2.1. Algemeen
-
• Doelstelling controle op het jaarverslag
-
• Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole
-
• Materialiteitstabel
-
• Omgaan met afwijkingen (foutdefinities)
-
• Algemeen referentiekader
-
• Steunen op de werkzaamheden van een AK en gegevensgerichte werkzaamheden
2.1.1. Doelstelling controle op het jaarverslag
1 december 2023
In dit deel van het accountantsprotocol staat het jaarverslag 2025 centraal. Met ‘jaarverslag’
wordt in dit accountantsprotocol bedoeld: de jaarrekening, het bestuursverslag en
de andere gegevens (artikel 1 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES).
De grondslag voor het jaarverslag ligt voor de sector PO in artikel 125 van de WPO BES, voor de sector VO in artikel 5.46 en artikel 11.59 van de WVO 2020 en voor de sector MBO in artikel 2.3.1en 2.3.2 van de WEB BES.
De grondslag voor het jaarverslag voor de EOZ vastgelegd in artikel 7, lid 3, van de Regeling subsidie expertisecentra onderwijszorg CN.
De controleverklaring van de instellingsaccountant bij de jaarrekening betreft de
getrouwheid van de grootte en de samenstelling van het vermogen en het resultaat,
evenals de naleving van de wet- en regelgeving. Het oordeel omtrent de naleving van
wet- en regelgeving vloeit voort uit het voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid
van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. De instellingsaccountant
stelt verder vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en geen
materiële afwijkingen bevat.
2.1.2. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole
1 december 2023
Het begrip omvangsbasis geeft aan tegen welke omvang (bedrag) het percentage materialiteit
moet worden afgezet, bijvoorbeeld een bepaalde geldstroom of post in de verantwoording.
De te hanteren omvangsbases bij de controle van de jaarrekening zijn afhankelijk van
de te controleren massa: de totale publieke middelen en de bestedingen van de (geoormerkte)
aanvullende subsidies/bekostiging.
De instellingsaccountant voert zijn controle in overeenstemming met de Nederlandse
controlestandaarden en dit accountantsprotocol uit en richt in dat kader zijn controle
zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening
geen afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen met
een materieel belang. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken
gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95 procent.
2.1.3. Materialiteitstabel
1 december 2025
Een verklaring met een goedkeurende strekking met betrekking tot de rechtmatigheid
impliceert, dat gegeven de betrouwbaarheid, in de verantwoording geen afwijkingen
(als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen, die groter zijn dan
de percentages in de hieronder opgenomen materialiteitstabel:
Tabel 2.1.3a materialiteit rechtmatigheid
|
Soort controleverklaring
|
Goedkeurend
|
Met beperking
|
Oordeelonthouding of Afkeurend
|
|
Fouten in de verantwoording plus onzekerheden in de controle in % van de totale publieke
middelen
|
≤3%
|
> 3% en <5%
|
≥5%
|
De materialiteit is van toepassing voor het oordeel over de financiële rechtmatigheid
en de overige rechtmatigheid, tenzij sprake is van een specifieke uitvoeringsmaterialiteit.
Publieke middelen worden gedefinieerd in RJ 940.
In het accountantsprotocol wordt geen materialiteit meer voorgeschreven voor de getrouwheid.
Voor OCW is een maximale materialiteit van 2% van het totaal van de baten of 5% van
het balanstotaal aanvaardbaar. Het is de verantwoordelijkheid van de instellingsaccountant
om deze te bepalen met inachtneming van hetgeen hierover in de standaarden is opgenomen.
Uit toepassing van de standaarden blijkt dat het totaal van de baten in het algemeen
een passende benchmark is voor een onderwijsinstelling.
Voor elke post gelden voor de evaluatie van afwijkingen bij de oordeelvorming de materialiteit
op jaarrekeningniveau zoals opgenomen in de materialiteitstabelrechtmatigheid.
Voor alle in het accountantsprotocol genoemde posten, exclusief de hieronder opgenomen
posten, geldt een standaard rapportagegrens van 0,1% (van de totale publieke middelen).
De rapportagegrens geeft aan vanaf welke omvang fouten en onzekerheden gemeld moeten
worden aan OCW in het Verslag van Bevindingen. Zie verder omgaan met afwijkingen.
Voor de volgende posten/onderwerpen geldt een specifieke uitvoeringsmaterialiteit
(SM) en specifieke rapportagegrens (SR):
-
• Geoormerkte aanvullende subsidies / bekostiging met een bestedingsverplichting (3%
SM, 0% SR)
-
• Bezoldiging bestuurders (0% SM, 0% SR)
De afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) die bij deze controlewerkzaamheden
worden geconstateerd worden door de instellingsaccountant ook betrokken in de evaluatie
van de afwijkingen bij de oordeelvorming bij de jaarrekening als geheel.
2.1.4. Omgaan met afwijkingen (foutdefinities)
1 december 2022
Van een fout in de verantwoording is sprake indien naar aanleiding van de uitgevoerde
controle is gebleken dat een (gedeelte van een) post niet in overeenstemming is met
één of meer aspecten van de wet- en regelgeving. Fouten worden in absolute zin opgevat,
voor zover het de naleving van de wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten
is daarom niet toegestaan.
Van een onzekerheid in het onderzoek is sprake als er onvoldoende (controle-) informatie
beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken. Bijvoorbeeld
als onzekerheid bestaat over het wel of niet voldoen aan de wet- en regelgeving. Voor
een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de instellingsaccountant
fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert.
Het uitgangspunt is dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk door het bevoegd gezag
van de school, instelling of het EOZ moeten worden gecorrigeerd. Ten aanzien van fouten,
die betrekking hebben op rechtmatigheid geldt dat correctie veelal niet mogelijk is
omdat de besteding reeds plaats heeft gevonden.
Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten en onzekerheden geldt voor de
accountantscontrole van de jaarrekening:
-
• Ten aanzien van het getrouwe beeld van de jaarrekening hoeft het bevoegd gezag van
de school, instelling of het EOZ fouten en onzekerheden met een gezamenlijk financieel
belang beneden de materialiteit niet te corrigeren en de instellingsaccountant hoeft
ze niet te rapporteren. Het effect op de vermogenspositie (de belangrijkste informatievraag
van OCW) is namelijk gering.
-
• Met betrekking tot de financiële rechtmatigheid wordt onderscheid gemaakt tussen materiële
en niet-materiële fouten en onzekerheden. Het bevoegd gezag van de school, instelling
of het EOZ corrigeert voor zover mogelijk geconstateerde fouten. Het bevoegd gezag
kan echter dergelijke fouten meestal niet corrigeren. De instellingsaccountant informeert
het bestuur en de interne toezichthouder hierover conform de geldende beroepsvoorschriften.
Materiële fouten en onzekerheden (d.w.z. fouten en onzekerheden groter dan de materialiteit)
hebben invloed op de strekking van de controleverklaring en worden uit dien hoofde
in de controleverklaring toegelicht. Ten aanzien van niet-materiële fouten en onzekerheden
(d.w.z. fouten en onzekerheden kleiner dan de materialiteit) stelt de instellingsaccountant
een verslag van bevindingen op zoals opgenomen in Accountantsproducten / Rapportering
met inachtneming van de geldende rapportagegrens.
2.1.5. Algemeen referentiekader
1 januari 2014
In het accountantsprotocol is op het hoogste niveau het referentiekader opgenomen.
Met betrekking tot een aantal posten en/of stromen is in dit accountantsprotocol ook
een aantal specifieke criteria opgenomen die voortvloeien uit de wet- en regelgeving.
De beroepsvoorschriften voor instellingsaccountants zoals opgenomen in de Nadere Voorschriften
Controle- en Overige Standaarden (NV COS) zijn altijd onderdeel van de controlecriteria.
2.1.6 Steunen op de werkzaamheden van een AK en gegevensgerichte werkzaamheden
1 december 2018
Schoolbesturen hebben in veel gevallen hun administratie uitbesteed aan een administratiekantoor
(AK). De AK’s verrichten ten behoeve van deze schoolbesturen en de onder hen ressorterende
scholen veelal de financiële-, personele- en salarisadministratie en vervaardigen
de jaarrekening van de besturen. Het bevoegd gezag van de school, instelling of het
EOZ levert daartoe zijn primaire vastleggingen (inkoopfacturen, mutaties ten aanzien
van in- en uitdiensttredingen en andere mutaties in salarissen) aan de AK’s, de AK’s
verrichten hierop controle op o.a. deugdelijkheid en autorisatie en verwerken deze.
Op onder andere deze controles en op verwerkingscontroles van AK’s steunen instellingsaccountants
bij de controle van de jaarrekening en het onderzoek naar de bekostigingsgegevens.
Bij de toepassing van risicoanalyse bij de accountantscontrole dient de instellingsaccountant
voor het bepalen van de aard en omvang van het risico van een afwijking van materieel
belang onder andere kennis te verkrijgen van de entiteit en haar omgeving. Onder de
entiteit wordt hier, ook in geval van een AK-gerichte aanpak, de organisatie van de
school en het schoolbestuur verstaan. De interne beheersingsomgeving wordt in geval
van een AK-gerichte aanpak hoofdzakelijk op het niveau van een administratiekantoor
(en niet per afzonderlijk schoolbestuur) ingericht. De instellingsaccountant toetst
daarom op dit niveau of hij kan steunen op de getroffen maatregelen van interne beheersing.
(Een en ander hoeft niet te betekenen dat iedere afzonderlijke school in de systeemcontrole
dient te worden betrokken). Bij de toetsing van de maatregelen van IB dient hij rekening
te houden met verschillen in de zogenaamde ‘service level agreement’ tussen het AK
en de individuele besturen. Ook dient hij na te gaan of de controle van het AK alle
rechtmatigheidsaspecten van het accountantsprotocol raakt. Indien dit niet het geval
is zal de instellingsaccountant ook andere controles (dan gericht op het AK) moeten
verrichten.
Ongeacht het ingeschat risico van een afwijking van materieel belang en ongeacht de
keuze voor hetzij een bestuur-gerichte, hetzij een AK-gerichte controleaanpak, dient
de instellingsaccountant gegevensgerichte werkzaamheden op te zetten en uit te voeren
voor elke transactiestroom, post van de jaarrekening en elk onderdeel van de toelichting
op de jaarrekening van materieel belang.
Dit laatste is van toepassing voor alle sectoren, zowel t.b.v. de getrouwheid als
de financiële rechtmatigheid op het niveau van de betreffende jaarrekening. Het is
aan de instellingsaccountant om hier door opvolging van de beroepsvoorschriften adequate
invulling aan te geven en die werkzaamheden te kiezen die passend zijn bij de specifieke
omstandigheden.
Voorbeelden van gegevensgerichte werkzaamheden voor personele kosten door de instellingaccountant
zijn:
-
• Kritische analyse van de formatieoverzichten en de verzamelloonstaat. In deze analyse
kunnen worden betrokken: salarisschalen, de omvang en samenstelling van eventuele
niet norm-functies binnen de formatie, de betrekkingsomvang van de dienstbetrekkingen
en ongebruikelijke beloningen. Deze analyse wordt uitgevoerd op bestuursniveau.
-
• Uitvoeren van een cijferbeoordeling op de personele kosten, in relatie tot de begroting
en de jaarrekening van het voorgaande jaar. Bij sterke fluctuaties en ongebruikelijke
saldi controleert de instellingsaccountant met detailstukken. De cijferbeoordeling
vindt plaats op bestuursniveau.
2.5. Controleverklaring bij het jaarverslag
Algemeen
1 december 2025
In deze paragraaf is de voorgeschreven tekst voor een goedkeurende controleverklaring
opgenomen. Ten tijde van het opstellen van dit protocol is de voorbeeldtekst aangepast
aan de meest recente NBA-voorbeeldtekst, gebaseerd op de geldende standaarden. De
NBA raadt het gebruik van de meest recente NBA-voorbeeldtekst aan. Indien nodig past
de accountant onderstaande voorbeeldtekst aan naar de van toepassing zijnde NBA-voorbeeldtekst
op het moment van afgifte van de controleverklaring. De opgenomen voorbeeldtekst is
ontleend aan de NBA-voorbeeldtekst Sectie II Voorbeeldrapportages 1.10.5 ‘Controleverklaring
volgens het onderwijsaccountantsprotocol’.
Als de instellingsaccountant op grond van de bevindingen een andere dan een goedkeurende
verklaring afgeeft, moet de accountant een afwijkende tekst hanteren. Het feit dat
de accountant een andere dan een goedkeurende verklaring heeft afgegeven, gebruik
maakt van een paragraaf ter benadrukking van aangelegenheden en/of paragraaf inzake
overige aangelegenheden moet de accountant vermelden op het zogenoemde Aanbiedingsformulier,
dat bij de indiening van de jaarrekening bij DUO moet worden gebruikt.
Ook geeft de instellingsaccountant op het Aanbiedingsformulier aan of er een afzonderlijk
verslag van bevindingen (zie paragraaf 1.1.3) is opgesteld.
Als de instellingsaccountant een andere dan een goedkeurende verklaring afgeeft, dan
sluit de accountant voor wat betreft de oordeelsparagraaf aan bij de teksten van deel
3 sectie II van de HRA (deel Voorbeeldteksten), uitgegeven door de NBA.
Indien het bevoegd gezag rijksbekostiging ontvangt voor meerdere sectoren op grond
van meerdere wetten, dan wordt in de controleverklaring verwezen naar de wetten, op
grond waarvan dan een jaarrekening aan het ministerie wordt verstrekt.
Instellingsaccountants kunnen vrijwillig gebruik maken van de uitgebreidere controleverklaring(zie
Standaard 700.31) in overleg met de betreffende instelling. Hiervoor zijn optionele
passages in de voorbeeldverklaring opgenomen. Bij toepassing van de uitgebreidere
controleverklaring volgt de instellingsaccountant de aanwijzingen in de beroepsstandaarden.
Inmiddels is het ook mogelijk om op basis van vrijwilligheid een paragraaf ‘Controle-aanpak
fraude risico’s’ en een paragraaf ‘Controleaanpak continuïteit’ op te nemen. Bij toevoeging
van deze passages volgt de accountant de aanwijzingen in de beroepsstandaarden (zie
Standaard 700.29A tot en met 700.29D).
Voorbeeldtekst goedkeurende controleverklaring
Dit voorbeeld is voor een enkelvoudige jaarrekening (inclusief eventueel groepsrelaties), ingeval
sprake is van een geconsolideerde jaarrekening met een enkelvoudige jaarrekening,
dan dient de voorbeeldtekst daar conform de beroepsvoorschriften op aangepast te worden.
1 december 2025
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: De raad van toezicht*7) van ... (naam entiteit)*2)
A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025
Ons oordeel*1)
Wij hebben de jaarrekening 2025 van ... (naam entiteit)*2) te ... (statutaire vestigingsplaats) gecontroleerd.
Naar ons oordeel:
-
• geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte
en de samenstelling van het vermogen van ... (naam entiteit)*2) op 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES en de richtlijnen jaarverslaggeving (RJ);
-
• zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties
over 2025 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen
in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen,
zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het Onderwijsaccountantsprotocol
OCW BES 2025.
De jaarrekening bestaat uit:
-
(1) de balans per 31 december 2025;
-
(2) de staat van baten en lasten over 2025; en
-
(3) de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving
en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de
Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2025 vallen.
Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden
voor de controle van de jaarrekening’.
Wij zijn onafhankelijk van ... (naam entiteit)*2), zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij
assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijksregels
in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels
accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is
als basis voor ons oordeel.
Informatie ter ondersteuning van ons oordeel*13)
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de
jaarrekening als geheel en de rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde
baten en lasten alsmede balansmutaties en bij het vormen van ons oordeel hierover.
Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten
in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
[Optioneel:
Materialiteit*5)
Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de
getrouwheid van de jaarrekening als geheel bepaald op € .... De materialiteit is gebaseerd
op ...(nader in te vullen % van de totale baten of het balanstotaal).
De materialiteit voor de financiële rechtmatigheid is bepaald op € ..., deze materialiteit
is gebaseerd op 3% van de totale publieke middelen, zoals voorgeschreven in paragraaf
2.1.3 Materialiteitstabel van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2025. In deze
paragraaf van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2025 zijn tevens voor diverse
posten/onderwerpen een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens opgenomen,
die wij hebben toegepast.
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze
mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.
Wij zijn met de raad van toezicht*7) overeengekomen dat wij aan de raad*7) tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € ... rapporteren alsmede
kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.]
[Optioneel:
Reikwijdte van de groepscontrole*6)
... (naam entiteit)*2) staat aan het hoofd van een groep van organisaties. De financiële informatie van
deze groep is opgenomen in de jaarrekening van ... (naam entiteit)*2).
Op basis van onze risico-inschatting hebben we de aard, timing en omvang van de uit
te voeren controlewerkzaamheden bepaald, inclusief de groepsonderdelen waar controlewerkzaamheden
worden uitgevoerd. [Verder uitleggen met bijvoorbeeld:
-
–
Hoe aard, timing en omvang van de controlewerkzaamheden is bepaald;
-
–
Hoe de communicatie met accountants van groepsonderdelen geregeld is (indien van toepassing);
-
–
Het effect van de groepsstructuur op de reikwijdte. De controleaanpak van een groep
die bestaat uit autonome dochtermaatschappijen kan verschillen van de aanpak die wordt
toegepast op een groep die bestaat uit een aantal niet-autonome divisies;
-
–
De aard en omvang van de betrokkenheid van de groepsaccountant bij de werkzaamheden
van de accountant van het groepsonderdeel (bijvoorbeeld het aantal bezochte locaties
door de accountant als onderdeel van het totale aantal locaties en de onderliggende
beweegreden voor elk bezoekprogramma);
-
–
Soort procedures die de groepsaccountant zelf heeft verricht op groepsonderdelen en
in het kader van de aansturing van en het toezicht op accountants van groepsonderdelen
en de beoordeling van hun werkzaamheden.]
Door bovengenoemde werkzaamheden bij (groeps)onderdelen, gecombineerd met aanvullende
werkzaamheden op groepsniveau, hebben wij voldoende en geschikte controle-informatie
met betrekking tot de financiële informatie van de groep verkregen om een oordeel
te geven over de jaarrekening.]
Controleaanpak frauderisico's*14)
De mate van detail die in de controleverklaring moet worden verschaft om te beschrijven
op welke wijze op frauderisico's die kunnen leiden tot een afwijking van materieel
belang tijdens de controle is ingespeeld is een kwestie van professionele oordeelvorming
en wordt aangepast aan de specifieke omstandigheden en complexiteit van de controle.
In overeenstemming met paragraaf 29B van Standaard 700 kan de accountant het volgende
omschrijven:
-
•
de frauderisico's die aandacht vereisten bij de controle;
-
•
een verwijzing naar eventuele toelichtingen in de financiële overzichten;
-
•
een kort overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden;
-
•
een indicatie van de uitkomst van de werkzaamheden van de accountant;
-
•
belangrijke waarnemingen met betrekking tot de aangelegenheid.
Of een combinatie van deze elementen.
*15)
Controleaanpak continuïteit*16)
De mate van detail die in de controleverklaring moet worden verschaft om te beschrijven
op welke wijze de accountant heeft ingespeeld op de geschiktheid van het hanteren
door het management van de continuïteitsveronderstelling bij het opstellen en presenteren
van de financiële overzichten en op gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel
kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de entiteit om haar continuïteit te
handhaven is ingespeeld is een kwestie van professionele oordeelvorming en wordt aangepast
aan de specifieke omstandigheden en complexiteit van de controle. In overeenstemming
met paragraaf 29A van Standaard 700 kan de accountant het volgende omschrijven:
-
•
de aangelegenheden die aandacht vereisten bij de controle;
-
•
een verwijzing naar eventuele toelichtingen in de financiële overzichten;
-
•
een kort overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden;
-
•
een indicatie van de uitkomst van de werkzaamheden van de accountant;
-
•
belangrijke waarnemingen met betrekking tot de aangelegenheid.
Of een combinatie van deze elementen.
*17)
[Optioneel: De kernpunten van onze controle*8)
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele
oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten
van onze controle hebben wij met de raad van toezicht*7) gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.
Paraafkop per kernpunt
De beschrijving van elk afzonderlijk kernpunt bevat de volgende elementen:
-
•
een beschrijving van het kernpunt;
-
•
een samenvatting van de uitgevoerde controlewerkzaamheden;
-
•
indien relevant, belangrijke opmerkingen met betrekking tot het kernpunt; en
-
•
indien relevant, een verwijzing naar de toelichting of vermelding in het jaarverslag.]
[Optioneel:
Benoeming*9)
Wij zijn door de raad van toezicht*7) op dd-mm-jjjj (datum eerste benoeming) benoemd als accountant van ... (naam entiteit)*2) vanaf de controle van het boekjaar XXXX en zijn sinds dat boekjaar tot nu toe de externe
accountant.]
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Het jaarverslag omvat andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring
daarbij. De andere informatie bestaat uit:
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
-
• met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiele afwijkingen bevat;
-
• alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, de RJ en op grond van de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen,
zoals opgenomen in paragraaf ‘2.2.3 Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol
OCW BES 2025 is vereist.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons
begrip verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole en anderszins, overwogen of de andere
informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, de RJ, paragraaf ‘2.2.3 Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW
BES 2025 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde
diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder
het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, de RJ en de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen
in paragraaf ‘2.2.3 Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES
2025.
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Verantwoordelijkheden van het bestuur*4) en de raad van toezicht*7) voor de jaarrekening
Het bestuur*4) is verantwoordelijk voor het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening,
in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES en de richtlijnen jaarverslaggeving (RJ).
Het bestuur*4) is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening
verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de
in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen zoals opgenomen in paragraaf
‘2.3.1 Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2025.
In dit kader is het bestuur*4) tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur*4) noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante
wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als
gevolg van fraude of fouten.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur*4) afwegen of de onderwijsinstelling in staat is om haar activiteiten in continuïteit
voort te zetten. Op grond van de regeling jaarverslaggeving onderwijs BES en de richtlijnen jaarverslaggeving (RJ) moet het bestuur*4) de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het
bestuur*4) het voornemen heeft om de onderwijsinstelling*2) te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische
alternatief is. Het bestuur*4) moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan
of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten
in de jaarrekening.
De raad van toezicht *7) is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële
verslaggeving van de onderwijsinstelling.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht,
dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door
ons af te geven oordeel, als bedoeld in ... *3).
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid
waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fraude
of fouten ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien
redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed
kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening
nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden
en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. *10)
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar
relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse
controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW BES 2025, ethische voorschriften
en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
-
• het identificeren en inschatten van de risico’s
-
○ dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of
fouten,
-
○ van het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede balansmutaties,
die van materieel belang zijn
het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en
het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor
ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet
ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning,
valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk
verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
-
• het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle
met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden.
Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit
van de interne beheersing van de onderwijsinstelling;
-
• het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving,
de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid
van schattingen door het bestuur*4) en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
-
• het vaststellen dat de door het bestuur*4) gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van
de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden
zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten
in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel
belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen
op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen
inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd
op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.
Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een instelling
haar continuïteit niet langer kan handhaven;
-
• het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin
opgenomen toelichtingen, en
-
• het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties
en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede
balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn
gekomen.
Wij zijn verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van de groepscontrole om voldoende
en geschikte controle-informatie te verkrijgen met betrekking tot de financiële informatie
van de entiteiten of bedrijfsonderdelen binnen de groep als basis voor het vormen
van een oordeel over de jaarrekening. Tevens zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing
van, het toezicht op en de beoordeling van de controlewerkzaamheden die in het kader
van de groepscontrole zijn uitgevoerd. Wij dragen de volledige verantwoordelijkheid
voor onze controleverklaring. *11)
Wij communiceren met de raad van toezicht*7) onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante
bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante
tekortkomingen in de interne beheersing.
Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle
zaken die wij met de raad van toezicht*7) hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij
dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden
wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.*12)
Plaats en datum
.... (naam accountantspraktijk)
.... (naam accountant)
*1) Wanneer op een van de twee onderwerpen een aanpassing van het oordeel van toepassing
is, kunnen twee kopjes worden gebruikt. Bijvoorbeeld ‘Ons oordeel betreffende de getrouwheid
van de jaarrekening’ en ‘Ons oordeel met beperking betreffende de rechtmatigheid’.
*2) Ingeval van een school zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid in de sector PO
vervangen door ‘de openbaar lichaam scho(o)l(en) voor primair onderwijs zonder zelfstandige
rechtspersoonlijkheid van het openbaar lichaam... (naam openbaar lichaam)’. Ingeval
sector VO is ‘naam entiteit’ te lezen als ‘naam bevoegd gezag’.
*3) Opnemen hetgeen van toepassing is:
-
–
artikel 125, vierde lid, van de Wet primair onderwijs BES;
-
–
artikel 6.19, lid 3, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;
-
–
artikel 2.3.1, vierde lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;
-
–
artikel 7, vijfde lid, van de Regeling subsidie expertisecentra onderwijszorg CN.
*4) Ingeval van een school zonder zelfstandige rechtspersoonlijkheid in de sector PO
of een school in de sector VO ’bestuur van de entiteit’ vervangen door ‘het bevoegd
gezag van de scho(o)l(en)’.
*5) Deze tekst kan specifiek gemaakt worden. Bij organisaties niet zijnde oob’s of andere
beursgenoteerde organisaties of bij controle van andere objecten dan financiële overzichten
voor algemene doeleinden is de paragraaf over materialiteit facultatief.
*6)
Deze tekst kan specifiek gemaakt worden. Wanneer geen sprake is van een groepscontrole
kan deze paragraaf vervallen. Bij organisaties niet zijnde oob’s of andere beursgenoteerde
organisaties of bij controle van andere objecten dan financiële overzichten voor algemene
doeleinden is de paragraaf over de reikwijdte van de groepscontrole facultatief.
*7) Voor een instelling op grond van de WPO BES, is dit de intern toezichthouder of
het intern toezichthoudend orgaan (zoals bedoeld in WPO BES, artikel 23, 24 en 25).
Voor een instelling op grond van de WVO 2020, is dit de intern toezichthouder of het
intern toezichthoudende orgaan (zoals bedoeld in WVO 2020, artikel 3.1 en 3.3). In
de tekst van de controleverklaring dient ‘opdrachtgever’ of ‘raad van toezicht’ vervangen
te worden door ‘intern toezichthouder’ of ‘intern toezichthoudend orgaan’.
*8)
Deze tekst kan specifiek worden gemaakt. Bij organisaties niet zijnde oob’s of andere
beursgenoteerde organisaties of bij controle van andere objecten dan financiële overzichten
voor algemene doeleinden is de paragraaf over de kernpunten van de controle facultatief.
Ingeval de accountant ervoor kiest deze passage op te nemen is hij ook verplicht de
paragrafen over materialiteit en, in voorkomend geval, over de reikwijdte van de groepscontrole
op te nemen.
*9) Deze alinea is optioneel, en wordt opgenomen ingeval de accountant het nodig acht
(standaard 706.10)
*10) De tekst hierna, vanaf de laatste alinea vóór de bulletsgewijze opsomming, kan worden
weggelaten bij verwijzing naar een bijlage waarin deze tekst wordt opgenomen.
*11)Deze alinea kan worden verwijderd wanneer geen sprake is van een groepscontrole zoals
gedefinieerd in Standaard 600.
*12) Bij entiteiten niet zijnde oob’s of andere beursgenoteerde ondernemingen of bij controle
van andere objecten dan financiële overzichten voor algemene doeleinden is deze passage
facultatief. Wanneer bij niet-oob’s toch kernpunten van de controle in de controleverklaring
voorkomen, is deze passage wel verplicht.
*13)
Deze paragraafkop samen met de bijbehorende alinea, is een voorbeeld om tegemoet te
komen aan de vereisten inzake een inleidende tekst met betrekking tot de beschrijving
van de controleaanpak continuïteit, de controleaanpak frauderisico's en de kernpunten
van de controle op grond van Standaard 700, paragraaf 29C respectievelijk Standaard
701, paragraaf 11 (b). De accountant kan het passend achten om op een alternatieve
wijze tegemoet te komen aan de hiervoor genoemde vereisten.
Indien de beschrijving van de 'controleaanpak continuïteit' wordt geïntegreerd in
de sectie die de rapportagevereisten in paragraaf 22 van Standaard 570 behandelt (Materiële
onzekerheid over de continuïteit), kan bijvoorbeeld aan Standaard 700, paragraaf 29C
respectievelijk 701, paragraaf 11 (b) tegemoet worden gekomen door in de tweede zin
niet alleen naar 'Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel' te verwijzen,
maar ook naar 'Bovenstaande informatie met betrekking tot onze controleaanpak continuïteit
en onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel'.
*14)
Voor oob's vereist voor boekjaren die zijn aangevangen op of na 15 december 2020.
Voor wettelijke controles van niet-oob's vereist voor boekjaren die zijn aangevangen
op of na 15 december 2021. Eerdere toepassing wordt aanbevolen. (NB niet verplicht
voor onderwijsinstellingen)
*15)
Indien er frauderisico's zijn die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang
die van de accountant geen significante aandacht vereisten bij het uitvoeren van de
controle [zie ook de toepassingsgerichte en overige verklarende teksten bij Standaard
701, paragraaf 9(a), waaronder A21], heeft de accountant de mogelijkheid om werkzaamheden
en uitkomsten en/of waarnemingen in verkorte vorm op te nemen.
*16)
Vereist voor wettelijke controles van boekjaren die zijn aangevangen op of na 15 december
2021. Deze verplichting geldt voor wettelijke controles als bedoeld in artikel 1 van
de Wta. Bij andere controles kan deze rapportering vrijwillig worden toegepast. (NB
niet verplicht voor onderwijsinstellingen)
Op deze plaats beschrijven wij de controle-aanpak continuïteit als er géén sprake
is van de situatie zoals bedoeld in Standaard 570 paragraaf 22 (materiële onzekerheid
over de continuïteit) en evenmin sprake is van onzekerheid over continuïteit ('close
call', zie Stappenplan rapporteren over continuïteit, scenario 2.2). In het laatste
geval ligt het voor de hand om dit te beschrijven als een kernpunt van onze controle.
Zie ook het continuïteitscontinuüm in de NBA Continuïteitsgids en het Stappenplan
rapporteren over continuïteit (scenario 1 en 2.1).
*17) Indien er geen gebeurtenissen of omstandigheden bestaan die gerede twijfel kunnen
doen ontstaan over de mogelijkheid van de entiteit om haar continuïteit te handhaven
die van de accountant significante aandacht vereisten bij het uitvoeren van de controle
heeft de accountant de mogelijkheid om werkzaamheden en uitkomsten en/of waarnemingen
in verkorte vorm op te nemen.