Instellingsbesluit Kwaliteitsraad NAPL

[Regeling vervalt per 01-01-2032.]
Geraadpleegd op 16-03-2026.
Geldend van 11-03-2026 t/m heden.

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 februari 2026, nr. RE/1777067, houdende instelling van een Kwaliteitsraad Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) (Instellingsbesluit Kwaliteitsraad NAPL)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelend in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. NAPL: Nationale Aanpak Professionalisering Leraren;

  • c. commissie: Kwaliteitsraad NAPL, bedoeld in artikel 2;

  • d. stuurgroep: stuurgroep NAPL;

  • e. realisatie-eenheid: realisatie-eenheid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een commissie, genaamd de Kwaliteitsraad NAPL.

  • 2 De commissie beoordeelt de kwaliteit en geschiktheid van de producten met een inhoudelijk sterke blik. De commissie maakt onafhankelijke toetsing en validering van deze producten mogelijk.

  • 3 De commissie heeft tot taak te:

    • a) ontwikkelen van een kwalitatief toetsingskader voor de ontwikkelpaden en voor het systeem van kwaliteitsborging.

    • b) toetsen van de kwaliteit van de opgeleverde (tussen)producten binnen het programma NAPL.

    • c) adviseren van de stuurgroep NAPL ten aanzien van de kwaliteit van de opgeleverde producten binnen het programma, met oog voor de toepasbaarheid en bruikbaarheid in de praktijk.

    • d) signaleren van kansen en bedreigingen op het gebied van professionalisering leraren op inhoud, proces en onderlinge relaties.

  • 4 De commissie ontvangt van de Realisatie-Eenheid de producten die ter advisering voorliggen en voorzien zijn van een toelichting.

  • 5 De commissie kan op basis van de signalerende functie ook zelf signalen meegeven aan de RE die dit wanneer nodig inbrengt bij de stuurgroep NAPL.

  • 6 De voorzitter en de secretaris van de commissie zorgen in afstemming met de directeur van de Realisatie Eenheid voor een plan, waarin in ieder geval de hierboven genoemde elementen zijn opgenomen.

  • 7 De commissie adviseert de minister via tussenkomst van de Realisatie-Eenheid over de producten die vastgesteld moeten worden in de stuurgroep NAPL.

  • 8 De leden van de commissie zijn te consulteren door de minister in verband met de verplichtingen en afspraken die voortvloeien uit de in dit artikel genoemde taken van de commissie.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en 5 andere leden.

  • 2 De voorzitter en de overige leden worden benoemd door de minister.

  • 3 De voorzitter en de overige leden beschikken over relevante kennis en ervaring en zijn benoemd op basis van deskundigheid, (praktijk)ervaring en maatschappelijke betrokkenheid.

  • 4 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie zoals opgenomen in artikel 4.

  • 5 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de verantwoordelijke organisatie een ander lid voordragen.

  • 6 De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4. Instellingsduur

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 september 2025 tot 1 januari 2027.

Artikel 5. Voorzitter commissie

Met ingang van 1 september 2025 wordt tot voorzitter benoemd: Dhr. F.J.J.M. (Fred) Janssen.

Artikel 6. Leden commissie

  • 1 Met ingang van 1 september 2025 zijn tot lid van de commissie benoemd:

    • a. Mw. E.H. (Edith) Hooge.

    • b. Mw. A.A. (Anje) Ros.

    • c. Mw. H. (Helma) Oolbekkink-Marchand.

    • d. Mw. D. (Dorien) Zevenbergen.

    • e. Dhr. E. H. (Ewald) Van Vliet

  • 2 De RE neemt deel aan de Programmaraad maar heeft geen stemrecht.

  • 3 De minister kan (al dan niet op voordracht) meer leden benoemen als gewijzigde omstandigheden daar aanleiding toe geven dan wel daar vanuit de commissie gemotiveerd om wordt verzocht.

Artikel 7. Secretariaat

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat dat wordt verzorgd door de Realisatie-Eenheid.

  • 2 Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie en de directeur van de Realisatie-Eenheid.

Artikel 8. Werkwijze

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie kan zich, na toestemming van de minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 9. Informatieplicht

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. De leden van de stuurgroep NAPL kunnen gegevens opvragen via de overlegstructuur van de stuurgroep.

Artikel 10. Onafhankelijkheidsclausule

De commissie functioneert als een onafhankelijk adviesorgaan binnen het programma NAPL en heeft ter bevestiging van deze onafhankelijke positie een clausule vastgesteld; deze is als bijlage bij dit instellingsbesluit opgenomen.

Artikel 11. Evaluatierapport

De commissie brengt uiterlijk 1 maart 2027 zijn (tussen)evaluatierapport op aan de minister.

Artikel 12. Vergoeding

De voorzitter en de leden komen niet in dienst van het rijk, maar aan hen wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op maximaal schaal 18 conform de laatst overeengekomen CAO Rijk, en een arbeidsduurfactor van 4 uur per week. Voor de voorzitter geldt een arbeidsduurfactor van 6 uur per week.

Artikel 13. Kosten van de commissie

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor het de faciliteren van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning. De opdrachten worden door het secretariaat afgehandeld.

Artikel 14. Verantwoording

De commissie biedt de minister voor 1 maart 2029 in de stuurgroep NAPL een (eind)verslag aan waarin verslag wordt gedaan van de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.

Artikel 15. Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister en betrokkenen binnen de stuurgroep NAPL uitgebracht.

Artikel 16. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het secretariaat zorgt hierbij voor de noodzakelijke ondersteuning.

Artikel 17. Inwerkingtreding

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt daarbij terug tot en met 1 september 2025.

  • 2 Dit besluit vervalt per 1 januari 2032.

Dit besluit zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

G. Moes

Bijlage Onafhankelijkheidsclausule Kwaliteitsraad NAPL

De Kwaliteitsraad NAPL functioneert als een onafhankelijk adviesorgaan binnen het programma NAPL en verricht haar werkzaamheden zonder last. De leden van de Kwaliteitsraad nemen deel aan beraadslagingen en besluitvorming zonder instructie van derden en zonder verantwoording aan externe partijen, en handelen uitsluitend op basis van hun eigen professionele en inhoudelijke oordeel.

De raad brengt op eigen gezag adviezen uit ten aanzien van de (tussen)producten die worden aangeleverd door de ontwikkelgroepen binnen programmalijn 1 (ontwikkelpaden) en programmalijn 4 (kwaliteitborgingssysteem). Deze adviezen worden opgesteld op basis van een autonome en objectieve beoordeling, zonder beïnvloeding door andere gremia of belanghebbenden binnen of buiten het programma.

De Stuurgroep NAPL erkent en bevestigt de onafhankelijke positie en werkwijze van de Kwaliteitsraad. De juridische en financiële verantwoordelijkheid voor het programma NAPL berust bij de Stuurgroep, die tevens zorgdraagt voor de randvoorwaarden waarbinnen de Kwaliteitsraad haar taken kan uitvoeren.

De Kwaliteitsraad is belast met het opstellen van het toetsingskader voor de producten die voortkomen uit programmalijn 1 en programmalijn 4. De bevoegdheid tot vaststelling van dit toetsingskader berust bij de Stuurgroep NAPL.

Verschoningsrecht en belangenverstrengeling

Indien een lid van de Kwaliteitsraad meent dat deelname aan een specifieke bespreking, beoordeling of besluitvorming kan leiden tot (de schijn van) belangenverstrengeling, heeft dit lid de plicht zich te verschonen van deelname aan die betreffende discussie of besluitvorming. In een dergelijk geval kan het lid zich laten vervangen door een ander, door de Kwaliteitsraad aan te wijzen, lid. De reden tot verschoning wordt schriftelijk vastgelegd en ter kennis gebracht van de voorzitter van de Kwaliteitsraad.