4.3. Subsidiabele activiteiten
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma
moeten de activiteiten gericht zijn op het bereiken van het doel in paragraaf 4.1
en betrekking hebben op categorie 1, 2 of 3 (zie hieronder). Bij elke categorie moet de collectieve beursinzending onderdeel
zijn van een meerjarige strategie van de aanvrager op de internationale positionering
van de sector. Afhankelijk van de categorie waarvoor de subsidie wordt aangevraagd
moet de inzending ook passen binnen de strategisch aangemerkte sectoren of betrekking
hebben op een strategisch aangemerkte beurs. Per categorie gelden de volgende vereisten:
Categorie 1: Nederlandse lounges, Nederlandse paviljoens en/of collectieve netwerkactiviteiten
-
− Geen beperkingen ten aanzien van de sectoren waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
-
− Aan het Nederlandse paviljoen dienen minimaal 8 individuele deelnemers met een eigen
stand deel te nemen.
-
− Aan de Nederlandse lounge dienen minimaal 8 individuele deelnemers deel te nemen.
-
− Aan de collectieve netwerkactiviteit dienen minimaal 8 individuele deelnemers deel
te nemen.
Categorie 2: Nederlandse paviljoens en/of collectieve netwerkactiviteiten op een beurs
voor een strategisch aangemerkte sector
-
− De beurs is op het gebied van een door de minister bepaalde strategisch aangemerkte
sector. De minister stelt de strategische sectoren jaarlijks vast. Voor de eerste
openstelling zijn de strategische sectoren de volgende: HTSM, ICT, defensie-gerelateerde
toepassingen, biotechnologie, LSH, innovatieve chemie, duurzame energie, agritech,
water en maritiem en kritieke grondstoffen. Voor volgende openstellingen worden de
strategische sectoren bij die openstelling gepubliceerd in de Staatscourant en via
de website van RVO10.
-
− Aan het Nederlandse paviljoen dienen minimaal 10 deelnemers met een eigen stand deel
te nemen.
-
− Aan de netwerkactiviteit dienen minimaal 10 deelnemers deel te nemen.
Categorie 3: Nederlandse paviljoens en/of collectieve netwerkactiviteiten op strategisch
aangemerkte beurzen
-
− De minister bepaalt jaarlijks voor welke beurzen in deze categorie subsidie kan worden
aangevraagd. Kenmerk van deze beurzen is dat deze van belang zijn voor zowel de sector
waarop de beurs betrekking heeft, als voor de beleidsdoelstellingen van de minister;
-
− Voor de eerste openstelling zijn de strategisch aangemerkte beurzen de volgende: BIO
International Convention, DMEA, Greentech Amsterdam, Hannover Messe, HLTH, MEDICA,
Photonics West, RSA Conference, Semicon Europe, Semicon West, SMM Hamburg en SXSW
(VS). Voor volgende openstellingen worden de strategisch aangemerkte beurzen bij die
openstelling gepubliceerd in de Staatscourant en via de website van RVO11. Ook het minimale aantal individuele deelnemers per beurs wordt via deze weg bekend
gemaakt en tevens kunnen additionele eisen per beurs worden toegevoegd.
Voor alle drie de categorieën geldt dat vereist is dat Netherlands Branding (NL Branding)
wordt toegepast in de standbouw en de collectieve uitingen. Uitgebreide richtlijnen
en templates zijn te vinden in de NL Branding toolkit12.
Voor alle drie de categorieën zijn de volgende activiteiten subsidiabel:
Grondhuur
Het gaat hierbij om de collectieve vierkante meters grond die gehuurd worden van de
beursorganisatie voor het plaatsen van een Nederlands paviljoen of Nederlandse lounge.
Vierkante meters die gebruikt worden voor individuele stands van ondernemingen vallen
hier buiten.
Standbouw
De fysieke invulling (realisatie van de stand) van het collectieve gedeelte op de
gehuurde grond tijdens de vakbeurs. Afhankelijk van de opzet kan gekozen worden voor
een Nederlandse Lounge of een Nederlands Paviljoen (zie hierna). Activiteiten voor
de realisatie van het private gedeelte van het paviljoen vallen buiten de subsidiabele
activiteiten.
Een Nederlandse Lounge is een gemeenschappelijke ruimte met bijvoorbeeld een bar voor
koffie, frisdrank en kleine versnaperingen, spreektafels en een informatiebalie. De
lounge kan ook dienen als presentatieruimte. Binnen deze gemeenschappelijke ruimte
kunnen bijvoorbeeld vitrines worden neergezet waarin ondernemingen hun brochures kunnen
leggen. Deze ondernemingen krijgen geen eigen ruimte in de lounge. Ook kunnen geen
bedrijfsnamen/logo’s worden opgenomen in het ontwerp, met uitzondering van een aparte
wand voor collectieve logo’s. Concreet betekent dit dat ondernemingen gebruik kunnen
maken van de Nederlandse Lounge als zij de beurs bezoeken, daar gasten ontvangen en
ontmoeten en zaken kunnen doen. Zij hebben geen individuele stand.
Een Nederlands Paviljoen bestaat uit de volgende twee onderdelen:
-
1. Een gemeenschappelijke ruimte die open is voor beursdeelnemers en -bezoekers en waar
ondernemingen hun gasten kunnen ontvangen en zaken kunnen doen. Deze ruimte bevat
bijvoorbeeld een bar voor koffie, frisdrank en kleine versnaperingen, spreektafels
en een informatiebalie. Het paviljoen kan ook dienen als presentatieruimte voor activiteiten
op het paviljoen.
-
2. Een ruimte waar individuele deelnemers (ondernemingen) hun eigen stand hebben voor
individuele economische activiteiten Dit valt evenwel buiten de subsidiabele activiteiten.
Collectieve netwerkactiviteiten
Collectieve netwerkactiviteiten zijn activiteiten die binnen of rondom het Nederlands
Paviljoen of de Nederlandse Lounge en de beurslocatie plaatsvinden en die gericht
zijn op het versterken van internationale contacten, het bevorderen van samenwerking
en het vergroten van de zichtbaarheid van de Nederlandse sector als geheel. De activiteiten
moeten bijdragen aan het collectieve doel van de beursdeelname en toegankelijk zijn
voor alle deelnemers. Individuele steun aan ondernemingen (zoals bijvoorbeeld individuele
matchmaking) is niet subsidiabel.
Tot deze activiteiten behoren onder meer gezamenlijke netwerkbijeenkomsten, recepties,
of andere ontmoetingsmomenten met een zakelijk karakter die bijdragen aan het collectieve
doel van de beursdeelname, zoals beschreven in het plan van aanpak. Alsook gezamenlijke
seminars en rondetafelgesprekken die plaatsvinden in het kader van de internationale
vakbeurs en waaraan meerdere organisaties uit de sector waarop de beurs betrekking
heeft, deelnemen.
Organisatie van de beurs
Hierbij gaat het om activiteiten die verricht worden voor de organisatie van de beursdeelname,
waaronder het neerzetten van een Nederlandse Lounge of Nederlands paviljoen, de organisatie
van de netwerkactiviteiten en de marketing en communicatie ten behoeve van de beursdeelname.
Promotiematerialen
Het maken van materialen voor de promotie van de beurs. Denk aan flyers en campagnes,
voorafgaand, maar ook een aftermovie na afloop van de beurs.
In alle gevallen geldt dat de subsidie geen individuele onderneming mag bevoordelen.
Economische activiteiten, dat wil zeggen commerciële promotie van goederen en diensten
van individuele ondernemingen, zijn niet subsidiabel.
4.5. Omvang van de subsidie
De subsidie bedraagt per aanvraag ten hoogste 80% van de totale subsidiabele kosten
en voor:
-
– categorie 1: minimaal € 25.000 en maximaal € 49.999;
-
– categorie 2: minimaal € 50.000 en maximaal € 124.999;
-
– categorie 3: minimaal € 125.000 en maximaal € 200.000.
Het deel van de totale subsidiabele kosten waarvoor geen subsidie wordt verstrekt
moet door de aanvrager zelf worden gefinancierd, dit wordt ook wel de eigen bijdrage
genoemd. Dit mag niet worden gefinancierd met middelen die verkregen zijn door middel
van een directe of indirecte subsidie of bijdrage ten laste van de begroting van de
Nederlandse overheid.
Een aanvrager kan maximaal vier subsidies per openstelling toegekend krijgen, waarvan
maximaal twee voor categorie 3 (strategisch aangemerkte beurzen). Voor branche- en
ledenvereniging met meer dan 500 leden geldt dat zij maximaal zes subsidies toegekend
kunnen krijgen, waarvan maximaal twee in categorie 3.