Bijlage bij artikel 2, eerste lid, van de Regeling vervolgfuncties bewindspersonen
VRAGENFORMULIER Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen
U DIENT DIT FORMULier NAAR WAARHEID en volledig IN TE VULLEN. HET aDVIESCOLLEGE RECHTSPOSITIE
POLITIEKE AMBTSDRAGERS BASEERT ZIJN ADVIES OP DE DOOR U VERSTREKTE INFORMATIE
-
1.
Persoonlijke Gegevens
-
•
Naam:
[Vul in]
-
•
Adres:
[Vul in]
-
•
E-mailadres:
[Vul in]
-
•
Telefoonnummer:
-
•
[Vul in]
-
2.
Ambtsvervulling(en) en ontslaggegevens
-
•
Ambtsvervulling(en) in de twee jaar voorafgaand aan uw meest recente ontslag als bewindspersoon,
en de bijbehorende ontslagdata:
-
•
[Vul in]
-
•
Beleidsterreinen van andere ministeries waarbij u in de twee jaar voorafgaand aan
uw meest recente ontslag meer dan incidenteel betrokken bent geweest:
[Vul in]
-
3.
Vervolgfunctie waarop dit adviesverzoek ziet
-
•
Gegevens werkgever/opdrachtgever van de vervolgfunctie:
(Naam, website organisatie, standplaats)
[Vul in]
-
4.
Beschrijving van verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de vervolgfunctie
waarop dit adviesverzoek ziet:
[Vul in of voeg een (functie-)beschrijving bij]
Toetsing van de vervolgfunctie waarop dit adviesverzoek ziet
De wet vraagt het college om de vervolgfunctie van een voormalige bewindspersoon binnen
twee jaar na ontslag te toetsen aan de navolgende criteria. In de bijlage bij dit
formulier staat beschreven hoe het college deze criteria interpreteert.
-
5. Vraag:
Acht u het denkbaar dat een of meer van deze criteria van toepassing zouden kunnen
zijn op de vervolgfunctie waarop dit adviesverzoek ziet, dan wel dat de indruk zou
kunnen ontstaan dat dit het geval is?
Gaarne toelichten. (
U kunt gebruik maken van de toelichting in de bijlage bij dit formulier voor het formuleren
van uw afwegingen).
-
6.
Vraag:
Zijn er andere zaken die u voor de beoordeling van uw adviesaanvraag belangrijk vindt?
-
7.
Ondergetekende verklaart dat dit formulier naar waarheid en volledig is ingevuld,
Plaats:
Datum:
Naam:
[Vul in]
(Alle gegevens uit dit formulier worden zes weken na de aanvraag verwijderd)
Toelichting bij het vragenformulier wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen
Na het ontslag van een bewindspersoon blijft hij of zij vaak nog enige tijd zichtbaar
als boegbeeld van het openbaar bestuur. Gedurende een ‘afkoelperiode’ van twee jaar
zijn er daarom wettelijke eisen van toepassing op zijn of haar vervolgloopbaan. Deze
eisen beogen te voorkomen dat tijdens of na het politieke ambt onjuist gebruik wordt
gemaakt van opgedane kennis en contacten, en dat daardoor een risico op of de indruk
van belangenverstrengeling kan ontstaan.
De Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen (de wet) verplicht (voormalige) bewindspersonen die binnen twee jaar na hun ambtsperiode
een nieuwe functie willen aannemen, om voorafgaand daaraan advies in te winnen bij
het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers. Ook het “draaideurverbod”
en het al bestaande “lobbyverbod” zijn formeel in de wet vastgelegd.
Vervolgfuncties en adviezen die daarop betrekking hebben worden openbaar gemaakt in
het register op www.adviescollege-rpa.nl, tenzij de functie niet wordt aanvaard.
Een (voormalig) bewindspersoon heeft de verantwoordelijkheid om de geschiktheid van
een beoogde vervolgfunctie allereerst zelf af te wegen, waarna er vervolgens advies
moet worden gevraagd aan het adviescollege.
In het kader van het aanleveren van gegevens aan het adviescollege, kan de vraag zich
voordoen hoe lang in de carrière van de betrokken bewindspersoon moet worden teruggekeken.
Dit speelt temeer als een (gewezen) bewindspersoon meerdere ambten als bewindspersoon
heeft bekleed – in hetzelfde kabinet of in opeenvolgende kabinetten. Met andere woorden:
welke periode is relevant voor toetsing door het adviescollege? De wet bepaalt dat de adviesverplichting geldt voor een periode van twee jaar na ontslag
als bewindspersoon (‘afkoelperiode’). Uitgangspunt is het ambt dat betrokkene op dat
moment achter laat. Bij het aanleveren van gegevens aan het adviescollege dient in
elk geval de gehele ambtsperiode van betrokkene in ogenschouw te worden genomen, ongeacht
of die de volledige duur van het kabinet heeft bestreken dan wel korter. Indien bijvoorbeeld
een bewindspersoon vier jaar lang Minister van Justitie en Veiligheid is geweest en
hij binnen twee jaar na ontslag een bepaalde vervolgfunctie ambieert, dient hij voor
wat betreft het aanleveren van gegevens aan het adviescollege terug te kijken over
de gehele vier jaar. Indien zijn ministerschap als Minister van Justitie en Veiligheid
korter heeft geduurd, bijvoorbeeld één jaar, en hij in de periode daarvoor een ander
ambt als bewindspersoon heeft bekleed, dient hij de relevante gegevens uit die ambtsperiode
ook bij het adviescollege aan te leveren, indien er nog geen twee jaar zijn verstreken
(‘afkoelperiode’) na ontslag uit dat vorige ambt. Daarbij maakt het dus geen verschil
of het andere ambt binnen hetzelfde kabinet of een voorgaand kabinet is bekleed. Indien
er wel twee jaar zijn verstreken na ontslag, hoeft met betrekking tot een voorgaand
ambt geen informatie te worden aangeleverd. Naast gegevens met betrekking tot voormalige
ministerie(s) gaat het ook om beleidsterreinen van andere ministerie(s) waarop de
(gewezen) bewindspersoon intensief en meer dan incidenteel betrokken is geweest.
Het adviescollege brengt advies uit aan de hand van de criteria die in de wet zijn opgenomen. Hieronder ziet u een aantal aandachtspunten die het adviescollege
hanteert bij de invulling van deze criteria. Deze kunnen u helpen bij uw afweging
en bij het beantwoorden van vragen 5 en 6.
A. Belangenverstrengeling
Belangenverstrengeling (of de indruk daarvan) kan bijvoorbeeld ontstaan in de volgende
situaties:
-
• Handelingen tijdens het ambt om toekomstige kansen te vergroten (‘voorsorteren’).
-
• Betrokkenheid bij contacten tijdens het ambt met de toekomstige werkgever/opdrachtgever.
-
• Kennis van informatie die de nieuwe werkgever een concurrentievoordeel kan bieden.
-
• Aanvaarding van een functie die de indruk kan wekken een beloning te zijn voor verleende
diensten (zoals tijdens het ambt verleende subsidies of schaarse vergunningen aan
de nieuwe werk- of opdrachtgever).
-
• Aanvaarding van een vervolgfunctie waarbij sprake is van zakelijke vertegenwoordiging
van (een) organisatie(s) met tegenstrijdige belangen ten opzichte van het ambt.
-
• Direct of indirect gebruik van vertrouwelijk verworven informatie voor persoonlijk
voordeel.
Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier:
Ziet u gelet op de hierboven geschetste situaties een mogelijk risico op (de indruk
van) belangenverstrengeling bij de beoogde vervolgfunctie?
-
1. Wat voor gevolgen zou (de indruk van) belangenverstrengeling met zich kunnen brengen?
-
2. Was er tijdens het ambt sprake van betrokkenheid uwerzijds bij contacten met de nieuwe
werkgever/opdrachtgever? (N.B.: eventueel na te gaan met hulp van uw oude ministerie.)
-
3. Zijn er maatregelen denkbaar om bovenstaande risico’s te beperken?
B Geheimhoudingsplicht
Gewezen bewindspersonen moeten vertrouwelijke informatie die ze tijdens hun ambtsperiode
hebben gekregen beschermen, zelfs na de afkoelperiode. Het college beoordeelt het
risico dat vertrouwelijke informatie, bewust of onbewust, toch zou kunnen worden gebruikt
in de nieuwe functie, bijvoorbeeld wanneer deze functie nauw samenhangt met de werkzaamheden
in het vorige ambt.
Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier:
-
1. Ziet u risico’s op schending van uw geheimhoudingsplicht?
-
2. Zo ja, zijn er volgens u maatregelen denkbaar om dat risico te beperken?
C. Draaideurverbod
Het draaideurverbod houdt tegen dat voormalige bewindspersonen gedurende de tweejarige
afkoelperiode in dienst treden bij of een opdracht aanvaarden van hun voormalige ministerie
of op een aanpalend beleidsterrein van een ander ministerie. Doel is ook hier het
voorkomen van (de indruk van) belangenverstrengeling.
Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier:
-
1. Dreigt er overtreding van het draaideurverbod (bijvoorbeeld door een dienstverband
of door -latere- opdrachten)?
-
2. Is er volgens u aanleiding voor de aanvraag van een ontheffing1? Zo ja, kunt u aangeven op welke gronden?
D. Het in de nieuwe functie onderhouden van zakelijke contacten met uw vorige of met
een aanpalend beleidsterrein van een ander ministerie (NB: dit is de wettelijke omschrijving
van het zogenoemde ‘lobbyverbod’.)
Het onderhouden van zakelijke contacten met ambtenaren bij het voormalige ministerie,
of bij andere ministeries voor zover er sprake was van beleidsterreinen waarbij u
intensief en meer dan incidenteel betrokken bent geweest, kan (de indruk van) belangenverstrengeling
veroorzaken. De wet verbiedt gedurende de tweejarige afkoelperiode ieder zakelijk contact met ambtenaren
bij het vorige ministerie of op aanpalende beleidsterreinen van andere ministeries.
Vragen die u zichzelf kunt stellen ter beantwoording van vragen 5 en 6 van het formulier:
-
1. Ziet u in dit verband een risico in de vervolgfunctie?
-
2. Zouden er in het bijzonder redenen zijn om te veronderstellen dat er een beroep gedaan
gaat worden op uw politiek/ambtelijke contacten of ervaringen bij het behartigen van
de zakelijke relatie met de overheid van uw nieuwe werkgever/opdrachtgever?
-
3. Zijn er maatregelen mogelijk om de risico’s te beperken?
-
4. Is er volgens u aanleiding om een ontheffing van dit verbod aan te vragen bij de Minister-President?
Zo ja, kunt u aangeven op welke gronden?