Tijdelijke overbruggingsregeling projectsubsidies voor makers van boeken

[Regeling vervalt per 02-12-2027.]
Geraadpleegd op 01-03-2026.
Geldend van 26-02-2026 t/m heden.

Tijdelijke overbruggingsregeling projectsubsidies voor makers van boeken

Het bestuur van de Stichting Nederlands Letterenfonds,

gelet op de Algemene wet bestuursrecht,

gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

gelet op het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds,

besluit: de volgende Tijdelijke overbruggingsregeling projectsubsidies voor makers van boeken vast te stellen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. bestuur: het bestuur van het Letterenfonds;

  • b. boekpublicatie: een oorspronkelijk literair werk in boekvorm in de Nederlandse, Engelse, Papiamentse of Friese taal in de genres: proza, non-fictie, poëzie, kinder- en jeugdliteratuur, toneel of beeldverhaal, waaronder graphic novels, geïllustreerde kinder- en jeugdliteratuur en prentenboeken

  • c. ijkbedrag: hoogst verleende subsidiebedrag aan aanvrager van de laatste drie toekenningen op basis van Regeling projectsubsidie voor publicaties of de regeling Schrijverslevens, biografieregeling Nederlands Letterenfonds;

  • d. Letterenfonds: Stichting Nederlands Letterenfonds;

  • e. letterkundige biografie: een non-fictieboek over het leven en werk van één of meer hoofdpersonen die toonaangevend dan wel van groot belang zijn of zijn geweest voor de Nederlandse letterkunde en waarbij sprake is van een afgerond werkzaam leven;

  • f. uitgaveovereenkomst: een overeenkomst tussen auteur en uitgeverij betreffende de exploitatierechten op de boekpublicatie waarin minimaal de bepalingen over het royaltypercentage en de licentie zijn overeengekomen, zoals geregeld in het Modelcontract GAU/Auteursbond voor de uitgave van oorspronkelijk Nederlandstalig literair werk;

  • g. website: de website van het Letterenfonds, zijnde www.letterenfonds.nl.

Artikel 2. Doel van de regeling

Het Letterenfonds wil met deze overbruggingsregeling tijdelijk ondersteuning bieden aan auteurs die nadelige gevolgen ondervinden van de per 1 januari 2026 in werking getreden regelingProjectsubsidies voor makers van boeken.

Artikel 3. Voor welke gevallen is subsidie mogelijk?

  • 1 Aanvragers kunnen op basis van deze overbruggingsregeling eenmalig subsidie ontvangen in de volgende situaties:

    • a. aanvrager heeft voor een boekpublicatie subsidie aangevraagd op grond van de regelingProjectsubsidies voor makers van boeken en deze aanvraag is op basis van inhoudelijke of budgettaire gronden afgewezen;

    • b. aanvrager kan voor een boekpublicatie geen subsidie ontvangen op grond van de regelingProjectsubsidies voor makers van boeken vanwege de eis in artikel 3, eerste lid, onder c, van die regeling, te weten dat de aanvrager op het moment van aanvragen geen gesubsidieerd project onder handen mag hebben waarvan het te schrijven boek nog niet is gepubliceerd;

    • c. aanvrager heeft voor een boekpublicatie subsidie ontvangen op grond van de regelingProjectsubsidies voor makers van boeken, maar het verleende bedrag voor deze boekpublicatie is lager dan het ijkbedrag.

  • 2 Als aanvrager bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld over een subsidiebeschikking op basis van de regelingProjectsubsidies voor makers van boeken, dan wordt de aanvraag voor een subsidie op basis van deze overbruggingsregeling aangehouden tot het moment dat er onherroepelijk over het bestreden subsidiebesluit is beslist.

Artikel 4. Vereisten aanvrager

  • 1 De aanvrager voor subsidie voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a. aanvrager heeft sinds 1 januari 2013 minimaal drie projectsubsidies ontvangen op basis van de Regeling projectsubsidies voor publicaties of Schrijverslevens, biografieregeling Nederlands Letterenfonds, waarvan de laatste toekenning na 1 januari 2021 was;

    • b. het gemiddelde belastbaar verzamelinkomen van aanvrager in het tijdvak waarvoor het subsidiebedrag wordt verleend, is naar verwachting niet hoger dan de inkomensgrens die het Letterenfonds vaststelt. Het tijdvak beslaat maximaal drie jaar. De hoogte van de inkomensgrens wordt bekendgemaakt in de Staatscourant en op de website van het Letterenfonds.

Artikel 5. Vereisten aanvraag

  • 1 Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend via de website met gebruikmaking van het op de website ter beschikking gestelde aanvraagformulier via ’Start je aanvraag’.

  • 2 Het aanvraagformulier is naar waarheid, volledig en volgens de richtlijnen in de toelichting bij het aanvraagformulier ingevuld en voorzien van alle bijlagen. De aanvraag moet in het Nederlands of Engels zijn opgesteld.

  • 3 Een aanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:

    • a. een volledig ingevuld aanvraagformulier, via ’Start je aanvraag’ op de website;

    • b. een kopie van de uitgaveovereenkomst met de uitgever dan wel een intentieverklaring van de uitgever waaruit blijkt dat deze een uitgaveovereenkomst met de aanvrager zal afsluiten voor de te schrijven boekpublicatie;

    • c. een kopie van de uitgaveovereenkomst met de uitgever voor de laatste boekpublicatie; en

    • d. de laatste definitieve aanslag inkomstenbelasting.

  • 4 In afwijking van het derde lid, onder b, moet een aanvrager als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, een kopie van de uitgaveovereenkomst overleggen als in 2025 geen aanvraag van de aanvrager is beoordeeld. Een intentieverklaring volstaat dan niet.

  • 5 Het derde lid, onder d, is niet van toepassing op de aanvrager die subsidie aanvraagt voor een letterkundige biografie.

Artikel 6. Weigeringsgronden

Een aanvraag voor subsidie kan worden afgewezen:

  • a. als de aanvrager niet aantoonbaar heeft voldaan aan voorschriften gesteld aan eerder door het Letterenfonds toegekende subsidies, dan wel toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van één of meer verplichtingen verbonden aan een eerdere subsidieverlening door het Letterenfonds;

  • b. als voor de activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd door het Letterenfonds of Literatuur Vlaanderen al subsidie is verleend;

  • c. als de boekpublicatie ten tijde van de subsidieverlening al is gerealiseerd;

  • d. als de aanvrager niet voldoet aan de vereisten in artikel 4;

  • e. als de aanvraag niet voldoet aan de vereisten in artikel 5;

  • f. als de aanvraag betrekking heeft op een boekpublicatie die wordt uitgegeven in eigen beheer;

  • g. als de aanvrager zelf in de productie-, promotie- of distributiekosten participeert of als de aanvrager zelf een bepaald aantal exemplaren afneemt tegen betaling; of

  • h. indien het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 7. Hoogte van het subsidiebedrag

  • 1 Als aanvrager subsidie heeft aangevraagd op grond van de regelingProjectsubsidies voor makers van boeken en deze aanvraag is op basis van inhoudelijke of budgettaire gronden afgewezen, dan wordt de hoogte van het subsidiebedrag op basis van deze overbruggingsregeling bepaald op 75% van het ijkbedrag, maar ten minste op € 12.500.

  • 2 Als aanvrager een lager subsidiebedrag dan het ijkbedrag heeft ontvangen voor een boekpublicatie, dan wordt de hoogte van het subsidiebedrag op grond van deze overbruggingsregeling bepaald op 75% van het ijkbedrag, minus het voor de boekpublicatie verleende subsidiebedrag op grond van de regelingProjectsubsidies voor makers van boeken.

  • 3 Als aanvrager geen subsidie kan aanvragen op grond van de regelingProjectsubsidies voor makers van boeken, omdat aanvrager nog een gesubsidieerd project onder handen heeft waarvan het te schrijven boek nog niet is gepubliceerd, dan wordt de hoogte van het subsidiebedrag op grond van deze overbruggingsregeling bepaald op € 12.500.

  • 4 In afwijking van het derde lid, wordt de hoogte van het subsidiebedrag bepaald op 75% van het ijkbedrag als voor de boekpublicatie tevens in 2025 een subsidie is aangevraagd op basis van Regeling projectsubsidies voor publicatiesen die aanvraag is afgewezen op budgettaire gronden, op basis van de prioriteringsregels.

Artikel 8. Aanvraagperiode en subsidieplafond

  • 2 Het subsidieplafond voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling bedraagt € 1.960.000.

  • 3 Als een aanvraag niet kan worden gehonoreerd als gevolg van overschrijding van het subsidieplafond, dan wordt de aanvraag afgewezen.

Artikel 9. Subsidieverplichtingen

  • 1 De subsidieontvanger besteedt de subsidie aan de totstandkoming van de in de aanvraag omschreven publicatie.

  • 2 De subsidieontvanger informeert het Letterenfonds te allen tijde juist en waarheidsgetrouw.

  • 3 De subsidieontvanger maakt geen inbreuk op auteursrechten van derden.

  • 4 De subsidieontvanger stelt het Letterenfonds onverwijld in kennis van ingrijpende wijzigingen in het bij de aanvraag overgelegde plan.

  • 5 Als de subsidieontvanger het plan niet kan of zal voltooien binnen de in de aanvraag vermelde periode, stelt hij onverwijld het Letterenfonds hiervan in kennis onder vermelding van de redenen.

  • 6 Als een subsidieontvanger subsidies of andere geldelijke middelen van derde partijen voor de publicatie heeft ontvangen, stelt hij het Letterenfonds hiervan onverwijld in kennis.

  • 7 De subsidieontvanger is verplicht de publicatie direct na publicatie toe te zenden of laten zenden aan het Letterenfonds in de vorm van één papieren exemplaar of het door de uitgever uitgebrachte e-book.

  • 8 In de publicatie is het Letterenfonds vermeld als subsidieverstrekker zoals aangegeven in de toekenningentoolkit op de website.

  • 9 Als de inkomensgrens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, is overschreden in het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, meldt de subsidieontvanger dit onverwijld aan het Letterenfonds na ontvangst van de definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren in het desbetreffende tijdvak.

  • 10 Als bij de aanvraag een intentieverklaring van de uitgever is gevoegd, dient de uitgaveovereenkomst uiterlijk te worden overgelegd bij verschijnen van de publicatie.

  • 11 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens het Letterenfonds ingesteld onderzoek dat erop is gericht het Letterenfonds inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel 10. Termijnen, subsidieverlening en -vaststelling

  • 1 Het bestuur beslist binnen 6 weken na het moment waarop de aanvraag is ingediend.

  • 2 Bij het verlenen van de subsidie geeft het bestuur direct een beschikking tot subsidievaststelling.

  • 3 In de beschikking wordt de wijze van betaling van de subsidie bepaald.

Artikel 11. Intrekkingsgronden

  • 1 Het bestuur kan de subsidievaststelling intrekken of wijzigen als de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 Als het bestuur constateert dat substantiële wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van de bij de aanvraag verstrekte gegevens, kan het bestuur de subsidievaststelling intrekken of wijzigen.

  • 3 Het bestuur kan de subsidievaststelling wijzigen of intrekken als de activiteiten niet binnen drie jaar na de subsidieverlening hebben plaatsgevonden en de subsidieontvanger naar het oordeel van het bestuur hiervoor geen gegronde redenen heeft kunnen aanvoeren.

  • 4 Het bestuur kan de subsidievaststelling wijzigen dan wel intrekken wegens het overlijden van de subsidieontvanger.

  • 5 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

  • 6 Het bedrag waarmee de subsidie eventueel wordt verlaagd, wordt verrekend met eventueel nog te betalen gedeelten van de subsidie of teruggevorderd

Artikel 12. Hardheidsclausule

Het bestuur kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, een artikel van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant en eindigt op 2 december 2027.

  • 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke overbruggingsregeling projectsubsidies voor makers van boeken.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en gepubliceerd op de website.

Het bestuur van het Nederlands Letterenfonds,

Voor deze,

R.N. de Bildt,

directeur-bestuurder