Bij de vaststelling van de omvang van Meerzorg, zowel in zorgbehoefte als in het budget
dat daarbij hoort, zijn de volgende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Deze uitgangspunten
zijn het resultaat van een collectieve belangenafweging van de algemene belangen die
met Meerzorg gemoeid gaan. Naast deze collectieve belangenafweging dient er ook een
individuele belangenafweging plaats te vinden.
3.1. Omvang van Meerzorg: zorgbehoefte
1 Integrale beoordeling van individuele casuïstiek
Iedere Meerzorgaanvraag wordt integraal- en individueel beoordeeld. Integraal betekent
dat er naar zowel de zorg in natura, als de pgb-zorg gekeken wordt in zijn totaliteit.
Individuele beoordeling wil zeggen dat het inherent is aan Meerzorg dat elk individueel
geval wordt beoordeeld op zijn specifieke omstandigheden. Ook bij verlenging van al
toegekende Meerzorg, wordt de aanvraag opnieuw integraal en individueel beoordeeld5.
2a Doelmatigheid en rechtmatigheid
Elke Meerzorgaanvraag moet doelmatig en rechtmatig zijn6. Doelmatigheid wil zeggen: een optimale balans tussen kosten en zorgresultaten (waarbij
zorgresultaten zowel kwaliteit als kwantiteit omvat)7 Deze definitie is onder te verdelen in drie punten:
-
• De zorg moet kwalitatief en kwantitatief verantwoord zijn (te weinig, te veel en/of
kwalitatief onvoldoende zorg is dus niet doelmatig, bezien vanuit de zorgbehoefte).
-
• De kosten van individuele zorghandelingen moeten gerechtvaardigd worden door de kwaliteit/kwantiteit
van de zorg (mede bezien in de context van de algehele zorgbehoefte en m.b.t. de inzet
van mantelzorg).
-
• De kosten van het algehele budget moeten gerechtvaardigd zijn. Dit betekent dat zorg
thuis niet duurder mag zijn dan zorg in een instelling (zorg in natura).
Voldoet de zorg aan de drie bovenstaande punten, dan is de zorg doelmatig ingericht.
Rechtmatig is alleen de zorg die voortkomt vanuit de geobjectiveerde zorgbehoefte
kan worden meegenomen in het vaststellen van de omvang. Het gaat dus niet om de gevraagde
zorg.
2b Verantwoorde zorg thuis
Zorg thuis moet verantwoord ingezet worden. Inzet van één professionele zorgverlener
(bijvoorbeeld een verpleegkundige, SPH’er of arts verstandelijk gehandicapten) kan
onderdeel zijn van verantwoorde zorg om de kwaliteit van de zorg thuis te waarborgen
(zie ook beleidsregel aanvullende verplichten inkoop pgb zorg). Een professionele zorgverlener is in staat om vanuit zorginhoudelijke expertise
te bekijken of de zorg toereikend wordt ingevuld en of aan de zorgbehoefte van verzekerde
wordt voldaan. Er wordt zorginhoudelijk advies gevraagd om te beoordelen of de in
te kopen zorg op kwalitatieve en doelmatige wijze voorziet in de zorgbehoefte van
de verzekerde. Een huisbezoek behoort hierbij tot de mogelijkheden.
3a. Sociale welzijnsactiviteiten vanuit individuele begeleiding i.p.v. dagbesteding
Er zijn ook verzekerden die geen behoefte hebben aan dagbesteding of geen passende
dagbesteding kunnen vinden in hun regio. Voor hen geldt dat een andere optie is om
individuele welzijnsactiviteiten af te nemen die vallen onder de Wlz-zorgfunctie begeleiding
individueel. Voorwaarde hierbij is dat de dagbesteding niet wordt afgenomen en dat
maximaal 25% van de begeleiding groep uren uit het zorgprofiel8, hiervoor ingezet mogen worden. In individuele gevallen kan hiervan afgeweken worden.
Als er sprake is van dagbesteding, dan worden extra individuele welzijnsactiviteiten
niet vergoed vanuit het pgb.
3b. Extra huishoudelijke hulp in gezinssituaties
Voor sommige Wlz-verzekerden geldt dat er behoefte is aan huishoudelijke hulp. In
elk zorgprofiel is een vast bedrag vastgesteld voor deze huishoudelijke hulp (het
maximumtarief bijlage H van de Rlz). Hierdoor wordt er geen extra budget beschikbaar gesteld voor extra huishoudelijke
hulp.
Hierop is een aantal medisch onderbouwde uitzonderingen die om extra hygiëne vragen:
-
• sprake van ernstige allergieën;
-
• sprake van ernstige luchtwegproblemen;
-
• sprake van een zeer nauwlettend dieet met een specifieke bereiding dat risico’s meeneemt
voor de verzekerde;
-
• sprake van structureel braken of diarree;
-
• sprake van ernstige gedragsproblematiek die zich uit in zelfbevuiling of bevuilen
van leefruimtes.
4. Gebruikelijke en boven gebruikelijke zorg aan kinderen & samenwonende naasten
In de thuissituatie zijn er zorghandelingen die men mag verwachten van hun naasten.
Deze gebruikelijke zorg maakt geen onderdeel uit van de Meerzorgaanvraag.
Onder gebruikelijke zorg wordt verstaan:
Dit wordt beoordeeld aan de hand van het zorgplan en de aard van de individuele zorghandelingen.
Voor zorghandelingen door naasten die niet onder gebruikelijke zorg vallen kan mantelzorg
wenselijk zijn, mits dit de wens van de mantelzorger is en niet leidt tot overbelasting.
Mantelzorg kan niet worden afgedwongen.
5. Toezicht
Iedere Wlz-verzekerde maakt aanspraak op zorg zoals opgenomen in het geïndiceerde
zorgprofiel. Permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid zijn toegangscriteria
tot de Wlz. Toezicht is daarom een standaard onderdeel van ieder zorgprofiel. Het toezicht in
dit zorgprofiel is gebaseerd op zorg in een instelling9.
Het uitgangspunt is dat er geen (extra) budget vrijgemaakt wordt voor toezicht thuis.
In de basis wordt het toezicht in de thuissituatie geleverd door het sociale systeem
van verzekerde (naasten en mantelzorgers)10.
Er is één uitzondering mogelijk op het uitgangspunt dat toezicht niet kan bijdragen
aan de hoogte van het Meerzorg budget. Voor zover een verzekerde in een instelling
(zorg in natura) ook bijzonder toezicht nodig zou hebben, dan verschilt het één-op-één
toezicht in de thuissituatie niet van toezicht in een instelling. In zulke gevallen
is het doelmatig om één-op-één toezicht in de thuissituatie ten laste te brengen van
het Meerzorg budget.
Een voorbeeld hiervan is medisch noodzakelijk toezicht ter voorkoming van levensgevaarlijke
situaties (actieve observatie) kan wél worden vergoed vanuit Meerzorg wanneer verzekerde
een bijzondere zorgbehoefte heeft die maakt dat:
-
1. Verzekerde gedurende het hele etmaal permanent en onafgebroken toezicht en actieve
observatie door een zorgverlener nodig heeft, omdat:
-
I. ingrijpen te allen tijde noodzakelijk kan zijn en,
-
II. zodra ingegrepen moet worden, dit onmiddellijk moet gebeuren en,
-
III. zonder tijdig ingrijpen zich een escalatie van (levens)bedreigende situaties op het
gebied van de gezondheid van de verzekerde voordoet,
en
-
2. het ingrijpen bestaat uit verpleegkundige zorghandelingen of zorghandelingen op het
gebied van extreme gedragsproblemen.
6. Incidentele zorg
Soms kent de zorgbehoefte geen voorspelbaar patroon. Hierin maken we onderscheid tussen
‘wat als zorg’ en ‘structureel variabele zorg’.
Wat als-zorg wil zeggen: zorg die geleverd zou moeten worden wanneer een bepaalde
onzekere hypothetische situatie zich voordoet. Bijvoorbeeld: een vaste zorgverlener
valt op onvoorspelbare wijze uit door ziekte, waardoor andere, mogelijk duurdere zorgverleners,
de zorg moeten overnemen.
Structureel variabele zorg wil zeggen: zorg die vanwege haar aard moeilijk in vaste
tijden en omvang is te kwalificeren. Structureel variabele zorg is gebaseerd op aantoonbaar
fluctuerende zorgbehoefte en/of gebeurtenissen die hoogstwaarschijnlijk plaats zullen
vinden en een impact hebben op de zorghandelingen. Het komt bijvoorbeeld voor dat
verzekerden per week of zelfs per dag compleet andere zorg nodig hebben, doordat de
zorgbehoefte sterk fluctueert. Denk hierbij aan onvoorspelbare epilepsieaanvallen
en de zorghandelingen die daarmee gemoeid zijn. In dit soort gevallen is het niet
mogelijk om tot een vast zorgplan te komen.
De belangrijkste factor die ‘wat als’-zorg en (structureel) variabele zorg van elkaar
onderscheidt is hoe waarschijnlijk het is dat de ter discussie staande zorg daadwerkelijk
geleverd zal moeten worden, binnen de toekenningsperiode.
Uitgangspunt is dat ‘wat als-zorg’ niet vooraf wordt meegenomen in het pgb vanwege
zijn hypothetische aard. Mocht de situatie zich desondanks toch voordoen, dan kan
een ophoging van het budget worden aangevraagd.
Structurele variabele zorg daarentegen wordt wel meegenomen in het pgb omdat dit de
structurele zorgbehoefte betreft11.
Hierbij wordt uitgemiddeld wat de gemiddelde zorginzet is geweest over een voorliggende
periode. Dit wordt omgerekend naar de toekenningsperiode.
3.2. Omvang van Meerzorg: budget
1a. Doelmatigheid en tarieven voor formele zorgverleners
Voor zover een verzekerde de zorg kan bekostigen binnen het basisbudget, gelden de
maximale tarieven uit art. 5.22 Rlz. Wanneer een verzekerde bijvoorbeeld Meerzorg of EKT aanvraagt, dan kijkt het zorgkantoor
kritisch naar de hoogte van de tarieven12. In andere woorden betekent dit dat de tarieven maximaal marktconform dienen te zijn
om als doelmatig aangemerkt te worden13. Dit geldt voor zowel informele- als formele zorgverleners. Zodoende waarborgt het
zorgkantoor dat de verzekerde ook in geval van Meerzorg de noodzakelijke zorg kan
inkopen zonder dat deze zorg onnodig duur is. Of een tarief marktconform is moet worden
bepaald naar de omstandigheden van het geval. Welk tarief marktconform is, is immers
afhankelijk van omstandigheden als de regio waarin de verzekerde woonachtig is, de
leeftijd van de zorgverlener en de aard van de zorghandelingen die verricht dient
te worden.
1b. Doelmatigheid en tarieven voor informele zorgverleners
Met betrekking tot de informele zorgverlener onder de 21 jaar geldt dat zij maximaal
25% boven het minimum jeugd uurloon14 mogen hanteren uit het pgb. Met betrekking tot een informele zorgverlener met zorgervaring-
en/of opleiding onder de 21 jaar geldt dat zij het maximale informele uurtarief15 mogen hanteren. Op basis van aantoonbare deskundigheid en relevante opleiding(en)
zijn uitzonderingen op bovenstaande mogelijk. Dit wordt beoordeeld door het zorgkantoor.
Voor informele zorgverleners met oude rechten16 geldt dat in beginsel geen reden bestaat om aan hen meer gemeenschapsgeld beschikbaar
te stellen dan aan andere verzekerden met vergelijkbare zorgbehoefte en informele
zorginzet. Onder meer op basis van aantoonbare deskundigheid en relevante opleiding(en)
zijn uitzonderingen op bovenstaande mogelijk. Dit wordt beoordeeld door de Meerzorgconsulent.
1c. Ophoging van uurtarieven binnen het pgb
Meerzorg is niet bedoeld voor het ophogen van uurtarieven. Afhankelijke van het geval
kan het zorgkantoor niettemin een verhoging van uurtarieven toestaan17. Het ophogen van uurtarieven van zorgverleners is alleen mogelijk binnen de kaders
van de jaarlijkse indexering18. Indexering kan worden geweigerd als het leidt tot ondoelmatige tarieven.
2 Vakantie
Uitgangspunt is dat alleen Wlz-verzekerde zorg ten laste mag komen van het pgb. Ook
ten tijde van vakantie van de verzekerde kan er (extra) zorg nodig zijn. Alleen deze
zorg kan meegenomen worden in de Meerzorg-aanvraag. Onkosten voor deze vakantie (waaronder
vliegtickets, verblijfskosten en vervoer van zorgverleners en/of verzekerde) kunnen
niet worden meegenomen in de Meerzorg-aanvraag. Voor zover het vakantieverblijf van
de verzekerde valt onder de Wlz-zorgfunctie ‘Logeren’, dan kunnen de verblijfskosten
van de verzekerde uit het pgb vergoed worden via het integrale logeertarief.
3. Tussentijdse heraanvragen
Met een tussentijdse heraanvraag wordt gedoeld op een aanvraag voor een hoger Meerzorg
budget voordat de huidige Meerzorg beschikkingsperiode afloopt. Een heraanvraag kan
worden ingediend als er sprake is van aantoonbare nieuwe feiten of omstandigheden.
Een heraanvraag voor meer zorguren is alleen mogelijk voor zover aannemelijk wordt
gemaakt dat er een verzwaring heeft plaatsgevonden in de zorgbehoefte of verandering
van de zorgsituatie van verzekerde. Een heraanvraag voor hogere uurtarieven is alleen
mogelijk voor zover er (tijdelijke) uitval van een bestaande zorgverlener plaatsvindt.
Voor zover het niet mogelijk is om voorafgaand aan de verandering een heraanvraag
te doen, kunnen heraanvragen met extra zorgkosten met terugwerkende kracht tot maximaal
zes weken toegekend worden. Toekenning van het extra Meerzorg budget is alleen mogelijk
als er een onderbouwing en specificatie van de extra zorg/uren aanwezig is.