Voorschrift Tabel I

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009.]
Geraadpleegd op 29-05-2024.
Geldend van 01-02-1994 t/m 08-02-2009

Voorschrift Tabel I

1. Inleiding

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

In de Toelichting Tabel I, zijnde de beschikking van 9 maart 1982, nr. 282-3199, zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij beschikking van 25 februari 1991, nr. VB 91/382, zijn aanwijzingen gegeven over de toepassing van de posten in Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968. Na de laatste wijziging van de Toelichting zijn diverse wijzigingen in Tabel I aangebracht en zijn diverse resoluties en publicaties in het Infobulletin verschenen over de reikwijdte van verschillende tabelposten. In verband daarmee heb ik besloten de Toelichting te vervangen door een nieuw voorschrift inzake de toepassing van Tabel I.

Het voorschrift geldt met ingang van 1 februari 1994, met dien verstande dat de daarin gegeven aanwijzingen – voor zover niet eerder opgenomen in resoluties of andere publicaties – niet gelden voor perioden gelegen voor die datum. Daar waar in het voorschrift aanwijzingen uit resoluties of andere publicaties zijn verwerkt die waren gebonden aan een bepaalde ingangsdatum, is die datum uit een oogpunt van praktisch gebruik in een voetnoot vermeld.

Materiële, nog niet eerder kenbaar gemaakte, wijzigingen in het nieuwe voorschrift zijn de volgende:

  • het is toegestaan het verlaagde tarief toe te passen in alle gevallen waarin een aantal tijdschriften, bijvoorbeeld een jaargang, wordt ingebonden (post a 30, § 7)

  • in de opsomming van de onder het verlaagde tarief vallende biologische bestrijdingsmiddelen zijn opgenomen roofvliegen die dienen ter voorkoming van aandoeningen bij varkens (post a 42, § 3)

  • het in de met betrekking tot eenvoudige bloemstukken en schaaltjes met planten geregelde faciliteit vermelde bedrag van f 10 is verhoogd naar f 15 (post a 48, § 4)

  • het gelegenheid geven tot het wassen en drogen van kleding in het kader van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf valt onder het gelegenheid geven tot kamperen (post b 10, § 2)

  • het gelegenheid geven tot het wassen en drogen van kleding in het kader van het hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf valt onder het vertrekken van logies (post b 11, § 2).

Deze materiële wijzigingen gelden ook voor de gevallen waarin de heffing van de omzetbelasting op 1 februari 1994 nog niet onherroepelijk is komen vast te staan.

In de resolutie van 23 december 1988, nr. 088-3958, BTW-250, zijn nadere aanwijzingen gegeven over de term ‘alcoholhoudende dranken’ in post a 1 van Tabel I. Onder meer is goedgekeurd dat op de in artikel 2, onderdeel b, van de Beschikking accijns van alcoholvrije dranken (Stcrt. 1971, 249) bedoelde produkten het verlaagde tarief wordt toegepast. Daarbij gaat het om mengsels van bier of wijn met limonade of met stoffen die worden aangewend bij de vervaardiging van limonade, waarvan het alcoholgehalte bij een temperatuur van 20º C lager is dan 1,5 volumepercenten. Genoemde beschikking is inmiddels vervallen. Daarin heb ik aanleiding gezien de getroffen faciliteit als zodanig niet meer in het nieuwe voorschrift op te nemen. Nader zal worden bezien of de faciliteit definitief moet worden ingetrokken. In afwachting daarvan kan op de hiervoor bedoelde dranken nog het verlaagde tarief worden toegepast.

Voorafgaande aan de toelichting op de afzonderlijke tabelposten is in de paragraaf ‘Inhoud van de post’ de tekst van de desbetreffende post opgenomen. Deze tekst is cursief gedrukt.

2. Algemene opmerkingen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Begripsbepalingen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Het voorschrift verstaat onder:

Wet

Wet op de omzetbelasting 1968;

   

Uitvoeringsbesluit:

Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968;

   

Uitvoeringsbeschikking:

Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968;

   

belasting:

omzetbelasting;

   

Gecombineerde

 

Nomenclatuur:

goederennomenclatuur als bedoeld in artikel 1 van de Verordening (EEG) 2658/87 van 23 juli 1987 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.

§ 2. Toepassingsgebied verlaagd tarief

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

In Tabel I zijn de goederen en diensten opgesomd die aan het verlaagde tarief zijn onderworpen. Bij de indeling in het verlaagde tarief heeft een aantal overwegingen een rol gespeeld.

Allereerst kan de wens tot verlichting van de belastingdruk voor de minder draagkrachtigen worden genoemd. In verband hiermee zijn onder meer voedingsmiddelen in Tabel I opgenomen. Aanvankelijk werden alleen de voedingsmiddelen die als eerste levensbehoeften werden beschouwd in de Tabel opgesomd; ten einde de toepassing van het verlaagde tarief te vereenvoudigen zijn per 1 januari 1989 alle voedingsmiddelen onder het verlaagde tarief gebracht.

Een ander argument voor rangschikking onder het verlaagde tarief vormt de wens de belastingdruk op een aantal uitgaven die verband houden met menselijk leed te matigen. Als uitvloeisel hiervan zijn onder meer genees- en verbandmiddelen en een aantal protheses en hulpmiddelen voor gehandicapten naar het verlaagde tarief belast.

Voorts is in verband met de werking van de zgn. landbouwregeling een aantal voor de landbouwsector belangrijke goederen en diensten in Tabel I opgenomen. Het gaat hierbij onder meer om meststoffen en bestrijdingsmiddelen en diensten door agrarische loonbedrijven. De landbouwregeling houdt – kort samengevat – in dat landbouwers voor bepaalde prestaties buiten de heffing blijven en dat, ter voorkoming van cumulatie van belasting, de afnemers van de landbouwers de voordruk op de landbouwprestaties terugkrijgen via een forfaitaire aftrek (het zogenoemde landbouwforfait). Door toepassing van het verlaagde tarief in de landbouwsector wordt ernaar gestreefd de belastingvoordruk binnen die sector zoveel mogelijk op dezelfde hoogte te houden als het verlaagde tarief. Op deze wijze wordt de werking van de landbouwregeling in administratief opzicht vereenvoudigd.

Een verdere reden voor toepassing van het verlaagde tarief is de wens de cumulatie van de belastingdruk die met name bij goederen met een lange levensduur kan optreden, te matigen. Het betreft hier bijvoorbeeld de levering van bepaalde kunstvoorwerpen, antiek en postzegels voor verzamelingen. De cumulatie van belastingdruk treedt op doordat de goederen door een ondernemer aan een particulier worden geleverd en deze goederen na verloop van tijd weer terugkeren naar het handelscircuit en vervolgens opnieuw aan een particulier worden geleverd. Bij het terugkeren in het handelscircuit is geen aftrek van de eerder door de particulier betaalde belasting mogelijk, terwijl de goederen bij doorlevering door de ondernemer opnieuw volledig worden belast.

Ten slotte is met het oog op de versterking van de concurrentiepositie van bepaalde sectoren een tegemoetkoming getroffen. Het gaat dan om toepassing van het verlaagde tarief in bij voorbeeld de sector van de sierteelt, die van de pers en die van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf.

3. Samengestelde prestaties

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Combinaties van goederen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Bij combinaties van goederen dient voor de tarieftoepassing te worden nagegaan wat het kenmerkende element van de desbetreffende combinatie vormt in de ogen van de modale afnemer. Dit betekent dat onderzocht moet worden wat het essentiële element van die combinatie vormt, gerekend naar de algemeen geldende maatschappelijke opvattingen (zie het arrest van het Hof van Justitie van de EG van 25 februari 1999, nr. C-349/96).

Bij samengevoegde goederen dienen voor de toepassing van het tarief de samenstellende delen als afzonderlijke goederen te worden aangemerkt wanneer de zelfstandigheid van de samenstellende delen behouden is gebleven. Indien die zelfstandigheid verloren is gegaan, hetzij omdat één der delen ten opzichte van de andere delen dermate belangrijk is dat de andere daarin geacht kunnen worden op te gaan (absorptieprincipe), hetzij omdat een nieuw product is ontstaan met een eigen maatschappelijke betekenis, dient het gehele goed voor de toepassing van het tarief in aanmerking te worden genomen. Het absorptieprincipe is van toepassing als één van de samenstellende delen een bijkomend karakter heeft, dat wil zeggen dat het desbetreffende deel voor de afnemer geen doel op zich vormt voor het afnemen van de combinatie, maar slechts een middel vormt voor de leverancier om het belangrijkste deel voor de afnemer zo aantrekkelijk mogelijk te maken.

Voor de tarieftoepassing bij combinaties van goederen is niet van belang welk standpunt wordt of zou worden ingenomen voor de heffing van douanerechten bij de invoer van de desbetreffende combinaties van goederen.

§ 1.2. Verpakkingen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Volgens de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen wordt met de term ‘verpakking’ gedoeld op goederen die uitsluitend dienen als omhulsel voor (andere) goederen, teneinde die goederen in onbeschadigde staat naar de afnemer te transporteren, of die goederen te bewaren dan wel op te slaan. Hierbij kan worden gedacht aan:

  • wegwerpverpakkingen (bijv. het plastic, papieren, kartonnen, glazen of kunststof omhulsel van goederen);

  • retouremballage (bijv. glazen flessen en potten, alsmede plastic flessen en kratten).

Omdat deze verpakkingen geen zelfstandige gebruikswaarde hebben, volgen zij het tarief dat van toepassing is op de goederen die erin verpakt zijn.

Het is mogelijk dat de verpakking een zelfstandige gebruikswaarde heeft. Hierbij gaat het om verpakkingsmiddelen die op zichzelf beschouwd voor de afnemer een reden vormen om een bepaalde combinatie van goederen (d.w.z. de verpakking met het verpakte goed) aan te schaffen, bijvoorbeeld speciaal gedecoreerde glazen, blikken of trommels die eet- of drinkwaren bevatten of die tezamen met bepaalde eet- of drinkwaren worden aangeboden.

Deze verpakkingen dienen voor de tarieftoepassing afzonderlijk (d.w.z. los van het verpakte goed) in aanmerking te worden genomen. Hierbij is relevant dat:

  • jegens de afnemers van de combinatie van de goederen veelal wordt benadrukt dat de verpakking een bijzonder karakter draagt, waarmee het samengestelde karakter van de combinatie tot uitdrukking komt;

  • de verpakking een geldswaarde vertegenwoordigt die, mede gelet op de waarde van het verpakte product, niet onaanzienlijk is, hetgeen als regel ook tot uitdrukking komt in de verkoopprijs van de combinatie;

  • de zelfstandigheid van de samenstellende delen van de combinatie in stand blijft;

  • één van de samenstellende delen niet ondergeschikt is aan het andere deel;

  • de verpakking en het verpakte goed niet zodanig causaal en functioneel met elkaar zijn verbonden, dat de combinatie hiervan als één onsplitsbaar product dan wel als een nieuw product met een eigen maatschappelijke betekenis is te beschouwen.

Als de gegevens van het verpakte product (soort, gewicht, samenstelling, barcode e.d.) op onuitwisbare wijze en duidelijk zichtbaar op de verpakking zijn vermeld, kan dit ertoe leiden dat aan de verpakking geen zelfstandige betekenis behoeft te worden toegekend.

Voorts komt het voor dat goederen die normaliter niet zijn te kwalificeren als een verpakkingsmiddel, worden gebruikt als ‘verpakking’ voor andere goederen. Te denken valt aan allerlei gebruiksartikelen, die eventueel ook los verkrijgbaar zijn (zoals speelgoed, serviesgoed, cadeau-artikelen e.d.), waarin voedingsmiddelen zijn verpakt. Ook producten die zijn bestemd voor éénmalig gebruik (m.n. voedingsmiddelen) worden aangewend als ‘verpakking’ voor andere goederen.

Voor de tarieftoepassing dienen deze (niet gebruikelijke) verpakkingsmiddelen steeds afzonderlijk (d.w.z. los van de goederen die in deze goederen ‘verpakt’ zijn) in aanmerking te worden genomen, zie echter § 1.4.

§ 1.3. Verpakte combinaties van goederen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Combinaties van goederen kunnen ook tezamen verpakt worden aangeboden, bijvoorbeeld het kerstpakket: een verpakte combinatie van onder post a 1 vallende eet- en drinkwaren, alcoholische dranken (algemeen tarief) en gebruiks- of cadeau-artikelen (algemeen tarief).

Voor de tarieftoepassing dienen de goederen die tot de combinatie behoren steeds afzonderlijk in aanmerking te worden genomen.

§ 1.4. Candy novelties

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

‘Candy novelties’ vormen een combinatie van goederen die onder tabelpost a 1 vallen (veelal snoepgoed) en andere goederen (veelal speelgoed). Candy novelties worden op verschillende manieren aangeboden. Het komt voor dat het snoepgoed in het speelgoed is ‘verpakt’, maar de omgekeerde

situatie is ook mogelijk. In een aantal gevallen worden het snoepgoed en het speelgoed los van elkaar, maar als één combinatie, aangeboden.

Candy novelties hebben betrekking op een breed assortiment goederen, waarbij de waarde van de samenstellende delen sterk kan variëren. Te denken valt aan:

  • chocolade-eieren die speelgoedfiguurtjes bevatten;

  • speelgoedfiguurtjes waaraan snoepgoed (m.n. lollies) zijn bevestigd;

  • plastic buisjes die snoepjes bevatten, waarbij aan de bovenzijde van de buisjes speelgoedfiguurtjes zijn bevestigd;

  • een plastic koker, die aan de bovenzijde een lollie vormt en aan de onderzijde gevuld is met een speelgoedfiguurtje (veelal aan kinderfilms ontleend);

  • voorgevormde plastic figuren (zoals cameraatjes, autootjes, voetbalschoentjes e.d.) die gevuld zijn met snoep;

  • plastic fluitjes die een lollie bevatten;

  • plastic vormpjes met bijgeleverde bakmix, chocolade, kleurmiddelen e.d., waarmee kinderen zelf koekjes, figuurtjes e.d. kunnen maken;

  • ‘feest’-pakketjes voor kinderen, bestaande uit zakjes die gevuld zijn met snoepgoed, kauwgom e.d. en speelgoedpoppetjes, ballonnen e.d.

Voor de tarieftoepassing bij candy novelties dient steeds gesplitst te worden tussen het snoepgoed en het speelgoed op basis van de kostprijs van deze samenstellende delen.

Uit praktische overwegingen kan bij candy novelties waarvan de consumentenprijs f. 7,50 of minder bedraagt, het verlaagde tarief worden toegepast, als de kostprijs van de candy novelty voor 80% of meer wordt bepaald door de kostprijs van snoepgoed dat aan het verlaagde tarief is onderworpen.

Onder ‘kostprijs’ dient in dit verband te worden verstaan:

  • de inkoopprijs van de samenstellende delen, inclusief eventuele royalties of licentierechten, als de ondernemer (één of enkele van) die delen kant-en-klaar inkoopt;

  • de vervaardigingskosten van de samenstellende delen, inclusief eventuele royalties of licentierechten, als de ondernemer (één of enkele van) die delen zelf vervaardigt.

Als een ondernemer geen splitsing kan of wil aanbrengen tussen het snoepgoed en het speelgoed, bestaat daartegen geen bezwaar, mits de totale vergoeding van de candy novelty wordt belast naar het algemene tarief.

§ 2. Combinaties van diensten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Bij combinaties van diensten waarvan de elementen functioneel zijn te scheiden en waarbij een der samenstellende delen niet overheerst, behoren de diensten afzonderlijk te worden bezien, ook indien de vergoeding uit één totale prijs bestaat. Is sprake van verschillende tarieven dan behoort de vergoeding naar evenredigheid te worden gesplitst.

Combinaties van diensten waarbij één der samenstellende delen niet overheerst, doch waarbij de elementen niet functioneel zijn te scheiden, worden aangemerkt als één dienst. Hieronder valt bij voorbeeld het verzorgen van een reis (vervoer, logies, toegang tot bezienswaardigheden, en dergelijke) door een reisbureau tegen een prijs, waarin het vervoer van personen is begrepen (Hoge Raad 21 oktober 1992, nr. 28 212).

Bij combinaties van diensten waarvan één der samenstellende delen zodanig sterk overheerst dat de andere geacht kunnen worden daarin op te gaan, is het voor de eerstbedoelde dienst geldende tarief van toepassing.

§ 3. Combinaties van leveringen en diensten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

In beginsel dienen combinaties van leveringen en diensten te worden gesplitst. Geen splitsing behoeft te worden gemaakt indien de verschillende prestaties causaal en functioneel zodanig met elkaar zijn verbonden dat het totaal als één levering of als één dienst kan worden beschouwd. Zo kunnen de in het kader van de stoeterij verrichte prestaties zich kwalificeren als één prestatie, te weten de algehele verzorging van paarden, en is splitsing in verschillende prestaties zoals de levering van voer, de verhuur van onroerend goed en andere diensten niet mogelijk (Hoge Raad 23 januari 1985, nr. 22 748). Anders ligt dit bij het verzorgen van rondvaarten waarbij aan de deelnemers wijn en kaas ter nuttiging worden aangeboden. Daarbij is geen sprake van zodanig nauw met elkaar verbonden verrichtingen dat het totaal als één dienst kan worden beschouwd (Hoge Raad 20 januari 1993, nr. 28 876).

Indien de levering ten opzichte van de dienst van ondergeschikte betekenis is, wordt de levering geacht op te gaan in de dienst. Zo gaat in gevallen waarin een accountant een onderzoek verricht en het resultaat daarvan neerlegt in een geschrift dat aan de opdrachtgever wordt verstrekt, de afgifte van het geschrift op in de dienst bestaande uit het verrichten van een onderzoek.

In gevallen waarin de dienst ten opzichte van de levering van ondergeschikte betekenis is, wordt de dienst geacht op te gaan in de levering. Het opgaan van een dienst in een levering doet zich onder meer voor in de situatie dat het dienstbetoon in een restaurant bij de verzorging van bruiloften en partijen zich beperkt tot het bereiden van de verstrekte spijzen en dranken en het bedienen van de gasten. Voor de heffing van de omzetbelasting is dan alleen de verstrekking van spijzen en dranken relevant (Hoge Raad 13 november 1991, nr. 27 333).

Post A 1

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 1 luidt:

‘voedingsmiddelen, te weten:

  • a. eet- en drinkwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie;

  • b. produkten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan;

  • c. produkten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op dan wel ter vervanging van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren;

met dien verstande dat tot de voedingsmiddelen niet worden gerekend alcoholhoudende dranken en ander water dan mineraal water in de zin van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten;’

§ 2. Voedingsmiddelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De meeste voedingsmiddelen kunnen worden gerangschikt onder post a 1, onderdeel a (eet- en drinkwaren). De onderdelen b en c van de post, te weten produkten voor de bereiding van de eet- en drinkwaren onderscheidenlijk produkten die dienen als aanvulling op of ter vervanging daarvan, zijn opgenomen om te bereiken dat deze produkten, voor zover zij niet rechtstreeks zouden kunnen worden aangemerkt als eet- en drinkwaar, ook vallen onder het begrip ‘voedingsmiddel’.

Voor de tariefindeling is de vorm waarin voedingsmiddelen zich bevinden niet van belang; zowel de verse, de bereide als de verduurzaamde voedingsmiddelen vallen onder de in post a 1 opgenomen omschrijving.

Tot de voedingsmiddelen worden niet gerekend de alcoholhoudende dranken. Met de term ‘dranken’ wordt gedoeld op produkten die naar maatschappelijke opvatting als zodanig worden aangemerkt. In verband hiermee vallen onder het begrip ‘alcoholhoudende dranken’ ook samengestelde alcoholhoudende stoffen zoals advocaat, boerenjongens en boerenmeisjes. Eetwaren die alcoholhoudende stoffen bevatten (zoals bonbons) vallen niet onder het begrip ‘alcoholhoudende dranken’, maar onder het begrip ‘voedingsmiddel’.

§ 3. Eet- en drinkwaren

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De term ‘eet- en drinkwaren’, in onderdeel a van post a 1, dient ruim te worden opgevat. Daarmee wordt niet alleen gedoeld op kant en klare produkten die direct kunnen worden geconsumeerd – bijvoorbeeld brood, melk en fruit – maar ook op waren die pas geschikt zijn voor menselijke consumptie na een bepaalde bewerking (zoals het ontdoen van de schil) of na bereiding (toevoeging van water, koken, opwarmen, en dergelijke). Snoepgoed, ook kauwgom, valt onder de term ‘eet- en drinkwaren’. Genotmiddelen zoals pruimtabak en opiaten daarentegen niet.

De voorwaarde dat het moet gaan om eet- en drinkwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie is gesteld om de toepassing van het verlaagde tarief niet afhankelijk te doen zijn van de daadwerkelijke bestemming. Deze zou alleen bij de feitelijke consumptie kunnen worden vastgesteld. Of de desbetreffende produkten uiteindelijk worden geconsumeerd, speelt voor de toepassing van het verlaagde tarief geen rol.

§ 4. Ingrediënten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onderdeel b van post a 1 betreft produkten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de onder post a 1, onderdeel a, bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan. Het handelt hier om een breed scala van produkten: niet alleen produkten die zijn vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen, maar ook produkten die zijn vervaardigd uit chemische produkten. Tevens vallen eronder produkten waarvan alleen bepaalde – bijvoorbeeld aromatische – bestanddelen opgaan in de eet- en drinkwaren (zoals koffie, thee, kruidnagels en laurierbladen).

Met ‘bereiding’ wordt gedoeld op zowel de huishoudelijke als de industriële bereiding van eet- en drinkwaren. In dit kader kan worden gedacht aan produkten als gist, meel, bak- en braadmiddelen, kruiden, specerijen, zout, aroma’s en essences. Voor de voedingsmiddelenindustrie gaat het met name om produkten als vruchtenpulp, diverse extracten, conserveringsmiddelen, alsmede geur-, kleur- en smaakstoffen.

Het is mogelijk dat binnen een bepaalde groep produkten een onderscheid dient te worden gemaakt tussen produkten die kennelijk wèl en produkten die kennelijk niet voor menselijke consumptie bestemd zijn. Bijvoorbeeld azijn: tafelazijn is kennelijk bestemd voor menselijke consumptie, terwijl schoonmaakazijn dat niet is. Ook bij grondstoffen en halffabrikaten is bedoeld onderscheid van belang. Als het produkt kennelijk is bestemd om te worden aangewend in de voedingsmiddelenindustrie, is de levering van dit produkt onderworpen aan het verlaagde tarief. Is het produkt kennelijk bestemd voor andere industriële doeleinden, dan is het algemene tarief van toepassing.

Tuinkruiden die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie worden onder de post gerangschikt. Bepaalde tuinkruiden die – vrijwel – uitsluitend worden aangewend als grondstof voor de bereiding van geneesmiddelen zijn onderworpen aan het algemene tarief.

Kaascoating, zijnde een produkt dat ter conservering wordt aangebracht op de kaaskorst, valt onder de post. De coating vormt na aanbrenging een geheel met de kaaskorst en verstevigt deze ook. Alleen indien een dergelijke coating gelet op de samenstelling – bijvoorbeeld ‘plasticoat’ – in het geheel niet geschikt is voor menselijke consumptie, kan deze niet als ingrediënt voor kaas worden aangemerkt.

Essentiële oliën (ook wel etherische oliën genoemd) zijn sterk geurende oliën bereid uit kruiden, planten of bomen. De aanwendingsmogelijkheden van deze oliën zijn velerlei: als luchtverfrisser, bij de lichaamsverzorging, in het kader van ‘aromatherapie’ en soms als smaakstof in de keuken. Aangezien dergelijke oliën niet kennelijk zijn bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren, vallen zij niet onder de post.

§ 5. Voedingspreparaten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onderdeel c van post a 1 heeft betrekking op produkten die wellicht niet in de strikte zin van het woord kunnen worden beschouwd als een voedingsmiddel, maar waarvan het wenselijk is dat zij niettemin daaronder worden begrepen omdat het gaat om produkten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op dan wel ter vervanging van eet- en drinkwaren. Te denken valt aan voedingspreparaten en/of voedingssupplementen zoals vitaminen, mineralen, kruidenpreparaten, vermageringsprodukten en vezeltabletten. Soms worden deze produkten voorzien van de aanduiding eetlustopwekkend, hongerstillend of rustgevend.

Capsules die als anti-rookmiddel worden gepresenteerd en die zijn samengesteld uit onder meer eetlustverminderende vezels en een plantaardig extract ter bestrijding van nervositeit, kunnen onder de post worden gerangschikt.

§ 6. Kruidenpreparaten in alcohol

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Kruidenpreparaten die opgelost in alcohol in de handel worden gebracht dienen in beginsel te worden aangemerkt als alcoholhoudende dranken.

Voorbeelden hiervan zijn: kruidenwijn met een alcoholpercentage van 14% en een op een likeur gelijkend kruidenextract met een alcoholpercentage van 14%. Gelijk andere alcoholhoudende dranken vallen dergelijke produkten onder het algemene tarief.

Kruidendranken met een alcoholgehalte van niet meer dan 0,5% worden niet als alcoholhoudende drank aangemerkt.

Een kruidenextract, waarvan blijkens de gebruiksaanwijzing per keer enige druppels in water dienen te worden ingenomen is naar maatschappelijke opvattingen geen drank. Ook een kruidenhoestsiroop waarvan driemaal daags één kleine lepel dient te worden ingenomen wordt niet als drank aangemerkt. Deze produkten vallen onder het verlaagde tarief; het feit dat deze produkten alcohol bevatten is niet van belang.

§ 7. Alcoholvrije dranken; essences

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Voor alcoholvrije dranken geldt het verlaagde tarief. Het gaat hier bijvoorbeeld om melk, koffie, thee, vruchtesap en limonade.

Voor het onderscheid tussen alcoholvrije en alcoholhoudende dranken is het alcoholgehalte van belang. Voor bier (waaronder ook de mengsels van bier met wijn of limonade) ligt de grens op 0,5%. Voor andere alcoholhoudende dranken, zoals wijn, port, sherry en gedistilleerd, ligt die grens op 1,2%.

Alcoholhoudende essences worden niet als alcoholhoudende drank aangemerkt. Indien zij kennelijk zijn bestemd voor de bereiding van aan het verlaagde tarief onderworpen eet- en drinkwaren vallen zij onder het verlaagde tarief. De levering van kleine hoeveelheden likeur, rum en dergelijke dranken is steeds onderworpen aan het algemene tarief.

Post A 2

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 2 luidt:

‘granen en peulvruchten die niet zijn te rangschikken onder post 1;’

§ 2. Algemeen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De post heeft betrekking op de granen en peulvruchten die niet als voedingsmiddel als bedoeld in post a 1 kunnen worden aangemerkt.

§ 3. Granen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder granen vallen tarwe, rogge, haver, maïs, rijst, kanariezaad, sorghumzaad, milletzaad, gierst, en dergelijke. Boekweit, hoewel geen graan, kan voor de toepassing van de post met granen worden gelijkgesteld. Gepelde en gebroken granen vallen eveneens onder de post.

Mengsels die uitsluitend al dan niet gebroken granen en/of meel en bloem van granen bevatten, kunnen onder de post worden gerangschikt. Het toevoegen van andere bestanddelen zoals (gemalen) veekoeken, dierlijke eiwitten, vitaminen en mineralen staat die rangschikking in de weg. Verwezen zij naar de toelichting op post a 44.

Rijstmeel (ook rijstvoedermeel), gerstvoermeel en havermoutafvalmeel kunnen onder de post worden gerangschikt, evenals zemelen, zemelgrint, maskiemen, roggekiemen, tarwekiemen en de boekweitdoppen. Hetzelfde geldt voor tarwegriesmeel, rijstgries en gortgries.

Tarwebloempellets, tarwevoermeelpellets, roggevoermeelpellets en roggevoerbloempellets, alsmede rijstvoermeelpellets, maïszetmeelgrintpellets en zemelgrintpellets (een mengsel van tarwezemelgrint en roggezemelgrint), zijnde uit de genoemde soorten meel en bloem door persen verkregen kleine stukken, vallen onder post a 44.

§ 4. Peulvruchten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder de post kunnen worden gerangschikt zgn. getoaste sojabonen, zijnde sojabonen waarvan door middel van verhitting met stoom een bepaalde, de groei van eenmagige dieren belemmerende, stof wordt geëlimineerd.

Voor de voortgezette teelt bestemde zaden van peulvruchten, zoals snijbonen, prinsessebonen, doperwten, enz. vallen onder post a 41, evenals serradellazaad.

Onder de post valt niet erwten- en bonenmeel, zijnde het bijprodukt, verkregen bij de bereiding van de voor menselijke voeding bestemde produkten uit erwten en bonen, bestaande uit gemalen schillen, delen van zaadlobben en kiemen. Verwezen zij naar de toelichting op post a 44.

Post A 3

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 2. Pootgoed

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder de post vallen zowel de jonge groente- en fruitplanten die zijn bestemd voor de uitpoot van groenten en fruit als de delen van dergelijke planten (zoals wortels en wortelstokken) en champignonbroed. Zo kunnen onder de post worden gerangschikt: plantuitjes, witlofwortelen, rabarberplanten, aardbeiplanten en pootaardappelen.

Post A 4

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 4 luidt:

  • a. ‘ rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden;

  • b. andere dan de onder a vallende dieren die kennelijk zijn bestemd voor de voortbrenging of de produktie van de in post 1 bedoelde voedingsmiddelen, alsmede dieren die kennelijk zijn bestemd voor het fokken van die dieren;

  • c. slachtafvallen van de onder a en b vallende dieren;

  • d. goederen die kennelijk zijn bestemd voor de voortplanting van de onder a en b vallende dieren;’

§ 3. Fok- en slachtdieren

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Hieronder vallen onder meer: slachtkuikens, legkippen, konijnen, hazen, fazanten, diverse vissen, garnalen en mosselen.

Omdat het moet gaan om dieren die een functie vervullen in het ‘produktieproces’ van voedingsmiddelen als bedoeld in post a 1, vallen onder andere zangvogels, sierduiven en aquariumvis niet onder de post. Ook inlands en uitheems gevogelte en wild – bijvoorbeeld bestemd voor dierentuinen, onderwijsinstellingen en parken – kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Hetzelfde geldt ten aanzien van een hommelkolonie voor de bestuiving van cultuurgewassen in de tuinbouwsector.

§ 4. Slachtafvallen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder slachtafvallen zijn te rangschikken: kop, tong, hersenen, lever, hart, nieren, pens, maag, blaas, poten, pezen, longen, milt, zwezerik, uiers, organen voor farmaceutische doeleinden, en dergelijke. Ook darmen kunnen onder het verlaagde tarief worden gerangschikt.

De gebruikelijke bewerking van slachtafvallen en darmen, zoals het schoonmaken, zouten, drogen of bevriezen, doet aan de toepasselijkheid van de post niet af.

Huiden, onderpoten, horens, haren, beenderen en zwoerd vallen niet onder het verlaagde tarief.

Soepbeenderen kunnen onder post a 4 worden begrepen.

Bloed (waaronder ook gedroogd bloed) van de onder de onderdelen a en b van post a 4 vallende dieren, dient als slachtafval te worden aangemerkt en valt mitsdien onder de post.

§ 5. Dierenvoeder

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Gemalen of gesneden, in zakjes verpakte of in worstvorm gebrachte, slachtafvallen die in de handel worden gebracht onder de benaming ‘hondevoer’ of soortgelijke aanduiding, vallen onder de post, ook indien daaraan maximaal 4% zetmeel als bindmiddel is toegevoegd. Verdere bewerkingen, zoals het toevoegen van groenten, mineralen, vitaminen, geneesmiddelen, alsmede het steriliseren en in blik of anderszins verpakken, om het hier bedoelde vlees en slachtafvallen voor langere tijd voor bederf te vrijwaren, doen de toepassing van het verlaagde tarief verloren gaan.

§ 6. Levering van sperma en embryo’s voor landbouwdieren

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Het gaat hier om de separate levering en invoer van dierlijk sperma en dierlijke embryo’s, die zijn bestemd voor de voortpanting van de in onderdeel a en b van de post bedoelde landbouwdieren.

De dienst bestaande uit het kunstmatig insemineren van landbouwdieren respectievelijk het transplanteren van embryo’s bij landbouwdieren valt onder post b 13, onderdeel b (zie § 10 van de toelichting op post b 13).

Post A 5

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 2. Broedeieren

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De levering van broedeieren voor pluimvee is onderworpen aan het verlaagde tarief. Eieren voor menselijke consumptie worden onder post a 1 gerangschikt.

Post A 6

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 6 luidt:

‘farmaceutische specialités en farmaceutische preparaten als zijn omschreven in artikel 1, eerste lid, onder h en i van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (Stb. 1958, 408), infusievloeistoffen, alsmede kennelijk voor geneeskundige doeleinden bestemde inhalatiegassen;’

§ 2. Algemeen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Post a 6 omschrijft welke geneesmiddelen gerangschikt kunnen worden onder het verlaagde tarief. Het betreft:

  • farmaceutische specialités en farmaceutische preparaten als zijn omschreven in artikel 1, eerste lid onder h en i van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening (WGV)

  • infusievloeistoffen

  • inhalatiegassen (kennelijk bestemd voor geneeskundige doeleinden).

§ 3. Farmaceutische specialité; farmaceutisch preparaat

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Een farmaceutische specialité is een geneesmiddel in farmaceutische vorm dat in de handel wordt gebracht onder een speciale benaming en in een standaardverpakking.

Een farmaceutisch preparaat is een geneesmiddel in farmaceutische vorm dat in de handel wordt gebracht niet onder een speciale benaming of standaardverpakking.

De categorieën farmaceutische specialités en farmaceutische preparaten omvatten samen het geheel van geneesmiddelen dat in een farmaceutische vorm is gebracht.

Een farmaceutische vorm is een vorm welk met het oog op de toediening of aanwending van een geneesmiddel wordt gebezigd. Te denken valt aan pillen, poeders, tabletten, capsules, zalven, gels, crèmes, drankjes en injectievloeistoffen.

§ 4. Geneesmiddel

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Als geneesmiddel wordt aangemerkt een substantie of samenstelling van substanties, welke is bestemd om te worden gebruikt voor dan wel op enigerlei wijze wordt aangeduid of aanbevolen als zijnde geschikt voor:

  • het genezen, lenigen of voorkomen van enige aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij de mens

  • het herstellen, verbeteren of wijzigen van het functioneren van organen bij de mensen

  • het stellen van een medische diagnose door toediening aan of aanwending bij de mens.

Produkten die geschikt zijn voor het stellen van een medische diagnose zijn slechts geneesmiddelen in de zin van de WGV voor zover zij bestemd zijn om te worden toegediend aan of aangewend bij de mens. Zgn. in vivo diagnostica kunnen derhalve onder post a 6 worden gerangschikt. Middelen voor het stellen van een medische diagnose door middel van een laboratoriumonderzoek – de zgn. in vitro diagnostica – vallen echter niet onder de post.

Bepaalde grondstoffen worden wel als geneesmiddel in de zin van de WGV aangemerkt. Aangezien het bij grondstoffen echter zal gaan om geneesmiddelen die (nog) niet in farmaceutische vorm zijn gebracht zullen deze grondstoffen niet onder post a 6 kunnen worden gerangschikt.

Een groot aantal farmaceutische specialités en farmaceutische preparaten is geregistreerd; zij worden voorzien van een registratienummer (RVG-nummer) en opgenomen in een lijst van farmaceutische specialités en farmaceutische preparaten. Er zijn evenwel ook farmaceutische specialités en farmaceutische preparaten die niet dan wel nog niet zijn geregistreerd. Het betreft bij voorbeeld geneesmiddelen die zich nog in het stadium van proefneming bevinden, of geneesmiddelen, die voor een individueel geval in een apotheek worden bereid. Homeopathische geneesmiddelen worden veelal ook niet geregistreerd.

Het feit dat een bepaald produkt niet is geregistreerd betekent nog niet dat de toepassing van post a 6 is uitgesloten. Wel dient het desbetreffende produkt als een geneesmiddel in farmaceutische vorm te worden gepresenteerd en als zodanig herkenbaar te zijn. Ook dient de leverancier aan te tonen waarom zo’n niet geregistreerd produkt niettemin als een aan het verlaagd tarief onderworpen geneesmiddel moet worden aangemerkt.

Geneesmiddelen in de zin van de WGV vallen soms mede of zelfs uitsluitend onder de werking van een specifieke wettelijke regeling. Voor de toepassing van het verlaagde tarief is dit niet van belang. Zo kan dit tarief ook worden toegepast op de geneesmiddelen in farmaceutische vorm waarvoor mede het bepaalde in de Opiumwet (Stb. 1928, 167) van toepassing is (opiaten) en op geneesmiddelen waarvoor mede het bepaalde in de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) van toepassing is (de zogenoemde radiofarmaca). Hetzelfde geldt voor uit bloed(plasma) bereide produkten en sera en vaccins, die uitsluitend onder de werking van de Wet op menselijk bloed (Stb. 1961, 182), onderscheidenlijk de Wet op sera en vaccins (Stb. 1927, 91) vallen.

De uit bloed bereide in vitro diagnostica evenals andere in vitro diagnostica zijn onderworpen aan het algemene tarief.

§ 5. Infusievloeistoffen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De levering van infusievloeistoffen is onderworpen aan het verlaagde tarief. Tot de infusievloeistoffen behoren onder meer suiker- of zoutoplossingen die bestemd zijn om door middel van een infuus te worden toegediend. Vermeldenswaard is in dit verband, dat een spoelvloeistof voor het spoelen van een (verblijfs)catheter (een veelal qua samenstelling op een infusievloeistof gelijkende zoutoplossing) een registratieplichtig farmaceutisch produkt is.

De vloeibare voeding die via een sonde aan de mens wordt toegediend is op grond van het bepaalde in post a 1 onderworpen aan het verlaagde tarief.

§ 6. Hulpmiddelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Tot nader order kan een steriel medisch hulpmiddel voor eenmalig gebruik dat uitsluitend bestemd is voor het transport en/of de opslag van bloed, bloedcomponenten en/of infuusvloeistoffen, en dat daarmee in aanraking komt, onder het verlaagde tarief worden gerangschikt. De naalden, catheters, en dergelijke (al dan niet voorzien van een stukje slang), die worden gebezigd om de desbetreffende stoffen aan de patiënt toe te dienen, kunnen niet onder deze medische hulpmiddelen worden gerangschikt. Deze naalden en catheters worden overigens, omdat hierbij de wensen van de gebruikers een zeer belangrijke rol spelen, nimmer in een totaal systeem geleverd. Losse catheters vallen onder post a 37.

Onder de in deze paragraaf bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen derhalve worden gerangschikt de steriele, voor eenmalig gebruik bestemde:

  • infusiesets

  • transfusiesets

  • verlengslangen

  • infusiekranen

  • infuus- en bloedfilters

  • drukmeetsets

  • adaptors

  • lege zakken

  • bloedafname-hulpmiddelen zoals bij voorbeeld bloedlijnen voor hartlongmachines.

Voorbeelden van produkten en produktgroepen die niet onder de in deze paragraaf bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen worden gerangschikt zijn:

  • infuuspompen

  • bloedscheidingsapparatuur

  • beluchters

  • controllers of volumeregeling

  • lege, niet steriele infuuszakken

  • alle niet steriele losse onderdelen voor het vervaardigen of doen vervaardigen van infuussets in het ziekenhuis

  • toedieningssystemen voor enterale voeding

  • voedingssondes

  • blaasspoellijnen

  • cathetersspoellijnen

  • sealapparatuur

  • venapunctienaalden

  • intraveneuze catheters

  • injectiespuiten/naalden

  • bloedbank hulpmateriaal, zoals tangetjes, klemmen en persen

  • afsluitstopjes en -kapjes

  • mandrijnen

  • afzuigcatheters en urologiecatheters

  • introducers.

Blaasspoellijnen, katheterspoellijnen, intraveneuze katheters, afzuigkatheters en urologiekatheters vallen onder post a 37.

Indien in één set goederen worden geleverd die hun zelfstandigheid hebben behouden en die deels aan het verlaagde tarief en deels aan het algemene tarief zijn onderworpen, dient de totale vergoeding te worden gesplitst in een deel belast naar het tarief van 6% en een deel belast naar het tarief van 17,5%. Wanneer een ondernemer geen splitsing wil aanbrengen, bestaat daartegen geen bezwaar, mits de totale vergoeding wordt belast naar het algemene tarief.

Een hulpmiddel kan slechts als ‘steriel’ worden aangemerkt indien het voldoet aan de eisen gesteld in het Besluit handel gesteriliseerde medische hulpmiddelen (9 november 1982, Stb. 663). Zo zal onder andere het woord ‘steriel’ op de verpakking moeten voorkomen.

Goederen die (mede) gebruikt worden voor diagnostische doeleinden vallen niet onder de goedkeuring. Daardoor vallen bloedbuisjes waarin afgenomen bloed wordt opgevangen en die bepaalde additieven, reagentia of testmiddelen bevatten, niet onder het verlaagde tarief. Dat geldt ook wanneer het doel van de in de bloedbuisjes aanwezige middelen niet verder reikt dan het afgenomen bloed – bijvoorbeeld door het voorkomen van stolling of door het afsplitsen van bestanddelen – geschikt te maken voor verder onderzoek.

§ 7. Inhalatiegassen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder post a 6 kunnen mede worden gerangschikt inhalatiegassen die kennelijk zijn bestemd voor medische doeleinden. Het betreft hier bijvoorbeeld zuurstof en lachgas die bij de behandeling van patiënten in ziekenhuizen, enz. worden aangewend.

§ 8. Administratiekosten apothekers

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Apothekers brengen aan cliënten die de aan hen geleverde genees- en verbandmiddelen, enz. niet contant betalen doch op rekening kopen, boven de vergoeding voor de geleverde genees- en verbandmiddelen, enz., een bedrag aan administratiekosten in rekening. Deze vergoeding moet worden geacht deel uit te maken van de vergoeding voor de geleverde genees- en verbandmiddelen, enz. In verband daarmede zou, strikt genomen, deze vergoeding voor administratiekosten in voorkomende gevallen moeten worden gesplitst in een gedeelte, betrekking hebbende op aan het verlaagde tarief onderworpen goederen, en een gedeelte, betrekking hebbende op aan het algemene tarief onderworpen goederen.

Gezien de omstandigheid dat de goederen die op rekening worden gekocht in sterk overwegende mate aan het verlaagde tarief zijn onderworpen, wordt goedgekeurd dat een zodanige splitsing achterwege blijft en dat de vergoeding voor administratiekosten in haar geheel geacht wordt deel uit te maken van de omzet aan goederen ten aanzien waarvan het verlaagde tarief van toepassing is.

Post A 7

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 7 luidt:

‘diergeneesmiddelen als zijn bedoeld in de Diergeneesmiddelenwet (Stb. 1985, 410), met uitzondering van diergeneesmiddelen voor in vitro gebruik;’

§ 2. Algemeen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Produkten die zijn aan te merken als diergeneesmiddel in de zin van de Diergeneesmiddelenwet worden belast naar het verlaagde tarief. Niet onder het verlaagde tarief vallen de middelen voor in vitro gebruik.

Grondstoffen voor de bereiding van diergeneesmiddelen worden niet als diergeneesmiddelen in de zin van de Diergeneesmiddelenwet aangemerkt.

§ 3. Diergeneesmiddel

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Op grond van artikel 1, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet wordt als diergeneesmiddel aangemerkt elke substantie die bestemd is om al dan niet na be- of verwerking te worden gebruikt voor:

  • het genezen, lenigen of voorkomen van enige aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek van een dier

  • het herstellen, verbeteren of wijzigen van het functioneren van organen van een dier

  • het onderkennen van een ziekte of gebrek bij dieren door toepassing bij een dier.

De bestemming moet kunnen worden vastgesteld aan de hand van bijvoorbeeld de aard, vorm, verpakking of aanduiding van het produkt.

Op grond van het Besluit verpakking en etikettering diergeneesmiddelen moeten diergeneesmiddelen voor aflevering worden verpakt. Op de verpakking staan vermeld – naast aanduidingen omtrent houdbaarheid, gebruik, en dergelijke – de naam van het diergeneesmiddel, de samenstelling en het registratienummer (Reg. NL......). Indien registratie (nog) niet vereist is zal op de verpakking in ieder geval het woord ‘diergeneesmiddel’ moeten worden vermeld en de diersoort(en) waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is.

Het vorenstaande brengt derhalve mee, dat het verlaagde tarief voor diergeneesmiddelen alleen van toepassing is op de levering en de invoer van produkten die met de kwalificatie ‘diergeneesmiddel’ in de handel worden gebracht en die ook overigens aan de in de Diergeneesmiddelenwet genoemde vereisten voldoen.

Zgn. biggencompost, een produkt dat bestaat uit zuivere extra fijne compost en dat wordt aangewend als preventief geneesmiddel tegen bloedarmoede bij biggen, kan onder de post worden gerangschikt indien wordt voldaan aan de hiervoor genoemde vereisten inzake kwalificatie en die welke voortvloeien uit de Diergeneesmiddelenwet.

§ 4. Bestrijdingsmiddel

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Middelen ter bestrijding van ongedierte bij dieren worden in een aantal gevallen aangemerkt als diergeneesmiddel (zie hiervoor § 3). Het gaat dan om middelen voor inwendig gebruik.

Post a 7 ziet niet op de levering of invoer van produkten die als bestrijdingsmiddel (herkenbaar aan het voor deze produkten verplichte toelatingsnummer ......N) op de markt worden gebracht.

§ 5. Dierenartsen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

In gevallen waarin een dierenarts bij de geneeskundige behandeling van een ziek dier aan dat dier een geneesmiddel toedient, is sprake van een naar het algemene tarief belaste dienst waarin het toedienen van het geneesmiddel opgaat.

Indien de dierenarts na de behandeling van het zieke dier aan de verzorger van het dier geneesmiddelen verstrekt ter verdere behandeling van dat dier, verricht de dierenarts, wat die geneesmiddelen betreft, een afzonderlijke en meestal aan het verlaagde tarief onderworpen levering van geneesmiddelen.

In gevallen waarin het nauwkeurig splitsen van het gebruik door de dierenarts van diergeneesmiddelen ernstige problemen oplevert, kan de inspecteur een praktische regeling treffen. Een in dat kader aan te brengen forfaitaire splitsing van de omzet dient gebaseerd te zijn op, en zo nauwkeurig mogelijk aan te sluiten bij, de praktijkgegevens van de betrokken dierenarts.

Post A 8

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 8 luidt:

‘verbandmiddelen zoals watten, windsels, gaas, hechtmiddelen, pleisters, tampons, spalken en daarmee gelijk te stellen artikelen die kennelijk zijn bestemd voor geneeskundige doeleinden, alsmede gevulde verbanddozen, damesverband, kraammatrassen en incontinentiematerialen;’

§ 2. Verbandmiddelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Het begrip verbandmiddel wordt in de post omschreven. Het moet gaan om, kennelijk voor geneeskundige doeleinden bestemde, watten, windsels, gaas, hechtmiddelen, pleisters, tampons, spalken en daarmee gelijk te stellen artikelen.

§ 3. Watten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder watten zijn te begrijpen celstofwatten, geïmpregneerde watten, verbandwatten, vette watten, en dergelijke. Niet onder de post vallen watten die voor andere dan geneeskundige doeleinden plegen te worden gebezigd, zoals autopoetswatten, bijouteriewatten (juwelierswatten), poederdonsjes, toiletwatten, en dergelijke.

Toegestaan is om ook de gewone witte watten die voor allerlei huishoudelijke doeleinden (waaronder ook geneeskundige) worden gebruikt, aan het verlaagde tarief te onderwerpen.

Wattenstokjes zijn onderworpen aan het algemene tarief. Steriele wattenstaafjes bestemd voor chirurgische doeleinden kunnen onder de post worden gerangschikt.

§ 4. Windsels

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Windsels worden gemaakt uit diverse stoffen en gebruikt voor velerlei doeleinden. Het gaat hier bijvoorbeeld om: elastische windsels, hydrofiele windsels, gipswindsels, en dergelijke.

Naast de traditionele gipsverbanden bestaan er andere immobiliserende verbandsystemen zoals een tricot kous waarin een twee componenten vloeistof wordt gegoten en die na het aanleggen aan het te fixeren lichaamsdeel uithardt. Ook dergelijke verbandmiddelen kunnen onder post a 8 worden gerangschikt.

Elastieke voetstukken, kniestukken, armstukken, en dergelijke kunnen met (elastische) windsels worden gelijkgesteld. Sommige elastische kousen – al dan niet voorzien van een teenstuk – kunnen eveneens met windsels worden gelijkgesteld. Hierbij kan worden gedacht aan elastische kousen die door bedlegerige patiënten worden gedragen ter voorkoming van trombose.

Voor therapeutische elastische kousen is goedgekeurd dat zij onder de post kunnen worden gerangschikt indien zij een drukwaarde van ten minste 25 mm kwik hebben (daaruit volgt indeling in klasse 2 of hoger van de zogenaamde lijst van Bernink).

Oefenverbanden, zijnde dikke windsels die als oefenmateriaal worden gebruikt bij onder andere EHBO-cursussen, mogen onder de post worden gerangschikt.

§ 5. Gaas

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Het betreft hier niet alleen om hydrofielgaas ter afdekking van wonden, maar ook allerlei artikelen van gaas zoals compressen en stroken alsmede compressen van bij voorbeeld celstof in gaas of celstof in textielvlies. Goedgekeurd wordt dat incisiefolie, zijnde een uiterst dunne kleeffolie die op de huid van patiënten wordt aangebracht voordat de incisie wordt gemaakt, alsmede wondfolie en infuusfolie, onder de post worden gerangschikt.

§ 6. Hechtmiddelen; instrumenten voor endoscopische chirurgie

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Bij hechtmiddelen kan worden gedacht aan de traditionele ‘draad’ (catgut, zijde, kunststof) en hechtzijde, alsmede aan hechtkrammetjes, -nietjes en -clips. Bij de levering van hechtdraad wordt de naald soms vast aan de hechtdraad meegeleverd. Er is geen bezwaar om draad en naald in zo’n geval als één geheel aan te merken en te zien als hechtmiddel.

Voor het aanbrengen van nietjes en clips wordt zogenaamde hechtapparatuur (‘nietmachines’) gebruikt. Veel hechtapparaten zijn bedoeld voor eenmalig gebruik. In een aantal gevallen kan deze – disposable – hechtapparatuur bij de behandeling van één bepaalde patiënt diverse keren herladen worden. Ook zijn er hechtapparaten die steeds opnieuw gebruikt kunnen worden. Hechtapparatuur kan niet delen in het verlaagde tarief voor hechtmiddelen. Dit geldt ook voor bij hechtapparatuur behorende instrumenten zoals een verwijdertang en een weefselmeetinstrument.

Vaak wordt een hechtapparaat te zamen met nietjes of clips tegen één vergoeding geleverd. De nietjes of clips, die meestal vervaardigd zijn van titanium of ‘chirurgisch’ staal, vertegenwoordigen daarbij een niet onaanzienlijke waarde. Voor het vaststellen van dit naar het verlaagde tarief te belasten deel, kan de prijs die voor een los te leveren ‘cassette’ nietjes of clips in rekening wordt gebracht als richtsnoer dienen.

Instrumenten voor endoscopische chirurgie betreffen instrumenten die worden gebruikt bij bij voorbeeld kijkoperaties. Het kan dan gaan om dikke naalden (voor het inbrengen van gas in de buikholte), aan trocars (holle pijpen met een scherp uiteinde die door de buikwand worden gestoken) en diverse instrumenten die via de trocar in de buikholte kunnen worden gebracht en waarmee de chirurg zijn werkzaamheden kan verrichten. Geen van deze instrumenten komt voor de toepassing van het verlaagde tarief in aanmerking.

§ 7. Pleisters

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Tot pleisters in de zin van de post behoren niet alleen hecht- en wondpleisters, maar ook elastisch (net)verband waarmee bij voorbeeld hydrofielgaas kan worden gefixeerd, alsmede likdoornpleisters en likdoornringen.

Ook katheterpleisters, speciaal gevormde pleisters die worden gebruikt om neussondes, drainagekatheters e.d. op hun plaats te houden, vallen onder de post.

§ 8. Tampons

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Het betreft hier onder andere gynaecologische tampons en tampons voor tandheelkundig gebruik.

§ 9. Spalken

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Naast de traditionele rechte spalken kan ook worden gedacht aan buigzame aluminium strips voor de behandeling van gebroken vingers, aan scharnierende spalken zoals knie- en elleboogscharnieren en aan verstelbare hielbakjes van kunststof of metaal.

Thermoplastisch polyethyleen schuim (plastazote) dat via verhitting aan het lichaam kan worden gemodelleerd en dat gebruikt wordt voor de vervaardiging van bijvoorbeeld lichte spalken valt eveneens onder de post.

§ 10. Gelijk te stellen artikelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Niet al het in de medische sector gebruikte textiel valt onder de post. Zo is het niet mogelijk operatielakens, slopen, afdekdoeken en dergelijke afdekmaterialen (al dan niet steriel en/of voor eenmalig gebruik, of voorzien van een stukje incisiefolie) eronder te begrijpen. Evenmin kunnen operatiemaskers, operatiekapjes, overtrekken, spuugdoekjes, en dergelijke onder de post worden gerangschikt.

Doekjes die zijn geïmpregneerd met een ontsmettingsstof en die zijn bestemd voor het ontsmetten van de huid ter voorkoming van infecties bij het toedienen van injecties vallen onder de post.

De voorwaarde dat het artikel kennelijk bestemd moet zijn voor geneeskundige doeleinden verhindert dat allerlei gebruiksartikelen met een bepaalde therapeutische werking onder de post zouden vallen. Hierbij kan worden gedacht aan speciale (reuma)hemden en steunkousen.

§ 11. Verbanddozen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Tot de in de post genoemde gevulde verbanddozen behoren ook gevulde verband-etuis en zakapotheken.

§ 12. Damesverband

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Zowel inwendig als uitwendig damesverband valt onder de post, alsmede inlegkruisjes. Dat geldt ook voor het produkt ‘keeper’, zijnde een rubberen reservoirtje met een inhoud van 30 cc dat ertoe dient menstruatiebloed op te vangen en dat op dezelfde wijze wordt ingebracht als een damestampon.

§ 13. Kraammatrassen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Kraammatrassen vallen onder de post. Het ontmoet geen bezwaar dat kraampakketten (waarin bijvoorbeeld kraamverband) en sluitlakens onder de post worden gerangschikt.

§ 14. Incontinentieluiers en -onderleggers

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Met de term ‘incontinentiematerialen’ wordt gedoeld op het gehele scala aan producten dat ten doel heeft incontinentie te voorkomen dan wel (de gevolgen van) incontinentie te verlichten of tegen te gaan. Met ‘incontinentie’ wordt gedoeld op het als gevolg van het gebrekkig of niet functioneren van bepaalde lichaamsfuncties niet in staat zijn de urine of de ontlasting op te houden. Bij incontinentie die geen ziekteverschijnsel vormt (zoals het geval is bij baby’s en kleine kinderen), kan de post geen toepassing vinden, zodat reguliere babyluiers niet onder de post zijn te rangschikken.

Bij incontinentiematerialen gaat het zowel om absorberende producten als om producten die juist voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt. Onder incontinentiematerialen zijn zowel de voor éénmalig gebruik als de voor meermalig gebruik bestemde producten te begrijpen. Het begrip ‘incontinentiematerialen’ omvat zowel producten die incontinente personen in/aan hun lichaam dragen, als producten die op gebruiksartikelen zoals matrassen, meubilair e.d. worden gelegd om die te beschermen tegen de gevolgen van incontinentie.

Bij absorberende producten valt te denken aan:

  • incontinentieluiers;

  • luierbroeken;

  • speciale luiers voor incontinente gehandicapte kinderen, die op recept van een arts door apothekers worden verstrekt en waarvan de apothekers de kosten rechtstreeks declareren bij het ziekenfonds of de ziektekostenverzekeraar. Hierbij dient de apotheker met behulp van het recept van een arts aannemelijk te maken, dat het verlaagde tarief van toepassing is.

  • slips en broeken (de zgn. fixatie- of netbroeken) die ten doel hebben incontinentieluiers die niet zijn voorzien van bevestigingspunten op hun plaats te houden;

  • penisluiers (bij druppelincontinentie door mannen gebruikt);

  • faecesopvangzakken;

  • badslips voor incontinente personen, die bij het zwemmen worden gedragen;

  • matrashoezen en steeklakens die speciaal zijn bestemd voor gebruik bij incontinentie;

  • stoelbeschermers (incontinentie-onderleggers voor zitmeubilair).

Bij producten die voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt valt te denken aan:

  • anaalpluggen of -tampons, die in geval van faeces-incontinentie worden gebruikt;

  • incontinentieklemmen (klemmen die bij mannen de urinebuis afklemmen en aldus incontinentie voorkomen);

  • urethrastoppen (stoppen die bij vrouwen de urinebuis afsluiten en aldus incontinentie voorkomen).

De speciaal voor incontinente personen bestemde hygiënische middelen (speciale zeep, spray e.d.) vallen niet onder de post. Matrassen e.d. die zijn bekleed met materiaal dat incontinentiebestendig is, zijn evenmin onder de term ‘incontinentiematerialen’ te rangschikken.

§ 15. Dierverbandmiddelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Aangezien met het begrip geneeskundige doeleinden wordt gedoeld op de aanwending binnen zowel de humane geneeskunde als de diergeneeskunde, kunnen ook de specifiek voor dieren bestemde verbandmiddelen – bijvoorbeeld speciale bandages – onder het verlaagde tarief vallen. Te denken valt verder aan:

  • klauwzak en hondesok, zijnde goederen die een verwonde dierenpoot tegen vocht en vuil van buiten beschermen en daarnaast dienen voor het op de plaats houden van de – bijvoorbeeld met een gaasje – op de wond aangebrachte medicijnen

  • breuknetje, zijnde een verstevigd stukje gaas dat bij een navelbreuk de naar buiten tredende darmen moet terugdringen

  • hechtclips, hechtkrammen, pluggen voor de fixatie van de lebmaag en schede(hecht)band

  • zgn. beendraden met behulp waarvan (soms) bij breuken in de kaak of van de tanden fixatie plaatsvindt; ook wordt bij de fixatie van breuken wel gebruik gemaakt van een uit twee componenten bestaande snelhardende kunststof (zoals het produkt ‘Technovit’).

§ 16. Verbandmiddelensets

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Verbandmiddelensets zijn sets bestemd voor een bepaalde geneeskundige of chirurgische behandeling en bestaan uit een combinatie van verbandmiddelen (gaas, watten, windsels, en dergelijke) en andere artikelen zoals bakjes, schaaltjes, pincetten, mesjes, handschoenen, en dergelijke. Deze sets worden doorgaans gesteriliseerd in één verpakking geleverd. In het kader van de tariefstoepassing doen zich de volgende mogelijkheden voor:

  • a. De set wordt als één goed aangemerkt. Alsdan is het algemene tarief van toepassing.

    Goedgekeurd wordt om een set die is samengesteld uit verbandmiddelen, een bakje of schaaltje voor eenmalig gebruik en ten hoogste twee pincetten voor eenmalig gebruik, te rangschikken onder het verlaagde tarief.

  • b. De set wordt niet als één goed aangemerkt, maar aangenomen wordt dat de zelfstandigheid van de samenstellende delen behouden is gebleven. Voor de toepassing van het tarief dienen de verbandmiddelen en de overige artikelen afzonderlijk te worden bezien. Dit betekent dat op de verbandmiddelen het verlaagde tarief van toepassing is en op de overige goederen het algemene tarief. Ingeval één vergoeding in rekening wordt gebracht dient deze te worden gesplitst, waarbij de kosten van verpakking, enz. naar evenredigheid aan de zich in de set bevindende goederen moeten worden toegerekend.

    Wordt voor de toepassing van het tarief aan deze splitsing de voorkeur gegeven, dan geldt dit voor alle door de ondernemer in de handel gebrachte sets (ook voor de sets met een eenvoudige samenstelling).

Post A 28

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 2. Water

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Met de term ‘water’ wordt gedoeld op het via het openbare leidingnet geleverde drinkwater.

Onder water in de zin van de post vallen ook gedistilleerd water en warm water. Gedemineraliseerd, ontijzerd en onthard water zijn niet onder de post te rangschikken.

Zeewater en rivierwater – al dan niet bestemd voor wetenschappelijke doeleinden – kunnen niet onder de post worden ingedeeld. IJs en stoom vallen evenmin onder de post.

Goedgekeurd wordt dat ‘ander’ water (ook wel aangeduid als B-water, grijs water of huishoud/industrie/landbouwwater), d.w.z. in mindere mate gezuiverd oppervlaktewater dat niet voor menselijke consumptie geschikt is, maar wel bruikbaar is voor niet-consumptieve doeleinden (bijv. voor spoelwerkzaamheden en beregening van gewassen) onder het verlaagde tarief valt. Onder ander water kan ook regenwater worden begrepen.

Het vastrecht en de belasting op leidingwater behoren tot de vergoeding voor de levering van water en delen als zodanig in de toepassing van het verlaagde tarief.

§ 3. Bijkomende verrichtingen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De verrichtingen die rechtstreeks verband houden met de levering van water kunnen delen in de toepassing van het verlaagde tarief. Het betreft o.m. de volgende vergoedingen/kosten:

  • de meterhuur voor het (ver)plaatsen, onderhouden en herstellen van watermeters;

  • de onder de benaming ‘leidinghuur’, ‘onderhoud dienstleiding’, ‘aansluitkosten’ en dergelijke aan de afnemers berekende kosten voor aanleg/aansluiting/onderhoud van een dienstleiding;

  • de vergoeding voor het aansluiten van een woonhuis op het openbare leidingnet;

  • de vergoeding voor het aanleggen van een tijdelijke aansluiting;

  • de vergoeding voor het plaatsen of verhuren alsook het onderhouden en herstellen van als dienstleidingen fungerende brand- en bouwleidingen, alsmede de vergoeding voor het beschikbaar houden van brandbluscapaciteit;

  • de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van standpijpen;

  • de vergoeding voor het inspecteren van binnenhuisaansluitingen en het controleren van watermeetinrichtingen;

  • de vergoeding voor het sluiten en openen van een dienstkraan bij de aanvang of het einde van de levering van water;

  • de transport- en arbeidskosten ter zake van de levering van water aan schepen, land- en tuinbouwbedrijven, of ter zake van tijdelijke aansluitingen;

  • de vergoedingen voldaan om de afsluiting van de watertoevoer wegens wanbetaling te voorkomen.

Het verlaagde tarief is niet van toepassing op:

  • het plaatsen, onderhouden en beproeven van brandkranen;

  • het aansluiten van een binnenleiding op een brandleiding;

  • het beproeven van tanks en meetinstrumenten;

  • het verrichten van laboratoriumwerkzaamheden.

Post A 29

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 29 luidt:

  • ‘a. kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, voor zover deze worden ingevoerd;

  • b. kunstvoorwerpen voor zover deze worden geleverd door:

    • 1. de maker of diens rechtverkrijgende onder algemene titel; of

    • 2. een ondernemer, andere dan een wederverkoper, die ingevolge artikel 15, eerste lid, de belasting ter zake van zijn verkrijging volledig in aftrek brengt;’

§ 2. Algemeen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Ingevolge artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de Wet zijn kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten de goederen die bij ministeriële regeling zijn aangewezen. Artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsbeschikking verwijst in dit verband naar bijlage J bij die beschikking (hierna: bijlage J). De tekst van bijlage J is in § 3 t/m 5 opgenomen.

Hoewel post a 29 alleen ziet op de invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, en op leveringen van kunstvoorwerpen in bepaalde situaties, wordt in de hierna volgende toelichting ook aandacht besteed aan niet aan het verlaagde tarief onderworpen leveringen en intracommunautaire verwervingen.

§ 3. Kunstvoorwerpen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

In post 1 van bijlage J zijn de volgende goederen als ‘kunstvoorwerpen’ aangewezen:

  • a. schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen, schilderijen en tekeningen geheel van de hand van de kunstenaar, met uitzondering van bouwtekeningen en andere tekeningen voor industrile, commerciële, topografische en dergelijke doeleinden en van met de hand versierde voorwerpen alsmede van beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio’s of voor dergelijk gebruik (GN-code 9701);

  • b. originele gravures, originele etsen en originele litho’s, dat wil zeggen een of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen die in een beperkte oplage rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproduktietechniek (GN-code 9702 00 00);

  • c. originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn, mits het werk geheel van de hand van de kunstenaar is; afgietsels van beeldhouwwerken in een oplage van maximaal acht exemplaren, die door de kunstenaar of diens rechthebbenden wordt gecontroleerd (GN-code 9703 00 00);

  • d. tapisserieën (GN-code 5805 00 00) en wandtextiel (GN-code 6304 00 00), met de hand vervaardigd volgens originele ontwerpen van kunstenaars, mits er niet meer dan acht exemplaren van elk zijn;

  • e. unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd;

  • f. emailwerk op koper, geheel met de hand vervaardigd tot maximaal acht genummerde en door de kunstenaar of het atelier gesigneerde exemplaren, met uitsluiting van sieraden, juwelen en edelsmeedwerk;

  • g. foto’s die genomen zijn door de kunstenaar, door hem of onder zijn toezicht zijn afgedrukt, gesigneerd en genummerd, met een oplage van maximaal 30 exemplaren voor alle formaten en dragers samen.

§ 3.1. Kunstenaarschap

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Bij de beoordeling van het kunstenaarschap van de maker van de in de post bedoelde kunstvoorwerpen is van doorslaggevende betekenis of deze maatschappelijk als kunstenaar wordt gezien. Hiervoor gelden als aanwijzingen onder meer het lidmaatschap van een kunstenaarsvereniging, het naar buiten treden als kunstenaar door middel van het regelmatig exposeren en/of via publicaties en het verkopen van producten in erkende kunstgalerijen.

§ 3.2. Schilderijen, enz. (post 1, onderdeel a, van bijlage J)

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Hieronder vallen niet kledingstukken die weliswaar door een kunstenaar zijn beschilderd, maar die naar hun functie zijn bestemd om als kleding te worden gedragen (Hoge Raad 19 december 1990, nr. 27 052). Evenmin vallen hieronder wandschilderingen die door kunstenaars zijn vervaardigd.

§ 3.3. Originele gravures, etsen en litho’s (post 1, onderdeel b, van bijlage J)

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Goedgekeurd wordt dat originele houtsneden onder de post 1, onderdeel b van bijlage J worden gerangschikt.

§ 3.4. Originele standbeelden en beeldhouwwerk (post 1, onderdeel c, van bijlage J)

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Tot de beeldhouwwerken als bedoeld in dit onderdeel behoren niet alleen werken die rechtstreeks uit harde materialen, zoals steen en hout, zijn gehouwen, maar ook werken van de beeldhouwkunst, die van brons of andere materialen zijn gegoten dan wel uit andere materialen dan steen, hout of metaal zijn vervaardigd.

Tot de beeldhouwwerken kunnen mede worden gerekend andere voorwerpen van beeldende kunst, voor zover deze niet zijn te rangschikken onder de overige onderdelen van bijlage J, mits de kunstenaar door het op een bepaalde manier bewerken van materialen eigenhandig die voorwerpen vormgeeft en deze niet zijn aan te merken als massaproducten. Voorwerpen waarbij de routinematige vakhandeling het artistiek scheppend vermogen overheerst (bijvoorbeeld scheepsmodellen) alsmede voorwerpen waarbij het kunstzinnige karakter van die voorwerpen ondergeschikt is aan de gebruiksfunctie ervan (bijvoorbeeld ‘kunstzinnig vervaardigde’ tafels of stoelen), zijn in dit verband niet aan te merken als voorwerpen van beeldende kunst.

Edelsmeedkunst en sieraadkunst kunnen tot de beeldende kunst worden gerekend indien de maker kunstenaar is in de zin van § 3.1 en de vervaardigde voorwerpen niet bestaan uit emailwerk op koper.

Het vereiste dat de hier bedoelde kunstwerken geheel van de hand van de kunstenaar dienen te zijn, houdt niet in dat niemand anders dan de kunstenaar aan het voorwerp mag hebben gewerkt. Ook in gevallen waarin het voorwerp door een ander dan de kunstenaar is vervaardigd, kan het verlaagde tarief op grond van onderdeel b, ten 1º, van de post toepassing vinden, mits het vervaardigen is geschied naar aanwijzingen en onder toezicht van de kunstenaar. De kunstenaar moet dan wel op zodanige wijze daadwerkelijk leiding hebben gegeven aan het door derden uitgevoerde werk dat deze werkzaamheden in wezen aan de kunstenaar zelf kunnen worden toegerekend.

Het gebruik van mallen als hulpstukken voor het aanbrengen van de grondvorm behoeft op zichzelf geen beletsel te zijn om het kunstwerk van de hand van de kunstenaar te doen zijn.

Afgietsels van de hiervoor bedoelde beeldhouwwerken vallen onder de post mits sprake is van een oplage van maximaal acht exemplaren. Hetzelfde geldt voor afgietsels van werken van edelsmeedkunst en sieraadkunst.

§ 3.5. Diensten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Het ontwerpen van kunstwerken valt niet onder het verlaagde tarief. Evenmin vallen prestaties die zich laten omschrijven als monumentale vormgeving ten behoeve van architectuur en stedebouw onder de post (Hoge Raad 18 januari 1984, nr. 22 112).

§ 4. Voorwerpen voor verzamelingen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

In post 2 van bijlage J zijn de volgende goederen als ‘voorwerpen voor verzamelingen’ aangewezen.

  • a. postzegels, fiscale zegels, gefrankeerde enveloppen en postkaarten, eerstedagsenveloppen en dergelijke, gestempeld of, indien ongestempeld, voor zover zij niet geldig zijn of niet geldig zullen worden (GN-code 9704 00 00);

  • b. verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang (GN-code 9705 00 00).

§ 5. Postzegels, enz. (post 2, onderdeel a, van bijlage J)

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder de in onderdeel a van post 2 van bijlage J genoemde voorwerpen voor verzamelingen van filatelistische aard kunnen worden gerangschikt gebruikte en niet gebruikte (postfrisse) zegels en andere (eertijds) door

de PTT en door postdiensten van andere landen dan Nederland uitgegeven of gebezigde zegels, alsmede zogenoemde voorlopers, eerstedagsenveloppen (first day covers) en dergelijke.

§ 6. Andere verzamelingen (post 2, onderdeel b, van bijlage J)

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 6.1. Munten en bankbiljetten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder de verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen als bedoeld in onderdeel b van post 2 van bijlage J vallen onder meer verzamelingen van numismatisch belang. Hoewel de numismatiek uitsluitend betrekking heeft op munten en penningen, wordt goedgekeurd dat ook bankbiljetten tot (voorwerpen voor) deze verzamelingen van numismatisch belang worden gerekend. Tot de voorwerpen voor verzamelingen van numismatisch belang kunnen ook worden gerekend de in Nederland uitgegeven (gouden) dukaten, alsmede de in 1987 in België in het kader van de herdenking van de 30e verjaardag van de ondertekening van het Verdrag van Rome uitgegeven muntstukken van 50 ECU (goud) en 5 ECU (zilver).

De levering van bankbiljetten en munten, die in enig land de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben, is ingevolge artikel 11, eerste lid, onder i, van de Wet vrijgesteld, tenzij het gaat om bankbiljetten en munten die gewoonlijk niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of die een verzamelwaarde hebben.

Tot de in onderdeel b van post 2 bedoelde verzamelingen van numismatisch belang behoren derhalve uitsluitend bankbiljetten en munten (ongeacht het materiaal waaruit die munten zijn vervaardigd) die:

  • de hoedanigheid van wettig betaalmiddel bezitten en bovendien een verzamelwaarde hebben, of

  • de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben verloren en verzamelwaarde hebben, dan wel

  • nimmer de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben bezeten en uitsluitend verzamelwaarde hebben.

§ 7. Antiquiteiten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

In post 3 van bijlage J zijn als ‘antiquiteiten’ aangewezen: andere voorwerpen dan kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen, ouder dan 100 jaar (GN-code 9706 00 00).

Post A 30

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 30 luidt:

‘boeken; dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere tenminste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven;’

§ 2. Boeken

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder boeken worden verstaan: werken welke door bemiddeling van de boekhandel plegen te worden geleverd. Een beroep op de post is ook mogelijk indien een uitgave door bijzondere omstandigheden niet in de boekhandel verkrijgbaar is, zoals het geval kan zijn met gedenkboeken, jaarboeken en jaarverslagen. Boeken ouder dan honderd jaren (antieke boeken) vallen eveneens onder de post.

Verder kunnen onder de post worden gerangschikt:

  • adresboeken, catalogi voor leesbibliotheken en boekhandelaren, telefoonboeken

  • postzegelalbums met voordruk

  • spoorboekjes alsmede dienstregelingen voor autobusondernemingen van ten minste 8 pagina’s

  • afleveringen van zgn. vervolgromans

  • standaard collegedictaten

  • supplementen op boeken en losse muziekuitgaven

  • tekenboekjes, waarin ruimte is opengelaten om de daarin vermelde afbeeldingen na te tekenen

  • schrijfcursussen, blinde atlassen en dergelijke

  • memogids met namen en adressen van milieuvriendelijk werkzame ondernemers (Hof Amsterdam 16 april 1984, nr. 4179/83).

Niet onder de post vallen:

  • drukwerken die geheel of gedeeltelijk voor aanbeveling of reclame dienen om de verkoop van daarin vermelde goederen of het gebruik maken van diensten te bevorderen (waaronder uitgaven van hotelmaatschappijen, van Verenigingen voor vreemdelingenverkeer en veilingcatalogi)

  • losbladige verzamelingen van gedrukte leerstof welke bij het geven van onderwijs in plaats van schoolboeken worden gebruikt, en kaartjes waarop een schematisch overzicht van de leerstof is afgedrukt

  • kantoorboeken, (kantoor-, zak-, of school-)agenda’s, al dan niet voorzien van een informatief gedeelte, cahiers, blocnotes, muziekschrijfboeken, notitieboekjes, munt- en postzegelalbums bestaande uit ringbanden met transparante plastic opbergvellen welke voorbedrukte kaarten met afbeeldingen van originelen kunnen bevatten en soortgelijke banden voor het opbergen van postzegelboekjes of eerstedagenveloppen en dergelijke

  • schoolboekenlijsten (Hoge Raad 16 mei 1984, nr. 22 246)

  • dagscheurkalenders, bestaande uit een schild met daarop bevestigd een kalenderbloc, zomede losse blocs van dagscheurkalenders, ook niet indien op de voorzijde van de kalenderbladen behalve de datum, een religieuze tekst met een verklarend woord is vermeld of op de achterzijde van de kalenderbladen vervolgverhalen met een religieuze strekking zijn opgenomen

  • bestekken voor woningbouw, en dergelijke alsmede huishoudelijke reglementen en statuten van verenigingen of stichtingen

  • losse banden voor boeken, alsmede stofomslagen voor boeken

  • met tekst en/of illustraties bedrukte planovellen, die deel gaan uitmaken van een werk dat in gerede staat als een boek kan worden aangemerkt

  • geluidscassettes waarop boeken zijn ingesproken, ook al zijn de cassettes door de auteur zelf ingesproken, en worden zij via de boekhandel verspreid.

De levering van een pakket voor taalonderwijs bestaande uit een boek met daarbij behorende luistercassettes is niet aan te merken als de levering van één goed. Voor de toepassing van het tarief dienen deze goederen afzonderlijk te worden bezien. Ingeval één prijs in rekening wordt gebracht dient de prijs, nu boek en cassettes naar verschillende tarieven zijn belast, naar evenredigheid te worden gesplitst. Deze splitsing kan in de gehele keten worden gehanteerd.

§ 3. Losbladige boeken

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Losbladige boeken alsmede losse banden voor boeken welke samen met de inhoud wordt geleverd kunnen onder post a 30 worden gerangschikt. In dit verband is toegestaan onder boeken mede te begrijpen de zonder band geleverde losbladige uitgaven welke na aanschaf door de gebruiker zelf worden opgeborgen in een band naar keuze. Het moet dan wel gaan om uitgaven die – zo deze zouden zijn voorzien van een band – naar uiterlijk, samenstelling en aard van de inhoud als boeken zijn te beschouwen. Evenals bij losbladige boeken dient er daarbij van te worden uitgegaan dat niet alleen de inhoud van deze uitgaven voor iedere afnemer gelijk is, maar ook de op de afzonderlijke bladzijde voorkomende tekst en afbeeldingen innerlijke samenhang vertonen.

Als boeken kunnen niet worden aangemerkt losbladige verzamelingen drukwerk of losbladige uitgaven, waarvan de bladzijden hoofdzakelijk zijn voorzien van ruimten welke zijn bestemd om door de gebruiker zelf te worden aangewend, bijvoorbeeld voor het beantwoorden van vragen, het uitwerken van opgaven dan wel het maken van aantekeningen. Dergelijke produkten zijn veeleer te beschouwen als werkschriften.

Is de koper vrij om uit een aantal drukwerken een keuze te maken welke dan vervolgens losbladig in een band worden geleverd, dan mist het verlaagde tarief ter zake van dit geheel eveneens toepassing.

§ 4. Kinderboeken

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Speciaal voor kinderen bestemde boekwerken vallen onder de post indien zij als zodanig naar uiterlijk, samenstelling en aard van de inhoud zijn te beschouwen als boeken. Dit betekent dat de in boekvorm verschenen al dan niet geïllustreerde (voor)leesboeken, versjesboeken, al dan niet van tekst voorziene prentenboeken alsmede informatieve kinderboeken, aan het verlaagde tarief zijn onderworpen. Niet van belang is welke afmeting de kinderboeken hebben en evenmin van welk materiaal zij zijn vervaardigd.

Er bestaat een grote verscheidenheid aan kleurboeken. Zo zijn er kleurboeken welke naast de te kleuren afbeeldingen tekstjes of versjes bevatten, kleurboeken waarin afbeeldingen voorkomen die op zichzelf een verhaaltje of sprookje vormen dan wel een bepaald onderwerp vertegenwoordigen en kleurboeken met afbeeldingen die aan de hand van voorbeelden kunnen worden gekleurd. De gangbare kleurboeken zullen doorgaans onder een van de hiervoor genoemde categorieën vallen. Gelet hierop alsmede gelet op de bijzondere plaats die kleurboeken als zodanig over een lange reeks van jaren – bijvoorbeeld op educatief terrein – binnen de groep van kinderboeken innemen, is toegestaan kleurboeken steeds onder boeken in de zin van de post worden begrepen, mits zij de uiterlijke verschijningsvorm van een boek hebben.

Schetsboeken, schriften, notitieboekjes, blocnotes, schoolagenda’s, plakboeken, poziealbums, uitgaven met bladzijden waaruit plaatjes, en dergelijke dienen te worden geknipt of geprikt, zgn. leporello’s (uitgaven bestaande uit een langwerpige opvouwbare strook) en soortgelijke produkten, zijn naar mijn oordeel naar uiterlijk, samenstelling en aard van de inhoud niet als (kinder)boeken aan te merken en vallen derhalve niet onder de post.

Het komt voor dat bepaalde voor kinderen bestemde boekwerken op zichzelf de uiterlijke verschijningsvorm van een boek hebben, doch zodanig van samenstelling zijn dat zij feitelijk een combinatie vormen van produkten die niet en produkten die wel als boek kunnen worden aangemerkt. In die gevallen geldt het verlaagde tarief alleen wanneer het boekkarakter voorop staat.

§ 5. Brochures

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Als boeken in de zin van de post mogen worden aangemerkt: drukwerken die bestaan uit ten minste 32 pagina’s, zijn voorzien van een omslag, als geheel zijn aaneengehecht, en niet geheel of gedeeltelijk dienen voor aanbeveling of reclame ter bevordering van de verkoop van daarin vermelde goederen of het gebruik maken van daarin vermelde diensten.

Met de eis dat het drukwerk als geheel moet zijn aaneengehecht is beoogd gelijkstelling te verkrijgen, zowel qua uiterlijk als qua wijze van gebruik, met de meer traditionele boeken. Zo kan een drukwerk bestaande uit een bundel kaarten, die in een hoek is voorzien van een hechtpin, waardoor de kaarten tot een waaier kunnen worden gedraaid, gezien de verschijningsvorm, niet als een boek worden aangemerkt. Ditzelfde geldt voor een bundel aaneengehechte bladen indien het kennelijk de bedoeling is dat de bladen door de gebruiker worden losgemaakt.

Als drukwerken die geheel of gedeeltelijk voor aanbeveling of reclame dienen, zijn aan te merken de drukwerken waar de bevordering van de verkoop van goederen of het gebruik maken van diensten voorop staat of doel op zichzelf is. Drukwerken die naast een redactioneel gedeelte bijkomstig advertenties bevatten die ook niet in een rechtstreeks verband staan met de tekst, kunnen onder de post worden gerangschikt. Ook reisgidsen, hotelgidsen, campinggidsen, en dergelijke, van ten minste 32 pagina’s en met een min of meer algemene omschrijving van bij voorbeeld de bezienswaardigheden en accommodaties van een bepaalde streek, kunnen onder het verlaagde tarief worden gerangschikt.

Brochures van reisorganisaties, hotelketens, en dergelijke waarin reizen en accommodaties worden aangeboden, zijn onderworpen aan het algemene tarief.

Overigens geldt voor brochures met een geringere omvang dan 32 pagina’s eveneens het verlaagde tarief indien deze door bemiddeling van de boekhandel plegen te worden geleverd.

§ 6. Periodieken

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Als ten minste drie maal per jaar periodiek verschijnende uitgaven in de zin van de post dienen te worden aangemerkt de uitgaven, waarvan het voor de afnemers op enigerlei wijze kenbaar is dat zij regelmatig en wel ten minste drie maal per jaar op (nagenoeg) vaste tijdstippen zullen verschijnen. Veelal bevatten dergelijke uitgaven een aanwijzing omtrent het tijdstip van verschijning, bijvoorbeeld een verschijningsdatum of een aanduiding omtrent de maand, het kwartaal of seizoen van verschijning. Voor de toepassing van de post is niet vereist dat de opvolgende nummers van een uitgave steeds met regelmatige tussenpozen verschijnen. Ook uitgaven die slechts gedurende één of meer gedeelten van het jaar – bijvoorbeeld seizoenen – regelmatig wederkerend verschijnen of uitgaven, die, gerekend over één kalenderjaar, met onregelmatige tussenpozen verschijnen, doch die elk kalenderjaar op dezelfde tijdstippen of over dezelfde tijdvakken verschijnen, kunnen onder de post worden gerangschikt.

Naast de gewone dagbladen, weekbladen en tijdschriften kunnen, mits is voldaan aan de hiervoor omschreven eis met betrekking tot de periodiciteit, onder de post worden gerangschikt: advertentieblaadjes, verenigingsorganen, periodiek verschijnende gidsen van woningbureaus, periodieke prijscouranten, periodieke uitgaven van fabrieken – zowel ten behoeve van het personeel als voor reclamedoeleinden –, periodieke verslagen van handelshuizen, raadsverslagen, lessen van schriftelijke cursussen, lessen van radio- of televisiecursussen, overdrukken uit tijdschriften, alsmede zgn. strips, zijnde uit afbeeldingen met korte tekst bestaande vervolgverhalen in afleveringen.

Oude exemplaren van tijdschriften, waaronder ook exemplaren van tijdschriften die niet meer verschijnen, ingebonden exemplaren van tijdschriften en overdrukken van tijdschriften kunnen onder de post worden gerangschikt, mits het (originele) tijdschrift zelf onder de post zou kunnen worden gerangschikt.

Bepaalde maandelijks (en soms tweemaandelijks) te verschijnen posters en folders, die zijn gedrukt ten behoeve van een gemeente en een vrijetijdscentrum van een organisatie op het gebied van het jeugd- en jongerenwerk in die gemeente, vallen eveneens onder de post (Hof Den Haag 24 juni 1992, nr. 3549/91). De posters die aan de gemeente worden geleverd bevatten een maandoverzicht van de activiteiten van het in de gemeente gevestigde podium voor hedendaagse kunst en muziek. Wat betreft de voor het vrijetijdscentrum bestemde folders en posters gaat het om:

  • posters die bestaan uit een vel papier waarop aan één zijde een programma is gedrukt betreffende activiteiten op het gebied van film en muziek die in het vrijetijdscentrum plaatsvinden; om de activiteiten van het vrijetijdscentrum onder de aandacht van het publiek te brengen, worden de posters onder de verschillende instellingen en horecagelegenheden verspreid

  • folders (de langwerpige, gevouwen weergaven van de posters) die aan beide zijden zijn bedrukt en die uitgevouwen een omvang hebben gelijk aan de helft van de posters, en voorts behalve een programma-overzicht tevens een toelichting bevatten op de geprogrammeerde activiteiten die in de op de folder vermelde maand in het vrijetijdscentrum plaatsvinden; de verspreiding van de folders geschiedt op dezelfde wijze als bij de posters.

Post a 30 kan geen toepassing vinden op weekreclamebiljetten van bij voorbeeld bakkers en kruideniers, aangezien de informatie die daarmee wordt verstrekt een overwegend reclame-karakter heeft. Ook maandelijkse en wekelijkse afvaartlijsten vallen niet onder de post.

Evenmin is de post van toepassing op de verstrekking van nieuws en informatie per terminal, cassettes, diskettes, videoband, en dergelijke.

§ 7. Inbinden en repareren

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Ontstaat na kartonnage- respectievelijk inbindwerkzaamheden een nieuw boek, dan is ter zake sprake van een levering ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet, door de binder, welke is belast naar het verlaagde tarief. Indien de werkzaamheden echter betreffen het opnieuw inbinden of kartonneren van een boek, dan is de binder wegens het verrichten van een dienst omzetbelasting verschuldigd naar het algemene tarief.

Het is toegestaan om in alle gevallen waarin een aantal tijdschriften – bijvoorbeeld een jaargang – wordt ingebonden, uit te gaan van een tegen het verlaagde tarief belaste oplevering.

§ 8. Verzenden van drukwerk

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

In gevallen waarin een ondernemer, naast het vervaardigen van drukwerk, ingevolge dezelfde opdracht tevens zorgt voor het van adresbanden voorzien, adresseren, bundelen en dergelijke handelingen alsmede voor het ter post bezorgen van dat drukwerk, dient het voor die prestaties in rekening gebrachte bedrag (met inbegrip van porto- of frankeerkosten) te worden geacht mede te behoren tot de vergoeding ter zake van de levering van drukwerk, ook indien voor bedoelde prestaties op de desbetreffende factuur een afzonderlijk bedrag is vermeld. Zulks brengt met zich, dat in gevallen waarin dergelijk drukwerk onder post a 30 of post a 31 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende Tabel I kan worden gerangschikt, ook de hierbedoelde bedragen aan heffing van omzetbelasting naar het verlaagde tarief zijn onderworpen.

Voor zover de porto- of frankeerkosten betrekking hebben op postvervoer, waarop de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel m, van de Wet, van toepassing is, kunnen deze kosten in de hiervoor bedoelde situatie, alsmede in de situatie waarin de ondernemer drukwerk dat hij niet heeft geleverd, verzendt in opdracht van de opdrachtgever, naar analogie van het bepaalde in artikel 5 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968, worden behandeld als met doorlopende posten gelijkgestelde bedragen (‘quasi doorlopende posten’). Hieraan is de voorwaarde verbonden dat het bedrag dat de opdrachtnemer ter zake van de postverzending – afzonderlijk – aan de opdrachtgever in rekening brengt, gelijk is aan het bedrag dat hij terzake daadwerkelijk aan TPG (TNT Post Groep NV, red) heeft betaald.

Post A 31

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 31 luidt:

‘braille-papier, braille-folie, braille-drukwerk, braille-schrijfmachines, braille-handschrijfhulpmiddelen en dergelijke braille-artikelen; uurwerken, optische leesapparaten, t.v.-leesloepen, leesplateaus, orintatie-hulpmiddelen, steun-, tast- en herkenningsstokken speciaal ontworpen voor persoonlijk gebruik door blinden en slechtzienden; blindengeleidehonden;’

§ 2. Braille-artikelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Tot post a 31 behoren de braille-artikelen die uitsluitend door blinden persoonlijk plegen te worden gebruikt. Niet onder de post vallen bijvoorbeeld braillezetmachines.

§ 3. Optische leesapparaten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Optische leesapparaten zijn toestellen die een in zwartdruk op papier aangebrachte tekst rechtstreeks, dat wil zeggen zonder tussenkomst van de visueel gehandicapte, weergeven op een speciaal voor dit doel ontworpen monitor (de verschuifbare leesplank onder dit apparaat wordt in de branche aangeduid als ‘leesplateau’) of die deze tekst omzetten in geluid (gesproken tekst), in brailletekens of in reliëfletters.

Een voorbeeld van deze optische leesapparatuur is de t.v.-leesloep (een gesloten circuit – camera, verbonden met een monitor – dat speciaal is opgesteld voor het lezen van een tekst).

Low-vision apparatuur (een vergrotend optisch systeem dat in de bril wordt gemonteerd ter verbetering van het gezichtsvermogen van slechtzienden) is geen optisch leesapparaat in de zin van de post.

§ 4. Verhuur hulpmiddelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Goedgekeurd is dat de verhuur van de in de post genoemde artikelen naar het verlaagde tarief worden belast.

Post A 32

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 32 luidt:

‘gas en minerale olie voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van deze post;’

§ 2. Algemeen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Bij de Wet van 21 december 1977, Stb. 703 zijn enige energiedragers, te weten gas, minerale olie, steenkolen en soortgelijke brandstoffen, alsmede het verstrekken van warmte overgebracht van het verlaagde naar het algemene tarief. Hierop is een uitzondering gemaakt voor gas en minerale olie voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten. Aan deze uitzondering ligt de overweging ten grondslag dat bij toepassing van het algemene tarief op de levering van gas en minerale olie aan glastuinbouwers, die tuinbouwers zich genoodzaakt zouden zien om – voor zover dat niet was geschied – een verzoek te doen om op de normale wijze in de heffing van omzetbelasting te worden betrokken. Dit zou betekenen dat de zgn. landbouwregeling voor glastuinbouwers feitelijk zou worden afgeschaft, hetgeen ongewenst wordt geacht.

§ 3. Tuinbouwprodukten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Als tuinbouwprodukten worden aangemerkt: groenten, fruit en sierteeltprodukten. Met betrekking tot de sierteeltprodukten geldt in dit verband, dat gas en minerale olie in gebruik voor de verwarming van bloembollenschuren eveneens dient ter bevordering van het groeiproces (bloemknopbevordering, kwaliteitsbehandeling). In uitzonderlijke gevallen vindt de verwarming van de bollen plaats in de grond via een buizennet.

Zowel voor gas en minerale olie gebezigd bij de teelt van tuinbouwzaden als voor gas en minerale olie gebezigd bij het drogen van die zaden kan het verlaagde tarief mede toepassing vinden. Hetzelfde geldt voor gas en minerale olie voor verwarming ten behoeve van het prepareren van plantuitjes, met het doel de kwaliteit van consumptie-uitjes te verbeteren.

Bij het gebruik van petroleum voor verwarmingsdoeleinden ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten wordt het bij de verbranding ontstane kooldioxide (CO2) veelal aangewend om de groei van deze produkten in gunstige zin te beïnvloeden. De petroleum wordt in bepaalde gevallen zelfs uitsluitend voor de opwekking van kooldioxyde gebruikt. Toegestaan is om in deze gevallen de petroleum onder de post te rangschikken.

De post ziet verder op gas en minerale olie die worden gebruikt voor de opwekking van stoom voor het ontsmetten van tuinbouwgronden, alsmede voor gas en minerale olie die worden aangewend bij het stomen (kiemvrij maken) van de mest benodigd voor het kweken van champignons. Ingeval deze werkzaamheden door derden worden verricht en de benodigde minerale olie niet door de tuinder beschikbaar wordt gesteld wordt goedgekeurd, dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 34b, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsbeschikking, de aldaar bedoelde teruggaaf wordt verleend aan degene die de hierboven genoemde werkzaamheden heeft verricht, mits hij in het bezit is van een door de opdrachtgever verstrekte verklaring, vermeldende het aantal vierkante meters grond of het aantal cellen mest dat op zodanige wijze is gestoomd. Uiteraard geldt dit alleen indien ter zake door de opdrachtnemer geen aanspraak op aftrek van voorbelasting kan worden gemaakt. Een en ander is ook van toepassing op de nachtvorstbestrijding in boomgaarden.

§ 4. Nadere regeling

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Nadere regels zijn gesteld in de artikelen 34a tot en met 34c van de Uitvoeringsbeschikking. Ter zake zijn twee regelingen te onderscheiden: bij de levering van gas door middel van pijpleidingen aan tuinbouwers mogen de gasdistributiebedrijven onder bepaalde voorwaarden direct het verlaagde tarief toepassen terwijl bij de levering van minerale olie en op andere wijze gedistribueerd gas het verlaagde tarief via een teruggaaf wordt geëffectueerd.

A. Gas

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Het gasdistributiebedrijf dat gas door middel van pijpleidingen aan een tuinbouwer levert, mag ingevolge artikel 34a van de Uitvoeringsbeschikking ter zake van die levering het verlaagde tarief toepassen voor het gas dat blijkens een daartoe door de tuinbouwer ondertekende verklaring zal worden gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten. Het gasbedrijf dient bij de aanvang van het kalenderjaar over een ondertekende verklaring per aansluiting te beschikken. Indien slechts een gedeelte van het gas wordt gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten, moet dit in de verklaring worden vermeld en moet dat gedeelte in een percentage van het totale verbruik worden uitgedrukt. In een aantal gevallen wordt het gas, behalve voor het bedoelde groeiproces, aangewend voor huishoudelijk gebruik. Uitsplitsing daarvan zou voor de gasdistributiebedrijven leiden tot aanzienlijke administratieve complicaties. Om doelmatigheidsredenen is daarom goedgekeurd, dat de uitsplitsing achterwege blijft, mits het huishoudelijk gebruik slechts betrekking heeft op één woonhuis. Indien door een onjuiste verklaring van een tuinbouwer te weinig omzetbelasting is voldaan, dient deze belasting met toepassing van artikel 20, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van die tuinbouwer te worden nageheven.

Wordt aan een tuinbouwer gas geleverd anders dan door middel van een pijpleiding – bijvoorbeeld propaan of butaan in flessen of bulk – dan is ingevolge artikel 34c van de Uitvoeringsbeschikking de teruggaafregeling voor minerale olie van overeenkomstige toepassing, zie hierna.

B. Minerale olie

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Op de levering van minerale olie, bestemd voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten, vindt het verlaagde tarief toepassing bij wijze van teruggaaf aan de tuinbouwers.

In overleg met het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is de procedure volgens welke kan worden verzocht om teruggaaf van omzetbelasting als volgt vastgesteld. De districtsbureauhouders van laatstgenoemd ministerie – de DBH’s – doen op aanvraag aan de daarvoor in aanmerking komende tuinbouwers per kalenderjaar een verklaring toekomen, waarin de DBH onder meer verklaart dat de daarin genoemde tuinbouwer bij hem is geregistreerd en dat op het bedrijf van die tuinbouwer minerale olie en/of gas wordt gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten. Het model van deze verklaring is opgenomen in bijlage 1 bij dit voorschrift. Bij de afgifte van deze verklaring voegen de DBH’s tevens een aantal aangifteformulieren ter verkrijging van teruggaaf van omzetbelasting van de in de kwartalen van dat kalenderjaar in rekening gebrachte omzetbelasting. Het model van dit aangifteformulier is opgenomen als bijlage 2 bij dit voorschrift. Binnen drie maanden na afloop van het kalenderkwartaal waarin het recht op teruggaaf is ontstaan, dient de tuinbouwer het door hem ingevulde aangifteformulier, vergezeld van de aankoopfacturen voor de olie te zenden aan de inspecteur bevoegd voor de omzetbelasting.

Bij het indienen van het eerste aangifteformulier van een bepaald kalenderjaar dient de tuinbouwer de hiervoor genoemde verklaring van de DBH mee te zenden.

Minerale olie die niet wordt gebruikt voor verwarming ter bevorderen van het groeiproces van tuinbouwprodukten, komt niet voor teruggaaf in aanmerking. Overeenkomstig de voor het gas getroffen regeling behoeft echter in gevallen waarin minerale olie, behalve voor bedoeld groeiproces, ook wordt aangewend voor huishoudelijk gebruik, de desbetreffende minerale olie niet van de teruggaaf te worden uitgezonderd, mits het huishoudelijk gebruik slechts betrekking heeft op één woonhuis.

Tuinbouwers die op voet van artikel 27, vierde lid, van de Wet hebben geopteerd voor de normale regeling, kunnen de aan hen in rekening gebrachte omzetbelasting verrekenen op voet van artikel 15 van de wet. In dat geval mag uiteraard niet tevens teruggaaf worden gevraagd op voet van de onderwerpelijke regeling.

§ 5. Warmte

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten worden niet alleen gas en minerale olie aangewend, maar ook, in bescheiden mate, warmte.

Bedoelde warmte is opgesloten in warm water dat via een ondergronds leidingennet naar de glastuinbouwers wordt gebracht. Het na gebruik afgekoelde water wordt teruggeleid naar de leverancier om opnieuw te worden opgewarmd. Dit systeem maakt onderdeel uit van hetgeen doorgaans wordt aangeduid als stadsverwarming.

Hoewel de levering van warmte in beginsel niet onder post a 32 valt, is goedgekeurd om de levering van warmte voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten daaronder te rangschikken. De in artikel 34a van de Uitvoeringsbeschikking neergelegde regels alsmede de hiervoor in § 4, onder A, verstrekte aanwijzingen zijn van overeenkomstige toepassing.

Post A 34

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 2. Invalidenwagentjes

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder de post vallen zowel de door handkracht met behulp van hefbomen of pedaalkrukken voortbewogen drie- of vierwielige invalidenwagentjes als motordriewielers en driewielerfietsen voor invaliden (en gebrekkigen).

Eveneens vallen onder de post invalidenwagentjes en rolstoelen die gewoonlijk – met de hand – worden voortgeduwd en rolstoelen die kunnen worden voortbewogen door de wielen rechtstreeks met de handen in beweging te brengen.

Een door een invalide te gebruiken personenauto valt niet onder de post, zelfs niet als de auto is aangepast aan het lichamelijk gebrek van de bestuurder.

Voertuigen die kennelijk zijn ingericht om te worden gebruikt door een invalide en zijn uitgerust met een elektromotor dan wel met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van ten hoogste 250 cm3 kunnen wel onder de post worden gerangschikt. Van kennelijk ingericht om te worden gebruikt door een invalide is in dit verband sprake indien het desbetreffende voertuig in het maatschappelijk verkeer naar bestemming en presentatie als invalidenvoertuig wordt beschouwd.

Driewielers die zijn uitgerust met een draagplateau waardoor zij in staat zijn een rolstoel te vervoeren, alsmede fietsen zonder voorwiel met zodanige voorzieningen dat zij aan een rolstoel kunnen worden gekoppeld, vallen, nu zij zijn vervaardigd en bestemd voor het vervoer en de voortbeweging van rolstoelen terwijl meer algemene gebruiksmogelijkheden ontbreken, onder de post.

Niet onder de post zijn te rangschikken:

  • bladomslagapparaten

  • verrijdbare zgn. ‘postura-stoelen’ en ‘trippelstoelen’ (stoelen voor reumapatiënten die meer het karakter van zitmeubel dan van wagentje hebben)

  • patiënten heftoestellen, invalidenliftjes (bij voorbeeld mono-liften), zgn. brancardwagentjes, douche- en toiletstoelen.

Toegestaan is, de levering van door de invalide zelf verrijdbare douche- en toiletstoelen onder de post te laten vallen.

§ 3. Onderdelen van invalidenwagentjes

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Delen, onderdelen en toebehoren van invalidenwagentjes die kennelijk zijn vervaardigd en bestemd voor invalidenwagentjes, en afzonderlijk worden geleverd, mogen onder de post worden gerangschikt.

Delen, onderdelen en toebehoren die tot de normale uitrusting van invalidenwagentjes behoren en daarmee krachtens één overeenkomst en voor één prijs worden geleverd, worden samen met de wagentjes als één goed beschouwd en zijn uit dien hoofde onderworpen aan het verlaagde tarief van de omzetbelasting. Wordt bijvoorbeeld een accu als onderdeel van een elektrisch aangedreven invalidenwagentje geleverd, dan valt deze onder het verlaagde tarief aangezien dat invalidenwagentje zowel technisch als functioneel gezien niet compleet is zonder accu. Losse accu’s zijn daarentegen belast naar het algemene tarief.

Een losse acculader, dat wil zeggen een acculader die niet is ingebouwd in of gemonteerd op een invalidenwagentje, kan niet naar het verlaagde tarief worden belast ook al wordt de acculader in combinatie met het wagentje geleverd. In deze is geen sprake van één goed aangezien een losse acculader niet tot de normale uitrusting van een invalidenwagentje behoort.

Vlinderopritten, zijnde produkten die de toegankelijkheid tot gebouwen, woningen en trottoirs voor invalidenwagentjes verbeteren, vallen niet onder de post.

§ 4. Invalidenkrukken en onderdelen daarvan

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder invalidenkrukken zijn te rangschikken alle soorten hand-, onderarm- en okselsteunkrukken, alsmede invaliden-steunstokken voorzien van een anatomisch gevormde handgreep, die dienen ter ondersteuning van de loopfunctie van invaliden.

Ook zgn. looprekken, al dan niet voorzien van voor de individuele gebruiker aangepaste hulpstukken, vallen onder de post, mits de ondersteuning van de loopfunctie op de voorgrond staat.

Niet onder de post vallen wandelstokken. Praktisch gezien onderscheiden de onder de tabelpost vallende invaliden-steunstokken, zoals bijvoorbeeld handkrukken, zich – los van de uiterlijke verschijningsvorm – van wandelstokken doordat invaliden-steunstokken speciaal zijn geconstrueerd ter ondersteuning van de loopfunctie, hetgeen tot uiting komt in de dikte en/of stevigheid van het materiaal, in een antislip-dop, een verstelinrichting of exacte maatvoering, en in een in de regel haaks – al dan niet anatomisch gevormde – op de stok geplaatste handgreep.

Goedgekeurd is, dat ook de delen, onderdelen en toebehoren van invalidenkrukken, invaliden-steunstokken en looprekken, mits zij kennelijk voor die goederen zijn vervaardigd en bestemd, aan het verlaagde tarief zijn onderworpen.

§ 5. Verhuur

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De verhuur van de in post a 34 genoemde invalidenwagentjes en invalidenkrukken mag onder de post worden gerangschikt.

§ 6. Sta-opstoelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Sta-opstoelen worden gebruikt door personen die door functiestoornissen niet (meer) in staat zijn vanuit normale zithoogte zelfstandig op te staan. Een sta-opstoel bevat een motor die het zitgedeelte en het ruggedeelte (de zgn. sta-oplift) omhoog beweegt, zodat de gebruiker wordt geholpen bij het opstaan. Deze stoelen worden op medische indicatie verstrekt.

Onder de post vallen ook stoelen die naast de sta-oplift tevens van andere motoren c.q. mogelijkheden zijn voorzien, mits zij op medische indicatie worden verstrekt. Het gaat hier om stoelen die niet alleen zijn voorzien van een sta-oplift, maar ook zijn uitgerust met andere voorzieningen, zoals een kantelverstelling (voor het gelijktijdig kantelen van rugleuning en zitting, zonder dat de zithoek wijzigt), een rugverstelling (voor het verstellen van de rugleuning) en een voetenbankverstelling (voor het verstellen van de voetensteun). Als regel worden deze stoelen aan het ziekenfonds/de ziektekostenverzekeraar geleverd, die de stoelen vervolgens aan de verzekerden in bruikleen verstrekt.

Goedgekeurd wordt dat de kosten die ondernemers aan het ziekenfonds/de ziektekostenverzekeraar afzonderlijk in rekening brengen voor het verrichten van passingen aan sta-opstoelen, met inbegrip van de daarbij gebruikte materialen, onder het verlaagde tarief vallen. De term ‘passing’ ziet op het aanpassen van sta-opstoelen aan de individuele gebruiker (in feite: het gebruiksklaar maken van de stoel). Het gaat hier om het op de juiste armhoogte, zithoogte en zitdiepte instellen van de stoel en om het aanbrengen van speciale aanpassingen aan de stoel, zoals een zwenkbare armlegger, een wegklapbaar zijpand, het plaatsen van een speciale zitting (bijv. een arthrodesezitting of een anti-decubituszitting) en het aanbrengen van een speciaal nekkussen of een orthese in de rugleuning.

Passingskosten die deel uitmaken van de door een leverancier van een sta-opstoel aan het ziekenfonds/de ziektekostenverzekeraar in rekening gebrachte vergoeding voor de levering of invoer van een sta-opstoel, delen uiteraard in de toepassing van het verlaagde tarief.

Sta-opstoelen, die normaliter op medische indicatie worden verstrekt, worden soms zonder een dergelijke indicatie rechtstreeks aan gebruikers geleverd. Goedgekeurd wordt dat ook deze levering, alsmede de aan dergelijke sta-opstoelen verrichte passingen, onder het verlaagde tarief worden gerangschikt.

Voor het herstellen van sta-opstoelen wordt verwezen naar § 2a van de toelichting bij post b 1.

Post A 35

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 35 luidt:

‘kunstledematen, te weten: arm-, hand-, been- en voetprothesen; beenbeugels, breukbanden en kunstgewrichten; kunstogen, -oren en -nieren; aangezichts-, borst-, neus- en larynxprothesen, chirurgische inplanteringsprothesen; hart- en spierstimulatoren; gehoorapparaten; hulpmiddelen voor stomapatiënten; orthopedisch schoeisel; orthopedische maatkorsetten; delen, onderdelen en toebehoren, kennelijk bestemd voor de hiervoor genoemde goederen;’

§ 2. Algemeen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De omschrijving van post a 35 is limitatief. Onder de post vallen dan ook niet steunzolen, armsteunen, nachtschoenen, nachtspalken, en soortgelijke goederen.

Evenmin vallen onder de post proprioceptieve zolen, zijnde leren inlegzolen waarin op diverse (per patiënt verschillende) plaatsen bijzonder dunne kurkelementen worden ingebouwd.

Ook de diensten die door een prothesemaker worden verricht, zoals het geven van adviezen over mogelijke aanpassingen van prothesen, liggen buiten het toepassingsbereik van de post.

§ 3. Kunstogen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Behalve een volledig kunstoog kan ook een zgn. scleraschaal, zijnde een soort schelpje dat over een blind oog wordt gedragen terwijl kleur en tekening van het schelpje gelijk zijn aan het gezonde oog, onder de post worden gerangschikt.

§ 4. Inplanteringsprothesen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Tot de chirurgische inplanteringsprothesen behoren de onder post 90.21 van de Gecombineerde Nomenclatuur in te delen platen, pennen, schroeven, enz. die worden gebezigd bij het behandelen van breuken in het beendergestel, alsook stukjes been van jonge kalveren, steriel verpakt in flesjes, die zijn bestemd om te worden overgeplant.

Als chirurgische inplanteringsprothesen kunnen mede worden aangemerkt titanium pijlerschroeven die in de kaak worden ingebracht en na vergroeiing met het kaakbeen dienen als bevestigingspunten (‘wortels’) voor een in de kaak te verankeren brugconstructie.

Goedgekeurd wordt dat het produkt ‘Alveograf’, een korrelvormige sub-stantie, waarvan een chirurg tijdens bij voorbeeld een kaakoperatie na toevoeging van een fysiologische zoutoplossing een soort inplanteringsprothese maakt, onder de post wordt gerangschikt.

Botcement, zijnde een buigzame pasta die is ontstaan uit de samenvoeging van een poeder en een vloeistof, wordt gebruikt voor het bevestigen van bijvoorbeeld chirurgische inplanteringsprothesen en kunstgewrichten. Dergelijk botcement valt onder de post (Hoge Raad 17 januari 1990, nr. 26 132).

De stent of endoprothese is een buisvormig voorwerp dat ertoe dient delen van een beschadigd buisvormig orgaan in het menselijk lichaam te vervangen. Met buisvormig orgaan wordt onder meer gedoeld op (slag)aderen, urineleiders, galweggangen, luchtwegen en dergelijke. De endoprothese wordt via een balloncatheter aan de binnenzijde van het desbetreffende buisvormige orgaan geplaatst en vergroeit vervolgens met de wand van dat orgaan en neemt de functie ervan geheel of gedeeltelijk over. Het aanbrengen van een endoprothese geschiedt wanneer het betrokken orgaan door een ziekteproces – bijvoorbeeld aderverkalking of kanker – geheel of gedeeltelijk is aangetast.

Gelet op het feit dat de endoprothese door middel van een chirurgische ingreep in het menselijk lichaam wordt ingebracht ten einde de functie van bepaalde organen over te nemen, kan deze prothese worden aangemerkt als een chirurgische inplanteringsprothese.

§ 5. Hartstimulatoren; spier- en zenuwstimulatoren; verhuur

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De combinatie van een kleine monitor om hartstroompjes te meten en een defibrillator om het hart te stimuleren kan als hartstimulator onder de post worden gerangschikt.

Spierstimulatie vindt – gelet op de werking van spieren – plaats door elektrostimulatie, dat wil zeggen stimulatie door middel van een elektrische stroom. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een apparaat dat door middel van laag- of middelfrequente stroom spieren rechtstreeks tot activiteit aanzet en dat als spierstimulator in de handel wordt gebracht. Ter zake is het verlaagde tarief van toepassing, ook als de spierstimulator sporadisch voor andere vormen van elektrotherapie – bijvoorbeeld pijnbestrijding – wordt gebruikt.

Gebleken is dat spierstimulatoren tevens worden aangewend als zenuw-stimulator, terwijl er voorts zenuwstimulatoren bestaan die qua werking sterke overeenkomst vertonen met spierstimulatoren. Toegestaan is om ook de levering van zenuwstimulatoren onder de post te begrijpen. Het moet dan gaan om zenuwstimulatoren die werken op basis van elektrostimulatie.

Apparatuur die werkt door middel van ultra geluid, elektromagnetische velden of (soft) laserstraling heeft een toepassingsgebied dat ruimer is dan dat van de hiervoor beschreven spier- of zenuwstimulatoren. Bedoelde apparatuur wordt onder meer gebruikt ter stimulatie van de doorbloeding, voor energie-opbouw, voor het op gang brengen van oxydatie-processen en voor stofwisselingsopbouw. Gezien deze aanwendingsmogelijkheden is het niet mogelijk op deze apparatuur het verlaagde tarief toe te passen, zelfs al geschiedt de aanschaf ervan louter met het oog op de stimulatie van spieren en/of zenuwen.

De verhuur van hart-, spier- en zenuwstimulatoren mag onder de post worden gerangschikt.

§ 6. Hoorapparaten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Bedoeld zijn de hoorapparaten voor persoonlijk gebruik door dove en slechthorende personen die aan het lichaam worden gedragen.

De combinatie van een microfoon die om de nek van de spreker wordt gehangen en een ontvangstapparaat dat het geluid opvangt en naar het oor van de slechthorende leidt, kan worden gerekend tot de hoorapparaten in de zin van de post.

Ringleidingversterkers, zijnde versterkers ten behoeve van lusvormige geleiders in een gebouw of een gedeelte daarvan en dienende voor de overbrenging van het geluid door middel van een magnetisch veld ten behoeve van slechthorenden die een daarvoor ingericht hoortoestel dragen, vallen niet onder de post nu zij niet zijn bestemd voor persoonlijk gebruik door slechthorenden en niet aan het lichaam worden gedragen.

Kunststoffen voor het vervaardigen van oorzwemstukjes en sets voor het reinigen van de gehoorgang en de oorstukjes van hoorapparaten, kunnen niet onder de post worden gerangschikt.

§ 7. Hulpmiddelen voor stomapatiënten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Klinische huidverzorgingsprodukten, zijnde preparaten ter reiniging, verzachting en bescherming van (kwetsbare) huidoppervlaktes van bijvoorbeeld stomapatiënten, zijn op zichzelf geen hulpmiddel (kennelijk bestemd) voor stomapatinten en vallen derhalve niet onder post a 35.

De post ziet evenmin op externe katheters, urinezakken en dergelijke hulpmiddelen voor incontinente patiënten; zie in dit verband de toelichting op post a 37 en post a 8.

§ 8. Orthopedisch schoeisel

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder het in de post bedoelde orthopedische schoeisel kan niet worden begrepen zgn. gezondheidsschoeisel. Het betreft hier veelal fabrieksmatig vervaardigd schoeisel.

Goedgekeurd is dat semi-orthopedisch schoeisel, zijnde in serie of over serieleesten vervaardigd schoeisel, dat slechts na aanpassing aan de individuele zieke voet door middel van supplementen, niet zijnde steunzolen en dergelijke, is te dragen, na de aanpassing onder de post is te rangschikken. Het schoeisel moet zijn geleverd door erkende orthopedische schoentechnici.

Aanpassingen aan confectie- of gezondheidsschoenen kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Zo kan een confectieschoen waaruit de (standaard)binnenzool wordt (of bij aankoop reeds is) verwijderd en die vervolgens door een orthopedisch schoenmaker wordt voorzien van een aan de voeten van de gebruiker aangepast voetbed, niet worden aangemerkt als semi-orthopedisch schoeisel (Hoge Raad 5 februari 1992, nr. 27 837).

§ 9. Orthopedische maatcorsetten; beenbeugels

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Een orthopedisch maatkorset wordt gedragen om de romp. Er zijn orthopedische korsetten die slechts de onderzijde van de wervelkolom omsluiten (een lendekorset) maar er bestaan ook korsetten die tot aan de hals reiken. De korsetten zijn in een aantal gevallen voorzien van – verstelbare – riemen, stangen en banden.

Beenbeugels worden toegepast ter voorkoming van groeistoornissen (kromgroeien) van de onderste ledematen van kinderen.

Het is vooralsnog toegestaan om het verlaagde tarief ook toe te passen op de levering van de hierna vermelde goederen die wat betreft verschijningsvorm en gebruiksmogelijkheden grote gelijkenis vertonen met de hiervoor bedoelde hulpmiddelen. Het gaat hierbij om produkten die op of aan het lichaam dienen te worden gedragen en veelal (op maat) worden vervaardigd voor individueel gebruik.

a. Cervicaal steunen

Dergelijke steunen worden als een col of kraag gedragen. Zij omsluiten nek en hals en kunnen zijn voorzien van stangen die rusten op de schouders.

b. Heupluxatie-orthesen

Heupluxatie-orthesen worden gedragen rondom de onderzijde van de romp en de bovenbenen. De dwarsverbinding tussen de delen, die rondom het bovenbeen worden gedragen houden de bovenbenen in een spreidstand. Een dergelijke stand kan een bijdrage leveren bij de ontwikkeling van een gezond heupgewricht.

c. Kniesteunen

Kniesteunen (cages) worden als een soort hoes om het kniegewricht geschoven. De hoes is aan de achterzijde voorzien van verstelbare riemen. Hieronder valt ook de zgn. Swedish knee-cage die uit een samenstel van banden bestaat en overstrekking van het kniegewricht voorkomt.

d. Correctie-apparaten voor x- en o-benen; diverse hand- en armspalken

Het gaat hierbij om produkten van kunststof, van aluminium en/of van leer. De voorwerpen omsluiten in een aantal gevallen arm of been of een deel daarvan. Er zijn ook halfronde uitvoeringen die met behulp van sluitbanden worden bevestigd.

e. Klomp-, spits- en hakvoetapparaten

Deze apparaten worden gedragen aan de voet. In een aantal gevallen worden de voeten in een bepaalde stand gefixeerd en door middel van een stang met elkaar verbonden. Ook wel wordt het voetstuk voorzien van stangen en banden die aan het onderbeen bevestigd worden of zelfs tot voorbij de knie reiken.

f. Rechthouders en rechtherinneraars

Bij deze voorwerpen gaat het om een stang, die met behulp van bijvoorbeeld schouder- en taillebanden aan de rugzijde van de romp wordt bevestigd. Rechthouders en rechtherinneraars worden soms wel uitgevoerd in combinatie met een bekkenkorset.

g. Enkelbandage

Een enkelbandage omsluit het enkelgewricht als een hoes. Het wordt vervaardigd van kunststof materiaal en wordt aan beide zijden van de enkel verstevigd met behulp van een metalen strip.

§ 10. Onderdelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Delen, onderdelen en toebehoren van de in post a 35 vermelde goederen vallen slechts dan onder de post, indien zij kennelijk voor die goederen zijn bestemd.

Onder de in de post bedoelde delen, onderdelen en toebehoren, kunnen worden gerangschikt de ronde, platte batterijen en accu’s voor hoorapparaten met een doorsnede van 12 mm of minder en een dikte van 5,4 mm of minder, voor zover uit de verpakking of anderszins blijkt dat die batterijen en accu’s zijn bestemd voor gebruik in hoorapparaten.

§ 11. Kunstnier

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Een kunstnier is een installatie die – buiten het menselijk lichaam – de zuiveringsfunctie van de nier aanvult dan wel geheel vervangt. Bij gebruik van een kunstnier stroomt het bloed vanuit het menselijk lichaam naar de kunstnier; daar wordt het bloed gezuiverd, waarna het weer terugstroomt naar het lichaam. Voor deze bloedstroom wordt gebruik gemaakt van een kunstmatig ‘vaatsysteem’ bestaande uit bloedlijnen, naalden en cathethers. Dit kunstmatig vaatsysteem van bloedlijnen, enz. kan niet worden aangemerkt als een deel, onderdeel of toebehoren van de kunstnier. De kunstmatige aanvoer- en afvoervaten dragen immers slechts zorg voor het transport van het bloed naar en vanaf de kunstnier en vervullen op zichzelf geen functie bij de daadwerkelijke zuivering van het bloed. Ook de in het kader van de nierdialyse te gebruiken afdrukklemmen en stoelen zijn niet aan te merken als toebehoren van een kunstnier in de zin van de post. De functie die deze artikelen in het kader van die dialyse vervulling houdt geen verband met de werking van de kunstnier zelf. De bij het kunstmatig vaatsysteem gebruikte katheters vallen onder post a 37.

Post A 36

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 36 luidt:

  • a. ‘hulpmiddelen die plegen te worden aangewend voor het onderhuids toedienen van insuline met uitzondering van spuiten en naalden die kennelijk mede voor andere doeleinden zijn geschikt;

  • b. hulpmiddelen die plegen te worden aangewend bij de zelfdiagnose van het bloedsuikergehalte;’

§ 2. Onderhuids toedienen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Voor het onderhuids toedienen van insuline worden onder meer gebruikt insulinepennen en insulinepompjes.

Toegestaan is naast de levering van een insulinepen, ook de levering van de naaldjes die bestemd zijn om in een dergelijke insulinepen te worden gebruikt, onder de post te rangschikken.

Het verlaagde tarief kan eveneens worden toegepast op opbergzakjes die zijn vervaardigd als hulpmiddel om de insulinepompjes op het lichaam te dragen.

Voor de energievoorziening van een insulinepompje wordt een drietal voor algemeen gebruik geschikte batterijtjes geleverd. Gericht op het gebruik in het insulinepompje zijn de batterijtjes in serie geschakeld en als één geheel verpakt. In verband hiermee is het toegestaan om de batterijtjes onder het verlaagde tarief te gerangschikken.

De bij het gebruik van insulinepompjes benodigde katheters bezitten geen specifieke kenmerken en/of eigenschappen waaruit blijkt dat zij uitsluitend bestemd zijn om te worden gebruikt als hulpmiddel voor dergelijke insulinepompjes. De levering en invoer van katheters is ingevolge post a 37 aan het verlaagde tarief onderworpen (zie § 2 van de toelichting op post a 37).

§ 3. Zelfdiagnose

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De hulpmiddelen voor de zelfdiagnose van het bloedsuikergehalte betreffen vooral de bloedsuiker/urineglucosestrips die door diabetici worden gebruikt voor het controleren van hun bloedsuikergehalte. Verder valt hieronder de bij de zelfdiagnose te gebruiken bloedprikapparatuur en bloedglucosemeter.

Post A 37

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 2. Katheters

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Katheters zijn buisjes die zijn bestemd voor:

  • het toedienen van geneesmiddelen, vloeistoffen (o.m. zout- en glucose-oplossingen) en voedingsmiddelen (m.n. sondevoeding) aan het menselijk lichaam;

  • het afvoeren van bloed en lichaamsvocht (urine, wondvocht e.d.) uit het menselijk lichaam.

Onder katheters zijn zowel externe (buiten het lichaam gedragen) als interne (in het lichaam gedragen) katheters te begrijpen. Zowel de voor kortdurend gebruik als de voor langdurig gebruik bestemde katheters (de zgn. verblijfskatheters) vallen onder de term ‘katheters’. De post omvat zowel de voor intramuraal gebruik (binnen ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingsinstellingen e.d.) bestemde katheters als de voor extramuraal gebruik bestemde katheters.

Van katheters zijn de volgende voorbeelden te noemen:

  • spoelkatheters: katheters waarmee spoelvloeistof in de blaas wordt gebracht, om de blaas schoon te spoelen (ook wel aangeduid als: blaas- of katheterspoellijnen of als twee- of driewegkatheters);

  • afzuigkatheters: katheters waarmee lichaamsvocht (slijm e.d.) wordt afgevoerd;

  • drainagekatheters: interne katheters, voor de afvoer van wondvocht, vocht achter de longen e.d.;

  • intraveneuze katheters: katheters die in een bloedvat worden gebracht voor het toedienen van voedings- en/of geneesmiddelen;

  • condoomkatheters: externe katheters, die op urinezakken worden aangesloten, voor de afvoer van urine;

  • urologiekatheters: nierkatheters (katheters die in de nier worden geplaatst voor de afvoer van urine) en dilatatiekatheters (katheters die in de urinebuis worden geplaatst voor het verwijden van de urinebuis), alsmede blaaskatheters (zie hierna);

  • blaaskatheters: deze categorie katheters omvat zowel ballonkatheters (verblijfskatheters die in de blaas worden gebracht voor de afvoer van urine) als intermitterende katheters (katheters die voor korte tijd in de blaas worden gebracht om de blaas te ledigen).

Goedgekeurd wordt dat de afzonderlijk geleverde delen, onderdelen en toebehoren die kennelijk zijn vervaardigd en bestemd voor katheters, onder de post worden gerangschikt. Te denken valt aan ventielen, verbindingsstukken en verlengslangen voor katheters.

Voor de tarieftoepassing dient bij kathetersets (de in één verpakking geleverde combinatie van: katheters, handschoenen, desinfectie-, glij- en verbandmiddelen, nierbekkens, urinezakken, mondmaskers e.d.) een splitsing te worden aangebracht tussen de naar het algemene en de naar het verlaagde tarief belaste artikelen op basis van de kostprijs van de desbetreffende artikelen. Als een ondernemer geen splitsing wil of kan aanbrengen, dient de gehele katheterset naar het algemene tarief te worden belast.

§ 3. Urinezakken

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Urinezakken zijn zakken die zijn bestemd voor het opvangen van urine, die de gebruiker op het lichaam (veelal aan het boven- of onderbeen) draagt, of die aan het bed van de gebruiker zijn bevestigd. Een urinezak is met een verlengslang aan een katheter verbonden, die de urine uit het lichaam afvoert. De post omvat zowel de voor intramuraal gebruik bestemde urinezakken als de voor extramuraal gebruik bestemde urinezakken.

Goedgekeurd wordt dat de afzonderlijk geleverde delen, onderdelen en toebehoren die kennelijk zijn vervaardigd en bestemd voor urinezakken, onder de post worden gerangschikt. Hierbij valt te denken aan:

  • beenbandjes (bandjes die om het boven- of onderbeen worden gedragen, die dienen ter bevestiging van de urinezak op het been);

  • aan- en afvoerslangen, verlengslangen, verbindingsstukken, aftappunten e.d.

  • ophanghaken (haken waarmee de urinezak bij het bed wordt gehangen);

  • beenzakhouder (katoenen hoes, om huidirritaties bij dragers van urinezakken te voorkomen).

Voor de tarieftoepassing dient bij sets die naast urinezakken nog andere goederen omvatten (te denken valt aan de zogenoemde startsets, die een combinatie vormen van een katheter, een urinezak, beenbandjes, handschoenen, alcohol, watten, schaar, pleisters e.d.) een splitsing te worden aangebracht tussen de naar het algemene en de naar het verlaagde tarief belaste artikelen op basis van de kostprijs van de desbetreffende artikelen. Als een ondernemer geen splitsing wil of kan aanbrengen, dient de gehele set naar het algemene tarief te worden belast.

De speciaal voor dragers van urinezakken bestemde hygiënische middelen (speciale zeep, spray e.d.) vallen niet onder de post. Urinalen en plastuitjes (voor vrouwen) zijn evenmin onder de post te rangschikken.

§ 4. Allergeenvrije hoezen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Allergeenvrije hoezen zijn hoezen die worden gebruikt door personen met een allergie voor de huisstofmijt. Deze hoezen zijn zo gemaakt, dat zij het matras, kussen of dekbed geheel afsluiten van de uitwerpselen van de huisstofmijt, zodat deze niet in het matras, kussen of dekbed kunnen doordringen. De allergeenvrije hoes wordt niet gebruikt als vervanging van een reguliere sloop, laken of dekbedhoes, en blijft meerdere jaren permanent om het matras, kussen of dekbed zitten.

Hoezen die de gebruiker niet alleen beschermen tegen de allergie voor de huisstofmijt, maar ook schimmel- en bacterievrij zijn, kunnen eveneens onder de post worden gerangschikt.

Kussens, dekbedden en matrassen met een allergeenvrije bekleding vallen niet onder de post.

Post A 40

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 2. Beetwortelen

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder post a 40 kunnen slechts worden gerangschikt de verse voortbrengselen (ruwe biet) zoals die door de verbouwers worden geoogst.

§ 3. Beetwortelplanten

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Jonge beetwortelplanten bestemd voor de uitpoot kunnen in beginsel niet worden gerangschikt onder de post. Waar het echter gaat om een produkt dat naar zijn aard (nagenoeg) uitsluitend door landbouwers in het kader van de teelt van beetwortelen wordt gebruikt, is toegestaan deze planten onder de post te laten vallen.

Post A 41

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De tekst van post a 41 luidt:

‘land- en tuinbouwzaden voor zover dienende voor de teelt van de in deze tabel genoemde produkten en oliehoudende zaden;’

§ 2. Zaden

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder de post kunnen worden begrepen alle soorten graszaad (en alle mengsels van soorten graszaad), ongeacht de uiteindelijke bestemming daarvan, alsmede de zaden voor sierteeltprodukten (bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijprodukten).

Zaden voor de teelt van tuinkruiden (anders dan peterselie) kunnen niet onder de post worden gerangschikt.

§ 3. Oliehoudende zaden

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder de post vallen ongebrande niet-gepelde grondnoten (grondnoten in de dop) en ongebrande gepelde grondnoten. Karwijzaad, hoewel niet-oliehoudend, kan onder de post worden gerangschikt.

Niet onder de post vallen gebrande, niet-gepelde grondnoten, gebrande, gepelde, al dan niet gezouten grondnoten, pindaschaafsel (afkomstig van gepelde, ontvliesde, niet-gebrande grondnoten) en pindagruis (een produkt dat bij het vervaardigen van pindaschaafsel wordt verkregen). Onder gebrande grondnoten moeten ook worden begrepen kunstmatig gedroogde grondnoten, die in wezen lichtgebrande grondnoten zijn.

Koolzaad en raapzaad die voor andere doeleinden dan als grondstof voor de oliefabricage worden aangewend – bijvoorbeeld als grondstof voor vogelvoeder – en in verband met EEG-voorschriften worden gedenatureerd door daaraan graan toe te voegen, zijn geen oliehoudende zaden in de zin van de post.

§ 4. Kwekersrecht

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Uitkeringen die kwekers van zaaizaad en pootgoed op grond van het Kwekersbesluit 1941 ontvingen uit zgn. kwekersvergoedingenfondsen, werden aangemerkt als onderdeel van de verkoopprijs van het door de kwekers, houders van het kwekersrecht, geleverde zaaizaad en/of pootgoed. Bedoelde uitkeringen werden gedaan in de gevallen waarin het de kopers van zaaizaad en/of pootgoed was toegestaan uit het door de kwekers afgeleverde voortkwekingsmateriaal zgn. nabouwzaaizaad en -pootgoed te telen.

Het Kwekersbesluit 1941 is met ingang van 1 juni 1967 vervallen. Thans is een en ander geregeld in de op dat tijdstip in werking getreden Zaaizaad- en Plantgoedwet. Dit heeft tot gevolg dat de licentiehouders, dit zijn degenen die toestemming hebben gekregen van het door de kweker gewonnen ras teeltmateriaal voort te brengen, voortaan rechtstreeks betalen aan de houder van het kwekersrecht. Goedgekeurd is dat ook deze uitkeringen geacht worden deel uit te maken van de vergoeding voor het door de kwekers, houders van het kwekersrecht, geleverde zaaizaad en/of plantgoed.

Naast de figuur dat de houder van het kwekersrecht zelf het zaaizaad en/of pootgoed aan de licentiehouder levert, komt het – met name in de sierteeltsector – ook voor dat het voortkwekingsmateriaal door zgn. vermeerderaars (die daartoe weer contracten hebben gesloten met de houders van de kwekersrechten) wordt geleverd aan de licentiehouders. Ter zake van deze leveringen worden de licentiehouders naast de prijs voor het voortkwekingsmateriaal een licentievergoeding verschuldigd die zij rechtstreeks aan de houders van de kwekersrechten moeten voldoen. Er bestaat geen bezwaar tegen dat in deze gevallen de hiervoor weergegeven goedkeuring overeenkomstige toepassing vindt. Eenzelfde gedragslijn kan worden toegepast indien de licentievergoeding verschuldigd wordt aan een hier te lande gevestigde gemachtigde van een buitenlandse houder van het kwekersrecht.

Post A 43

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

§ 2. Rondhout

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Onder de post valt de levering van onbewerkt hout, waaronder ook hout op stam. Bewerkt hout valt alleen onder de post indien dat kan worden ingedeeld onder post 44.03 van de Gecombineerde Nomenclatuur. Verwezen zij naar § 4.

Rondhout dat een bewerking heeft ondergaan om het te conserveren of te verduurzamen, zoals het wateren (uitlogen van het aalvocht of het sap), het oppervlakkig verkolen, het aanbrengen van grove deklagen, het impregneren door onderdompeling of door inpersing onder druk enz., kan nog onder post 44.03 van de Gecombineerde Nomenclatuur worden ingedeeld en valt derhalve onder de post. Rondhout dat van een punt of een kruin is voorzien, valt niet onder post 44.03 van de Gecombineerde Nomenclatuur en dus ook niet onder post a 43. Ten aanzien van dergelijk hout is (evenals ten aanzien van andere goederen, die voor het omrasteren van terreinen worden gebezigd) het algemene tarief van toepassing.

§ 3. Impregneren

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

De ondernemer die door zijn opdrachtgever verstrekt hout impregneert, verricht ter zake geen levering in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet, maar een dienst. Deze dienst is onderworpen aan het algemene tarief.

§ 4. Toelichting op post 44.03 van de Gecombineerde Nomenclatuur

[Regeling vervallen per 14-02-2009 met terugwerkende kracht tot en met 09-02-2009]

Post 44.03 van de Gecombineerde Nomenclatuur omvat onbewerkt rondhout, ook indien ontschorst, geschild (ontdaan van de bast) of reeds behakt met de bijl of met de dissel. Het laatste betreft boomstammen en stamstukken waarvan de takken en andere uitgroeisels en hinderlijke delen zijn weggehakt alsook boomstammen en stamstukken die zijn ontdaan van het spint of spinthout (het hout van de jongste jaarringen)