Besluit tot verlening van machtiging aan directeur NCSC voor het verrichten van feitelijke [...] de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven

Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 18-02-2026 t/m heden.

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 6 februari 2026 nr. WJZ/103520718, tot verlening van machtiging aan de directeur van het Nationaal Cyber Security Centrum van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven

De Minister van Economische Zaken, met instemming van de directeur van het Nationaal Cyber Security Centrum van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,

Gelet op de artikelen 2, 3 en 4, eerste tot en met het derde lid, van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven (hierna: Wbdwb), en artikel 10:4, eerste lid, en artikel 10:12, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1

Aan de directeur van het Nationaal Cyber Security Centrum (hierna: NCSC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt machtiging verleend voor het namens de Minister van Economische Zaken verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van de taken en bevoegdheden van de Minister van Economische Zaken, bedoeld in de artikel 2, 3 en 4, eerste tot en met derde lid, van de Wbdwb.

Artikel 2

De directeur van het NCSC kan machtiging verlenen aan andere functionarissen van het NCSC voor het verrichten van de in artikel 1 bedoelde feitelijke handelingen.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tot verlening van machtiging aan directeur NCSC voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 6 februari 2026

De Minister van Economische Zaken,

V.P.G. Karremans