Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering

Geraadpleegd op 16-03-2026.
Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.

Wet van 25 februari 2026 tot verlenging en wijziging van Titel X van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering (Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de werkingsduur van Titel X van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering, zoals vastgesteld bij de Innovatiewet Strafvordering, te verlengen totdat het nieuwe Wetboek van Strafvordering in werking treedt en enkele wijzigingen aan te brengen in die titel;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Titel X van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering vervalt op het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 20 maart 2023 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering) (36 327) tot wet is verheven en in werking treedt.

Artikel II

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.]

Artikel III

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel IV

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Deze wet wordt aangehaald als: Verlengingswet Innovatiewet Strafvordering.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 25 februari 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

K.T. van Bruggen

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel

Uitgegeven de zesde maart 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel