Tijdelijk beleidskader voor de bestrijding van drones

[Regeling vervalt per 01-07-2026.]
Geraadpleegd op 19-03-2026.
Geldend van 18-03-2026 t/m heden.

Tijdelijk beleidskader van de Minister van Justitie en Veiligheid van 19 december 2025, kenmerk 7020757, voor het bestrijden van onbemande luchtvaartuigen (drones) (Tijdelijk beleidskader voor de bestrijding van drones)

Artikel 1. Algemeen

In dit beleidskader wordt verstaan onder:

Artikel 2. Informatiepositie en voorbereiding

Voorafgaand aan het uitvoeren van een mogelijke bestrijdingshandeling vergaart de ambtenaar de kennis die redelijkerwijs nodig is voor een zo veilig en doeltreffend mogelijk optreden. Hierbij kan worden gedacht aan het mogelijke gevaar voor personen en voor goederen als gevolg van de aanwezigheid van een drone en de dreiging die daarvan uitgaat, als ook aan het mogelijke letsel bij personen dan wel de (neven)schade aan zaken waarvan voorzienbaar is dat deze kunnen optreden als gevolg van een mogelijke handeling die tot doel heeft een drone te bestrijden. De informatiepositie stelt de ambtenaar zoveel mogelijk in staat de mogelijke doeltreffendheid van één of meer mogelijke bestrijdingshandelingen te bepalen en daartoe voorbereidingen te treffen, zodat de ambtenaar veilig, proportioneel, doeltreffend en met het minst ingrijpende toereikende middel kan handelen.

Artikel 3. Preventiemaatregelen: informeren over restricties

Luchtruimrestricties kunnen van invloed zijn op zowel de rechtmatigheid van de aanwezigheid van een drone als het dreigingsbeeld dat daarvan uitgaat. Het is van groot belang dat luchtvarenden, droneoperators en andere deelnemers aan het luchtverkeer via luchtruimpublicaties op de hoogte worden gesteld van verboden en beperkingen. Daarnaast wordt op websites en applicaties van overheden en belangenorganisaties, en de website van Luchtverkeerleiding Nederland informatie gegeven over tijdelijke en structurele van kracht zijnde luchtruimrestricties. Ook wordt op de meest relevant geachte (militaire) luchthavens de aandacht gevestigd op van kracht zijnde maatregelen door onder meer de aanwezigheid van de politie, de Koninklijke Marechaussee en/of ambtenaren van defensie.

Artikel 4. Afweging en uitvoering bestrijdingshandelingen

  • 1 Indien een drone wordt gesignaleerd, dan wordt op basis van de op dat moment beschikbare informatie onverwijld een inschatting gemaakt van het gevaarzettende of ongeoorloofde karakter van de (dreigende) aanwezigheid van de drone en van de aard en ernst van de dreiging of het gevaar voor de veiligheid van personen of zaken. De eventuele instructies die door de werkgever zijn verschaft, worden hierbij in acht genomen. Bij die afweging wordt tevens een inschatting gemaakt van het mogelijk letsel bij personen of de schade aan zaken die als voorzienbaar gevolg kunnen optreden wanneer wordt besloten de drone te bestrijden door een of meer van de hierna te noemen handelingen:

    • a. de ambtenaar detecteert de locatie van de droneoperator en vordert ter plaatse dat deze de drone veilig laat landen op een door de ambtenaar aangewezen plek, dan wel dat de droneoperator het besturingssysteem overdraagt aan de ambtenaar opdat laatstgenoemde de drone tot een landing kan brengen;

    • b. de ambtenaar verschaft zich de toegang tot het geautomatiseerde netwerk van de drone of een deel daarvan, teneinde de besturing over te nemen dan wel de communicatie tussen de droneoperator en de drone te verstoren;

    • c. de ambtenaar maakt gebruik van het elektromagnetisch spectrum om de verbinding tussen de droneoperator en de drone te verstoren of de uitvoer van een geprogrammeerde route te verstoren, teneinde de drone te doen stoppen;

    • d. de ambtenaar kiest voor de inzet van een interventie tegen de drone teneinde deze onverwijld te doen stoppen, niet zijnde een vuurwapen;

    • e. de ambtenaar gebruikt een vuurwapen tegen de drone, teneinde deze onverwijld te doen stoppen.

  • 2 Als op basis van de afwegingen of in samenspraak met of op uitdrukkelijke last van een meerdere wordt besloten over te gaan tot de uitvoering van een of meer van de in het eerste lid genoemde bestrijdingshandelingen, dan wordt gekozen voor de minst ingrijpende toereikende bestrijdingshandeling, die voorts in redelijke verhouding staat tot het beoogde doel, te weten het (doen) stoppen of verminderen van de gevaarzetting of de potentiële dreiging van de aanwezigheid van de drone dan wel het ongeoorloofde karakter ervan. Bij de uitvoering van de in het eerste lid, onder d en e, genoemde handelingen, wordt in verhouding tot het beoogde doel de meest lichte vorm van geweld gebruikt en worden de daaraan verbonden risico's zo veel mogelijk beperkt.

Artikel 5. Inwerkingtreding

  • 1 Dit beleidskader treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 19 december 2025.

  • 2 Dit beleidskader vervalt met ingang van 1 juli 2026.

Artikel 6. Citeertitel

Dit beleidskader wordt aangehaald als: Tijdelijk beleidskader voor de bestrijding van drones.

Dit beleidskader zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F. van Oosten