Protocol bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus
tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen
en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting
[Treedt in werking per 30-06-2023.]
Ter zake van het Verdrag gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek
Cyprus tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar
het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting, zijn de
ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van
het Verdrag vormen.
[Treedt in werking per 30-06-2023.]
Het is wel te verstaan dat bij het bepalen van de woonplaats van een persoon de bevoegde
autoriteiten in aanmerking nemen:
-
i. op welke plaats het senior management van de persoon wordt uitgeoefend;
-
ii. waar de vergaderingen van de raad van beheer of een daarmee vergelijkbaar orgaan plaatsvinden;
-
iii. waar de chief executive officer en andere hogere leidinggevenden gewoonlijk hun werkzaamheden
verrichten
-
iv. waar het hoofdkantoor van de persoon gevestigd is;
-
v. van welke staat de wetten van toepassing zijn op de rechtspositie van de persoon;
-
vi. waar de financiële administratie van de persoon wordt gevoerd;
-
vii. wat de omvang en aard van de economische band van de persoon met elk van de staten
is; en
-
viii. of de vaststelling dat de persoon inwoner is van een van de verdragsluitende staten
maar niet van de andere staat voor de toepassing van het Verdrag, het risico met zich
brengt dat het Verdrag niet naar behoren wordt toegepast of dat de nationale wetgeving
van een van de staten onjuist wordt toegepast.
Hoewel deze lijst met factoren niet uitputtend is, zijn bij ontstentenis van bovenstaande
factor viii, de factoren i tot en met vii doorgaans doorslaggevend.
De bevoegde autoriteiten passen de bepalingen van artikel 4, derde lid, per geval toe. Aangezien de feiten waarop een overeenkomst is gebaseerd na verloop
van tijd kunnen veranderen, kunnen de bevoegde autoriteiten overeenkomsten herzien,
met name wanneer er belangrijke wijzigingen zijn opgetreden wat betreft de relevante
feiten.
[Treedt in werking per 30-06-2023.]
-
1. Niettegenstaande artikel 10, eerste en tweede lid en artikel 20, wordt Nederland niet belet om zijn nationale belastingwetgeving toe te passen met
betrekking tot een belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling overeenkomstig
de Nederlandse vennootschapsbelasting. Indien de uiteindelijk gerechtigde echter een
inwoner van Cyprus is, dan mag de aldus geheven belasting 15 percent van het brutobedrag
van het aldus belaste inkomen niet overschrijden.
-
2. De bepalingen van artikel 10, tweede en derde lid, laten het recht van het Caribische deel van Nederland om in overeenstemming met
zijn wetgeving opbrengstbelasting te heffen onverlet.
-
3. De bepalingen van artikel 10, derde lid, zijn niet van toepassing op dividenden betaald door of aan een persoon die voor
de toepassing van de Nederlandse vennootschapsbelasting een fiscale beleggingsinstelling
is.
[Treedt in werking per 30-06-2023.]
Het is wel te verstaan dat een inkomensbestanddeel ontvangen in verband met de (gedeeltelijke)
liquidatie van een lichaam of een inkoop van eigen aandelen door een lichaam wordt
behandeld als inkomen uit aandelen en niet als vermogenswinsten.
[Treedt in werking per 30-06-2023.]
-
1. De bepalingen van artikel 24 zijn van dien overeenkomstige toepassing op informatie die relevant is voor de tenuitvoerlegging
van inkomensgerelateerde voorschriften krachtens de Nederlandse wetgeving door de
Nederlandse belastingautoriteiten.
-
2. Alle informatie die uit hoofde van het eerste lid van dit artikel juncto artikel 24 van dit Verdrag wordt ontvangen, wordt uitsluitend gebruikt ten behoeve van de vaststelling
en heffing van de bijdragen en de vaststelling en toewijzing van de voordelen uit
hoofde van de inkomensgerelateerde voorschriften bedoeld in het eerste lid van dit
artikel.
-
3. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen in onderling overleg
de wijze van toepassing van artikel 24 van dit Verdrag regelen.
5. EU-recht inzake administratieve bijstand
[Treedt in werking per 30-06-2023.]
Het is wel te verstaan dat de verdragsluitende staten alle maatregelen inzake administratieve
bijstand toepassen die beschikbaar zijn krachtens het recht van de Europese Unie.