U bent nu hier: Wettenbank
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
Geraadpleegd op 16-03-2026. Geldend van 10-03-2026 t/m heden.
Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 6 maart 2026 houdende regels met betrekking tot de handhaving van kapitaal- en liquiditeitsvereisten
De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) heeft het volgende beleid vastgesteld met betrekking tot de handhaving van overtredingen van kapitaal- of liquiditeitsvereisten door een beleggingsonderneming, moederbeleggingsonderneming, beleggingsholding, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling zoals gedefinieerd in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, een crowdfundingdienstverlener zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) 2020/1503, en een aanbieder van cryptoactivadiensten zoals gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) 2023/1114 (Handhavingsbeleid DNB inzake kapitaal- en liquiditeitsvereisten).
In dit beleid wordt verstaan onder:
a. basisbedrag: een bij wet vastgesteld basisbedrag voor de betreffende boetecategorie;
b. begunstigingstermijn: de termijn waarbinnen een instelling aan een last onder dwangsom moet voldoen zonder dat dwangsommen worden verbeurd;
c. DNB: de Nederlandsche Bank N.V.;
d. instelling: een beleggingsonderneming, beleggingsholding, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling zoals gedefinieerd in artikel 1:1 Wft, een crowdfundingdienstverlener zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) 2020/1503 of een aanbieder van cryptoactivadiensten zoals gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) 2023/1114, die bij of krachtens wettelijk voorschrift moet voldoen aan kapitaal- of liquiditeitsvereisten;
e. kapitaal- of liquiditeitsvereisten: het minimumbedrag aan eigen vermogen, de solvabiliteitsvereisten en de liquiditeitsvereisten die bij of krachtens de Wft en/of rechtstreeks toepasselijke EU-verordeningen van toepassing zijn op de instelling;
f. kapitaaleis: het voor de instelling hoogst geldende solvabiliteitsvereiste, als bedoeld onder e;
g. maximumbedrag: een bij wet vastgesteld maximumbedrag voor de betreffende boetecategorie;
h. minimumbedrag: een bij wet vastgesteld minimumbedrag voor de betreffende boetecategorie;
i. recidive: de omstandigheid dat tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaar zijn verlopen sinds het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding;
j. Wft: Wet op het financieel toezicht.
Dit beleid geldt als specifiek boetetoemetingsbeleid als bedoeld in artikel 2 van het Algemeen Boetetoemetingsbeleid DNB van 19 november 2020.
Dit beleid is van toepassing op een instelling.
1 DNB legt in beginsel een last onder dwangsom op wanneer een instelling niet voldoet aan de kapitaal- of liquiditeitsvereisten.
2 DNB stelt in beginsel een begunstigingstermijn van vier weken vast waarbinnen volledig aan de last moet worden voldaan.
3 Na het verstrijken van de begunstigingstermijn wordt in beginsel een dwangsom van € 5.000,– per volledige werkdag verbeurd waarin niet volledig aan de last is voldaan, tot een maximum van € 75.000,–.
1 DNB legt in beginsel een bestuurlijke boete op aan een instelling wanneer de maximale last onder dwangsom, zoals omschreven in artikel 4, is verbeurd en de overtreding voortduurt.
2 DNB legt in beginsel een bestuurlijke boete op aan een instelling voor het herhaaldelijk overtreden van de kapitaal- of liquiditeitsvereisten.
3 Onder herhaaldelijk wordt verstaan het binnen een aaneengesloten periode van 25 maanden opnieuw overtreden van de kapitaal- of liquiditeitsvereisten.
4 DNB behoudt de bevoegdheid om in overige gevallen waarin een instelling niet voldoet aan de kapitaal- of liquiditeitsvereisten een bestuurlijke boete op te leggen, indien zij dit opportuun acht.
DNB hanteert het onderstaande stappenplan voor het vaststellen van bestuurlijke boetes wegens overtredingen van kapitaal- of liquiditeitsvereisten, onverminderd hetgeen is uiteengezet in de artikelen 7 en 8.
Stap 1: basisbedrag
a. DNB stelt een bestuurlijke boete vast op het toepasselijke basisbedrag.
Stap 2: ernst en/of duur
a. In het basisbedrag ligt een gemiddelde ernst en duur van de overtreding besloten. DNB verlaagt of verhoogt het basisbedrag met maximaal 50% indien de ernst en/of duur van de overtreding een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt. DNB past deze verlaging of verhoging toe in stappen van in beginsel 25%.
b. Bij de toepassing van deze stap houdt DNB, voor zover van toepassing en van belang, onder meer rekening met de volgende omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien:
− de omvang van de overtreding;1
− de periode waarin de overtreding heeft voortgeduurd;
− het aantal malen dat de overtreding eerder is begaan en de duur van deze eerdere overtredingen;2
− de mate waarin de overtreding heeft geleid tot benadeling of schade voor derden;
− de mate van maatschappelijke impact van de overtreding;
− de omvang van het met de overtreding behaalde voordeel;3
− de mate waarin de overtreding heeft geleid tot prudentiële risico’s;
− de mate waarin de stabiliteit van de overtreder in het geding is gekomen als gevolg van de overtreding;
− de mate waarin de overtreding heeft geleid tot marktverstoring;4
− de omvang van de gevolgen van de overtreding voor het financieel stelsel.
Stap 3: mate van verwijtbaarheid
a. In het basisbedrag ligt een gemiddelde mate van verwijtbaarheid van de overtreder besloten. DNB verlaagt of verhoogt het basisbedrag met maximaal 50% indien de verwijtbaarheid van de overtreder een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt. DNB past deze verlaging of verhoging in beginsel toe in stappen van 25%.
− de overtreder is eerder gewaarschuwd of anderszins gewezen op de kapitaal- en liquiditeitsvereisten (bijvoorbeeld door openbaarmaking van bestuurlijke sancties wegens);
− de openbaarmaking van bestuurlijke sancties die jegens anderen zijn opgelegd wegens overtreding van kapitaal- of liquiditeitsvereisten;
− eerder door de overtreder begane overtredingen van kapitaal- of liquiditeitsvereisten;5
− de mate waarin de overtreding voortvloeit uit of inherent is aan een vaste werkwijze of het bedrijfsmodel van de overtreder en/of de mate waarin de bedrijfscultuur heeft bijgedragen aan de overtreding;
− de mate waarin de overtreding willens en wetens is begaan dan wel de mate waarin de overtreder bewust het risico heeft genomen de overtreding te begaan;
− de mate waarin de overtreder uit geldelijk gewin heeft gehandeld en door hem te respecteren derden belangen daaraan ondergeschikt heeft gemaakt;
− de mate waarin de overtreder inspanningen heeft verricht om de overtreding te voorkomen, waarbij de exacte oorzaak van de overtreding in ogenschouw wordt genomen;
− de mate waarin de overtreder inspanningen heeft verricht om de aangerichte schade te beperken.
Stap 4: recidive
a. Indien sprake is van recidive, verdubbelt DNB het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag. Daarbij neemt DNB de wettelijke boetemaxima die voor recidive gelden in acht.
Stap 5: omvang
a. Bij de toepassing van deze stap neemt DNB de omvang van de overtreder in acht. Daarbij hanteert DNB de omvangtabel die in bijlage 1 is opgenomen. Het op grond van de omvangtabel vastgestelde boetepercentage wordt toegepast op het op basis van de stappen 1 tot en met 4 berekende boetebedrag.
b. Als de voor de toepassing van de omvangtabel benodigde financiële gegevens niet beschikbaar zijn – doordat DNB niet over die gegevens beschikt en de overtreder die gegevens ook niet heeft verstrekt – maakt DNB een reële inschatting van de omvang van de overtreder. Is een reële inschatting evenmin mogelijk, dan wordt het boetepercentage op grond van de toepasselijke omvangtabel vastgesteld op 100%.
c. In uitzonderingsgevallen kan DNB, indien een onderneming deel uitmaakt van een groep met een geconsolideerde jaarrekening, bij de berekening van de omvang de totaalbedragen uit de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moedermaatschappij tot uitgangspunt nemen bij de berekening van het boetepercentage op grond van de toepasselijke omvangtabel.
d. Als het boetepercentage dat op basis van de toepasselijke omvangtabel is berekend in een specifiek geval niet passend is, kan DNB een afwijkend boetepercentage hanteren.
Stap 6: passendheidstoets
a. DNB kan het op basis van de stappen 1 tot en met 5 berekende boetebedrag in beginsel met 10% verlagen, indien de instelling aantoont dat adequate maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van herhaling van de overtreding dan wel de overtreding zo spoedig mogelijk uit eigen beweging is beëindigd. Wanneer beide omstandigheden aan de orde zijn, hanteert DNB in beginsel een verlaging van maximaal 15%.
b. Daarnaast kunnen er bijzondere omstandigheden aan de orde zijn die in het kader van de evenredigheid van de boetehoogte relevant kunnen zijn. Deze omstandigheden worden per geval beoordeeld.
c. Indien een enig of grootaandeelhouder als feitelijk leidinggever wordt beboet naast de onderneming zelf, kan de feitelijk leidinggever door het totaal aan boetes mogelijk onevenredig in zijn vermogen worden geraakt. In dat geval zal de hoogte van de aan de feitelijk leidinggever of aan de onderneming opgelegde boete in beginsel met een derde worden verlaagd. In bijzondere omstandigheden kan DNB een andere verdeling toepassen.
Stap 7: voordeel als ondergrens
a. Indien DNB het voordeel dat met de overtreding is verkregen heeft kunnen vaststellen of een reële inschatting daarvan heeft kunnen maken, en het na stap 6 berekende boetebedrag lager is dan dit verkregen voordeel, verhoogt DNB het boetebedrag tot ten minste het bedrag van het verkregen voordeel.
Stap 8: draagkracht
a. DNB houdt zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de overtreder verkeert. Het is aan de overtreder om inzicht te geven in zijn draagkracht, aan de hand van een door DNB bij het boetevoornemen gevoegd draagkrachtformulier. Indien aannemelijk is dat het op grond van de stappen 1 tot en met 7 berekende boetebedrag de draagkracht van de overtreder overstijgt, gaat DNB in beginsel tot matiging over. Bij de beoordeling of aanleiding bestaat tot matiging, kan DNB rekening houden met de omstandigheden waaronder de verminderde of onvoldoende draagkracht is ontstaan alsmede met op korte termijn te verwachten positieve financiële resultaten van de overtreder.
b. Uitgangspunt voor de omvang van de matiging is dat DNB de boete niet verder matigt dan tot een bedrag dat de overtreder redelijkerwijs geacht moet worden te kunnen voldoen, zo nodig met het aangaan van een betalingsregeling van maximaal twee jaar. Verder matigt DNB de boete in beginsel niet (verder) tot een lager bedrag dan het bedrag van het voordeel dat de overtreder met de overtreding heeft verkregen. Ook wordt de boete niet vastgesteld op een bedrag lager dan EUR 10.000,– voor rechtspersonen en EUR 5.000,– voor natuurlijke personen. Indien een boete ter hoogte van dit bedrag gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval nog steeds onevenredig hoog is, kan DNB overgaan tot een verdergaande matiging van de boete.
1 Wanneer bij of krachtens wettelijk voorschrift is bepaald dat de boete maximaal een bij wet vastgesteld percentage van de netto-jaaromzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaand aan de boeteoplegging bedraagt, berekent DNB de hoogte van de boete in beginsel overeenkomstig het stappenplan als bedoeld in artikel 6.
2 DNB kan, in afwijking van het eerste lid, een hoger boetebedrag vaststellen indien de berekening overeenkomstig het stappenplan niet leidt tot een passende bestraffing.6 In dat geval stelt DNB, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval, een evenredige boete vast.
3 Bij toepassing van het eerste en tweede lid neemt DNB het bij wet vastgestelde maximum voor de omzetgerelateerde boete in aanmerking.
1 Wanneer bij of krachtens wettelijk voorschrift is bepaald dat een voordeelgerelateerde boete kan worden opgelegd, past DNB deze in de volgende situatie toe:
a. het met de overtreding verkregen voordeel kan worden vastgesteld of daarvan kan een reële inschatting worden gemaakt, en
b. toepassing van het boeteregime op basis van een basisbedrag (artikel 6) leidt, gelet op de omvang van dit voordeel, niet tot een passende bestraffing.
Uitgangspunt hierbij is dat het voordeelgerelateerde boeteregime wordt toegepast in plaats van het boeteregime op basis van een basisbedrag, als het verkregen voordeel meer bedraagt dan 50% van het toepasselijke basisbedrag, tenzij het bij wet vastgestelde maximum voor een voordeelgerelateerde boete, gelet op de ernst en/of duur van de overtreding en/of de mate van verwijtbaarheid van de overtreder, ontoereikend blijkt.
2 Indien een voordeelgerelateerde boete wordt opgelegd, wordt de boete vastgesteld aan de hand van het stappenplan als bedoeld in artikel 6, met uitzondering van stap 7. Deze stap luidt in dat geval als volgt.
Stap 7: verhoging met het bedrag van het behaalde voordeel
a. In beginsel verhoogt DNB het na stap 6 berekende boetebedrag met het bedrag van het voordeel dat met de overtreding is verkregen.
b. In uitzonderlijke situaties kan DNB, in afwijking van het bepaalde onder a, het na stap 6 berekende boetebedrag verder verhogen, indien het onder a bedoelde bedrag niet leidt tot een passende bestraffing.
c. Bij het bepaalde onder a en b neemt DNB het bij wet vastgestelde maximum voor de voordeelgerelateerde boete in aanmerking.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Handhavingsbeleid DNB inzake kapitaal- en liquiditeitsvereisten.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Amsterdam, 6 maart 2026
De Nederlandsche Bank N.V.,
S. Maijoor
Voorzitter toezicht
Boetepercentage per instellingstype
5%
tussen 5% en 100%
100%
Beleggingsonderneming, beleggingsholding, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, crowdfundingdienstverlener, aanbieder van cryptoactivadiensten
kapitaaleis ≤ € 75.000
(kapitaaleis – € 75.000) / € 4.925.000 x 95 + 5
kapitaaleis ≥ € 5.000.000
Betaaldienstverlener, elektronischgeldinstelling
kapitaaleis ≤ € 50.000
(kapitaaleis – € 50.000) / € 9.950.000 x 95 + 5
kapitaaleis ≥ € 10.000.000
Natuurlijk persoon als feitelijk leidinggever
In beginsel 10%
Voor een permanente link naar de door u bekeken versie, inwerkinggetreden op , kopieer één van de onderstaande links of verfijn de link in de Linktool.
Met behulp van de Linktool van LiDO is het mogelijk om een bredere link of een meer gedetailleerde link te maken.
Ga naar de Linktool
Op linkeddata.overheid.nl zijn onderstaande relaties bekend.
Er is geen andere versie beschikbaar waarmee u de huidige geselecteerde versie, inwerkinggetreden op , kan vergelijken.
Selecteer een andere versie van de regeling waarmee u de huidige versie , inwerkinggetreden op , wilt vergelijken.
Vergelijken van "Handhavingsbeleid DNB inzake kapitaal- en liquiditeitsvereisten", inwerkinggetreden op , met versie die inwerking is getreden op .
Doordat er een grote regeling is gekozen kan de vergelijking enkele minuten duren.
U kunt kiezen voor het toevoegen van de wetstechnische informatie aan de tekst.
U kunt kiezen in welk formaat de tekst geëxporteerd wordt.
U kunt de tekst inclusief afbeeldingen exporteren. De afbeeldingen worden dan met de tekst in een .zip-bestand geleverd
Via deze link kunt u meer informatie krijgen over de Europese richtlijn of verordening waarnaar in de tekst van de regeling verwezen wordt, inclusief de tekst daarvan. U wordt hiervoor doorgeleid naar EUR-LEX, de online databank van de Europese Unie waarin de Europese wetgeving is opgenomen.