Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten

[Regeling vervalt per 01-02-2031.]
Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 20-02-2026 t/m heden.

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 februari 2026, nr. WJZ/61832636, houdende regels voor de subsidieverstrekking ten behoeve van grote restauratieopgaven van niet-woonhuisrijksmonumenten (Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 7.3, tweede lid, juncto 7.7, tweede lid en 7.5, eerste lid, van de Erfgoedwet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • AGVV: Verordening (EU) 651/1024 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187/1);

  • eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een rijksmonument;

  • groen monument: rijksmonument of zelfstandig onderdeel zijnde een aanleg die geheel of gedeeltelijk bestaat uit beplanting, zoals een park- of tuinaanleg, met dien verstande dat verdedigingswerken zonder een rijksbeschermde groenaanleg niet worden aangemerkt als groen monument;

  • inspectierapport: rapport dat de technische of fysieke staat van een rijksmonument beschrijft, en dat is opgesteld door een ter zake deskundige persoon of instantie;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • kerkelijk dienstgebouw in kerkelijk gebruik: rijksmonument of zelfstandig onderdeel dat functioneel bij een gebouw hoort dat in oorsprong uitsluitend of voor een overwegend deel is vervaardigd voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging, vanwege het rechtstreeks met die gezamenlijke belijdenis in dat gebouw verbonden huidige gebruik;

  • kerkgebouw: rijksmonument of zelfstandig onderdeel, dat in oorsprong uitsluitend of voor een overwegend deel is vervaardigd voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging;

  • Leidraad: Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • niet-woonhuisrijksmonument: rijksmonument of zelfstandig onderdeel, dat geen woonhuis is;

  • nieuwe eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht op een rijksmonument heeft verkregen door eigendomsoverdracht als bedoeld in artikel 16;

  • omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet;

  • professionele organisatie voor monumentenbehoud: aangewezen organisatie als bedoeld in artikel 30 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten;

  • RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;

  • restauratiekosten: kosten van restauratiewerkzaamheden en andere kosten die volgens de Leidraad als subsidiabel zijn aangemerkt;

  • restauratiewerkzaamheden: werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de restauratie van het rijksmonument en daarmee samenhangend normaal onderhoud;

  • samenstel van rijksmonumenten: twee of meer rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen gekenmerkt door hun onderlinge samenhang die mede bepalend is voor hun monumentale waarde;

  • woonhuis: rijksmonument of zelfstandig onderdeel dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is, met dien verstande dat niet als woonhuis wordt aangemerkt een kerkgebouw, kerkelijk dienstgebouw in kerkelijk gebruik, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw, watertoren of gebouw dat deel uitmaakt van een geregistreerd museum;

  • zelfstandig onderdeel:

    • a. deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid,

    • b. deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een toren van een kerkgebouw, of

    • c. alle delen gezamenlijk van een rijksmonument, zijnde een aanleg zoals een park- of tuinaanleg, die aan één eigenaar behoren, en niet het gehele rijksmonument omvatten.

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling en AGVV

  • 2 Artikel 53 van de AGVV is van toepassing indien een aanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan subsidie verstrekken aan een eigenaar voor de restauratiekosten ten behoeve van:

    • a. groene monumenten;

    • b. overige niet-woonhuisrijksmonumenten; of

    • c. een samenstel van rijksmonumenten, gevormd door onder a of b genoemde monumenten.

  • 2 Subsidiabel zijn de restauratiekosten, met dien verstande dat kosten waarvoor op grond van artikel 7 subsidie wordt geweigerd, als niet-subsidiabel worden aangemerkt.

  • 3 In afwijking van de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling zijn ook de restauratiekosten subsidiabel ten aanzien van de voorbereiding van de aanvraag, bestaande uit voor de restauratiewerkzaamheden noodzakelijke aanbestedingskosten, leges voor de omgevingsvergunning voor de restauratiewerkzaamheden, en kosten voor inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.

Artikel 4. Hoogte subsidiebedrag

  • 1 Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele restauratiekosten.

  • 2 In afwijking van het eerste lid bedraagt het subsidiepercentage maximaal 30% van de subsidiabele restauratiekosten, indien de eigenaar op het moment van indienen van de aanvraag:

    • a. belastingplichtig is als bedoeld in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, met dien verstande dat dit onderdeel niet van toepassing is indien de eigenaar uit hoofde van artikel 5, 6, 6a of 6b van die wet van de vennootschapsbelasting is vrijgesteld, hetgeen kan worden vastgesteld aan de hand van gegevens over het laatste boekjaar, voorafgaand aan het moment van aanvraag, waarvan de jaarrekening is vastgesteld en indien van toepassing de belastingaangifte is ingediend; of

    • b. de kosten van activiteiten als bedoeld in artikel 3 voor het desbetreffende rijksmonument of zelfstandig onderdeel in aftrek zou kunnen brengen op hetzij de winst uit onderneming, bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, hetzij het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in afdeling 3.4 van die wet.

  • 3 Het subsidiebedrag wordt berekend over een bedrag van maximaal € 10 miljoen aan subsidiabele restauratiekosten.

  • 4 Het tweede lid is niet van toepassing indien de eigenaar een professionele organisatie voor monumentenbehoud is.

  • 5 Indien een aanvraag wordt ingediend namens meerdere mede-eigenaren, en op één of meer van deze mede-eigenaren is het tweede lid van toepassing, geldt voor die aanvraag maximaal het subsidiepercentage, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5. Aanvraagperiode en subsidieplafond

  • 1 De hoogte van het subsidieplafond voor enige aanvraagronde wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

  • 2 In enig kalenderjaar kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd indien het subsidieplafond is bekendgemaakt in de Staatscourant. In dat geval kan een aanvraag worden ingediend in de periode van 1 september tot en met 15 september van het kalenderjaar waarvoor het subsidieplafond is bekendgemaakt.

Artikel 6. Aanvraag subsidie

  • 1 Een eigenaar dient een subsidieaanvraag elektronisch in bij de RCE met gebruikmaking van een aanvraagformulier dat daartoe op www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar is gesteld.

  • 2 Per aanvraag kan slechts voor één rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten subsidie worden aangevraagd.

  • 3 Per aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, tweede lid, kan voor hetzelfde rijksmonument of zelfstandig onderdeel maar één aanvraag worden ingediend.

  • 4 Een aanvraag mag alleen betrekking hebben op rijksmonumenten en zelfstandige onderdelen die aan één eigenaar behoren, waaronder mede-eigenaren.

  • 5 Indien artikel 4, eerste lid, van toepassing is, kan een aanvraag worden ingediend voor één van de volgende subsidiepercentages van de subsidiabele restauratiekosten:

    • a. 20%;

    • b. 30%;

    • c. 40%;

    • d. 50%.

  • 6 Indien artikel 4, tweede lid, van toepassing is, kan een aanvraag worden ingediend voor één van de volgende subsidiepercentages van de subsidiabele restauratiekosten:

    • a. 10%;

    • b. 20%;

    • c. 30%.

  • 7 Een aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een actueel inspectierapport met een beschrijving van de technische staat van het rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten, en, voor zover niet in het inspectierapport opgenomen, overzichts- en detailfoto’s met een toelichting, die een duidelijke indruk geven van het monument en zijn gebreken;

    • b. tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en zijn gebreken, en tekeningen waarop de voorgenomen restauratiewerkzaamheden duidelijk staan aangegeven;

    • c. een werkomschrijving of bestek, gebaseerd op de beschrijving van de technische staat, met de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren en de wijze van uitvoering en verwerking;

    • d. een afschrift van de omgevingsvergunning, met de daaraan ten grondslag liggende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling van de omgevingsvergunning, voor in ieder geval de eerste fase van de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd;

    • e. een gespecificeerde begroting van de restauratiekosten, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld begrotingsmodel, dat daartoe op www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar is gesteld, waarin per werkzaamheid de daarbij behorende hoeveelheden en kosten van arbeid, materiaal en materieel zijn aangeven;

    • f. een planning van de restauratiewerkzaamheden en uitgaven, met een voorgenomen startdatum en einddatum, waaruit blijkt dat de restauratiewerkzaamheden binnen 18 maanden na de aanvraagperiode aanvangen en binnen vijf jaar na aanvang worden afgerond;

    • g. voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid of als een toren van een kerkgebouw: een tekening waarop het zelfstandige onderdeel duidelijk is weergegeven ten opzichte van aangrenzende zelfstandige onderdelen;

    • h. voor zover het een groen monument betreft:

      • 1°. één overzichtskaart van het groene monument, voorzien van een schaalstok en noordpijl, met de locatie van de restauratiewerkzaamheden;

      • 2°. voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft: een kaart met de betrokken kadastrale percelen;

    • i. indien het een samenstel van rijksmonumenten betreft:

      • 1°. een beknopte uitleg van de onderlinge samenhang;

      • 2°. een overzichtskaart waarop de desbetreffende rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen duidelijk zijn weergegeven;

    • j. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;

    • k. in het geval van meerdere eigenaren: een machtigingsformulier, ondertekend door elk van de mede-eigenaren.

Artikel 7. Weigeringsgronden

Subsidie wordt in ieder geval geweigerd:

  • a. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een woonhuis;

  • b. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een archeologisch monument;

  • c. indien de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op normaal onderhoud;

  • d. indien de aanvrager niet beschikt over de omgevingsvergunning voor in ieder geval de eerste fase van de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd;

  • e. voor zover de restauratiekosten betrekking hebben op restauratiewerkzaamheden die reeds zijn aangevangen of voltooid vóór de subsidieverlening, uitgezonderd de restauratiekosten, bedoeld in artikel 3, derde lid;

  • f. voor zover de subsidie naar het oordeel van de minister niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten;

  • g. voor zover de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van de minister niet sober en doelmatig zijn;

  • h. voor zover voor de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds een rijkssubsidie of een lening als bedoeld in artikel 7.8 van de Erfgoedwet is verstrekt;

  • i. voor zover bij schade de restauratiekosten op grond van een verzekering worden gedekt;

  • j. voor zover de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 op verschuldigde omzetbelasting in aftrek kunnen worden gebracht of op verzoek kunnen worden terugbetaald, of op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds kunnen worden teruggevorderd;

  • k. voor zover voor hetzelfde rijksmonument of zelfstandig onderdeel in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag op grond van deze regeling reeds subsidie is verleend;

  • l. indien de aanvraag wordt ingediend buiten de periode bedoeld in artikel 5, tweede lid;

  • m. indien van de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b of c, minder dan € 2,5 miljoen als subsidiabel wordt aangemerkt, tenzij het samenstel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, waarvoor een aanvraag wordt ingediend, uitsluitend bestaat uit monumenten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

  • n. indien van de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a of artikel 3, eerste lid, onderdeel c, indien het samenstel uitsluitend bestaat uit monumenten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, minder dan € 1 miljoen als subsidiabel wordt aangemerkt;

  • o. voor zover het totaal aan ontvangen subsidies en bijdragen van derden in combinatie met de subsidie die op grond van artikel 3 kan worden verstrekt, meer dan 100% van de subsidiabele restauratiekosten bedraagt;

  • p. indien ten aanzien van de aanvrager of één of meer mede-eigenaren een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV; of

  • q. indien de aanvrager of één of meer mede-eigenaren een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de AGVV.

Artikel 8. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 2 Indien het subsidieplafond wordt bereikt binnen één van de onderdelen a tot en met d van het eerste lid, wordt de rangschikking binnen het desbetreffende onderdeel door loting bepaald.

  • 3 Indien het resterende budget lager is dan de totale begrote kosten vermenigvuldigd met het aangevraagde subsidiepercentage van de eerstvolgende aanvraag, dan wordt deze aanvraag afgewezen. De eerstvolgende aanvraag in de rangschikking waarvan de totale begrote kosten vermenigvuldigd met het aangevraagde subsidiepercentage wel binnen het resterende budget valt, wordt beoordeeld en toegekend voor zover deze voor subsidie in aanmerking komt.

  • 4 Als na toepassing van het derde lid nog budget resteert, is het derde lid van overeenkomstige toepassing voor de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking waarvan de totale begrote kosten vermenigvuldigd met het aangevraagde subsidiepercentage binnen het resterende budget past.

  • 5 Indien het subsidieplafond voor enige aanvraagronde niet wordt bereikt, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het bedrag dat voor subsidieverstrekking beschikbaar is voor de eerstvolgende aanvraagronde.

Artikel 9. Subsidieverlening en bevoorschotting

  • 1 De subsidie wordt verleend binnen 22 weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, tweede lid.

  • 2 In aanvulling op artikel 4.2 van de Kaderregeling neemt de minister in de verleningsbeschikking een datum op waarop de restauratiewerkzaamheden uiterlijk worden afgerond, gelegen uiterlijk vijf jaren na aanvang van de restauratiewerkzaamheden.

  • 3 De minister verleent voorschotten waarvan de hoogte en de termijnen in de verleningsbeschikking worden bepaald. De minister kan aan het verstrekken van voorschotten de voorwaarde verbinden dat offertes of facturen worden overgelegd. Het bevoorschottingsritme kan worden aangepast als de voortgang van de restauratiewerkzaamheden afwijkt van de bij de aanvraag ingediende planning, bedoeld in artikel 6, zevende lid, onderdeel f.

Artikel 10. Aanvullende subsidieverplichtingen

  • 1 De restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden niet uitgevoerd zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning.

  • 2 De restauratiewerkzaamheden, anders dan die ter voorbereiding van de aanvraag als bedoeld in artikel 3, derde lid, vangen aan uiterlijk 18 maanden na de aanvraagperiode en de eigenaar doet hiervan binnen twee weken na aanvang van die restauratiewerkzaamheden schriftelijk melding aan de minister.

  • 3 Onverminderd het eerste lid kan de minister een eigenaar bij de subsidieverlening verplichten om:

    • a. mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het rijksmonument of zelfstandig onderdeel en publicatie van de resultaten van dat onderzoek;

    • b. de RCE uit te nodigen voor de startvergadering en de bouwvergaderingen over de restauratiewerkzaamheden en de verslagen van de bijeenkomsten te delen met de RCE;

    • c. mee te werken aan een onderzoek door een deskundige naar de uitvoering van de voorgenomen restauratiewerkzaamheden;

    • d. de restauratiewerkzaamheden uit te voeren volgens in de beroepsgroep geldende normen;

    • e. het rijksmonument of zelfstandig onderdeel te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het rijksmonument of zelfstandig onderdeel;

    • f. de restauratiewerkzaamheden onder nader door de minister te stellen voorwaarden te doen begeleiden, indien voor de uitvoering van de restauratiewerkzaamheden specifieke kennis is vereist;

    • g. voor de duur van de werkzaamheden een Construction All Risk verzekering af te sluiten;

    • h. vanaf de aanvang van de werkzaamheden op eigen kosten het rijksmonument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de restauratiewerkzaamheden daartegen verzekerd te houden;

    • i. voor zover de gesubsidieerde instandhoudingskosten bij schade worden gedekt op grond van een verzekering na de subsidieaanvraag, zo spoedig mogelijk aan de minister te melden welke instandhoudingskosten het betreft; of

    • j. in de opdrachtformulering voor het uitvoeren van de gesubsidieerde restauratiewerkzaamheden rekening te houden met het creëren van stage- en leerwerkplekken voor studenten.

Artikel 11. Intrekking subsidieverlening en uitstel startdatum

  • 1 De minister kan de subsidieverlening intrekken indien de eigenaar niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid.

  • 2 De minister kan de periode bedoeld in artikel 10, tweede lid, op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger éénmalig uitstellen met maximaal één jaar, indien het door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet mogelijk is om de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen de oorspronkelijke periode aan te laten vangen.

  • 3 Een verzoek om uitstel bevat:

    • a. een motivering waaruit blijkt welke omstandigheden maken dat de activiteiten redelijkerwijs niet kunnen aanvangen op de oorspronkelijke startdatum; en

    • b. een nieuwe planning van de werkzaamheden en uitgaven, met een voorgenomen startdatum en einddatum, waaruit blijkt dat de restauratiewerkzaamheden binnen één jaar na de oorspronkelijke startdatum aanvangen en binnen vijf jaar na aanvang worden afgerond.

  • 4 De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het tweede lid onverwijld in en uiterlijk voor de oorspronkelijke startdatum waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 12. Verantwoording van subsidies tot € 125.000

  • 1 De eigenaar legt rekening en verantwoording af aan de hand van een prestatieverklaring over de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld model, dat daartoe op www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar is gesteld.

  • 2 De prestatieverklaring gaat vergezeld van een inspectierapport per rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten, dat is opgesteld na afloop van het verrichten van de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie is verleend.

  • 3 Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de eigenaar zich niet aan de aan subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.

  • 4 Onverminderd het bepaalde in het eerste en derde lid, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In de verleningsbeschikking wordt aangegeven op welke wijze dit desgevraagd wordt aangetoond.

Artikel 13. Verantwoording bij subsidies vanaf € 125.000

  • 1 De eigenaar legt rekening en verantwoording af aan de hand van een prestatieverklaring en een financieel verslag over de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, met gebruikmaking van door de minister vastgestelde modellen, die daartoe op www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar zijn gesteld.

  • 2 De prestatieverklaring gaat vergezeld van een inspectierapport per rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten, dat is opgesteld na afloop van het verrichten van de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie is verleend.

  • 3 Indien de subsidie € 300.000 of meer bedraagt, gaat het financieel verslag vergezeld van een verklaring van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de accountant verklaart dat de bedragen in het financieel verslag juist zijn en een uitspraak doet over de naleving van de in het accountantsprotocol genoemde voorschriften.

  • 4 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht volgens een door de minister vast te stellen accountantsprotocol.

  • 5 Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de eigenaar zich niet aan de aan subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.

  • 6 Onverminderd het bepaalde in het eerste en vijfde lid, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In de verleningsbeschikking wordt aangegeven op welke wijze dit desgevraagd wordt aangetoond.

  • 7 De minister kan de eigenaar verplichten de desbetreffende originele facturen en betalingsbewijzen te overleggen.

Artikel 14. Vaststelling subsidie

  • 1 De eigenaar dient uiterlijk 22 weken na afloop van de activiteitenperiode, bedoeld in artikel 9, tweede lid, een aanvraag tot vaststelling in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe op de website van de RCE beschikbaar is gesteld.

  • 2 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 15. Verlenging activiteitenperiode

  • 1 De minister kan de periode waarvoor subsidie is verleend, bedoeld in artikel 9, tweede lid, op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger maximaal twee keer met anderhalf jaar verlengen, indien de subsidieontvanger door overmacht of onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet in staat is de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend binnen de oorspronkelijke periode af te ronden.

  • 2 Een verzoek om verlenging bevat:

    • a. een motivering waaruit blijkt welke omstandigheden maken dat de activiteiten redelijkerwijs niet binnen de oorspronkelijke activiteitenperiode kunnen worden afgerond;

    • b. een opgave van de restauratiewerkzaamheden waarvoor de verlenging noodzakelijk is; en

    • c. een nieuwe planning van de werkzaamheden en de uitgaven, met een voorgenomen einddatum waaruit blijkt dat de restauratiewerkzaamheden binnen 18 maanden na de oorspronkelijke einddatum worden afgerond.

  • 3 De subsidieontvanger dient een aanvraag als bedoeld in het eerste lid onverwijld in en uiterlijk voor het einde van de periode waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 16. Eigendomsoverdracht

  • 1 Indien de subsidieontvanger de eigendom of een ander zakelijk recht van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel overdraagt aan een nieuwe eigenaar, dient de subsidieontvanger in afwijking van artikel 14, eerste lid, binnen drie maanden na de eigendomsoverdracht een aanvraag tot vaststelling in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe op de website van de RCE beschikbaar is gesteld.

  • 2 Na de vaststellingsbeschikking, volgend op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, kan de minister de nieuwe eigenaar op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van de afronding van de restauratiewerkzaamheden.

Artikel 17. Aanvraag nieuwe eigenaar

  • 1 Een nieuwe eigenaar kan een aanvraag indienen nadat de subsidie van de vorige eigenaar is vastgesteld. In afwijking van artikel 6, zevende lid, bevat de aanvraag alleen de gegevens en bescheiden bedoeld in de onderdelen b, c, d, e, f, h onder 1°, j en k, voor zover die afwijken van de gegevens en bescheiden die door de vorige eigenaar zijn verstrekt.

  • 2 In afwijking van artikel 9, tweede lid, wordt de subsidie verleend voor maximaal de periode die resteerde op grond van de verleningsbeschikking van de vorige eigenaar.

Artikel 18. Terugvordering

  • 1 De subsidieontvanger is na de subsidievaststelling verplicht een eventueel teveel ontvangen voorschot onverwijld terug te betalen.

  • 2 Bij terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten kan de minister de subsidieontvanger verplichten de met de terugvordering verband houdende kosten te voldoen.

Artikel 19. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 februari 2031, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van subsidies die voor die datum op grond van de regeling zijn verstrekt.

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

G. Moes