Per 1 januari 2026 is een groot aantal regelingen gewijzigd. Mogelijk zijn deze wijzigingen nog niet doorgevoerd in de geconsolideerde tekst en ziet u nog een oude versie. Raadpleeg bij twijfel de bekendmaking.

Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten

Geraadpleegd op 11-01-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Besluit erkenningen wegverkeer

  • erkenning inschrijven met onderzoek: erkenning als bedoeld in artikel 6 van het Besluit erkenningen wegverkeer

  • erkenning inschrijven zonder onderzoek: erkenning als bedoeld in artikel 5 van het Besluit erkenningen wegverkeer;

  • erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad: erkenning als bedoeld in artikel 4 van het Besluit erkenningen wegverkeer;

  • erkenning tenaamstellen voertuigen voor derden: erkenning als bedoeld in artikel 3 van het Besluit erkenningen wegverkeer;

  • wet: Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk 2. Aanvraag tenaamstelling

Artikel 2. Aanvrager natuurlijke persoon

  • 1 Indien de aanvraag van een tenaamstelling wordt ingediend door een natuurlijke persoon, bij of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, wordt het volgende legitimatiebewijs overgelegd:

    • a. een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de wet,

    • b. een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 108, eerste lid onderdeel h, van de wet,

    • c. een geldig document als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van de Paspoortwet,

    • d. een geldig buitenlands nationaal paspoort, dienstpaspoort, diplomatiek paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen,

    • e. een geldige buitenlandse identiteitskaart, afgegeven door een bevoegde autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie, of

    • f. een geldig persoonlijk identiteitsbewijs als bedoeld in artikel III, tweede lid, onderdeel a, van het Verdrag tussen de staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (Londen, 19 juni 1951, Trb. 1951, 114) met daarbij een geldig, ten behoeve van de aanvraag door de bevoegde commandant van een NATO-basis ingevuld en ondertekend, certificaat van stationering, dat niet ouder is dan tien dagen.

  • 2 Indien de aanvraag van een tenaamstelling wordt ingediend door een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad namens een natuurlijke persoon, wordt door de natuurlijke persoon een geldig Nederlands rijbewijs, als bedoeld in artikel 107 van de wet, als mede een machtiging, als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Regeling erkenningen wegverkeer overgelegd aan het erkende bedrijf.

Artikel 3. Aanvrager rechtspersoon

  • 2 Bij een aanvraag van een tenaamstelling, ingediend door een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen voor derden of een erkend bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uitsluitend een geldig Nederlands rijbewijs, als bedoeld in artikel 107 van de wet, als legitimatiebewijs kan dienen.

Hoofdstuk 4. Aanvraag schorsing tenaamstelling en aanvraag beëindiging schorsing tenaamstelling

Artikel 8

De aanvraag van een schorsing, bedoeld in artikel 50 van het Kentekenreglement, en de aanvraag van beëindiging van de schorsing, bedoeld in artikel 51 van het Kentekenreglement, geschiedt overeenkomstig de artikelen 8a en 8b.

Artikel 8a. Aanvrager natuurlijke persoon

  • 1 Indien de aanvraag wordt ingediend door een natuurlijke persoon, bij een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, dient bij de aanvraag een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen van de aanvrager te worden overgelegd.

  • 2 Als de aanvraag wordt ingediend door een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen voor derden namens een natuurlijke persoon, wordt door de natuurlijke persoon een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de wet overgelegd aan het erkende bedrijf.

Artikel 8b. Aanvrager rechtspersoon

Indien de aanvraag wordt ingediend door een tekenbevoegde voor een rechtspersoon als bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de wet, dienen bij de aanvraag de in artikel 3, eerste lid, genoemde documenten te worden overgelegd.

Hoofdstuk 5. Aanvraag verval tenaamstelling bij voorgoed buiten Nederland brengen, bij aanvraag transitokenteken

Artikel 9. Aanvraag verval tenaamstelling bij voorgoed buiten Nederland brengen en aanvraag transitokenteken

Bij de aanvraag tot verval van de tenaamstelling op grond van de artikelen 31 en 32 van het Kentekenreglement dan wel bij de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement, legt de aanvrager een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen over, met dien verstande dat bij de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement kan ook een ander in Nederland geldig buitenlands reisdocument worden overgelegd dan de in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, genoemde.

Hoofdstuk 5 a. Verkrijging kentekenplaten

Artikel 9 a. Verkrijging door een natuurlijk persoon

  • 1 Bij de verkrijging van kentekenplaten worden overgelegd:

    • a. een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen,

    • b. de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, onder b, kunnen voor voertuigen ingeschreven op aanvraag van een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek en die niet langer dan zeven dagen daarvoor voor het eerst zijn tenaamgesteld, bij verkrijging van kentekenplaten de in artikel 9c, onder b, bedoelde dienstenpas of gegevens worden overgelegd.

Artikel 9 b. Verkrijging door een rechtspersoon

Bij de verkrijging van kentekenplaten door een rechtspersoon worden overgelegd:

  • a. een van de in artikel 2, eerste lid genoemd legitimatiebewijzen van de persoon die de kentekenplaten namens de rechtspersoon in ontvangst neemt, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1 hoeft te worden overgelegd, en

  • b. de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld.

Artikel 9 c. Verkrijging met de erkenning inschrijven zonder onderzoek, inschrijven met onderzoek of bedrijfsvoorraad

In afwijking van artikel 9a moet een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek, inschrijven met onderzoek of bedrijfsvoorraad, voor verkrijging van kentekenplaten voor voertuigen uit de eigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad overleggen:

  • a. een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen van degene die de kentekenplaten namens het erkend bedrijf in ontvangst neemt, en

  • b. een aan het bedrijf afgegeven geldige dienstenpas of door de Dienst Wegverkeer te bepalen gegevens.

Artikel 9d. Uitzonderingen

  • 2 Een kentekenbewijs als bedoeld in onderdeel b van de artikelen 9 a en 9 c hoeft niet te worden overgelegd bij vervanging van beschadigde kentekenplaten

  • 3 Bij de verkrijging van kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot 27.17E, 30.7 en 30.8 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten kan in plaats van het kentekenbewijs een proces-verbaal van aangifte van vermissing of diefstal van het kentekenbewijs en de desbetreffende kentekenplaten worden overgelegd.

Artikel 9e. Verkrijging van een taxikentekenplaat

  • 1 In afwijking in zoverre van de artikelen 9a en 9c, worden bij de verkrijging van kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2E met lichtblauwe kleur, en 27.30A tot en met 27.31E door een natuurlijke persoon, respectievelijk een rechtspersoon, overgelegd:

    • a. de in de artikelen 9a, bedoelde documenten, en

    • b. voor elk voertuig waarvoor kentekenplaten als bedoeld in het eerste lid, worden verkregen, een verklaring van de Dienst Wegverkeer, inhoudende dat aan de vereisten in het tweede lid is voldaan.

  • 2 Ter verkrijging van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden bij de Dienst Wegverkeer overgelegd:

    • a. een geldige vergunning voor het verrichten van taxivervoer als bedoeld in artikel 5 van de Wet personenvervoer;

    • b. een actueel uittreksel uit het handelsregister als bedoeld in artikel 22 van de Handelsregisterwet 2007, of een kopie daarvan, dat niet ouder is dan een jaar en waaruit blijkt dat een onderneming wordt gedreven waarin taxivervoer plaatsvindt;

    • c. voor wat betreft:

      • 1°. na 30 mei 2004 afgegeven kentekenbewijzen, een afschrift van een te naam gesteld kentekenbewijs, niet zijnde een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een voertuig in bedrijfsvoorraad, delen I A en I B, afgegeven voor het betrokken voertuig, waarbij op het deel I A of deel I een aantekening moet zijn geplaatst waaruit blijkt dat het voertuig als taxi is goedgekeurd dan wel een aanvraag voor een zodanig kentekenbewijs dan wel

      • 2°. voor 31 mei 2004 afgegeven kentekenbewijzen, een afschrift van een te naam gesteld kentekenbewijs, niet zijnde een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een voertuig in bedrijfsvoorraad, delen I en II, afgegeven voor het betrokken voertuig, waarbij op het deel I een aantekening moet zijn geplaatst waaruit blijkt dat het voertuig als taxi is goedgekeurd dan wel een aanvraag voor een zodanig kentekenbewijs, en

    • d. ingeval de tenaamstelling op het kentekenbewijs en die op de in onderdeel a bedoelde vergunning niet overeenkomen, een gezamenlijke verklaring van de vergunninghouder en de tenaamgestelde op het kentekenbewijs, inhoudende dat het voertuig waarvoor de kentekenplaten worden verkregen, voor taxivervoer wordt gebruikt in het kader van de onderneming van de vergunninghouder.

  • 3 Bij vervanging van de in het eerste lid bedoelde kentekenplaten na beëindiging van het gebruik van het voertuig als taxi, door andere kentekenplaten dient een legitimatiebewijs als bedoeld van artikel 9a, onderdeel a overgelegd te worden.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 10

De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 december 1991, nr. RV 110015, Hoofddirectie van de Waterstaat (Stcrt. 244), houdende voorschriften legitimatie bij aanvraag kentekenbewijs, wordt ingetrokken.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink