Begrippencode elektriciteit 2026

Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 21-02-2026 t/m heden.

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666112 op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over de elektriciteitsbegrippen in de codes (Begrippencode elektriciteit 2026)

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 3.121 van de Energiewet;

Besluit:

Artikel 1

In deze code wordt onder balanceringsverantwoordelijke, congestie, distributiesysteembeheerder of transmissiesysteembeheerder telkens verstaan balanceringsverantwoordelijke, congestie, distributiesysteembeheerder, of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit, tenzij anders vermeld.

Artikel 2

In de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, voor zover deze betrekking hebben op elektriciteit, wordt verstaan onder:

  • aanraakspanning: spanning tussen gelijktijdig bereikbare geleidende delen, wanneer deze geleidende delen niet in aanraking zijn met een persoon of dier;

  • aansluit- en transportovereenkomst: overeenkomst tussen een aangeslotene en een systeembeheerder dan wel tussen twee systeembeheerders onderling die zowel de aansluitovereenkomst als de transportovereenkomst omvat;

  • aansluitcapaciteit: door een aangeslotene of systeembeheerder gevraagde en door de systeembeheerder ter beschikking gestelde capaciteit op een aansluiting of systeemkoppeling, bij een grote aansluiting of systeemkoppeling aangeduid met het schijnbaar vermogen (VA) en bij een kleine aansluiting met de doorlaatwaarde;

  • aansluitdienst: het verzorgen en instandhouden van een aansluiting, een met koppeling te realiseren aansluiting als bedoeld in artikel 3.38 van de Energiewet, of een systeemkoppeling, zoals nader omschreven in artikel 2.1, tweede lid, van de Tarievencode elektriciteit 2026;

  • aansluitingenregister: register, ingericht en beheerd door de systeembeheerder voor de aansluitingen op zijn systeem, waarin per aansluiting die gegevens zijn vastgelegd die nodig zijn voor de communicatie tussen systeembeheerders en marktpartijen aangaande balanceringsverantwoordelijkheid, de facilitering van de mutatieprocessen, de uitvoering van het leveranciersmodel en de productie van duurzame elektriciteit;

  • aansluittarief: tarief in rekening gebracht door de systeembeheerder ter dekking van de kosten van de aansluitdienst;

  • aanwezige transportcapaciteit: maximale capaciteit die een systeem aan kan, met inachtneming van de van toepassing zijnde ontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen;

  • actief telwerk: telwerk waarin daadwerkelijk de gemeten hoeveelheid elektrische energie wordt vastgelegd en waarvan de stand wordt uitgelezen t.b.v. de marktprocessen;

  • actuele [leverancier / invoedingsaggregator / balanceringsverantwoordelijke / meetverantwoordelijke partij]: [leverancier / invoedingsaggregator / balanceringsverantwoordelijke / meetverantwoordelijke partij] die voor een bepaald allocatiepunt dan wel voor een bepaalde aansluiting de rechten en plichten van een [leverancier / invoedingsaggregator / balanceringsverantwoordelijke / meetverantwoordelijke partij] uitoefent en als zodanig in het aansluitingenregister staat geregistreerd;

  • additioneel allocatiepunt: allocatiepunt als bedoeld in artikel 3.44, tweede lid, van de Energiewet;

  • administratieve status van een aansluiting: aanduiding in het aansluitingenregister waaruit blijkt dat de aansluiting administratief aangesloten of administratief afgesloten is, te weten of de aansluiting wel of niet beschikbaar is voor gebruik op de energiemarkt;

  • afgelezen meterstand: meterstand die ter plaatse van de meetinrichting visueel is afgelezen;

  • allocatiemethode: methode als bedoeld in artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas;

  • balanceringsverantwoordelijkenregister: register als bedoeld in artikel 10.3 van de Systeemcode elektriciteit 2026;

  • bedrijfsvoeringscriteria: criteria die ten aanzien van de veiligheid en betrouwbaarheid van het transport van elektriciteit worden gehanteerd door systeembeheerders;

  • benodigde transportcapaciteit: transportcapaciteit nodig om aan de vraag naar transport van alle gecontracteerde aangeslotenen in een (deel)systeem te voldoen, bedoeld in artikel 3.3 van de Energieregeling;

  • beschikbare transportcapaciteit: deel van de aanwezige transportcapaciteit dat niet wordt ingezet om aan de benodigde transportcapaciteit te voldoen. De beschikbare transportcapaciteit is gelijk aan het verschil tussen de aanwezige transportcapaciteit en de benodigde transportcapaciteit;

  • capaciteitstariefcode: aanduiding in het aansluitingenregister van het op een aansluiting van toepassing zijnde tarief als bedoeld in artikel 2.35, eerste lid, van de Energieregeling;

  • CG-aangeslotene: aangeslotene of congestiebeheersdienstverlener waarvan een bieding overeenkomstig artikel 9.29, vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026 is afgeroepen dan wel waarvoor een capaciteitssturing overeenkomstig artikel 9.29, vierde lid, of artikel 9.33, vijfde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026 is opgedragen;

  • congestiebeheersdienstverlener: partij die congestiebeheersdiensten levert aan een transmissie- of distributiesysteembeheerder;

  • deelsysteem: systeem met een bepaald spanningsniveau met een sterke samenhang, gekoppeld met een systeem met een hoger spanningsniveau;

  • doorlaatwaarde: aanduiding van aansluitcapaciteit van een aansluiting kleiner dan of gelijk aan 3x80A op een laagspanningssysteem aangeduid als het aantal beschikbaar gestelde fasen vermenigvuldigd met de nominale waarde van de overstroombeveiliging per fase;

  • EAN-code: uniek identificatienummer conform de Europese Artikel Nummering;

  • EAN-codeboek: online toegankelijk uittreksel van het aansluitingenregister;

  • elektriciteitsopslageenheid: eenheid die actief vermogen vanuit het systeem kan afnemen en in het systeem kan injecteren door omzetting van elektrische energie in een vorm van energie die kan worden opgeslagen, de opslag van die energie en de daaropvolgende omzetting van die energie in elektrische energie;

  • energieprogramma: door een balanceringsverantwoordelijke opgesteld en bij de transmissiesysteembeheerder ingediend programma dat voor elke onbalansverrekeningsperiode in een kalenderdag bevat:

    • a. de positie;

    • b. het intern commercieel handelsprogramma;

    • c. het extern commercieel handelsprogramma;

  • energietransactie: overeenkomst die inhoudt dat een zekere hoeveelheid elektrische energie (in MWh) wordt geproduceerd en afgenomen;

  • enkel telwerk: telwerk van een meetinrichting bij een kleine aansluiting met één actief telwerk;

  • foutspanning: spanning die optreedt als gevolg van een isolatiefout tussen het punt waar de fout optreedt en de referentieaarde;

  • fysieke status van de aansluiting: aanduiding of de aansluiting fysiek aangesloten of fysiek afgesloten is, en of de aansluiting wel of niet beschikbaar is voor uitwisseling van elektriciteit of gas tussen het systeem en de aangesloten installatie;

  • gecontracteerd transportvermogen: vermogen, onderscheiden naar afname van het systeem en invoeding op het systeem, dat een aangeslotene of systeembeheerder maximaal op zijn aansluiting of systeemkoppeling mag gebruiken en dat gelijk is aan of kleiner is dan de waarde van de aansluitcapaciteit, rekening houdend met de in het desbetreffende systeem gebruikelijke arbeidsfactor;

  • gevraagde transportcapaciteit: transportcapaciteit nodig om aan de vraag naar transport van een aangeslotene of een distributiesysteembeheerder, namelijk de aanvrager, te voldoen;

  • groepstransportovereenkomst: op grond van artikel 7.8, eerste lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026 afgesloten transportovereenkomst met twee of meer aangeslotenen gezamenlijk;

  • grootschalige storing: uitval van verscheidene elementen in het systeem van een transmissie- of distributiesysteembeheerder of elektriciteitsproductie-eenheden waardoor in een groot gebied dan wel bij een groot aantal aangeslotenen de transportdienst onderbroken wordt;

  • herkomstindicatie: oorsprong van de door de meetverantwoordelijke partij of systeembeheerder vastgestelde meetgegevens;

  • hinderlijke spanningsdip: spanningsdip met een duur van 10 tot 200 milliseconde en een restspanning van minder dan 40%, of met een duur van 200 tot 500 milliseconde en een restspanning van minder dan 70%, of met een duur van 500 tot 5.000 milliseconde en een restspanning van minder dan 80%;

  • hoogspanningssysteem: systeem bestemd voor het transport van elektriciteit op een spanningsniveau groter dan 35 kV en dat als zodanig wordt bedreven;

  • inhuizing: verhuizing waarbij een (rechts)persoon een onroerende zaak betrekt en de beschikkingsbevoegdheid over de aansluiting op zich neemt;

  • kritisch systeemelement: kritisch netwerkelement als bedoeld in artikel 2(69) van Verordening (EU) 2019/943;

  • kWmax: werkelijk voorgekomen maximale belasting van het systeem door een aangeslotene op een aansluiting, of een distributiesysteembeheerder op een systeemkoppeling, die bij een meetperiode van 15 minuten of minder wordt bepaald op basis van de waarde per klokkwartier en die bij een andere meetperiode wordt bepaald op basis van de hoogste waarde per meetperiode;

  • kWmaxgewogen: maximale, in de tijd variërende gewogen belasting van het systeem door een aangeslotene op een aansluiting, of door een distributiesysteembeheerder op een systeemkoppeling;

  • laagspanningssysteem: systeem bestemd voor het transport van elektriciteit op een spanningsniveau kleiner dan of gelijk aan 1 kV in geval van een wisselspanningssysteem en kleiner dan of gelijk aan 1,5 kV in geval van een gelijkspanningssysteem en dat als zodanig wordt bedreven;

  • laag telwerk: telwerk van een meetinrichting bij een kleine aansluiting met twee of meer telwerken dat gebruikt wordt of kan worden voor de bepaling van de met het systeem uitgewisselde energie tijdens laaguren;

  • laaguren: uren van de dag waarvoor, in geval van een meetinrichting met dubbel telwerk, de met het systeem uitgewisselde elektrische energie wordt geregistreerd door het laagtelwerk;

  • leveranciersregister: administratie van bedrijfsgegevens en operationele contactgegevens van de leveranciers van elektriciteit of gas in Nederland;

  • MARI-product: standaardproduct voor manuele frequentieherstelreserves dat wordt uitgewisseld tussen transmissiesysteembeheerders via het Europees platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit frequentieherstelreserves met manuele activering, en optioneel beschikbaar is voor activering door de transmissiesysteembeheerder ter uitvoering van het manuele frequentieherstelproces;

  • meetgegevens: alle gegevens die afkomstig zijn uit een meetinrichting (zoals meterstanden) of die daarvan zijn afgeleid (zoals volumes) of die als zodanig worden gebruikt (zoals door middel van profielensystematiek berekende gegevens omtrent volumes);

  • meetmethode: aanduiding in het aansluitingenregister van de wijze waarop de energie-uitwisseling op de aansluiting wordt vastgesteld;

  • meetmiddel (van de meetinrichting): kWh-meter, kvarh-meter, stroom- of spanningstransformator;

  • middenspanningssysteem: systeem bestemd voor het transport van elektriciteit op een spanningsniveau groter dan 1 kV, maar kleiner dan of gelijk aan 35 kV en dat als zodanig wordt bedreven;

  • mutatiedatum: datum waarop door de systeembeheerder de wijziging van gegevens in het aansluitingenregister wordt geëffectueerd;

  • netbeheerdersregister: administratie van bedrijfsgegevens en operationele contactgegevens van de systeembeheerders in Nederland;

  • nieuwe [leverancier / invoedingsaggregator / balanceringsverantwoordelijke / meetverantwoordelijke partij]: [leverancier / invoedingsaggregator / balanceringsverantwoordelijke / meetverantwoordelijke partij] die voor een bepaald allocatiepunt of een bepaalde aansluiting de rechten en plichten van een [leverancier / invoedingsaggregator / balanceringsverantwoordelijke / meetverantwoordelijke partij] zal gaan uitoefenen en die zich als zodanig in het aansluitingenregister heeft aangemeld of zal gaan aanmelden;

  • nominaal meetvermogen: schijnbaar vermogen, overeenkomstig het bepaalde in B3.1.1.2.1 tot en met B3.1.1.2.4 van de Meetcode elektriciteit, te berekenen uit de nominale primaire spanning van de spanningstransformatoren en de nominale primaire stroom van de stroomtransformatoren;

  • normaal telwerk: telwerk van een meetinrichting bij een kleine aansluiting met twee of meer telwerken dat gebruikt wordt of kan worden voor de bepaling van de met het systeem uitgewisselde energie tijdens normaaluren;

  • normaaluren: uren van de dag waarvoor, in geval van een meetinrichting met dubbel telwerk, de met het systeem uitgewisselde elektrische energie wordt geregistreerd door het normaaltelwerk;

  • onbalansverrekeningsperiode: tijdseenheid waarmee de onbalansverrekening plaatsvindt, te weten 15 minuten, ofwel per klokkwartier;

  • oude [leverancier / invoedingsaggregator / balanceringsverantwoordelijke / meetverantwoordelijke partij]: [leverancier / invoedingsaggregator / balanceringsverantwoordelijke / meetverantwoordelijke partij] die voor een bepaald allocatiepunt of een bepaalde aansluiting de rechten en plichten zal gaan verliezen of heeft verloren en als gevolg daarvan uit het aansluitingenregister is verwijderd of zal worden verwijderd;

  • per unit (pu): referentiespanning die in een laagspanningssysteem gelijk is aan de spanning Un te weten 230 V, in een middenspanningssysteem gelijk is aan de spanning Uc, in een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau kleiner dan of gelijk aan 220 kV gelijk is aan spanning Uc, en in een hoogspanningssysteem met een spanningsniveau groter dan 220 kV gelijk is aan de spanning Un;

  • primair deel van de meetinrichting: eventueel aanwezige spannings- en stroommeettransformatoren met inbegrip van de aansluitklemmen waarop het secundaire deel van de meetinrichting is aangesloten;

  • primaire energiebron: aanduiding voor de soort brandstof en/of energiebron voor de elektriciteitsproductie-eenheid, onderverdeeld in de volgende types: zon; wind; water; biomassa; kolen; gas; olie; nucleair; overig;

  • productiemeetinrichting: meetinrichting waarmee de hoeveelheid opgewekte elektrische energie op de plaats waar de GCvO-installatie met de rest van de elektrische installatie verbonden is wordt gemeten;

  • profielcategorie: classificering van aansluitingen op grond van objectief vast te stellen kenmerken;

  • prognose: door of namens de aangeslotene, of door een balanceringsverantwoordelijke, of door een systeembeheerder per tijdsperiode opgestelde en bij de betreffende systeembeheerder ingediende planning van de som van afname of invoeding per primaire energiebron per overdrachtspunt van: ofwel de aansluiting, ofwel de systeemkoppeling, ofwel het verzamelpunt dat valt onder de verantwoordelijkheid van de aangeslotene of een balanceringsverantwoordelijke;

  • reconciliatie: verrekening over een bepaalde periode op basis van het verschil tussen het ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid vastgestelde volume en het vastgestelde werkelijke volume tegen een gewogen marktprijs per MWh;

  • recreatiesysteem: systeem waarvoor niet op grond van artikel 3.2 van de Energiewet een systeembeheerder is aangewezen, of niet op grond van artikel 3.6 van de Energiewet een ontheffing is verleend, en waarvan de onroerende zaken, bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken waarmee het systeem een verbinding vormt ingevolge het omgevingsplan, de WOZ-beschikking of een notariële akte recreatieve doeleinden hebben of ingevolge het omgevingsplan, de WOZ-beschikking of een notariële akte niet bestemd zijn voor permanente bewoning en voor recreatieve doeleinden zijn bestemd;

  • regelbaar vermogen voor afnamecongestie: vermogen dat overeenkomstig artikel 9.14, eerste lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor inzet beschikbaar is;

  • regelbaar vermogen voor invoedingscongestie: vermogen dat overeenkomstig artikel 9.14, eerste lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026 voor inzet beschikbaar is, vermeerderd met het overige vermogen van elektriciteitsproductie-eenheden dat bij inzet van de verplichting overeenkomstig artikel 9.1, vierde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026, met toepassing van een ondergrens van 1 MW, beschikbaar is voor het verminderen van elektriciteitsinvoeding;

  • regionaal hoogspanningssysteem: systeem bestemd voor het transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 50 kV of hoger, maar lager dan 110 kV en dat als zodanig wordt bedreven;

  • restspanning: laagste waarde van de drie gekoppelde spanningen die optreedt op het systeem van een elektriciteitsproductie-eenheden tijdens een kortsluiting in het systeem;

  • restantvolume: volume dat nog niet toegewezen is, na toewijzing van gemeten afnames en invoedingen, berekende afnames en invoedingen en de systeemverliezen;

  • restantvolumecorrectiefactor (RCF): factor ter verdeling van het restantvolume;

  • risicogebied: deelgebied in het voor een distributiesysteembeheerder krachtens artikel 3.37 van de Energiewet vastgestelde gebied waar het risico op lichamelijk letsel ten gevolge van een kortsluiting in het laagspanningssysteem groter is dan in de rest van het voor hem vastgestelde gebied;

  • secundair gedeelte van de meetinrichting: deel van de meetinrichting vanaf de aansluitklemmen van de secundaire wikkelingen van de meettransformatoren tot en met de kWh-meters en de kvarh-meters en de dagelijks op afstand uitleesbare meetinrichting;

  • significante systeemgebruiker: SNG als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER);

  • significante systeemgebruiker met hoge prioriteit: significante netgebruiker met hoge prioriteit als bedoeld in artikel 3.3 van Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER);

  • spanning Uc: door de systeembeheerder aangegeven en met de aangeslotene overeengekomen waarde van de spanning; Dit is tevens de toegekende spanning, zoals gedefinieerd in de norm NEN-EN 50160:2022 ‘Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten’;

  • spanning Un: nominale spanning “nominal system voltage”, zoals gedefinieerd in de norm NEN-EN-IEC 60038 ‘CENELEC normen toegekende spanning’;

  • spanningsvariatie ΔUmax: maximum snelle spanningsvariatie, zoals gedefinieerd in de norm “NEN-EN-IEC 61000-4-30:2015 en ‘Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) – Deel 4-30: Beproevingen en meettechnieken – Meetmethode van de kwaliteit van de elektriciteitsvoorziening’

  • spanningsvariatie ΔUss: stationaire snelle spanningsvariatie, zoals gedefinieerd in de norm NEN-EN-IEC 61000-4-30:2015 en ‘Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) – Deel 4-30: Beproevingen en meettechnieken – Meetmethode van de kwaliteit van de elektriciteitsvoorziening’

  • standaardjaarafname (SJA): verwachte afname op een aansluiting bij gestandaardiseerde condities en op basis van een genormaliseerd jaar;

  • standaardjaarinvoeding (SJI): verwachte invoeding op een aansluiting bij gestandaardiseerde condities en op basis van een genormaliseerd jaar;

  • standaardprofiel: vooraf vastgestelde tijdreeks van profielfracties, voor een bepaalde profielcategorie;

  • stroomsommatie (van de meetinrichting): sommeren van meetstromen door parallelschakeling van de secundaire wikkelingen van stroomtransformatoren of door toepassing van sommeerstroomtransformatoren;

  • switch: wisseling van leverancier, invoedingsaggregator of balanceringsverantwoordelijke op een allocatiepunt, of van meetverantwoordelijke partij op een aansluiting;

  • syntactisch correct: voldoet aan de specificaties, bedoeld in artikel 9.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas;

  • systeemgebied: aaneengesloten en samenhangend deel van een systeem van één systeembeheerder waarbinnen de processen allocatie en reconciliatie plaatsvinden;

  • systeemverliezen: saldo van energie ingevoed op en energie afgenomen van een bepaald systeem gedurende een bepaalde tijd;

  • systeemvlak: een deel van het systeem waarvoor geldt dat de verbruikers aangesloten op dit deel van het systeem eenzelfde tarief in rekening krijgen;

  • tariefperiode (TP): aaneengesloten periode van normaaluren of laaguren;

  • tariefzone: aanduiding in het aansluitingenregister van het kenmerk van een telwerk, te weten normaaltelwerk, totaaltelwerk of laagtelwerk. Ingeval van een enkeltelwerk wordt altijd de aanduiding normaaltelwerk gebruikt;

  • telwerk: samenstel van cijferrollen bij een Ferrarismeter dan wel een dataregister van een digitale kWh-meter waarin de gemeten totale hoeveelheid elektrische energie voor een bepaalde energierichting voor normaaluren of laaguren wordt vastgelegd;

  • telwerkindicatie: identificatie van de onderscheiden telwerken op een meetinrichting:

    • a. bij een handopgenomen meetinrichting zoals zichtbaar op de meter zelf, en;

    • b. bij een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is door middel van de OBIS-code;

  • toegankelijk meetregister: register, bevattende vastgestelde meterstanden en verbruiken betreffende kleine aansluitingen;

  • totaaltelwerk: telwerk van een meetinrichting bij een kleine aansluiting met twee of meer telwerken dat gebruikt wordt of kan worden voor de bepaling van de met het systeem uitgewisselde energie tijdens normaal- en laaguren tezamen;

  • transportdienst: transporteren van elektriciteit ten behoeve van aangeslotenen door gebruik te maken van het systeem. Hieronder wordt mede verstaan het oplossen van fysieke congestie, het compenseren van systeemverliezen en het in stand houden van de spannings- en blindvermogenshuishouding;

  • transporttarief: tarief in rekening gebracht door de systeembeheerder bij een aangeslotene ter dekking van de kosten van de transportdienst;

  • uitgelezen meterstand: meterstand die met behulp van elektronische hulpmiddelen ter plaatse van de meetinrichting of op afstand is uitgelezen;

  • uithuizing: verhuizing waarbij een (rechts)persoon een onroerende zaak verlaat en de beschikkingsbevoegdheid over de aansluiting beëindigt;

  • validatiestatus: resultaat van de datavalidatie door de meetverantwoordelijke partij van de betreffende meetgegevens;

  • vastgestelde meterstand: meterstand die na collectie en succesvolle validatie is vastgesteld door:

    • a. het meetbedrijf (ingeval deze meterstand betrekking heeft op een meetinrichting bij een kleine aansluiting); of

    • b. de meetverantwoordelijke partij (ingeval deze meterstand betrekking heeft op een meetinrichting bij een grote aansluiting);

  • verbruiker: aangeslotene die elektrische energie afneemt van het systeem;

  • verliesbericht: bericht waarmee de systeembeheerder aan de oude leverancier, de oude invoedingsaggregator, de oude balanceringsverantwoordelijke of de oude meetverantwoordelijke partij aankondigt dat de desbetreffende partij met ingang van de datum in het verliesbericht de rechten en plichten voor de in het verliesbericht vermelde allocatiepunt dan wel aansluiting zal verliezen;

  • vermenigvuldigingsfactor: in geval van elektriciteit het samenstel van alle correctiefactoren met betrekking tot de fysieke meting die nodig zijn om uit de tellerstanden de daadwerkelijke hoeveelheid met het systeem uitgewisselde energie te kunnen vaststellen; In geval van gas het product van alle specifiek voor de meetinrichting van toepassing zijnde factoren op telwerkniveau met uitzondering van de volumeherleidingsfactor om tot een normaalvolume te komen;

  • Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM): Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer;

  • Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net;

  • Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC): Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers;

  • Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC): Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie van 26 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting op het net van hoogspanningsgelijkstroomsystemen en op gelijkstroom aangesloten power park modules;

  • Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA): Verordening (EU) 2016/1719 van de Commissie van 26 september 2016 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing op de lange termijn;

  • Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO): Verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen;

  • Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB): Verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 28 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende elektriciteitsbalancering;

  • Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER): Verordening (EU) 2017/2196 van de Commissie van 28 november 2017 tot vaststelling van netcode voor de noodtoestand en het herstel van het elektriciteitsnet;

  • Verordening (EU) 543/2013: Verordening (EU) Nr. 543/2013 van de commissie van 14 juni 2013 betreffende de toezending en publicatie van gegevens inzake de elektriciteitsmarkten en houdende wijziging van bijlage I bij – Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad;

  • verwervingsbericht: bericht waarmee de systeembeheerder aan de nieuwe leverancier, de nieuwe invoedingsaggregator, de nieuwe balanceringsverantwoordelijke of de nieuwe meetverantwoordelijke partij bevestigt dat de desbetreffende marktpartij met ingang van de datum in het verwervingsbericht de rechten en plichten voor de in het verwervingsbericht vermelde allocatiepunt dan wel aansluiting zal verkrijgen;

  • verzamelpunt: een punt in het systeem, aan te wijzen door de transmissie- of distributiesysteembeheerder, dat gebruikt kan worden door de balanceringsverantwoordelijken voor het opgeven van hun prognoses zijnde de som van de prognoses van de systeemaansluitpunten van die balanceringsverantwoordelijke op lager gelegen spanningsniveaus achter het desbetreffende punt;

  • volledig geïntegreerde systeemcomponent: volledig geïntegreerde netwerkcomponent als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

  • werkdag: dag, niet zijnde een zaterdag of een zondag en niet zijnde een algemeen erkende feestdag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Algemene Termijnenwet, noch een in het tweede of krachtens het derde lid van genoemd artikel met een algemeen erkende feestdag gelijkgestelde dag;

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 februari 2026

Autoriteit Consument en Markt,

namens deze:

M.R. Leijten

bestuurslid