Subsidieregeling instandhouding woonhuis-monumenten Caribisch Nederland 2026

[Regeling vervalt per 08-04-2028.]
Geraadpleegd op 09-04-2026.
Geldend van 08-04-2026 t/m heden.

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 maart 2026, nr. WJZ/1787349, houdende regels voor subsidieverstrekking voor de instandhouding van monumenten met een woonfunctie op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Subsidieregeling instandhouding woonhuis-monumenten Caribisch Nederland 2026)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • beschermd stads- of dorpsgezicht: beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Monumentenwet BES;

  • bestuurscollege: het bestuurscollege van het desbetreffende openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • bouwkundig inspectierapport: rapport dat de technische staat van het monument of beschermd monument beschrijft, en dat is opgesteld door een ter zake deskundige persoon of instantie;

  • instandhoudingskosten: kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen en andere kosten die volgens de Leidraad als subsidiabel zijn aangemerkt;

  • instandhoudingswerkzaamheden: werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het herstel van het monument of beschermd monument en waarvoor op grond van deze regeling subsidie is of kan worden verleend;

  • kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • leidraad: Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten;

  • monument: onroerend monument als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Monumentenwet BES;

  • beschermd monument: onroerend monument als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Monumentenwet BES;

  • particuliere eigenaar: natuurlijk persoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een monument of beschermd monument.

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Onderdeel d van de begripsomschrijving van financieel verslag, bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling, de artikelen 3.1 en 3.3 tot en met 3.5, alsmede hoofdstuk 7 van de Kaderregeling zijn niet van toepassing.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

De minister kan aan particuliere eigenaren van een monument als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder d, of beschermd monument met een woonfunctie subsidie verstrekken voor de instandhoudingskosten ten behoeve van dat monument of beschermd monument.

Artikel 4. Subsidiabele kosten en hoogte subsidiebedrag

  • 1 Subsidiabel zijn de instandhoudingskosten, met dien verstande dat kosten waarvoor op grond van artikel 7 subsidie wordt geweigerd als niet-subsidiabel worden aangemerkt.

  • 2 In afwijking van de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling zijn, in combinatie met instandhoudingskosten die worden gemaakt na een besluit tot subsidieverlening, ook de instandhoudingskosten subsidiabel ten aanzien van de voorbereiding van de aanvraag, bestaande uit aanbestedingskosten, leges voor de toestemming van het bestuurscollege voor de instandhoudingswerkzaamheden, en kosten voor inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.

  • 3 Het subsidiebedrag is gelijk aan de subsidiabele instandhoudingskosten, met een maximum van $ 100.000 per monument of beschermd monument.

Artikel 5. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is ten hoogste een bedrag beschikbaar van:

  • a. voor Bonaire: $ 550.000;

  • b. voor Sint Eustatius: $ 275.000;

  • c. voor Saba: $ 275.000.

Artikel 6. Aanvraag subsidie

  • 1 De subsidie kan voor alle drie eilanden worden aangevraagd van 1 september 2026 tot en met 30 september 2026 (UTC-4).

  • 2 De aanvraag kan digitaal worden ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar is gesteld.

  • 3 Bij de aanvraag om subsidie worden de volgende documenten ingediend:

    • a. een document met een omschrijving van de voorgenomen instandhoudingswerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd;

    • b. een gespecificeerde begroting volgens een door de minister vastgesteld model;

    • c. een actueel bouwkundig inspectierapport;

    • d. een schriftelijke verklaring van het bestuurscollege van het desbetreffende openbare lichaam, waaruit blijkt dat:

      • 1°. de onroerende zaak waarvoor subsidie wordt gevraagd een monument of een beschermd monument is, en tot welke categorie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a tot en met d, het monument behoort;

      • 2°. de aanvrager van de subsidie een particuliere eigenaar van het monument of beschermd monument is;

      • 3°. het monument of beschermd monument een woonfunctie heeft; en

      • 4°. de voor het verrichten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd vereiste toestemmingen zijn verleend; en

    • e. indien de technische staat van het monument of beschermd monument en de noodzaak van de instandhoudingswerkzaamheden onvoldoende blijken uit het bouwkundig inspectierapport: aanvullende documenten waaruit de technische staat nauwkeurig blijkt en de noodzaak van de instandhoudingswerkzaamheden voldoende wordt onderbouwd.

  • 4 De minister kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen vier weken aan te vullen.

  • 5 Per monument of beschermd monument kan maximaal één aanvraag worden gedaan.

Artikel 7. Weigeringsgronden

In aanvulling op de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd:

  • a. indien de aanvraag niet voldoet aan een of meer van de vereisten, bedoeld in artikel 6, derde lid;

  • b. indien van de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd minder dan $ 25.000 subsidiabel is;

  • c. voor zover de subsidie naar het oordeel van de minister niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het monument of beschermd monument;

  • d. voor zover de instandhoudingswerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van de minister niet sober en doelmatig zijn;

  • e. voor zover voor de instandhoudingskosten waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds subsidie is of wordt verstrekt, of de kosten op andere wijze worden vergoed;

  • f. voor zover bij schade de subsidiabele instandhoudingskosten op grond van een verzekering worden gedekt;

  • g. voor zover de instandhoudingskosten betrekking hebben op instandhoudingswerkzaamheden die reeds zijn aangevangen of voltooid vóór de subsidieverlening, uitgezonderd de instandhoudingskosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid;

  • h. indien de aanvraag wordt ingediend buiten de termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 8. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1 Indien een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5 niet hoog genoeg is om alle aanvragen ten laste van het beschikbare bedrag te honoreren, wordt op die aanvragen op de hierna aangegeven volgende volgorde beslist:

    • a. aanvragen voor een beschermd monument dat deel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht;

    • b. aanvragen voor een monument ten aanzien waarvan het bestuurscollege heeft verklaard dat het ouder is dan vijftig jaar en van algemeen belang moet worden geacht wegens zijn schoonheid, kunstwaarde, betekenis voor de wetenschap, geschiedenis van het land of volkskundige waarde, en dat deel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht;

    • c. aanvragen voor een beschermd monument dat geen deel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht; en

    • d. aanvragen voor een monument ten aanzien waarvan het bestuurscollege heeft verklaard dat het ouder is dan vijftig jaar en van algemeen belang moet worden geacht wegens zijn schoonheid, kunstwaarde, betekenis voor de wetenschap, geschiedenis van het land of volkskundige waarde, en dat geen deel uitmaakt van een beschermd stads- of dorpsgezicht.

  • 2 Indien bij toepassing van het eerste lid een subsidieplafond als bedoeld in artikel 5 zou worden overschreden door subsidieverlening aan alle aanvragen in het eerste lid, onder a, b, c of d, wordt op de aanvragen in het desbetreffende onderdeel beslist in volgorde van de totale begrote kosten uit de aanvraag, waarbij een aanvraag met lagere totale begrote kosten voorrang krijgt.

  • 3 Indien na toekenning van de subsidie, na toepassing van het eerste en tweede lid, nog voor een of meer van de eilanden budget resteert, wordt dit budget samengevoegd en aangewend voor de eerstvolgende aanvraag die op basis van die rangschikking voor subsidieverlening in aanmerking komt, ongeacht op welk van de eilanden het monument of beschermd monument is gelegen.

Artikel 9. Subsidieverlening en bevoorschotting

  • 1 De minister besluit binnen 22 weken na de sluiting van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, op de aanvragen.

  • 2 De minister verleent een voorschot bij verleningsbeschikking dat wordt uitbetaald bij de start van de instandhoudingswerkzaamheden.

  • 3 De subsidiebedragen worden in Amerikaanse dollars verleend, uitbetaald en vastgesteld.

Artikel 10. Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1 Aan de subsidieontvanger worden, in aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling, de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a. De activiteiten waarvoor subsidie is verleend starten binnen zes maanden na het besluit tot subsidieverlening;

    • b. De aanvang van de instandhoudingswerkzaamheden wordt zo spoedig mogelijk gemeld bij de minister;

    • c. De activiteiten waarvoor subsidie is verleend worden binnen twee jaar na het besluit tot subsidieverlening afgerond;

    • d. Voor zover de gesubsidieerde instandhoudingskosten bij schade worden gedekt op grond van een verzekering na de subsidieaanvraag, meldt de subsidieontvanger zo spoedig mogelijk aan de minister welke instandhoudingskosten het betreft.

  • 2 De minister kan de subsidieontvanger verplichten advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de voorgenomen activiteiten wordt gestart voor zover de monumentale waarde van het monument of beschermd monument of die activiteiten daartoe aanleiding vormen.

Artikel 11. Verantwoording

  • 1 De subsidieontvanger toont aan de hand van een prestatieverklaring aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, volledig zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 De minister kan voor de prestatieverklaring een model vaststellen.

  • 3 Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de subsidieontvanger zich niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.

  • 4 Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij beschikking wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

Artikel 12. Vaststelling subsidie

  • 1 De subsidieontvanger dient uiterlijk binnen 22 weken na de afronding van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar wordt gesteld.

  • 2 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 13. Intrekking subsidieverlening, uitstel startdatum en verlenging activiteitenperiode

  • 1 De minister kan de subsidieverlening intrekken indien de eigenaar niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, behoudens overmacht of onvoorziene omstandigheden aan de kant van de eigenaar.

  • 2 De minister kan de periode, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger eenmalig uitstellen met maximaal zes maanden, indien het door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet mogelijk is om de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen de oorspronkelijke periode aan te laten vangen.

  • 3 Een verzoek om uitstel bevat:

    • a. een motivering waaruit blijkt welke omstandigheden maken dat de activiteiten redelijkerwijs niet kunnen aanvangen op de oorspronkelijke startdatum; en

    • b. een planning van de werkzaamheden, met een voorgenomen startdatum en einddatum, waaruit blijkt dat de instandhoudingswerkzaamheden binnen zes maanden na de oorspronkelijke uiterste startdatum aanvangen en binnen 18 maanden na aanvang worden afgerond.

  • 4 De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het tweede lid onverwijld in en uiterlijk voor de oorspronkelijke startdatum waarvoor de subsidie is verleend.

  • 5 De minister kan de periode, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger maximaal twee keer met zes maanden verlengen, indien de subsidieontvanger door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet in staat is de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen de oorspronkelijke periode af te ronden.

  • 6 Een verzoek om verlenging bevat:

    • a. een motivering waaruit blijkt welke omstandigheden maken dat de activiteiten redelijkerwijs niet binnen de oorspronkelijke activiteitenperiode kunnen worden afgerond;

    • b. een opgave van de instandhoudingswerkzaamheden waarvoor de verlenging noodzakelijk is; en

    • c. een nieuwe planning van de werkzaamheden, met een voorgenomen einddatum waaruit blijkt dat de instandhoudingswerkzaamheden binnen zes maanden na de oorspronkelijke uiterste einddatum worden afgerond.

  • 7 De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het zesde lid onverwijld in en uiterlijk voor het einde van de periode waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 14. Eigendomsoverdracht

  • 1 Indien de subsidieontvanger de eigendom of een ander zakelijk recht van een monument of beschermd monument overdraagt aan een nieuwe eigenaar, dient de subsidieontvanger in afwijking van artikel 12, eerste lid, binnen drie maanden na de overdracht een aanvraag tot vaststelling in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar is gesteld.

  • 2 Na de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan de minister de nieuwe particuliere eigenaar op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van de afronding van de instandhoudingswerkzaamheden.

Artikel 15. Aanvraag subsidie nieuwe particuliere eigenaar

  • 1 Een nieuwe particuliere eigenaar kan een aanvraag voor subsidie indienen nadat de subsidie van de vorige particuliere eigenaar is vastgesteld. In afwijking van artikel 6, derde lid, bevat de aanvraag alleen de gegevens en bescheiden, bedoeld in de onderdelen a, b, d, onder 2°, en f.

  • 2 De subsidie wordt verleend voor maximaal de periode die resteerde op grond van de verleningsbeschikking van de vorige particuliere eigenaar.

  • 3 Onverminderd artikel 4 bedraagt het subsidiebedrag maximaal het verschil tussen de verleningsbeschikking, bedoeld in artikel 9, en de vaststellingsbeschikking, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de vorige particuliere eigenaar.

Artikel 16. Terugvordering

  • 1 De subsidieontvanger is na de subsidievaststelling verplicht een teveel aan ontvangen voorschotten onverwijld terug te betalen.

  • 2 Bij terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen.

Artikel 17. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 8 april 2026.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 8 april 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 18. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling instandhouding woonhuis-monumenten Caribisch Nederland 2026.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.M. Letschert