Tweede vaststellingswet Wetboek van Strafvordering

Geraadpleegd op 22-03-2026.
Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.

Wet van 25 februari 2026 tot vaststelling van Boek 1, Hoofdstuk 10, en de Boeken 7 en 8 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Tweede vaststellingswet Wetboek van Strafvordering)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is Boek 1, Hoofdstuk 10, en de Boeken 7 en 8 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.]

Artikel II

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.]

Artikel III

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.]

Artikel IIIa

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.]

Artikel IV

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende boeken, hoofdstukken, titels, afdelingen, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel V

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Deze wet wordt aangehaald als: Tweede vaststellingswet Wetboek van Strafvordering.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 25 februari 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

K.T. van Bruggen

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel

Uitgegeven de dertiende maart 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel