Wijzigingswet Wetboek van Strafrecht (herziening regeling meerdaadse samenloop in strafzaken)

Geraadpleegd op 25-02-2026.
Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.

Wet van 21 januari 2026, houdende wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de herziening van de regeling inzake de meerdaadse samenloop in strafzaken (herziening regeling meerdaadse samenloop in strafzaken)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regeling inzake de meerdaadse samenloop in strafzaken te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[Red: Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.]

Artikel II

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

[vervallen]

Artikel IIa

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Onze Minister van Justitie en Veiligheid zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel III

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

  • 1 Deze wet heeft geen gevolgen voor de straf die ten hoogste kan worden opgelegd voor feiten die zijn begaan voor de inwerkingtreding van deze wet.

  • 2 Indien iemand na inwerkingtreding van deze wet wordt veroordeeld, wordt bij toepassing van artikel 63 (oud) van het Wetboek van Strafrecht alleen de straf in aanmerking genomen die is opgelegd voor feiten die zijn begaan voor de inwerkingtreding van deze wet. Als alleen straf is opgelegd voor feiten die na de inwerkingtreding van deze wet zijn begaan, vindt artikel 63 (nieuw) van het Wetboek van Strafrecht toepassing.

Artikel IV

[Tekst zonder datum inwerkingtreding. Zie het wijzigingenoverzicht.]

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 21 januari 2026

Willem-Alexander

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F. van Oosten

Uitgegeven de zesde februari 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F. van Oosten