Reglement Commissie Onderzoek Passende Zorg 2025

Geraadpleegd op 05-03-2026.
Geldend van 03-03-2026 t/m heden.

Besluit van het bestuur van ZonMw van 21 november 2025 en de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 11 november 2025, kenmerk 2025026005, tot vaststelling van het reglement van de Commissie Onderzoek Passende zorg 2025 (Reglement Commissie Onderzoek Passende Zorg 2025)

Het bestuur van ZonMw en de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland,

Gelet op artikel 4.1, eerste lid, van het Bestuursreglement ZonMw 2019 en artikel 5.6 van het Bestuursreglement Zorginstituut Nederland 2025;

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

Dit reglement verstaat onder:

  • beheersmaatregel: maatregel ter waarborging van advisering zonder vooringenomenheid;

  • bestuur van ZonMw: het bestuur van ZorgOnderzoek Nederland en het bestuur van het domein Medische Wetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek;

  • bureau: de medewerkers van ZonMw en het Zorginstituut die belast zijn met de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van de commissie;

  • commissie: de Commissie Onderzoek Passende Zorg;

  • kennisvraag: een onderzoeksvraag gericht op het verkrijgen van toepasbare kennis voor passende zorg;

  • KPPZ: het kaderprogramma Passende Zorg;

  • leden: de leden van de Commissie Onderzoek Passende Zorg;

  • Minister van VWS: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • NWO: de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;

  • overheidsorganisaties: Zorginstituut Nederland, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Nederlandse Zorgautoriteit;

  • persoonlijk belang: ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de commissie uit hoofde van de haar opgedragen taak behoort te behartigen;

  • projectgroep: groep bestaande uit de aanvrager, projectleider, bestuurlijk verantwoordelijke en andere leden die het in de aanvraag voorgestelde onderzoek uitvoeren;

  • Raad van Bestuur van het Zorginstituut: de Raad van Bestuur van het Zorginstituut als bedoeld in artikel 1 van het Bestuursreglement Zorginstituut Nederland;

  • ronde: de beoordelingscyclus lopend van de ontvangst van een kennisvraag of studiesynopsis tot en met het besluit over de subsidieaanvraag;

  • secretaris: de secretaris dan wel de plaatsvervangend secretaris die deel uitmaakt van het bureau en belast is met de ondersteuning van de commissie;

  • selectiecriteria: door ZonMw vastgestelde criteria op basis waarvan kennisvragen, studiesynopsissen en subsidieaanvragen worden getoetst;

  • studiesynopsis: een beknopte schriftelijke samenvatting van het onderzoeksvoorstel;

  • Vezo: veelbelovende zorg;

  • ViO: Vergoeding in Onderzoek;

  • voorbewerkingsformulier: een format dat gebruikt wordt om kennisvragen, studiesynopsissen of subsidieaanvragen op gestructureerde wijze voor te bereiden, ter ondersteuning van de advisering door de commissie;

  • voorzitter: de voorzitter van de commissie, dan wel de plaatsvervangend voorzitter van de commissie;

  • Wet ZON: de Wet op de organisatie ZorgOnderzoek Nederland;

  • ZE&GG: Zorgevaluatie & Gepast Gebruik;

  • ZON: de organisatie ZorgOnderzoek Nederland als bedoeld in artikel 2 van de Wet ZON;

  • ZonMw: het samenwerkingsverband tussen de organisatie ZorgOnderzoek Nederland en het domein Medische Wetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek;

  • het Zorginstituut: Zorginstituut Nederland, zoals genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zvw;

  • Zvw: de Zorgverzekeringswet.

Hoofdstuk 2. Instelling en samenstelling van de commissie

Artikel 2.1. Instelling van de commissie

ZonMw en het Zorginstituut stellen gezamenlijk de Commissie Onderzoek Passende Zorg in.

Artikel 2.2. Samenstelling en benoeming van de commissie

  • 1 De commissie bestaat uit ten minste acht leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur van ZonMw en de Raad van Bestuur van het Zorginstituut gezamenlijk.

  • 2 De leden van de commissie worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor een goede vervulling van de in artikel 3.1 bedoelde taak, alsook op grond van hun brede maatschappelijke kennis en ervaring. Daarbij geldt:

    • a. De voorzitter heeft veelzijdige bestuurlijke ervaring, is wetenschappelijk onderlegd, besluitvaardig, onafhankelijk en onpartijdig;

    • b. Ten minste twee leden zijn deskundig op een voor het werk van de commissie relevant terrein van wetenschapsbeoefening;

    • c. Ten minste twee leden zijn deskundig met betrekking tot de adviestaak als bedoeld in artikel 66 van de Zorgverzekeringswet;

    • d. Ten minste twee leden zijn beroepsbeoefenaar in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

    • e. Ten minste één lid is afkomstig uit de kring van patiëntenorganisaties;

    • f. Ten minste één lid is afkomstig uit de kring van zorgverzekeraars.

  • 3 Indien de voorzitter afwezig is kan hij worden vervangen door een plaatsvervangend voorzitter. De leden kiezen uit hun midden voor die gelegenheid een plaatsvervangend voorzitter.

  • 4 De leden worden benoemd voor ten hoogste vijf jaar. Herbenoeming kan eenmaal en voor ten hoogste vijf jaar plaatsvinden.

  • 5 Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door ZonMw en het Zorginstituut gezamenlijk.

  • 6 De leden maken op persoonlijke titel deel uit van de commissie. Zij oefenen hun taken uit zonder last en ruggespraak.

  • 7 Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur van ZonMw of de Raad van Bestuur van het Zorginstituut. Ook medewerkers van ZonMw of het Zorginstituut kunnen geen lid zijn van de commissie.

Artikel 2.3. Bekendmaking

De samenstelling van de commissie en de benoemingsperiode van de leden wordt gepubliceerd op de website van ZonMw en het Zorginstituut.

Artikel 2.5. Vergoeding

  • 2 De voorzitter en de leden ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.

  • 3 Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoedingen wordt rekening gehouden met de Regeling vergoedingen bestuurs- en advieswerkzaamheden van de NWO.

  • 4 Indien een lid van de commissie in verband met een functiebeperking is aangewezen op aangepast vervoer, kan het bestuur van ZonMw hiervoor een afzonderlijke regeling treffen.

Hoofdstuk 3. Taken van de commissie

Artikel 3.1. Adviestaak

  • 1 De commissie adviseert ZonMw en het Zorginstituut over KPPZ, ViO en ZE&GG.

  • 2 De commissie adviseert over:

    • a. kennisvragen waarvoor een gerichte ronde binnen KPPZ kan worden opengesteld;

    • b. de kwaliteit van de studiesynopsis voorafgaand aan de indiening van een subsidieaanvraag voor ZE≫

    • c. de kwaliteit van subsidieaanvragen binnen de gerichte rondes KPPZ, ViO en ZE&GG.

  • 3 Indien het onderzoek voor subsidieaanvragen voor de gerichte rondes KPPZ, ViO en ZE&GG is gericht op de vraag of zorg behoort tot het basispakket, heeft de commissie tot taak om na te gaan of het onderzoek zodanig is opgezet dat het gegevens oplevert op basis waarvan het Zorginstituut:

    • i. kan beoordelen of een interventie-indicatiecombinatie voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk, zoals bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, en

    • ii. de kosteneffectiviteit en de landelijke budgetgevolgen van de interventie-indicatiecombinatie kan beoordelen.

  • 4 De commissie heeft verder tot taak om het bestuur van ZonMw en het Zorginstituut gevraagd en ongevraagd te adviseren over andere aangelegenheden die binnen haar deskundigheidsgebied vallen en betrekking hebben op de in het eerste lid genoemde onderwerpen.

Artikel 3.2. Indiening kennisvragen, studiesynopsissen en subsidieaanvragen gerichte rondes KPPZ, ViO en ZE&GG

  • 1 ZonMw publiceert op haar website:

    • a. de selectiecriteria;

    • b. de aanvraagformulieren voor het indienen van kennisvragen, studiesynopsissen en subsidieaanvragen;

    • c. de wijze van indiening.

  • 2 Kennisvragen kunnen worden ingediend door:

    • a. beroepsorganisaties en koepelorganisaties;

    • b. overheidsorganisaties.

  • 3 Studiesynopsissen kunnen worden ingediend door geselecteerde projectgroepen.

  • 4 Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend door geselecteerde projectgroepen.

Artikel 3.3. Advisering kennisvragen gerichte rondes KPPZ

  • 1 Ter voorbereiding van de advisering over een kennisvraag bestuderen vijf leden de kennisvraag en toetsen zij deze aan de selectiecriteria aan de hand van een voorbewerkingsformulier. Tot deze vijf leden behoren in ieder geval een lid dat afkomstig is uit de kring van patiëntenorganisaties en een lid dat afkomstig is uit de kring van zorgverzekeraars.

  • 2 De commissie bespreekt de kennisvragen aan de hand van het aanvraagformulier, de voorbewerkingsformulieren en de selectiecriteria.

  • 3 Indien het een kennisvraag van een overheidsorganisatie betreft en er geen bespreekpunten zijn, kan de voorzitter besluiten de kennisvraag niet in een vergadering te bespreken.

  • 4 De commissie brengt een onderbouwd advies over de kennisvraag uit aan het bestuur van ZonMw.

Artikel 3.4. Advisering studiesynopsissen ZE&GG

  • 1 Naast de in artikel 3.1, eerste lid, genoemde adviestaak heeft de commissie tot taak om projectgroepen te adviseren over de kwaliteit van de studiesynopsis.

  • 2 Ter voorbereiding van de advisering over een studiesynopsis door de commissie wordt elke studiesynopsis door drie leden bestudeerd en getoetst aan de selectiecriteria aan de hand van een voorbewerkingsformulier.

  • 3 De commissie bespreekt de studiesynopsissen aan de hand van het aanvraagformulier, de voorbewerkingsformulieren en de selectiecriteria.

  • 4 De commissie brengt een onderbouwd advies over de studiesynopsis uit aan de geselecteerde projectgroep.

Artikel 3.5. Advisering subsidieaanvragen gerichte rondes KPPZ en ViO

  • 1 Ter voorbereiding van de advisering over de kwaliteit van een subsidieaanvraag bestuderen vijf leden de subsidieaanvraag en toetsen zij deze aan de selectiecriteria aan de hand van een voorbewerkingsformulier. Tot deze vijf leden behoren in ieder geval een lid dat afkomstig is uit de kring van patiëntenorganisaties en een lid dat afkomstig is uit de kring van zorgverzekeraars.

  • 2 Daarbij beoordelen zij zo nodig of het onderzoek zodanig is opgezet dat het gegevens oplevert voor de beoordeling door het Zorginstituut als bedoeld in artikel 3.1, derde lid.

  • 3 De commissie bespreekt de subsidieaanvragen aan de hand van het aanvraagformulier, de voorbewerkingsformulieren, de selectiecriteria en eerdere adviezen van de commissie over de bijbehorende kennisvraag.

  • 4 Indien de commissie van oordeel is dat een nadere toelichting op de subsidieaanvraag noodzakelijk is, krijgt de aanvrager de gelegenheid om de aanvraag mondeling toe te lichten. Na het gesprek met de aanvrager bespreekt de commissie de aanvraag opnieuw.

  • 5 Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op onderzoek dat gericht is op de vraag of zorg behoort tot het basispakket brengt de commissie eerst een onderbouwd advies uit aan het Zorginstituut. Indien het Zorginstituut het advies overneemt, wordt het advies aan het bestuur van ZonMw gestuurd.

  • 6 In de overige gevallen brengt de commissie een onderbouwd advies uit aan het bestuur van ZonMw.

Artikel 3.6. Advisering subsidieaanvragen ZE&GG

  • 1 Ter voorbereiding van de advisering over de kwaliteit van een subsidieaanvraag bestuderen vijf leden de subsidieaanvraag en toetsen zij deze aan de selectiecriteria aan de hand van een voorbewerkingsformulier. Tot deze vijf leden behoren in ieder geval een lid dat afkomstig is uit de kring van patiëntenorganisaties en een lid dat afkomstig is uit de kring van zorgverzekeraars.

  • 2 Daarbij beoordelen zij of het onderzoek zodanig is opgezet dat het gegevens oplevert voor de beoordeling door het Zorginstituut als bedoeld in artikel 3.1, derde lid.

  • 3 De commissie bespreekt de subsidieaanvragen aan de hand van het aanvraagformulier, de voorbewerkingsformulieren, de selectiecriteria en eerdere adviezen van de commissie over de bijbehorende studiesynopsis.

  • 4 Indien de commissie van oordeel is dat een nadere toelichting op de subsidieaanvraag noodzakelijk is, krijgt de aanvrager de gelegenheid om de aanvraag mondeling toe te lichten. Na het gesprek met de aanvrager bespreekt de commissie de aanvraag opnieuw.

  • 5 De commissie brengt een onderbouwd advies uit aan het Zorginstituut en het bestuur van ZonMw.

Artikel 3.7. Advisering Vezo

De commissie adviseert op verzoek van het Zorginstituut over wijzigingsverzoeken voor lopende subsidies van de Subsidieregeling veelbelovende zorg aan de hand van de criteria in die subsidieregeling.

Artikel 3.8. Overige vragen om advies gerichte rondes KPPZ, ViO, ZE&GG en Vezo

Voor de overige vragen om advies stemt de commissie haar werkwijze af op de aard van de vraag.

Hoofdstuk 4. Persoonlijke belangen

Artikel 4.1. Omgaan met persoonlijke belangen

  • 1 De commissie verricht haar taak onpartijdig en zonder vooringenomenheid.

  • 2 Alle leden vullen jaarlijks een belangenverklaring in die gepubliceerd wordt op de website van ZonMw en het Zorginstituut. Wijzigingen worden tussentijds gemeld aan de voorzitter.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde belangenverklaring ziet op hoofd- en nevenfuncties, persoonlijke financiële belangen, persoonlijke relaties, extern gefinancierd onderzoek, intellectuele belangen en reputatie.

  • 4 Uitgesloten van advisering en beraadslaging over een bepaalde kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag zijn in ieder geval leden die:

    • a. betrokken zijn geweest bij het opstellen van de kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag;

    • b. lid van de projectgroep zijn;

    • c. direct leidinggevende zijn van een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van de kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag;

    • d. bloed- of aanverwantschap tot en met de derde graad hebben met een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van de kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag;

    • e. het hebben gesloten van een (notarieel) samenlevingscontract met een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van de kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag.

  • 5 Voorafgaand aan de advisering ontvangen de leden een overzicht van ingediende kennisvragen, studiesynopsissen, subsidieaanvragen en personen die betrokken zijn geweest bij het opstellen van deze kennisvragen, studiesynopsissen of subsidieaanvragen.

  • 6 Indien een lid een persoonlijk belang heeft bij een kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag of een persoon die betrokken is geweest bij het opstellen van een kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag, meldt hij dit onmiddellijk bij de voorzitter en de secretarissen.

  • 7 Indien het lid een persoonlijk belang heeft dat niet is uitgesloten op grond van het vierde lid maakt het lid een expliciete afweging over de vraag of en onder welke voorwaarden deelgenomen kan worden aan de advisering en beraadslaging van de betreffende kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag. Indien het lid beslist tot deelname neemt hij een schriftelijke en gemotiveerde beslissing over zijn omgang met persoonlijke belangen.

  • 8 De voorzitter en secretarissen bespreken de persoonlijke belangen en de voorgenomen beheersmaatregelen van de individuele leden. Indien zij tot de conclusie komen dat de voorgenomen beheersmaatregelen mogelijk niet afdoende zijn om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen, neemt de voorzitter contact op met het betreffende lid. Indien noodzakelijk geacht, leidt dat tot een aanscherping van de voorgenomen beheersmaatregelen.

  • 9 Indien het lid afziet van deelname aan de advisering en beraadslaging van een bepaalde kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag, bespreekt hij de reden met de voorzitter en deelt deze schriftelijk mee aan de overige leden. Indien het lid besluit zijn lidmaatschap van de commissie te beëindigen, behoeft hij de redenen die aan die beslissing ten grondslag hebben gelegen niet uiteen te zetten.

  • 10 De voorzitter meldt een persoonlijk belang onmiddellijk aan de secretarissen. De secretarissen delen dit mede aan de voorzitter van de Raad van Bestuur van het Zorginstituut en aan de voorzitter van het bestuur van ZonMw. Op grond van deze melding besluiten de Raad van Bestuur van het Zorginstituut en het bestuur van ZonMw voorafgaand aan de vergadering of de voorzitter wordt vervangen door een plaatsvervangend voorzitter voor de gehele vergadering of voor het desbetreffende agendapunt.

Hoofdstuk 5. De vergaderingen van de commissie

Artikel 5.1. Vergaderingen

  • 1 De voorzitter belegt een vergadering zo dikwijls hij dit nodig acht en bepaalt de tijd, plaats en werkwijze van de vergadering.

  • 2 De commissie vergadert onder leiding van de voorzitter.

  • 3 Aan een vergadering van de commissie nemen ten minste drie leden en de voorzitter deel.

  • 4 De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Bij stakende stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

  • 5 De commissie vergadert achter gesloten deuren, met dien verstande dat medewerkers van ZonMw en het Zorginstituut, evenals derden, op verzoek van de commissie de vergadering geheel of gedeeltelijk kunnen bijwonen.

  • 6 De leden zijn gebonden aan geheimhouding over de kennisvragen, studiesynopsissen en subsidieaanvragen, alsmede over de beraadslaging en advisering daarover. Ook de secretarissen, betrokken medewerkers van ZonMw en het Zorginstituut, alsmede andere genodigden zijn aan dezelfde geheimhouding gebonden.

  • 7 De commissie bespreekt verklaringen, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, in haar eerste vergadering. Wijzigingen van de verklaringen of verklaringen van nieuw benoemde leden bespreekt de commissie in de eerste vergadering na de datum van wijziging of benoeming.

  • 8 Iedere vergadering vangt aan met een inventarisatie van persoonlijke belangen van de leden, de secretarissen en de betrokken medewerkers van ZonMw en het Zorginstituut, als bedoeld in artikel 4.1. De commissie beslist over deelname van leden met een persoonlijk belang alsmede over de geschiktheid van de beheersmaatregelen. De commissie stelt daarna vast of zij haar werk onpartijdig en zonder vooringenomenheid kan verrichten.

Artikel 5.2. Tussentijdse schriftelijke raadpleging gerichte rondes KPPZ, ViO, ZE&GG en Vezo

  • 1 De commissie kan tussen vergaderingen schriftelijk geraadpleegd worden.

  • 2 De voorzitter bepaalt, in overleg met de secretarissen, of tussentijdse schriftelijke raadpleging geboden is.

  • 3 De voorzitter bepaalt, in overleg met de secretarissen, hoe de schriftelijke raadpleging zal plaatsvinden.

  • 4 De voorzitter bepaalt, in overleg met de secretarissen, de termijn waarop de schriftelijke raadpleging wordt gesloten. Deze termijn omvat minimaal drie werkdagen, gerekend vanaf de dag na de dag van verzending van de stukken.

  • 5 Indien drie of meer leden van de commissie binnen de in het vorige lid gestelde termijn de voorzitter schriftelijk meedelen zich te verzetten tegen een schriftelijke raadpleging, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de commissie geplaatst en in die vergadering behandeld.

Artikel 5.3. Bureau

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een bureau.

  • 2 De secretarissen bereiden in overleg met de voorzitter de vergaderingen van de commissie voor. Zij controleren of de aanvraag volledig is, dragen zorg voor een voorbewerking en stellen vergaderstukken op waarin de bespreekpunten staan.

  • 3 Het bureau kan, in overleg met de voorzitter, medewerkers van ZonMw of het Zorginstituut uitnodigen een vergadering of een deel daarvan bij te wonen.

  • 4 Het bureau kan, in overleg met de voorzitter, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, andere personen of vertegenwoordigers van organisaties uitnodigen een vergadering of een deel daarvan bij te wonen.

  • 5 Voorafgaand aan de advisering van kennisvragen, studiesynopsissen of subsidieaanvragen ontvangt het bureau een overzicht van ingediende kennisvragen, studiesynopsissen of subsidieaanvragen en personen die betrokken zijn geweest bij het opstellen daarvan. Indien leden van het bureau een persoonlijk belang hebben bij een kennisvraag, studiesynopsis of subsidieaanvraag, melden zij dit onmiddellijk aan hun direct leidinggevende en diens leidinggevende.

  • 6 Het bureau draagt zorg voor een zakelijk verslag van de bespreking in de vergadering. Dit verslag bevat de overwegingen van de commissie ten aanzien van de kennisvragen, studiesynopsissen en subsidieaanvragen. Standpunten van leden worden geanonimiseerd weergegeven.

  • 7 Het bureau stelt op basis van de beraadslaging in de vergadering een conceptadvies op en legt dit ter vaststelling voor aan de voorzitter van de commissie.

  • 8 De secretarissen ondertekenen de vastgestelde adviezen namens de commissie.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 6.1. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 12 november 2025.

Artikel 6.2. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Reglement Commissie Onderzoek Passende Zorg 2025.

Dit reglement zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Voorzitter bestuur ZonMw

Namens deze,

V. Timmerhuis

Voorzitter Raad van Bestuur Zorginstituut Nederland

M.J. Janssen