Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026

[Regeling vervalt per 01-09-2026.]
Geraadpleegd op 16-03-2026.
Geldend van 12-03-2026 t/m heden.

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2026, nr. 2026-0000072641, houdende regels over waardevermeerdering van gebouwen in verband met schade als gevolg van gaswinning Groningenveld (Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026) [KetenID WGK 028672]

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

  • gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen;

  • logiesfunctie: logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1, onderdeel B, van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • lokaal energieproject: project gericht op energiebesparing of opwekking van duurzame energie ten behoeve van het eigen gebouw, dat wordt uitgevoerd binnen het postcodegebied waarin het eigen gebouw is gelegen of één van de aangrenzende postcodegebieden;

  • maatschappelijke organisatie:

  • maatwerkadviesrapport: maatwerkadviesrapport als bedoeld in de Nationale Beoordelingsrichtlijn energieprestatie woningen en woongebouwen (BRL 9500-W) die op 15 april 2024 door Stichting InstallQ bindend is verklaard en op 1 juli 2024 door de minister is aangewezen, inclusief latere wijzigingen, opgesteld door een persoon die voldoet aan de eisen van vakbekwaamheid van een EP-adviseur als bedoeld in bijlage 2a dan wel 2b van deze beoordelingsrichtlijn;

  • minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • verduurzamingsmaatregel: maatregel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b;

  • versterking: versterking van een gebouw in het kader van het bouwkundig versterkingsprogramma als gevolg van de gaswinning Groningenveld;

  • woning: gebouw of gedeelte van een gebouw dat bestemd of mede bestemd is voor bewoning met inbegrip van de bijgebouwen die bijdragen aan de woonbestemming.

Artikel 2. Subsidie voor verduurzamingsmaatregelen en maatwerkadviesrapport

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor een verduurzamingsmaatregel of een maatwerkadviesrapport aan een eigenaar van een woning of een gebouw met een logiesfunctie, een onderneming, of een maatschappelijke organisatie, aan wiens woning, gebouw met een logiesfunctie of ander gebouw, blijkens een schriftelijk stuk:

    • a. door het Centrum Veilig Wonen fysieke schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning in het Groningenveld van categorie A of B is vastgesteld, die:

      • 1°. ten minste € 1.000,– bedraagt; en

      • 2°. is erkend vanaf 1 januari 2016;

    • b. door de Nederlandse Aardolie Maatschappij fysieke schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning in het Groningenveld is vastgesteld, die:

      • 1°. ten minste € 1.000,– bedraagt; en

      • 2°. is erkend vanaf 1 maart 2018;

    • c. door de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen of het Instituut Mijnbouwschade Groningen fysieke schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning in het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg, is vastgesteld, die:

      • 1°. ten minste € 1.000,– bedraagt; en

      • 2°. is erkend vanaf 19 maart 2018;

    • d. een vergoeding is toegekend:

  • 2 De minister verstrekt de subsidie aan de huurder van de woning, het gebouw met een logiesfunctie of het andere gebouw in plaats van aan de eigenaar indien de huurder van de woning, het gebouw met een logiesfunctie of het andere gebouw de aanvraag heeft ingediend en de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor heeft verleend.

  • 3 Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste of tweede lid, kunnen worden ingediend vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 augustus 2026.

Artikel 3. Subsidiabele kosten

  • 1 De subsidiabele kosten zijn de kosten ter zake van een gebouw als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, of ter zake van een lokaal energieproject, voor:

    • a. een maatwerkadviesrapport;

    • b. het aanschaffen van materiaal en de kosten van de installatie voor zover de installatie wordt uitgevoerd door een onderneming, voor het aanbrengen of installeren van de navolgende energiebesparende of -opwekkende maatregelen:

      • 1°. dak-, vloer- of gevelisolatie;

      • 2°. muurisolatie;

      • 3°. HR++(+) glas of isolerend glas voor een monument;

      • 4°. kozijn vereist voor HR++(+) glas of voor het isoleren van glas voor een monument;

      • 5°. combiketel met hoog rendement inclusief daarvoor vereiste verwarmingselementen en leidingen voor zover niet aanwezig;

      • 6°. (micro) HRe ketel;

      • 7°. HR luchtverwarming;

      • 8°. zonnepanelen en zonnecollectoren;

      • 9°. zonneboiler;

      • 10°. pelletkachel;

      • 11°. warmtepomp;

      • 12°. infraroodpanelen;

      • 13°. warmte-koudeopslag;

      • 14°. technieken voor warmteterugwinning;

      • 15°. lage temperatuurverwarming;

      • 16°. energiezuinige vloerverwarmingspomp;

      • 17°. apparaat te koppelen aan een slimme meter, hoofdzakelijk bedoeld voor het geven van inzicht in het energieverbruik;

      • 18°. technieken voor de opwekking van windenergie.

  • 2 Vóór indiening van de aanvraag door de aanvrager gemaakte kosten komen niet voor subsidie in aanmerking, tenzij deze zijn gemaakt ter voldoening aan een contractuele verplichting die is aangegaan vóór de indiening van de aanvraag, doch na de datum waarop een schaderapport of een concept daarvan is uitgebracht door een schade-expert in opdracht van een in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b of c genoemde instantie of een aanbod is gedaan voor een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 4.000,– per gebouw.

Artikel 5. Afwijzingsgronden

  • 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor zover:

    • a. voor het gebouw reeds subsidie is verstrekt op grond van de Interimregeling waardevermeerdering van de provincie Groningen;

    • b. voor het gebouw reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling, behoudens indien deze is verstrekt aan dezelfde eigenaar en voor zover het maximum subsidiebedrag, genoemd in artikel 4, door verlening van de subsidie niet wordt overschreden;

    • c. voor het gebouw reeds door de Nederlandse Aardolie Maatschappij een met deze regeling vergelijkbare vergoeding voor verduurzamingsmaatregelen is verstrekt; of

    • d. de aanvraag betrekking heeft op een verduurzamingsmaatregel die bestaat uit een gebruikte installatie voor de productie van duurzame energie.

  • 2 De afwijzingsgronden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, zijn niet van toepassing indien voor het gebouw door een andere eigenaar voor een door die eigenaar geleden schade, bedoeld in artikel 2, eerste lid, subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 6. Subsidieplafond en rangschikking van de aanvragen

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt € 15.320.905,40.

  • 2 De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 3 Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één volledige aanvraag is ontvangen, stelt de minister de onderlinge rangschikking van aanvragen vast op volgorde van binnenkomst.

Artikel 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1 Een verduurzamingsmaatregel of een maatwerkadviesrapport, waarvoor op grond van deze regeling een subsidie is verleend, wordt binnen een termijn van 24 maanden na de verlening van de subsidie aangebracht of geïnstalleerd en in gebruik genomen, respectievelijk opgeleverd.

  • 2 De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger de termijn met negen maanden verlengen indien de termijn, bedoeld in het eerste lid, niet kan worden gehaald in verband met de datum van afronding van de versterking. Het verzoek wordt ingediend voorafgaand aan het einde van deze termijn.

  • 3 De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger de termijn, bedoeld in het eerste lid, tevens eenmalig verlengen met een redelijke termijn indien sprake is van onvoorziene omstandigheden. Het verzoek wordt ingediend voorafgaand aan het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

  • 4 Behoudens als onderdeel van de verkoop van het gebouw, vervreemdt de subsidieontvanger:

    • a. een verduurzamingsmaatregel waarvoor subsidie is verleend niet binnen twaalf maanden na de datum van de subsidievaststelling;

    • b. de deelneming in een lokaal energieproject ten behoeve waarvan subsidie is verleend niet binnen vijf jaar na de datum van de subsidievaststelling.

Artikel 8. Informatieverplichtingen

  • 1 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 bevat de gegevens van de aanvrager, waaronder ten minste:

    • a. de naam, het post- en bezoekadres, het e-mailadres en het telefoonnummer;

    • b. het burgerservicenummer of het nummer waaronder de onderneming of de maatschappelijke organisatie is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel;

    • c. het bankrekeningnummer, met overlegging van een kopie van een actueel bankafschrift of een bankpas ter verificatie daarvan;

    • d. de onderbouwing van in het aanvraagformulier vermelde kosten, blijkende uit:

      • 1°. een door de aanvrager aanvaarde offerte of een opdrachtbevestiging van de aannemer of leverancier met daarop vermeld de datum van aanvang van de werkzaamheden, respectievelijk levering van de installatie, van maximaal twee maanden oud, respectievelijk een factuur en het daarbij behorende betalingsbewijs;

      • 2°. een door de aanvrager aanvaarde offerte of een opdrachtbevestiging van een gecertificeerd adviseur met daarop vermeld de datum van oplevering van het maatwerkadviesrapport, van maximaal twee maanden oud, respectievelijk een factuur en het daarbij behorende betalingsbewijs;

    • e. een afschrift van de besluiten tot verlening van andere subsidies in de kosten van de op grond van deze regeling te subsidiëren activiteiten dan wel van de aanvragen tot verlening van deze andere subsidies;

    • f. een schriftelijk stuk als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

    • g. een opgave van de omzetbelasting die in rekening is gebracht voor de getroffen maatregelen voor zover deze omzetbelasting is verrekend;

    • h. de schriftelijke toestemming van de eigenaar van een gebouw, een gebouw met een logiesfunctie of een ander gebouw, bedoeld in artikel 2, tweede lid, indien de aanvraag door de huurder wordt ingediend, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld formulier.

  • 2 De aanvraag door een onderneming bevat tevens een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening.

Artikel 9. Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 2, bevat staatssteun, indien deze aan een onderneming wordt verstrekt, en wordt gerechtvaardigd door artikel 3, tweede lid, van de de-minimisverordening.

Artikel 10. Inwerkingtreding en vervaltermijn

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 september 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op aanvragen die voor deze datum zijn ingediend en subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

P.E. Heerma