Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken

Geraadpleegd op 10-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken

De Staatssecretaris van Financiën,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken A.G.M. van de Vondervoort;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5, 6 en 7 van het Uitvoeringsbesluit onderbouwing en uitvoering waardebepaling Wet waardering onroerende zaken;

Besluit:

Artikel 3

  • 1 Het college van burgemeester en wethouders verzamelt, analyseert en registreert voortdurend de waarderelevante objectgegevens.

  • 2 Het college van burgemeester en wethouders verifieert de waarderelevante objectgegevens van woningen bij de eigenaar van die woning. Waarderelevante objectgegevens zijn in ieder geval:

    • a. de in de waarde betrokken primaire objectkenmerken;

    • b. de in de waarde betrokken secundaire objectkenmerken.

  • 3 Waarderelevante objectgegevens van woningen worden na iedere verkoop geverifieerd bij de nieuwe eigenaar van die woning. Secundaire objectkenmerken worden voorts ten minste iedere vijf jaar geverifieerd bij de eigenaar.

  • 4 Het college van burgemeester en wethouders verzamelt voortdurend marktgegevens met betrekking tot de volgende handelingen in het economische verkeer:

    • a. verkooptransacties van woningen en niet-woningen;

    • b. verhuurtransacties van niet-woningen;

    • c. stichtingskosten van niet-woningen; en

    • d. gronduitgifteprijzen.

  • 5 Het verzamelen van verhuurgegevens van niet-woningen geschiedt door middel van het inlichtingenformulier verhuurgegevens niet-woningen dat in overeenstemming is met het in bijlage 2 opgenomen model.

  • 6 Het verzamelen van gegevens over gebruikers van niet-woningen geschiedt door middel van het inlichtingenformulier gebruikers niet-woningen dat in overeenstemming is met het in bijlage 3 opgenomen model.

  • 7 Met betrekking tot de handelingen, bedoeld in het vierde lid, wordt geanalyseerd in hoeverre de omstandigheden overeenstemmen met het voorschrift voor de waardebepaling, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, in hoeverre de gegevens overeenstemmen met vergelijkbare handelingen in het economische verkeer en in hoeverre de bij deze handelingen betrokken onroerende zaken overeenstemmen met de onroerende zaken, bedoeld in artikel 16 van de wet.

  • 8 Het college van burgemeester en wethouders registreert de gegevens, bedoeld in het vierde lid, en de resultaten van de analyses, bedoeld in het zevende lid. Bij deze registratie wordt tevens vastgelegd de datum waarop de handelingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben plaatsgevonden.

  • 9 Het college van burgemeester en wethouders ziet erop toe dat taxateurs die zijn aangesteld als ambtenaar der gemeentelijke belastingen buiten bezwaar van den lande in tijdelijke dienst voor onbepaalde tijd en die het beroep van bemiddelaar bij transacties met onroerende zaken uitoefenen, niet de informatie ingevolge het Besluit gegevensverstrekking Wet waardering onroerende zaken inwinnen bij de informatieplichtige, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van dat besluit. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien de gegevensdragers van de in die volzin bedoelde informatieplichtige zich bevinden bij een administratiekantoor.

Artikel 4

  • 1 De waarde, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, wordt bepaald voor

    a. woningen:

    door middel van een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn;.

    b. niet-woningen:

    door middel van een methode van kapitalisatie van de bruto huur, door middel van een methode van vergelijking als bedoeld onder a, dan wel door middel van een discounted-cash-flow methode.

  • 2 De vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet, wordt berekend door bij de waarde van de grond van de onroerende zaak op te tellen de waarde van de opstal van de onroerende zaak. De waarde van de grond wordt bepaald door middel van een methode van vergelijking als bedoeld in het eerste lid, onder a, rekening houdend met de bestemming van de zaak. De waarde van de opstal wordt gesteld op de kosten die herbouw van een vervangend identiek object zouden vergen, gecorrigeerd met een factor wegens technische veroudering gebaseerd op de verstreken en de resterende gebruiksduur en met inachtneming van de restwaarde, en gecorrigeerd met een factor wegens functionele veroudering gebaseerd op economische veroudering, verouderde bouwwijze, ondoelmatigheid en excessieve gebruikskosten.

  • 3 Bij de berekening van de vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet, voor kerkgebouwen en andere onroerende zaken met cultuurhistorische betekenis wordt een zodanige factor voor functionele veroudering toegepast dat de waarde overeenstemt met de benuttingswaarde van die onroerende zaak.

  • 4 Bij de berekening van de vervangingswaarde, bedoeld in artikel 17, derde lid, van de wet voor bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken wordt een zodanige factor voor functionele veroudering toegepast dat de waarde overeenkomt met de bedrijfswaarde van die onroerende zaak rekening houdend met de economische situatie in de desbetreffende branche of bedrijfstak.

Artikel 5

Het college van burgemeester en wethouders rapporteert desgevraagd binnen vier weken aan de Waarderingskamer over de stand van zaken, de planning en de voortgang van de werkzaamheden in het kader van de Wet waardering onroerende zaken, alsmede over de kwaliteit van die werkzaamheden. Deze rapportage vindt plaats aan de hand van door de Waarderingskamer te stellen vragen.

Artikel 6

  • 1 Als model van het taxatieverslag van woningen wordt vastgesteld de tabel opgenomen in bijlage 4.

  • 2 Als model van het taxatieverslag van niet-woningen waarvan de waarde is bepaald op de vervangingswaarde wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage 5 opgenomen model.

  • 3 Als model van het taxatieverslag van niet-woningen waarvan de waarde is bepaald door middel van een methode van kapitalisatie van de bruto huur wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage 6 opgenomen model.

Artikel 6a

  • 1 Het taxatieverslag van woningen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, vermeldt in ieder geval:

    • a. de gegevens om de onroerende zaak te identificeren;

    • b. de op voet van hoofdstuk IV van de wet vastgestelde waarde van de onroerende zaak;

    • c. de in de waardering betrokken primaire objectkenmerken;

    • d. de in de waardering betrokken secundaire objectkenmerken, inclusief de beoordeling daarvan;

    • e. de in de waardering betrokken referentieobjecten;

    • f. de identificatie- en contactgegevens van de voor de waardering verantwoordelijke organisatie.

  • 3 Het taxatieverslag vermeldt voor zover van toepassing:

    • a. de toestandspeildatum;

    • b. de marktgegevens van de onroerende zaak van de afgelopen vijf jaar, te weten:

      • de verkoopprijs;

      • de verkoopdatum;

    • c. de totale grootte van het woningdeel.

Artikel 6b

Degene ten wiens aanzien de beschikking, bedoeld in artikel 22 van de wet, is genomen krijgt op verzoek een afschrift van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde, waaronder:

  • a. de gegevens van de referentieobjecten die niet zijn vermeld in het taxatieverslag;

  • b. de reden dat toestandspeildatum is toegepast in plaats van de waardepeildatum;

  • c. grondstaffels voor zover deze in de waardering zijn betrokken.

Artikel 7

Het college van burgemeester en wethouders voert voortdurend kwaliteitscontroles uit op de verrichte werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de wet.

Artikel 9

Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken.

De

Staatssecretaris

van Financiën,

W.A. Vermeend

Bijlage 4. Elementen model taxatieverslag woningen

Onderdeel I. – Uitwerking van artikel 6a, eerste lid

a. Gegevens om de onroerende zaak te identificeren

Gegeven

Bron

Een aanduiding van de onroerende zaak (WOZ-object)

BAG-adres of uit de gemeentelijke WOZ-administratie

Het waardegebied (de buurt/wijk)

 

Een foto van de onroerende zaak

 

De kadastrale aanduiding(en) en oppervlakte(n)

BRK

Het WOZ-objectnummer

Uit de gemeentelijke WOZ-administratie

b. De vastgestelde waarde van de onroerende zaak

Gegeven

Bron

Waardepeildatum

 

Omschrijving soort object

 

Vastgestelde waarde

 

c. De in de waardering betrokken primaire objectkenmerken

Gegeven

Bron

Gebruiksoppervlakte

BAG

Perceeloppervlakte betrokken in de taxatie/toegekende oppervlakte

 

Bouwjaar

BAG

Bijgebouwen inclusief (gebruiks)oppervlakte

 

d. De in de waardering betrokken secundaire objectkenmerken, inclusief de beoordeling daarvan

e. De in de waardering betrokken referentieobjecten

Objectgegevens (objectkenmerken aanwezig op verkoopdatum)

 

Verkoopdatum

 

Verkoopprijs

 

Geïndexeerde, gecorrigeerde verkoopprijs

 

f. Identificatie- en contactgegevens van de voor de waardering verantwoordelijke organisatie

Gegeven

De naam van de organisatie verantwoordelijk voor de taxatie

De contactgegevens van de verantwoordelijke taxateur of afdeling voor vragen over het taxatieverslag

Een verwijzing naar de website van de organisatie voor aanvullende vragen