Het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Republiek Kroatië,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie en lidstaten van de Europese Unie (hierna „de lidstaten”
genoemd),
en
de Europese Unie, enerzijds,
en
het Koninkrijk Marokko, anderzijds,
Gezien de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie op 1 juli 2013,