Loonheffingen, inkomstenbelasting, Youngtimerregeling; besluit introduceren overgangstermijn (versoberen youngtimerregeling)

[Regeling vervalt per 01-01-2027.]
Geraadpleegd op 12-04-2026.
Geldend van 21-02-2026 t/m heden.

Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 12 februari 2026, nr. 2026-2493 over Loonheffingen en Inkomstenbelasting. Youngtimerregeling; besluit introduceren overgangstermijn van een jaar vanwege versoberen youngtimerregeling

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

1. Inleiding

Dit besluit bevat een goedkeuring waarmee vooruitlopend op wetgeving voor een bepaalde groep belastingplichtigen die gebruikmaken van de youngtimerregeling, de verhoging van de grens naar 16 jaar tijdelijk niet geldt.

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

2. Overgangstermijn versobering youngtimerregeling

Artikel 2.1. Overgangstermijn ter beschikking gestelde auto

Artikel 13bis, eerste lid, eerste volzin, aanhef en onderdeel b, Wet LB 1964 zoals dat luidde op 31 december 2025 mag gedurende het jaar 2026 worden toegepast als de auto:

  • a. in de loop van het kalenderjaar 2025 meer dan 15 jaar maar minder dan 16 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen; en

  • b. uiterlijk 31 december 2025 ter beschikking is gesteld aan de betreffende werknemer.

Artikel 2.2. Overgangstermijn ter beschikking staande auto

Artikel 3.20, eerste lid, eerste volzin, aanhef en onderdeel b, Wet IB 2001 zoals dat luidde op 31 december 2025 mag gedurende het jaar 2026 worden toegepast als de auto:

  • a. in de loop van het kalenderjaar 2025 meer dan 15 jaar maar minder dan 16 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen; en

  • b. uiterlijk 31 december 2025 ter beschikking staat aan de betreffende belastingplichtige.

3. Inwerkingtreding en vervaldatum

Artikel 3.1. Inwerkingtreding en vervaldatum

Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2027 of eerder indien de vorenstaande goedkeuring in de Wet LB 1964 en de Wet IB 2001 is gecodificeerd.

Den Haag, 12 februari 2026

De Staatssecretaris van Financiën,

E.H.J. Heijnen