedrag;

    • b. indien het bijdrageplichtig inkomen per jaar van de ongehuwde verzekerde, na toepassing van de artikelen 6, eerste lid, en 7 van het Bijdragebesluit, meer bedraagt dan € 6.656, 12,5% van het verschil tussen dat bijdrageplichtig inkomen en dat bedrag, vermeerderd met een bedrag van € 381;

    • c. indien het bijdrageplichtig inkomen per jaar van de gehuwde verzekerden tezamen, na toepassing van de artikelen 6, eerste lid, en 7 van het Bijdragebesluit, minder bedraagt dan € 8.947 doch meer dan € 8.566, het verschil tussen dat bijdrageplichtig inkomen en het laatstgenoemde bedrag;

    • d. indien het bijdrageplichtig inkomen per jaar van de gehuwde verzekerden tezamen, na toepassing van de artikelen 6, eerste lid, en 7 van het Bijdragebesluit, meer bedraagt dan € 8.947, 12,5% van het verschil tussen dat bijdrageplichtig inkomen en dat bedrag, vermeerderd met een bedrag van € 381.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

C. Ross-van Dorp

Terug naar begin van de pagina