Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (taxivervoer) 2026

Geraadpleegd op 19-03-2026.
Geldend van 18-03-2026 t/m heden.

Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 17 februari 2026, nr. ILT-2025/544208, over vaststelling van boetebedragen voor overtredingen van de Arbeidstijdenwet met betrekking tot taxivervoer (Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (taxivervoer) 2026)

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 10:7, zesde lid, tweede volzin, van de Arbeidstijdenwet en artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUITEN:

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • eerste bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die geen tweede bedrijfsinspectie of volgende bedrijfsinspectie is;

  • eerste transportinspectie: transportinspectie die geen tweede of volgende transportinspectie is;

  • taxivervoer: taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000; tweede bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste bedrijfsinspectie, waarbij de eerste bedrijfsinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de huidige bedrijfsinspectie aanvangt;

  • tweede transportinspectie: transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste transportinspectie waarbij de eerste transportinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;

  • volgende bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer bedrijfsinspecties, waarbij ten minste twee van deze bedrijfsinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de bedrijfsinspectie aanvangt;

  • volgende transportinspectie: transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer transportinspecties, waarbij ten minste twee van deze transportinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;

  • zelfstandige: persoon als bedoeld in artikel 2:7 van de Arbeidstijdenwet.

Artikel 2. Toepassingsgebied

Deze beleidsregel is van toepassing op elke als zodanig aangemerkte overtreding van het bij of krachtens de Arbeidstijdenwet bepaalde met betrekking tot taxivervoer of direct daarmee samenhangende werkzaamheden, voor zover daarvoor op grond van de Arbeidstijdenwet een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

Artikel 3. Berekening van de bestuurlijke boete

  • 2 Bij het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in beginsel uitgegaan van een normale verwijtbaarheid als bedoeld in het derde lid, onder b.

  • 3 Het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermenigvuldigd met de factor:

    • a. 0,50, indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid;

    • b. 1,00, indien sprake is van normale verwijtbaarheid;

    • c. 1,50, indien sprake is van grove schuld; en

    • d. 2,00, indien sprake is van opzet.

  • 4 Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval de volgende omstandigheden meegewogen:

    • a. eerdere interventies of overtredingen;

    • b. andere overtredingen in de controleperiode;

    • c. het met de overtreding behaalde voordeel;

    • d. de impact of duur van de overtreding;

    • e. of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.

  • 5 In bijlage 2 bij deze beleidsregel staan de overtredingen waarvoor bij de toepassing van het eerste lid direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en de overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven en pas nádat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.

Artikel 4. Cumulatie bestuurlijke boetes

Onverminderd de artikelen 5, 6, 7 en 8 bestaat de bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete, in geval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen overeenkomstig artikel 3.

Artikel 5. Maximering boete werknemers

Aan werknemers wordt per boetebeschikking per boetefeit maximaal één boete opgelegd.

Artikel 6. Maximum aantal werknemers

Bij een bedrijfsinspectie bedraagt het maximaal in het boeterapport of proces-verbaal op te nemen aantal personen ter zake waarvan een of meer overtredingen zijn vastgesteld, voor een werkgever met:

  • a. minder dan 25 werknemers: 3;

  • b. 25 of meer, maar minder dan 50 werknemers: 6;

  • c. 50 of meer, maar minder dan 100 werknemers: 9;

  • d. 100 of meer werknemers: 12.

Artikel 7. Boete bij een bedrijfsinspectie

  • 1 De boete die per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een eerste bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste het in de tabel opgenomen percentage van het in artikel 10:7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, bedoelde bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

    Zelfstandige/ aantal werknemers

    verminderde verwijtbaarheid

    normale verwijtbaarheid

    grove schuld

    opzet

    Zelfstandige

    1,5%

    3%

    4,5%

    6%

    1 t/m 4

    3%

    6%

    9%

    12%

    5 t/m 24

    4,5%

    9%

    13,5%

    18%

    25 t/m 49

    9%

    18%

    27%

    36%

    50 t/m 99

    18%

    36%

    54%

    72%

    100 of meer

    36%

    54%

    90%

    108%

  • 2 Indien meerdere overtredingen zijn vastgesteld met verschillende maten van verwijtbaarheid, wordt bij toepassing van het eerste lid uitgegaan van de ernstigste mate van verwijtbaarheid die is vastgesteld bij de begane overtredingen, overeenkomstig artikel 3, derde lid, van deze beleidsregel.

  • 3 De boete die per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een tweede bedrijfsinspectie aan de werkgever of aan de zelfstandige bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat op grond van het eerste en tweede lid kan worden opgelegd.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu,

A.A. Aartsen

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.N.J. Nobel

Bijlage 1. Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete taxivervoer (boetecatalogus) (bijlage als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (taxivervoer) 2026)

Voor de toepassing van deze boetecatalogus wordt verstaan onder:

Feitcode

Overtreden bepaling

Omschrijving overtreding

Norm-adressaat

Boete in C

Direct beboetbaar bij transport inspectie

1. REGISTRATIE EN BEWAARPLICHT

A 4.3 (1)

wg

art. 4:3, eerste lid, Atw

Het niet voeren van een deugdelijke registratie door een werkgever ter zake van de arbeids- en rusttijden welke het toezicht op de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen mogelijk maakt

Werkgever

2.100,–

Nee

A 4.3 (1)

zs

Art. 4:3, eerste lid, Atw

Het niet voeren van een deugdelijke registratie door een persoon als bedoeld in art. 2:7, eerste lid, Atw ter zake van de arbeids- en rusttijden welke het toezicht op de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen mogelijk maakt

Zelfstandige

1.300,–

Nee

2. BOORDCOMPUTER TAXI

B 2.4:2

(15) zs

art. 2.4:2, eerste lid, Atbv

Geen of incorrect gebruik gemaakt van het controlemiddel

Zelfstandige

1.300,–

Ja

B 2.4:2

(15) wg

art. 2.4:2, eerste lid, Atbv

Geen of incorrect gebruik gemaakt van het controlemiddel

Werkgever

2.100,–

Ja

B 2.4:2

(16) wg

art. 2.4:2, tweede lid, Atbv jo art. 18, eerste lid, RGBCT

Niet voldoen aan registratieverplichtingen vervoerder en bestuurder ingeval van storing dan wel wanneer het controlemiddel buiten gebruik is

Werkgever

2.100,–

Ja

B 2.4:2

art. 2.4:2, tweede lid, Atbv jo art. 18, eerste

Niet voldoen aan registratieverplichtingen

Zelfstandige

1.300,–

Ja

(16) zs

lid, RGBCT

vervoerder en bestuurder ingeval van storing dan wel wanneer het controlemidddel buiten gebruik is

     

B 2.4:2

(17) vv

art. 79, vierde lid, Bp 2000 en art. 83b, tweede lid aanhef en onder c, Bp 2000.

Niet voldoen aan registratieverplichting vervoerder middels het controlemiddel

Vervoerder

2.100,–

Ja

B 2.4:2

(17) zs

Art. 79, vierde lid, Bp 2000 en art. 83b, tweede lid aanhef en onder c, Bp 2000.

Niet voldoen aan registratieverplichting vervoerder middels het controlemiddel

Zelfstandige

1.300,–

Ja

B 2.4:2

(18) zs

art. 80, vierde lid, Bp 2000, jo art. 16, achtste lid en art. 19, eerste, tweede en derde lid, RGBCT

Niet overbrengen gegevens door vervoerder, zelfstandige en bestuurder

Zelfstandige

450,–

Nee

B 2.4:2

(18)

art. 80, vierde lid, Bp 2000, jo art. 16, achtste lid en art. 19, eerste, tweede en derde lid, RGBCT

Niet overbrengen gegevens door vervoerder, zelfstandige en bestuurder

Werkgever

900,–

Nee

B 2.4:2

(19)

art. 83, achtste lid en onder b, Bp 2000

Onjuist gebruik keuringskaart,

i.v.m. art. 10 Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi

Erkenning-houder

1.100,–

Ja

B 2.4:2

(20)

art. 83, achtste lid en onder b, Bp 2000

Onjuiste melding art. 15, tweede lid RGBCT

Erkenning-houder

500,–

Ja

B 2.4:2

(21)

art. 83, achtste lid en onder b, Bp 2000 jo art. 15, vierde lid, RGBCT

Niet terugsturen ingetrokken keuringskaart

Erkenning-houder

500,–

Ja

3. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 10 UUR, INDIEN VERKORTING NIET IS TOEGESTAAN

B 2.5:1

(la)

art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv

Indien verkorting niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 10 uur

Werkgever/ Zelfstandige

100,–

Ja

B 2.5:1

(2a)

art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv

Indien verkorting niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 9 uur

Werkgever/ Zelfstandige

200,–

Ja

B 2.5:1

(3a)

art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv

Indien verkorting niet is toegestaan; dagelijkse rust

Werkgever/ Zelfstandige

550,– +

100,– per

Ja

   

minder dan 8 uur

 

uur te kort

 

4. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 8 UUR, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN

B 2.5:1

(4a)

art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv

Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 8 uur

Werkgever/ Zelfstandige

100,–

Ja

B 2.5:1

(6a)

art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv

Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 7 uur

Werkgever/ Zelfstandige

550,– +

100,– per uur te kort

Ja

5. ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 72 UUR

B 2.5:1

(16) T

art. 2.5:1, zesde lid en onder b, Atbv

Wekelijkse rust tussen de 72 en 36 uur.

Werkgever/ Zelfstandige

75,–

Ja

B 2.5:1

(17) T

art. 2.5:1, zesde lid en onder b, Atbv

Wekelijkse rust minder dan 36 uur.

Werkgever/ Zelfstandige

150,–

Ja

6.PAUZE

B 2.5:6

(7)

art. 2.5:6, eerste lid, Atbv

Bestuurder handelt niet conform art. 5.4, tweede en derde lid, Atw (Pauze)

Werkgever/ Zelfstandige

100,–

Ja

7. ARBEIDSTIJDEN

B 2.5:7

(1)

art. 2.5:7, zesde lid, Atbv

arbeidstijd van meer dan 60 uren per week, meer dan 12 uren per dienst of meer dan gemiddeld 48 uren per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken.

Werkgever/ Zelfstandige

200,–

N.V.T.

Bijlage 2. Overtredingen waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd alsmede waarvoor eerst wordt gewaarschuwd (bijlage als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (taxivervoer) 2026)

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

  • KI: Kleine inbreuken, inbreuken waarvoor een normbedrag tussen € 0,– € 149,– geldt;

  • BI: Belangrijke inbreuk, inbreuken waarvoor een normbedrag tussen€ 150,– € 449,– geldt;

  • HBI: Heel belangrijke inbreuk, inbreuken waarvoor een normbedrag tussen€ 450,– € 1.299,99 geldt;

  • MBI: Meest belangrijke inbreuk, inbreuken waarvoor een normbedrag boven € 1.300,– geldt.

Transportinspectie

Bij een transportinspectie wordt voor de volgende overtredingen direct een bestuurlijke boete opgelegd:

De overtredingen ter zake van rusttijden:

  • dagelijkse rusttijdovertredingen;

  • wekelijkse rusttijdovertredingen indien cumulatie van het normbedrag, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel, leidt tot een HBI of MBI.

De overtredingen ten aanzien van registratiemiddelen:

  • het niet aanwezig zijn van registratie- en controlemiddelen;

  • het onjuist gebruik van registratie- en controlemiddelen;

  • het misbruik van registratie- en controlemiddelen;

  • het niet aangeven van 'belangrijke gegevens' op een registratiemiddel, waarmee wordt bedoeld gegevens die achteraf eenvoudig kunnen worden gewijzigd.

Bij een transportinspectie wordt voor de volgende overtredingen eerst gewaarschuwd: De overtredingen ter zake van pauzenormen;

De overtredingen ter zake van de wekelijkse rusttijd, indien cumulatie van het normbedrag, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel, leidt tot een KI of BI.

Bedrijfsinspectie

Bij een bedrijfsinspectie worden de meest belangrijke inbreuken en de heel belangrijke inbreuken direct beboet bij een eerste bedrijfsinspectie. Voor de overige overtredingen wordt eerst een waarschuwing gegeven. Bij een tweede bedrijfsinspectie worden tevens de belangrijke inbreuken direct beboet, voor de kleine inbreuken wordt nog een waarschuwing gegeven. Vanaf een volgende bedrijfsinspectie worden alle overtredingen direct beboet.