-
5.1 Al het gas dat stroomt over het overdrachtspunt dient gemeten te worden. De meting
geschiedt door aangeslotene conform de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene. Aangeslotene zal er voor zorg dragen dat er geen gas wordt onttrokken tussen het
overdrachtspunt en de meetinrichting.
-
5.2 De meetinrichting wordt ontworpen, aangelegd, beheerd en onderhouden door aangeslotene
en voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene Alvorens de meetinrichting wordt aangelegd of gemodificeerd, dient het ontwerp ter
goedkeuring te worden voorgelegd aan de transmissiesysteembeheerder en dient goedkeuring
voor het ontwerp verkregen te worden van de transmissiesysteembeheerder.
-
5.3 De meetinrichting dient voorzien te zijn van een ruimte waarin het door de transmissiesysteembeheerder
beschikbaar gestelde lokaal data acquisitie-systeem zo bedoeld in 1.2.5 van de Meetcode gas LNB – Meting door aangeslotene door of in opdracht van aangeslotene wordt geplaatst. Dit lokale data acquisitiesysteem
dient conform de specificatie van de transmissiesysteembeheerder met de meetinrichting
te worden verbonden. Aangeslotene draagt zorg voor de aanleg van de spannings- en
telemetrievoorziening in deze ruimte conform de specificatie van de transmissiesysteembeheerder.
De in dit artikel genoemde specificaties zijn te vinden op de website van de transmissiesysteembeheerder
onder de naam “Specificatie_GTS_bij_meting_door_aangeslotene.”.
-
5.4 De meetinrichting dient voorzien te zijn van de mogelijkheid tot aanleg van een monsternamepunt
om, indien noodzakelijk, een sonde aan te sluiten ten behoeve van een gaskwaliteitmeting
ten behoeve van de bepaling van de gaskwaliteit bij aangeslotene. Het monsternamepunt
dient zodanig gesitueerd te zijn dat onder alle omstandigheden een representatief
monster van het gas verkregen wordt en dat in de nabijheid van het monsternamepunt
een gaskwaliteitmeting geplaatst kan worden. Bij de meetinrichting dient voldoende
ruimte te zijn om een gaskwaliteitmeting te plaatsen door of in opdracht van de transmissiesysteembeheerder.
Aangeslotene draagt zorg voor de aanleg van de spannings- en telemetrievoorziening
ten behoeve van de gaskwaliteitmeting conform de specificatie van de transmissiesysteembeheerder,
welke te vinden is op de website van de transmissiesysteembeheerder onder de naam
“Specificatie_GTS_bij_meting_door_aangeslotene.”.
-
5.5 De functionele eisen met betrekking tot de meting zoals opgenomen in de Meetcode gas LNB-Meting door aangeslotene dienen door aangeslotene nader te worden ingevuld/uitgewerkt in een meethandboek.
Dit meethandboek bevat in ieder geval:
-
• een omschrijving van de opgestelde apparatuur,
-
• de berekeningsmethodes,
-
• de wijze van onzekerheidsberekening van de meetinrichting,
-
• de afhandeling van geconstateerde meetfouten,
-
• een opsomming van de contactpersonen en hun bereikbaarheidgegevens
-
• de aan de apparatuur te stellen nauwkeurigheidseisen
-
• de methodes en criteria om de kwaliteit van de metingen te waarborgen, evenals de
voor het veilig, doelmatig en betrouwbaar functioneren van het transmissiesysteem
benodigde informatievoorziening.
-
• de procedure voor registratie en verrekening met de transmissiesysteembeheerder van
het gasverbruik dat niet door de meetinrichting wordt geregistreerd en het gasverbruik
ten behoeve van het bedrijven van de meet- en regelinrichting inclusief verwarming.
De gebruikte methodes en procedures zullen in overeenstemming zijn met de actuele
versies van de relevante (internationale) standaarden. Het meethandboek dient door
de transmissiesysteembeheerder goedgekeurd te worden. Indien er geen goedgekeurd meethandboek
is, wordt de meting geacht niet te voldoen aan eisen zoals opgenomen in de Meetcode gas LNB – Meting door aangeslotene.
-
5.6 Aangeslotene is verplicht om aanpassingen aan de meetinrichting, van zodanige aard
dat deze van betekenis kunnen zijn voor het correct functioneren van de fysieke en
administratieve processen rond het transmissiesysteem, tijdig voorafgaand aan het
uitvoeren hiervan aan de transmissiesysteembeheerder te melden.
-
5.7 Aangeslotene is verplicht de documentatie betreffende de bouw en het onderhoud van
de meetinrichting zodanig actueel te houden zodat aangeslotene bij gerede twijfel
op ieder moment op verzoek en naar genoegen van de transmissiesysteembeheerder kan
aantonen dat zijn meetinrichting voldoet aan de Meetcode gas LNB – Meting door aangeslotene, zo nodig onder verstrekking aan de transmissiesysteembeheerder van de documentatie
waarin dit wordt onderbouwd.
-
5.8 Indien de transmissiesysteembeheerder gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de
meetinrichting niet correct functioneert of een afwijking vertoont, zal aangeslotene
deze controleren en zo nodig handelend optreden (justeren). De kosten hiervan komen
voor rekening van aangeslotene, tenzij een eventueel geconstateerde onnauwkeurigheid
de toegestane afwijkingen, zoals gedefinieerd in het meethandboek, niet overschrijdt,
in welk geval de kosten voor de controle voor rekening van de transmissiesysteembeheerder
komen.
De transmissiesysteembeheerder is bevoegd de meetinrichting te (laten) onderzoeken
om te beoordelen of door aangeslotene aan de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene wordt voldaan. Indien de meetinrichting blijkens dit onderzoek niet voldoet aan hetgeen
bepaald is in de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene, is aangeslotene verplicht
de gebreken voor zijn rekening te herstellen binnen de door de transmissiesysteembeheerder
opgegeven termijn en conform de eisen zoals vastgelegd in deze Aansluitcode gas TSB
Aansluitpunt.
Indien en voor de periode dat de meetinrichting niet voldoet aan hetgeen bepaald is
in de Meetcode Gas LNB – Meting door aangeslotene, is de transmissiesysteembeheerder na overleg met betrokkenen waaronder in elk geval
worden begrepen de desbetreffende aangeslotene en de betrokken balanceringsverantwoordelijke(n)
– gerechtigd tot het vaststellen van de meetwaarden.
-
5.9 Indien wordt vastgesteld dat de meetinrichting niet correct functioneert, maar het
tijdstip waarop dit niet-correct functioneren is begonnen niet kan worden bepaald,
wordt het niet-correct functioneren geacht te zijn begonnen halverwege de datum waarop
het niet-correct functioneren is vastgesteld en de datum van de laatste onbetwiste
controle van de meetinrichting. De datum waarop het niet-correct functioneren is vastgesteld,
wordt geacht te zijn de datum waarop de controle is uitgevoerd die het niet-correct
functioneren aantoonde. De door de meetinrichting gemaakte fout gedurende de periode
tussen de datum waarop het niet-correct functioneren is begonnen, dan wel wordt geacht
te zijn begonnen, en de datum waarop de meter weer naar behoren functioneert, zal
in overleg met de transmissiesysteembeheerder door aangeslotene worden geschat. De
fout zal niet worden uitgedrukt in uurcorrecties maar in één totale volumecorrectie.
Correctie vindt evenwel slechts plaats binnen de termijnen zoals genoemd in de artikelen 2.4.1 en 2.5.1 van de Allocatiecode Systeembeheerders Gas.
-
5.10 De transmissiesysteembeheerder is gerechtigd tot het gebruik van de voor haar (voor
de uitvoering van haar taken als transmissiesysteembeheerder) benodigde telecommunicatie-infrastructuur
en/of datalijnen, verbonden aan de meet- en regelinrichting en, indien aanwezig, de
gaskwaliteitmeting conform artikel 5.4 bij aangeslotene. Hierbij zal de transmissiesysteembeheerder
het veiligheidsbeleid van aangeslotene in acht nemen.
-
5.11 De transmissiesysteembeheerder heeft toegang tot alle aan de meting gerelateerde informatie.
Aangeslotene zal de transmissiesysteembeheerder of een derde die door de transmissiesysteembeheerder
gemachtigd is in de gelegenheid stellen de uit te voeren test- en kalibratiewerkzaamheden
bij te wonen en zal de resultaten hiervan overleggen.
-
5.12 Een minimum meetcapaciteit, dit is de capaciteit waarbij de ondergrens van het meetbereik
van de meet- en regelinrichting wordt bereikt, wordt vastgelegd op basis van de door
aangeslotene aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte gegevens. Aangeslotene
zal er voor zorgen dat de hoeveelheid af te nemen gas structureel en/of planmatig
ligt in het capaciteitsgebied tussen de minimum meetcapaciteit en de maximum meetcapaciteit.
Aangeslotene zal zodanig gas afnemen dat een correcte inzet van de meetinrichting
wordt gewaarborgd; indien aangeslotene hieraan niet voldoet dan wel zal kunnen voldoen,
is aangeslotene verplicht om de transmissiesysteembeheerder, te informeren en de door
de transmissiesysteembeheerder ter zake gegeven aanwijzingen op te volgen. Voorts
is aangeslotene verplicht, indien en voor zover hij structureel en/of planmatig de
vastgelegde minimum meetcapaciteit onderschrijdt dan wel de maximale meetcapaciteit
overschrijdt, de meetcapaciteit van de meetinrichting aan te passen en hierover met
de transmissiesysteembeheerder in overleg te treden. Een gewijzigde minimum meetcapaciteit
wordt door transmissiesysteembeheerder en aangeslotene vastgelegd in de aansluitovereenkomst.