Tijdelijke subsidieregeling energietransitie binnenvaartmotoren 2026–2027

[Regeling vervalt per 01-01-2028.]
Geraadpleegd op 31-03-2026.
Geldend van 28-03-2026 t/m heden.

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 26 maart 2026 nr. IENW/BSK-2026/34761, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling energietransitie binnenvaartmotoren (Tijdelijke subsidieregeling energietransitie binnenvaartmotoren 2026–2027) [KetenID WGK028335]

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, 8, eerste lid en tweede lid, onderdeel b, 9, 22 en 23, vijfde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraag: subsidieaanvraag op grond van deze regeling;

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

  • binnenschip: schip dat uitsluitend of overwegend bestemd is voor de vaart op de binnenwateren als bedoeld in artikel 3, onder c van de richtlijn (EU) 2016/1629;

  • binnenvaartmotor: motor van het type IWP, IWA of NRE als bedoeld in de NRMM-verordening of EURO VI als bedoeld in Verordening (EG) nr.595/2009, goedgekeurd voor het gebruik in de binnenvaart;

  • EICB: Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart;

  • experimenteel ontwikkelingsproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het verwerven, combineren, vormgeven of gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke of andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schema’s of ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten, voor zover deze activiteiten geen routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, procedés of diensten behelzen, zelfs als die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden;

  • fabrikant: fabrikant als bedoeld in de NRMM-Verordening van een binnenvaartmotor;

  • Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;

  • kleine onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • mariniseerder: natuurlijke of rechtspersoon die het proces uitvoert om een motor aan te passen voor de inbouw in een binnenvaartschip overeenkomstig de vereisten van het Richtlijn (EU) 2016/1629;

  • methanolverbrandingsmotor: energieomzetter die is ontworpen om chemische energie (input) uit methanol, al dan niet in combinatie met een andere brandstof, om te zetten in mechanische energie (output) middels een intern verbrandingsproces waarbij minimaal 50% van de chemische energie uit methanol komt;

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • middelgrote onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • NRMM-Verordening: verordening (EU) 2016/1628 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1024/2012 en (EU) nr. 167/2013, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn 97/68/EG;

  • project: experimenteel ontwikkelingsproject van een methanol- of waterstof-verbrandingsmotor geschikt voor de binnenvaart dat aan artikel 2 voldoet;

  • richtlijn (EU) 2016/1629: richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG;

  • staatssteun: steunmaatregelen als omschreven in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  • technische dienst: bedrijven die op grond van artikel 50 van de NRMM-verordening zijn aangewezen als technische dienst;

  • waterstofverbrandingsmotor: energieomzetter die is ontworpen om chemische energie (input) uit waterstof, al dan niet in combinatie met een andere brandstof, om te zetten in mechanische energie (output) middels een intern verbrandingsproces waarbij minimaal 50% van de chemische energie uit waterstof komt;

Artikel 2. Doel van de regeling

Het doel van de regeling is het versnellen van de ontwikkeling en het op de markt brengen van methanol- of waterstof-verbrandingsmotoren voor binnenschepen, die nodig zijn voor de energietransitie in deze sector.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

  • 1 De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een fabrikant of mariniseerder voor een project.

  • 2 De volgende activiteiten, als onderdeel van een project, komen voor subsidie in aanmerking:

    • a. praktijktests voor een methanolverbrandingsmotor;

    • b. certificering (typegoedkeuring) van een waterstofverbrandingsmotor;

    • c. voorlopige EU-typegoedkeuring van een methanol- of waterstofverbrandingsmotor;

    • d. geschikt maken, oftewel mariniseren, van een NRE- of EURO VI-type waterstof- of methanolverbrandingsmotor voor gebruik in een binnenschip;

Artikel 4. Subsidiabele kosten

  • 1 Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2 Onder artikel 25, derde lid, onderdeel e, van de algemene groepsvrijstellingsverordening vallen ook brandstofkosten die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteiten zoals in artikel 3.

Artikel 5. Hoogte subsidie

  • 1 De subsidie voor een project bedraagt ten hoogste € 750.000,–.

  • 2 De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.

  • 3 De steunintensiteit voor een project, kan worden verhoogd overeenkomstig de bepalingen van artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening:

    • a. met 10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen;

    • b. met 20 procentpunten voor kleine ondernemingen.

Artikel 6. Subsidieplafond

Voor de looptijd van deze regeling is voor subsidiabele projecten ten hoogste € 4.500.000 beschikbaar:

  • 1. € 2.250.000,– voor de eerste openstelling, bedoeld in artikel 9, vierde lid, waarvan;

    • a) € 1.125.000,– voor waterstofverbrandingsmotor-projecten;

    • b) € 1.125.000,– voor methanolverbrandingsmotor-projecten.

  • 2. € 2.250.000,– voor de tweede openstelling, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, waarvan;

    • a) € 1.125.000,– voor waterstofverbrandingsmotor-projecten;

    • b) € 1.125.000,– voor methanolverbrandingsmotor-projecten.

  • 3. Indien één van de in het eerste of tweede lid uitgesplitste plafonds voor een specifieke energiedrager niet wordt uitgeput kan het resterende bedrag worden ingezet voor aanvragen voor de andere energiedrager.

Artikel 7. Uitvoeringsorganisatie

  • 1 Als uitvoeringsinstantie voor het verzamelen en verwerken van de aanvragen wordt het EICB aangewezen.

  • 2 De uitvoeringsinstantie heeft daarnaast een adviserende rol in de rangschikking van de aanvragen.

Artikel 8. Rangschikking

  • 1 De Minister kent, bij het beoordelen van een project als bedoeld in artikel 3 aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate de:

    • a) kwaliteit van de aanvraag beter is;

    • b) projectonderbouwing en de betrokkenheid van de aanvrager beter is;

    • c) te ontwikkelen methanol- of waterstofverbrandingsmotor een bredere toepasbaarheid heeft.

  • 2 De Minister kent aan de onderdelen in het eerste lid, onderdeel a ten hoogste 35 punten, voor het eerste lid, onderdeel b ten hoogste 30 en voor het eerste lid, onderdeel c ten hoogste 35 punten toe.

  • 3 Indien twee of meer aanvragen op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen, wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.

Artikel 9. Aanvraag

  • 1 Een aanvraag wordt gedaan door een mariniseerder of een fabrikant.

  • 2 Een aanvraag wordt gericht aan de Minister door middel van het formulier dat gepubliceerd zal worden op de website van het EICB.

  • 3 Een aanvraag heeft betrekking op een waterstofverbrandingsmotor-project óf een methanolverbrandingsmotor-project zoals in Artikel 6.

  • 4 Een aanvraag voor 2026 wordt ingediend vanaf 1 april 2026 9:00 uur tot en met 1 juni 2026 17:00 uur, bij de uitvoeringsinstantie, als bedoeld in artikel 7.

  • 5 Een aanvraag voor 2027 wordt ingediend vanaf 4 januari 2027 9:00 uur tot en met 12 maart 2027 17:00 uur, bij de uitvoeringsinstantie, als bedoeld in artikel 7.

Artikel 10. Specifieke afwijzingsgronden

Onverminderd de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een aanvraag tot subsidie afgewezen indien:

  • a. sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • b. sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • c. de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen, zoals bedoeld in Artikel 3, al aangevangen zijn voordat de aanvraag voor de subsidie van dat project is ingediend;

  • d. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • e. het aantal bij rangschikking toegekende punten in totaal minder is dan 65; of

  • f. het aantal bij rangschikking toegekende punten aan één van de criteria genoemd in artikel 8, eerste lid, minder is dan 10.

Artikel 11. Subsidieverlening

Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van een nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, wordt in de beschikking tot verlening van een subsidie vermeld dat de verlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de Wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 12. Subsidieverstrekking en -vaststelling

  • 1 De subsidiebeschikking zal door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat worden verleend.

  • 2 De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag.

  • 3 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn verricht.

  • 4 Het te verlenen voorschot bedraagt 100 procent van de verleende subsidie.

  • 5 Binnen dertien weken nadat het project is afgerond, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier.

  • 6 Onverminderd artikel 24, vierde lid, van het Kaderbesluit worden bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

    • a. een omschrijving van de projectresultaten;

    • b. de wijze waarop het project heeft bijgedragen aan het doel bedoeld in artikel 2;

    • c. een eindrapport.

  • 7 In de beschikking tot subsidievaststelling stelt de Minister de subsidie vast op basis van de gegevens die bij de aanvraag tot subsidievaststelling zijn ingediend.

Artikel 13. Verplichtingen subsidieontvanger

De subsidieontvanger is, onverminderd artikelen 17 tot en met 22 van het Kaderbesluit, verplicht om:

  • a. onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

  • b. desgevraagd aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

  • c. bij een project dat ziet op de activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, a t/m c, deze uit te voeren volgens het meetprotocol uit bijlage 1, en daarbij gebruik te maken van een technische dienst die wordt erkend door de beoogde goedkeuringsautoriteit.

  • d. indien het project een methanolmotor betreft, op verzoek of bij afronding van het project een rapportage aan te leveren waarin verslag wordt gedaan van de resultaten van de metingen zoals beschreven in bijlage 1, tweede lid;

  • e. op verzoek van de Minister medewerking te verlenen aan het verspreiden van de resultaten van de op grond van deze regeling gesubsidieerde activiteiten;

  • f. niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan na afloop van het project openbaar te maken in een verslag dat naar het oordeel van de Minister van voldoende kwaliteit is.

  • g. een jaarlijkse voortgangsrapportage aan de Minister aan te leveren. Indien het project minder dan een jaar duurt, is dit de eindrapportage. Indien het project meer dan een jaar duurt is dit een tussentijdse rapportage.

  • h. een eindrapportage aan de Minister aan te leveren.

Artikel 14. Inwerkingtreding en horizonbepaling

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de voor die datum verleende subsidies.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling energietransitie binnenvaartmotoren 2026–2027.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

V.P.G. Karremans

Bijlage 1. Meetprotocol

Metingen in het kader van een project dat ziet op de activiteiten zoals in Artikel 3, 2e lid, a t/m c, moeten minimaal aan de volgende meet-vereisten voldoen:

  • 1. De gereguleerde emissies worden op basis van de in de NRMM-verordening voorgeschreven methodes1 gemeten door de beoogde goedkeuringsautoriteit erkende technische dienst.

  • 2. In aanvulling voor methanolprojecten, worden:

    • a. koolwaterstoffen (THC) gemeten volgens de in Euro 7 – Verordening2 voorgeschreven methodes, die aangepast worden voor methanol;

    • b. formaldehyde emissies (ongereguleerde emissies) gemeten volgens de volgende minimale vereisten:

      • i. zowel in het laboratorium als aan boord van het schip;

      • ii. de metingen worden uitgevoerd volgens continue methoden:

        • 1. Fourier Transform InfraRed spectroscopie (FTIR), of

        • 2. Quantum Cascade Laser InfraRed spectroscopie (QCL-IR); en

      • iii. de output van de resultaten wordt weergegeven in mg/kWh.

  1. Deze voorgeschreven methodes zijn te vinden in (EU) 2016/1628:– Artikel 18: Voorschriften betreffende uitlaatemissies voor EU-typegoedkeuring;– Artikel 24: Voor EU-typegoedkeuring vereiste tests;– Artikel 25: Verrichten van metingen en tests voor EU-typegoedkeuring.De meetmethode voor dual-fuel staat beschreven in (EU) 2017/654 BIJLAGE VIII ^ [1]
  2. VERORDENING (EU) 2024/1257 VAN HET EuropEES Parlement EN DE RAAD van 24 april 2024: Verordening – 2024/1257 – EN – EUR-Lex. ^ [2]